Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:259

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
24-09-2018
Datum publicatie
29-10-2018
Zaaknummer
CUR201701841
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Geschil tussen aandeelhouders. Omvang rechtsstrijd in verzet. Ook de bij het verstekvonnis afgewezen vordering tot vergoeding van beslagkosten wordt in de beoordeling in de verzetprocedure betrokken. Overeenkomstige maatstaf als bij het terugkomen op een bindende eindbeslissing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR201701841

Vonnis d.d. 24 september 2018

inzake

de naamloze vennootschap

GEENEN TRUST CO. N.V.,

gevestigd te Curaçao,

opposante,

gemachtigde: mr. A.K.E. Henriquez,

tegen

de naamloze vennootschap

CONFLUX HOLDING N.V.,

gevestigd te Curaçao,

geopposeerde,

gemachtigde: mr. Th. Aardenburg.

Partijen zullen hierna Geenen Trust en Conflux genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1.

Op 13 januari 2017 heeft Conflux een verzoekschrift met producties bij het Gerecht ingediend.

1.2.

Bij verstekvonnis van dit Gerecht van 5 juni 2017 (hierna ook: het verstekvonnis) is Geenen Trust, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld tot betaling aan Conflux van NAf 531.679,90, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2014 tot de dag der algehele voldoening, vermeerderd met het bedrag van NAf 6.000,- aan buitengerechtelijke incassokosten, alsmede tot betaling aan Conflux van de proceskosten tot aan de uitspraak begroot op NAf 6.000,- aan gemachtigdensalaris en NAf 5.613,45 aan verschotten, waarin begrepen NAf 5.320,- aan griffierechten.

1.3.

Het verstekvonnis is op 15 juni 2017 aan Geenen Trust betekend.

1.4.

Op 28 juni 2017 is Geenen Trust in verzet gekomen tegen het verstekvonnis.

1.5.

Het verloop van de procedure in verzet blijkt uit:

  • -

    het op 28 juni 2017 ter griffie ingediende verzetschrift, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in oppositie, met producties;

  • -

    de conclusie van repliek in oppositie, met producties;

  • -

    de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, ingediend ter rolle van 19 februari 2018;

  • -

    de conclusie van antwoord in het vrijwaringsincident tevens akte uitlating producties, ingediend ter rolle van 19 maart 2018;

  • -

    het vonnis in het vrijwaringsincident d.d. 23 april 2018.

1.6.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Conflux en Geenen Trust zijn houdster- en investeringsmaatschappijen die ieder voor de helft eigenaar zijn van het perceel grond met opstallen, plaatselijk bekend als Kaya A.E. Salas 64 te Curaçao (hierna: de onroerende zaak). De kosten verbonden aan de onroerende zaak worden door partijen bij helfte gedragen.

2.2.

Conflux heeft op 19 december 2016 ter verzekering van verhaal van de door haar ingestelde vordering conservatoir beslag doen leggen op het onverdeeld aandeel van Geenen Trust in de onroerende zaak en onder de naamloze vennootschap RBC Royal Bank N.V.

3 Het geschil

3.1.

Conflux heeft bij inleidend verzoekschrift gevorderd bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Geenen Trust te veroordelen tot betaling van NAf 531.679,90, te vermeerderen met de fiscale rente van 4% per jaar, althans de wettelijke rente vanaf 31 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, te vermeerderen met de buitengerechtelijk incassokosten van NAf 6.000,-, met veroordeling van Geenen Trust in de kosten van deze procedure.

3.2.

Bij het verstekvonnis zijn de vorderingen van Conflux integraal toegewezen, met uitzondering van de gevorderde fiscale rente en is Geenen Trust veroordeeld in de proceskosten, uitgezonderd de beslagkosten.

3.3.

Geenen Trust vordert het verzet gegrond te verklaren en alsnog de door Conflux ingestelde vorderingen af te wijzen, met veroordeling van Conflux in de kosten van de procedure. Geenen Trust legt aan de vordering ten grondslag dat een andere vennootschap dan Conflux het bedrag voor Geenen Trust heeft voorgeschoten dan wel dat de vordering van Conflux door verrekening teniet is gegaan.

3.4.

Conflux volhardt bij de vordering die bij verstek is toegewezen, stellende dat zij voor Geenen Trust kosten ten behoeve van de onroerende zaak heeft voorgeschoten. Per 31 december 2014 bedroeg het saldo op de rekening-courant NAf 551.473,34 (inclusief rente ad NAf 19.793,44). Geenen Trust is in gebreke gebleven haar betalingsverplichting na te komen en weigert, ondanks herhaalde verzoeken, de helft van het saldo op de rekening-courant voor haar rekening te nemen.

3.5.

Conflux concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Geenen Trust en bevestiging van het verstekvonnis, met uitzondering van het oordeel over de beslagkosten, met veroordeling van Geenen Trust in de kosten van de gehele procedure, die van de beslaglegging daaronder begrepen.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

De rechtsstrijd in deze verzetprocedure

4.1.

Bij vonnis waarvan verzet zijn de vorderingen van Conflux toegewezen, behoudens de primair gevorderde “fiscale rente”, en is Geenen Trust veroordeeld in de proceskosten, met uitzondering van de gevorderde beslagkosten. Geenen Trust wenst met het verzet te bewerkstelligen dat de bij het verstekvonnis toegewezen vorderingen van Conflux alsnog worden afgewezen. Conflux wenst dat het verstekvonnis in stand blijft, met uitzondering van de afwijzing van de door haar gevorderde beslagkosten.

4.2.

Over de beslagkosten is in het verstekvonnis het volgende overwogen:

“De vordering is, nu deze niet is weersproken en het Gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, toewijsbaar, behoudens ten aanzien van de gevorderde beslagkosten. Nu niet is gebleken dat aan alle wettelijke beslagformaliteiten is voldaan zullen de gevorderde beslagkosten worden afgewezen. In het dossier bevinden zich immers niet het tot het Gerecht gericht verzoek om verlof tot het leggen van conservatoir derdenbeslag, de beschikking van het Gerecht waarbij verlof hiertoe is verleend, noch het exploot waaruit blijkt dat de eis in de hoofdzaak aan de derde-beslagene is betekend.”

4.3.

Conflux heeft in verzet alsnog beslagstukken overgelegd en vordert veroordeling van Geen Trust om die kosten aan haar te vergoeden. Door Geenen Trust is niet afzonderlijk op deze vordering gereageerd.

4.4.

De door partijen onbesproken vraag rijst of de vordering van Conflux met betrekking tot de beslagkosten onderwerp kan zijn van de beoordeling en beslissing in deze verzetprocedure. Ingevolge artikel 262 Rv kan de oorspronkelijke eiser in hoger beroep komen van een verstekvonnis voor zover zijn vorderingen daarbij (gedeeltelijk) zijn afgewezen. Conflux is niet in hoger beroep gegaan. Nadat door Geenen Trust verzet was ingesteld kon dat (voorlopig) ook niet meer. Hoewel niet in de wet geregeld, staat in een dergelijk geval volgens de heersende leer hoger beroep pas weer open voor de oorspronkelijke eiser nadat de verzetprocedure is afgedaan. Bezien vanuit de rechtsmiddelenbenadering (terminologie uit Ynzonides, Verstek en verzet, 1991, p 134) zou geoordeeld kunnen worden dat in eerste aanleg reeds op de stellingen en vordering van eiser is beslist en dat voor hem uiteindelijk, na de verzetprocedure, hoger beroep bij het hof openstaat. Daarbij past geen extra herkansing in de verzetprocedure. Bezien vanuit de voortzettingsbenadering kan in de verzetprocedure de gehele zaak weer aan de orde komen, inclusief de in het nadeel van de oorspronkelijke eiser besliste punten.

4.5.

Het verzoek van Conflux om terug te komen op de afwijzing van de beslagkosten lijkt op de in de rechtspraak aangenomen bevoegdheid van een rechter om terug te komen op een bindende eindbeslissing: De eisen van een goede procesorde brengen mee dat de rechter, aan wie is gebleken dat een eerdere door hem gegeven, maar niet in een einduitspraak vervatte eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, bevoegd is om, nadat partijen de gelegenheid hebben gekregen zich dienaangaande uit te laten, over te gaan tot heroverweging van die eindbeslissing, teneinde te voorkomen dat hij op een ondeugdelijke grondslag een einduitspraak zou doen (onder meer HR 8 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1224). De in deze rechtspraak gestelde eis dat de beslissing nog niet in een einduitspraak is vervat, houdt mede verband met de rechtszekerheid. Partijen moeten er na een einduitspraak en na het verstrijken van de appeltermijn op kunnen vertrouwen dat de desbetreffende kwestie is afgedaan. Dat belang speelt in een geval als het onderhavige niet: de afwijzing van de beslagkosten is nog niet onherroepelijk; na de verzetprocedure kan Conflux nog tegen die afwijzing in hoger beroep.

4.6.

Het Gerecht ziet in het voorgaande en in de eisen van een goede procesorde aanleiding het verzoek van Conflux om de proceskosten alsnog toe te wijzen, te beoordelen aan de hand van de maatstaf voor het terugkomen op een bindende eindbeslissing. Nu Conflux de beslagstukken heeft overgelegd, behoudens de overbetekening van het verzoekschrift aan de derde-beslagene , staat vast dat de afwijzing van de beslagkosten gedeeltelijk op een onjuiste feitelijke aanname berust. Gelet daarop, bij gebreke van specifiek verweer van Geenen Trust op dit punt en gelet op hetgeen hierna zal worden geoordeeld, zullen de beslagkosten, behoudens de kosten van het derdenbeslag, alsnog worden toegewezen.

de ontvankelijkheid van het verzet

4.7.

De volgende vraag die moet worden beantwoord is of het verzet tijdig is ingesteld. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de termijn van twee weken voor het doen van verzet ex artikel 84 Rv aanvangt na de aanzegging van het vonnis aan de veroordeelde persoon of na het plegen door deze van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging hem bekend is. Gesteld noch gebleken is dat het verzet niet tijdig is ingesteld. Het Gerecht acht Geenen Trust dan ook ontvankelijk in haar verzet.

de kosten van het verstek

4.8.

Geenen Trust heeft aangevoerd dat de betekening van het inleidende verzoekschrift dat tot het verstekvonnis heeft geleid nietig is, aangezien het verzoekschrift niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend. De kosten van de verstekprocedure dienen volgens Geenen Trust dan ook niet voor haar rekening te komen.

4.9.

Geenen Trust is gevestigd aan de Caracasbaaiweg 328 te Curaçao. Blijkens de processtukken (productie 2 bij het verzetschrift) heeft de deurwaarder getracht het verzoekschrift op dat adres uit te reiken. Aangezien de deurwaarder niemand heeft aangetroffen, heeft de deurwaarder een afschrift per post bezorgd. Op grond van artikel 2 lid 1 Rv had de deurwaarder een afschrift in een gesloten envelop achter dienen te laten. In zoverre is de oproeping niet rechtsgeldig geschied. Nu Geenen Trust alsnog, zij het in de verzetprocedure, is verschenen en gelegenheid heeft gehad verweer te voeren en nu gesteld noch gebleken is dat zij onredelijk in haar mogelijkheid om verweer te voeren is geschaad, is er geen aanleiding om verdergaande gevolgen aan de onjuiste betekening te verbinden dat dat de kosten van de oproeping in verzet (en die van de betekening van het verstekvonnis) voor rekening van Conflux dienen te komen respectievelijk blijven. Het feit dat een verzetprocedure gevoerd moest worden, heeft verder niet tot extra kosten geleid. In plaats van een conclusie van antwoord heeft de gemachtigde van Geenen Trust een verzetschrift moeten opstellen.

de geldvordering

4.10.

Ter onderbouwing van het deel van de vordering dat betrekking heeft op het saldo van de rekening-courant heeft Conflux bij het inleidende verzoekschrift als producties 4 en 5 stukken overgelegd. Als productie 4 bij het inleidende verzoekschrift is emailcorrespondentie tussen [naam betrokkene bij Geenen Trust] en [naam] overgelegd, waarin wordt gecorrespondeerd over de rekening-courant en over facturen. Uit een emailbericht d.d. 12 juni 2015 van [naam] aan [betrokkene bij Conflux] (productie 5 van het inleidende verzoekschrift) blijkt dat het saldo op de rekening-courant per 31 december 2014 NAf 551.473,34 bedraagt, inclusief rente ter hoogte van NAf 19.793,44. Blijkens de inhoud van dit emailbericht is [naam betrokkene bij Geenen Trust] met dit saldo akkoord gegaan, met uitzondering van de rente.

4.11.

Uit de stukken volgt dan ook dat het saldo op de rekening-courant per 31 december 2014 NAf 531.679,90 (exclusief rente) bedroeg. De hoogte van dit door Conflux gevorderde bedrag ad NAf 531.679,90 is door Geenen Trust in eerste termijn - in haar verzetschrift - niet betwist. Eerst in de conclusie van repliek in oppositie betwist Geenen Trust een bedrag van NAf 51.874,64. Uit de processtukken kan niet worden afgeleid dat Geenen Trust dit bedrag eerder heeft betwist. Deze betwisting door Geenen Trust acht het Gerecht tardief en om die reden in strijd met de eisen van een goede procesorde, nu Conflux niet meer op deze betwisting heeft kunnen reageren. Dit verweer zal dan ook buiten beschouwing worden gelaten.

4.12.

Geenen Trust stelt voorts dat de bedragen niet door Conflux zijn voorgeschoten maar door een andere vennootschap. Geenen Trust heeft deze stelling niet nader geconcretiseerd of onderbouwd, hetgeen wel op haar weg had gelegen. Gelet op de feiten en omstandigheden die uit de processtukken blijken, waaronder in het bijzonder ook de hiervoor onder 2.1 omschreven eigendomsverhoudingen en kostenafspraak, acht het Gerecht voldoende aannemelijk dat de bedragen op de rekening-courant door Conflux zijn voorgeschoten.

4.13.

Subsidiair heeft Geenen Trust aangevoerd dat, voor zover sprake is van een vordering van Conflux op Geenen Trust, deze vordering door verrekening teniet is gegaan. Een van de voorwaarden voor verrekening is dat sprake is van wederkerig schuldenaarschap. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake, althans dit is niet gebleken. Als Geenen Trust bedoelt te stellen dat Conflux moet worden vereenzelvigd met andere vennootschappen, is hetgeen zij daartoe heeft aangevoerd niet toereikend. Het beroep op verrekening stuit dan ook af op de voorwaarden van artikel 6:127 BW.

4.14.

Gelet op het vorenstaande is de door Conflux gevorderde hoofdsom bij het verstekvonnis terecht toegewezen, evenals de wettelijke rente vanaf de - niet specifiek betwiste - ingangsdatum van 31 december 2014.

buitengerechtelijke kosten

4.15.

Bij verzetschrift heeft Geenen Trust gesteld dat Conflux geen buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt, anders dan voor een enkele aanmaning. Nu Conflux daarop niet gemotiveerd heeft gereageerd, is haar vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten onvoldoende onderbouwd. De terzake bij het verstekvonnis uitgesproken veroordeling kan niet in stand blijven.

slotsom

4.16.

Het verzet van Geenen Trust slaagt slecht voor wat betreft de buitengerechtelijke kosten. De afgewezen beslagkosten komen deels - voor zover niet betrekking hebbend op het derdenbeslag - alsnog voor toewijzing in aanmerking. Duidelijkheidshalve zal het verstekvonnis worden vernietigd en zal opnieuw recht worden gedaan.

5 De beslissing

Het Gerecht:

5.1.

vernietigt het door het Gerecht op 5 juni 2017 onder zaaknummer AR 81678/2017 gewezen verstekvonnis;

opnieuw rechtdoend:

5.2.

veroordeelt Geenen Trust om aan Conflux te betalen NAf 531.679,90, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2014 tot de dag der algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt Geenen Trust in de kosten van dit geding aan de zijde van Conflux gerezen, tot aan het verstekvonnis begroot op NAf 6.000,00 aan gemachtigdensalaris, NAf 5.613,45 aan verschotten en NAf 1.568,65 aan beslagkosten, en vervolgens tot aan deze uitspraak begroot op NAf 6000,00 aan gemachtigdensalaris, en compenseert de proceskosten voor het overige aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 24 september 2018 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

AdW