Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:246

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
26-09-2018
Datum publicatie
10-10-2018
Zaaknummer
CUR201802679
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Incasso-kort geding; tegenvordering onvoldoende aannemelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak


GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

NOBLES JEWELLERS N.V.,

gevestigd te Curaçao,

eiseres in conventie,

verweerder in reconventie,

gemachtigde: mr. R.A. Diaz,

tegen

de besloten vennootschap

NOS PAIS BROADCASTING NETWORK B.V.,

gevestigd op Curaçao,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. P.A. van den Hout.

Partijen zullen hierna Nobles en Nos Pais genoemd worden.

1 Verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, binnen gekomen op 17 augustus 2018;

- de mondelinge behandeling van 12 september 2018;

- de pleitnota van mr. Van den Hout.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Tussen partijen heeft een huurovereenkomst bestaan ter zake van bedrijfsruimte. De huurovereenkomst is geëindigd per einde april 2018.

2.2.

Bij brief van 4 juni 2018 heeft Nos Pais onder meer het volgende aan Nobles bericht:

We acknowledge having an outstanding amount on the rent and want to settle this as follows.

[…]

Total outstanding Balance NAf 33.900

In May we had no activities because of the move. That is why we propose to pay the outstanding balance mentioned above in 5 months starting by the end of June 2018.

We would also like to inform you about the fact that we have invested more than 10.000 guilders in the apartment in the back. […] All this is left behind.

3 Het geschil

3.1.

Nobles vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van Nos Pais tot nakoming van haar betalingstoezegging door betaling van NAf 13.560 en een bedrag van NAf 6.780 als zij deze termijn niet op 30 augustus 2018 heeft betaald, vermeerderd met wettelijke rente en onder verbeurte van een dwangsom, kosten rechtens.

3.2.

Nos Pais voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering en in reconventie tot veroordeling van Nobles tot betaling van NAf 57.807,48, vermeerderd met wettelijke rente en met veroordeling van Nobles in de proceskosten.

4 De beoordeling

4.1.

Nobles heeft gesteld dat zij spoedeisend belang heeft bij de onderhavige vordering, omdat haar financiering en daarmee haar relatie tot de financierende bank mede is gebaseerd op de betaling door Nos Pais van de huurpenningen. Door het achterwege blijven van die betaling ondervindt Nobles nadeel in de vorm van hogere renteverplichtingen jegens de bank. Nos Pais heeft hiertegenover betoogd dat Nobles nog andere panden in eigendom heeft, welke panden verhuurd zijn en dus huurinkomsten genereren. Naar het oordeel van het gerecht doet dit betoog niet af aan het gestelde spoedeisend belang. Aannemelijk is immers dat de financieringspositie van Nobles evenzeer mede wordt bepaald door de eventuele inkomsten uit andere huurovereenkomsten. Nobles heeft dus voldoende spoedeisend belang bij de onderhavige vordering.

4.2.

Hoewel de vordering zo is geformuleerd dat deze strekt tot nakoming van een overeenkomst, gaat het in wezen om een geldvordering. Voor de vraag of plaats is voor toewijzing van een geldvordering in kort geding zal de rechter niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar – kort gezegd – het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

4.3.

Naar het oordeel van het gerecht is de vordering van Nobles voldoende hard om in kort geding te kunnen worden toegewezen. Van belang is vooral dat Nos Pais de vordering uitdrukkelijk heeft erkend in haar brief van 4 juni 2018. In diezelfde brief heeft Nos Pais uitdrukkelijk en zonder voorbehoud toegezegd dat zij het totaalbedrag in vijf maandelijkse termijnen (dus NAf 6.780 per maand) zal voldoen. Gelet op deze onvoorwaardelijke erkenning en toezegging heeft Nobles een groter belang bij een spoedige betaling en komt minder gewicht toe aan een eventueel restitutierisico, waarover overigens niets concreets is gesteld.

4.4.

Bij wijze van verweer heeft Nos Pais betoogd dat zij een tegenvordering op Nobles heeft in verband met de door haar gepleegde investeringen in het gehuurde bedrijfspand. Daarmee is volgens Nos Pais een bedrag gemoeid van NAf 57.807,48. In reconventie vordert zij veroordeling van Nobles tot betaling van dit bedrag. Het gerecht verwerpt dit betoog en overweegt daartoe als volgt.

4.5.

In de eerste plaats is van belang dat dit betoog op het eerste gezicht niet valt te rijmen met de inhoud van de brief van 4 juni 2018. In die brief maakt Nos Pais melding van haar investeringen in het gehuurde, maar daarbij spreekt zij van een bedrag van slechts NAf 10.000. Dit is een groot verschil met de thans gestelde omvang van de tegenvordering. Belangrijker nog is dat Nos Pais in die brief niet spreekt van een tegenvordering, maar slechts opmerkt dat zij alle aangebrachte verbeteringen achterlaat. Haar toezegging om de vordering van Nobles te gaan betalen in vijf maandelijkse termijnen is ook niet op enigerlei wijze verbonden aan het bestaan van een tegenvordering.

4.6.

In de tweede plaats heeft Nos Pais haar vordering onvoldoende concreet onderbouwd. Het enkele feit dat zij bepaalde verbeteringen aan het gehuurde heeft aangebracht, maakt nog niet dat daartegenover een verrijking van de verhuurder staat die ongerechtvaardigd zou zijn (vergelijk artikel 7:216 lid 3 jo. 6:212 BW). Nos Pais heeft in dit licht onvoldoende naar voren gebracht om te kunnen concluderen dat aannemelijk is dat zij een tegenvordering heeft en/of dat de vordering van Nobles om die reden onvoldoende hard is om te kunnen toewijzen in dit kort geding.

4.7.

Hieruit volgt ook dat het bestaan van de vordering van Nos Pais onvoldoende aannemelijk is om in kort geding te kunnen toewijzen. Dat betekent dat de vordering in reconventie niet toewijsbaar is. Het bezwaar van Nobles tegen het moment van indiening van die vordering in reconventie (namelijk ter zitting) behoeft dan ook geen bespreking.

4.8.

Nos Pais heeft nog betoogd dat zij juist rekening heeft gehouden met de belangen van Nobles door eerst de achterstallige betalingen aan Aqualectra te voldoen, zodat Nobles in de gelegenheid zou zijn om de aansluiting op haar naam te laten zetten en de bedrijfsruimte desgewenst weer te kunnen verhuren. Dat is de reden dat zij achter is komen te lopen met de voldoening van de maandelijkse termijnen, zo begrijpt het gerecht althans dit betoog van Nos Pais. Voor de beslissing over de toewijsbaarheid van de vordering van Nobles is dit betoog niet relevant. Het betoog doet er immers niet aan af dat Nos Pais zich niet heeft gehouden aan haar uitdrukkelijke toezegging om met ingang van juni 2018 te gaan betalen.

4.9.

De vordering in conventie zal daarom worden toegewezen als volgt. Uit de stellingen van partijen leidt het gerecht af dat Nos Pais ook de termijn over de maand augustus niet heeft voldaan. Zij zal daarom worden veroordeeld tot betaling van (13.560 + 6.780 =) NAf 20.340. De wettelijke rente zal worden toegewezen met ingang van heden, nu van een andere ingangsdatum niet is gebleken. Voor het opleggen van een dwangsom ziet het gerecht geen grond, nu het een veroordeling tot betaling van een dwangsom betreft.

4.10.

Nos Pais zal worden veroordeeld in de proceskosten in conventie, die worden begroot op NAf 750 aan griffierecht en NAf 1.000 aan salaris. Voor een afzonderlijke proceskostenveroordeling in reconventie ziet het gerecht geen aanleiding.

5 De beslissing

Het Gerecht:

Rechtdoende in kort geding:

5.1.

veroordeelt Nos Pais tot betaling aan Nobles van NAf 20.340, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van heden tot aan de dag van voldoening;

5.2.

veroordeelt Nos Pais in de proceskosten van Nobles, begroot op NAf 1.750;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis in kort geding is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 26 september 2018.