Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:24

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
05-02-2018
Datum publicatie
12-03-2018
Zaaknummer
AR 79743/2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wanprestatie levering maatkleding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak


GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

[eiser in conventie],

wonende te Curaçao,

eiser in conventie, gedaagde in reconventie,

gemachtigde: mr. R.A. Gonet,

tegen

Algemeen Pensioenfonds Curaçao,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. A.D. Juliana.

Partijen zullen hierna [eiser in conventie] en APC genoemd worden.

1
1. Het procesverloop

In conventie en in reconventie

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

- het inleidend verzoekschrift met producties van 28 juli 2016;

- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 16 januari 2017;

- de door [eiser in conventie] overgelegde producties van 16 en 19 juni 2017;

- de aantekeningen van de griffier van de zitting van 20 juni 2017.

1.2.

Vonnis is (nader) bepaald op heden.

2 De feiten

In conventie en in reconventie

2.1.

De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

2.2.

Partijen hebben een overeenkomst tot levering van uniformen voor zeventien APC personeelsleden gesloten. Levering van de uniformen diende op 1 augustus 2015 te geschieden.

2.3.

Bij pro forma invoice van 9 juni 2015 heeft [eiser in conventie] per persoon gespecificeerd welke kleding zal worden geleverd tegen welke prijs. Onderaan de invoice is, onder meer, vermeld dat 50% van de totaalprijs, zijnde NAf 20.561,62, voldaan dient te worden bij het plaatsen van de bestelling. Bij de levering van de uniformen, dient de rest te worden betaald. Acht tot tien weken na het opnemen van de maten van de werknemers zullen de uniformen worden geleverd. De uniformen worden “ready to wear” geleverd. Nadat de pro forma invoice is getekend, zal worden begonnen met het opnemen van de maten en het bestellen van de stoffen.

2.4.

Op 16 juni 2015 heeft APC het bedrag van NAf 20.561,62 aan [eiser in conventie] voldaan.

2.5.

De eerste pasronde heeft plaatsgevonden rond eind augustus 2015. Daarna hebben nog vier pasrondes plaatsgevonden.

2.6.

Eind oktober 2015 heeft [eiser in conventie] een additionele betaling van NAf 3.000,= ontvangen.

2.7.

Op 26 november 2015 heeft de levering van de uniformen plaatsgevonden.

2.8.

Op 27 november 2015 heeft APC over de geleverde uniformen geklaagd.

2.9.

Partijen hebben vervolgens afgesproken om eerst de klachten ter zake de uniformen van de personeelsleden [naam 1] en [naam 2] aan te pakken.

2.10.

Op 14 december 2015 heeft een presentatie van de uniformen van [naam 1] en [naam 2] plaatsgevonden.

2.11.

Bij brief van 28 december 2015 heeft APC [eiser in conventie] in gebreke gesteld en zich op het standpunt gesteld dat de uniformen niet geschikt zijn voor gebruik. De uniformen voldoen niet aan hetgeen is overeengekomen. Ze zijn niet conform de ontwerpen. Verder zijn ze niet op maat en ready to wear. Sprake is van verwijtbaar niet nakomen van de zijde van [eiser in conventie]. [eiser in conventie] wordt gesommeerd om de uniformen uiterlijk op 29 januari 2016 op maat en volledig afgewerkt aan APC te leveren.

2.12.

Wegens het uitblijven van een reactie van [eiser in conventie] op de brief van 28 december 2015, heeft APC bij brief van 15 januari 2016 aangekondigd de kledingstukken, met de naam van medewerker en een overzicht van de geconstateerde gebreken, bij [eiser in conventie] te zullen bezorgen.

2.13.

Op e-mail van 20 januari 2016 bericht [eiser in conventie] aan de HR manager dat hij de zaak van de uniformen van APC in handen heeft gegeven aan zijn advocaat.

2.14.

Op 25 januari 2016 heeft de deurwaarder getracht voormelde kledingstukken van APC te bezorgen bij [eiser in conventie]. [eiser in conventie] heeft geweigerd de kledingstukken in ontvangst te nemen.

2.15.

Bij brief van 25 januari 2016 heeft de gemachtigde van [eiser in conventie] betwist dat sprake is van wanprestatie. De vertraging is te wijten aan de wijzigingen die APC heeft aangebracht. Voorts is hem niet de mogelijkheid geboden om na de succesvolle fitting van 14 december 2015, de kleding van de andere personeelsleden aan te passen. Verzocht wordt om aan tafel te gaan zitten om te trachten tot een regeling te komen.

2.16.

Bij brief van 29 maart 2016 heeft de gemachtigde van [eiser in conventie], onder verwijzing naar zijn brief van 25 januari 2016, APC een aanmaning gestuurd om het restantbedrag van NAf 23.599,56 te betalen.

2.17.

Bij brief van 22 april 2016 heeft APC op de brief van 25 januari 2016 van [eiser in conventie] gereageerd. APC betwist dat er wijzigingen zijn aangebracht door APC op de ontwerpen en wijst op de fouten die door [eiser in conventie] en zijn assistenten zijn gemaakt bij het opnemen van de maten. APC stelt dat [eiser in conventie], door te weigeren de kledingstukken in ontvangst te nemen, blijk heeft gegeven niet bereid te zijn, dan wel niet in staat, om deze te herstellen. APC geeft aan graag het schikkingsvoorstel te vernemen van [eiser in conventie].

2.18.

Bij brief van 24 mei 2016 betwist [eiser in conventie] de brief van 22 april 2016. Hij is niet van het ontwerp afgeweken en de kledingstukken zijn conform de opgenomen maten vervaardigd. Een verschil tussen de opgenomen en huidige maat bewijst dat de betrokkene is afgevallen of aangekomen. Daar kan [eiser in conventie] niet verantwoordelijk voor worden gehouden. [eiser in conventie] heeft geweigerd de kleding aan te nemen omdat hij vindt dat de uniformen zijn vervaardigd conform hetgeen partijen zijn overeengekomen. APC heeft zich niet gehouden aan de afspraak dat het personeel na 14 december 2015 contact met hem zou opnemen over het herstel van hun kleding. [eiser in conventie] stelt voor om binnen zeven weken vanaf 1 juli 2016 de noodzakelijke werkzaamheden te verrichten onder voorwaarde van een aanvullende betaling van 50% van het restantbedrag.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

In conventie vordert [eiser in conventie], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, om:

- hem verlof te verlenen om kosteloos te procederen;

- APC te veroordelen om aan hem, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen de somma van NAf 17.561,61, vermeerderd met 15% buitengerechtelijke kosten ad NAf 3.078,07, zulks vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2016, zijnde dat datum waarop gedaagde is aangemaand/in gebreke is gesteld tot de dag der algehele voldoening;

- APC te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2. [

eiser in conventie] stelt dat hij de overeenkomst is nagekomen en dat APC gehouden is het restantbedrag van de overeengekomen prijs te betalen.

3.3.

APC betwist het vorenstaande. Nu [eiser in conventie] de overeenkomst niet is nagekomen, heeft hij ook geen recht op het restant bedrag.

3.4.

Op de stellingen van partijen zal, voor zover aan de orde, bij de beoordeling worden ingegaan.

In reconventie

3.5.

APC vordert in reconventie, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, om:

- [eiser in conventie] te veroordelen tot betaling aan APC van de somma van NAf 23.561,62, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening;

- [eiser in conventie] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.6.

APC stelt dat sprake is van wanprestatie waardoor APC schade heeft geleden tot het door haar aan [eiser in conventie] betaalde bedrag.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie en in reconventie

4.1.

Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen, zal [eiser in conventie] worden toegestaan om kosteloos te procederen.

4.2.

Niet is geschil is dat partijen zijn overeengekomen dat [eiser in conventie] bedrijfskleding zou vervaardigen voor zeventien personeelsleden van APC. De levering van de kleding heeft op 26 november 2015 plaatsgevonden. APC heeft op 27 november 2015 haar beklag heeft gedaan over de kleding. Op 28 december 2015 is [eiser in conventie] gesommeerd om de gebreken aan de kleding uiterlijk 29 januari 2016 te verhelpen.

4.3.

APC stelt zich op het standpunt dat de kleding slecht paste: de kleding was of te groot of te klein of was te strak of zat scheef of sloot niet mooi aan (grote kielen) of had te lange mouwen of te lange broekspijpen. APC heeft voor vijftien medewerkers, per medewerker, de tekortkomingen omschreven en voorts voorzien van foto’s van de betreffende medewerker in de door [eiser in conventie] gemaakte bedrijfskleding.

4.4. [

eiser in conventie] stelt zich op het standpunt dat de kleding is vervaardigd conform hetgeen partijen zijn overeengekomen, meer in het bijzonder conform de overeengekomen ontwerpen en de opgenomen maten. Dat de kleding niet past kan alleen maar veroorzaakt zijn doordat de medewerkers zijn afgevallen of aangekomen, aldus [eiser in conventie]. Dit kan niet aan [eiser in conventie] worden toegerekend.

4.5.

Het Gerecht overweegt in dit kader als volgt. Vast staat dat de maten van de medewerkers zijn opgenomen, stoffen zijn besteld en meerdere pasrondes hebben plaatsgevonden. De overeenkomst kan dan ook niet anders dan gericht zijn geweest op het leveren van op maat gemaakte bedrijfskleding. Weliswaar heeft [eiser in conventie] gesteld dat was afgesproken dat de tops niet op maat zouden worden gemaakt, maar zulks blijkt niet uit de pro forma invoice en is ook anderszins niet gebleken. Gelet op het vorenstaande en nu het voor de hand had gelegen om afwijkende afspraken ook op de invoice vast te leggen, zal deze stelling worden gepasseerd. APC mocht er vanuit gaan dat de geleverde kleding op maat gemaakt zou zijn.

4.6.

Uit de, door [eiser in conventie] niet betwiste, foto’s plus bijbehorende omschrijving van APC blijkt niet dat de kleding van de medewerkers op maat is gemaakt. De kleding is zichtbaar te groot dan wel te klein qua pasvorm en voorts is, onder meer, waar te nemen dat broeken en mouwen te lang zijn, kragen scheef en mouwopeningen ongelijk. [eiser in conventie] meent dat de gebreken zijn terug te voeren op een verschil tussen de opgenomen en de huidige maat. Dit verschil moet volgens hem zijn veroorzaakt door het afvallen of aankomen van gewicht bij de betrokkenen.

4.7.

Het Gerecht volgt [eiser in conventie] niet in deze redenering. Niet gebleken is dat bij de medewerkers van APC sprake is geweest van een gewichtsverandering. Voor zover al sprake zou zijn van een gewichtsverandering, is niet aannemelijk dat zulks, nu alle medewerkers klachten hebben, bij iedereen het geval is geweest. Daarbij geldt dat er medewerkers zijn die zowel kleding hebben die te klein is als te groot. Ook kan het feit dat kledingstukken te lang of te kort zijn, scheef zijn genaaid of ongelijke mouwopeningen hebben, niet worden teruggevoerd op een wijziging van gewicht.

4.8.

Nu de door APC uitgebreid onderbouwde gebreken aan de kleding verder niet worden betwist door [eiser in conventie] en uit deze onderbouwing kan worden geconcludeerd dat bij alle medewerkers sprake is van meerdere kledingstukken die niet goed passen, luidt de slotsom dat [eiser in conventie] de op hem liggende verplichting om op maat gemaakte kleding te leveren voor zeventien APC medewerkers, niet is nagekomen. Voor zover [eiser in conventie] nog heeft bedoelen te stellen dat sommige gebreken zijn te wijten aan de wijziging van de ontwerpen door APC, overweegt het Gerecht dat is betwist door ontwerpen zijn gewijzigd door APC. Van een dergelijk wijziging is ook niet is gebleken. In zoverre zal [eiser in conventie] dan ook niet in deze stelling worden gevolgd. Daarbij geldt dat van [eiser in conventie] mocht verwacht dat ook bij een wijziging van ontwerp, de kleding goed passend zou worden afgeleverd.

4.9.

Niet is gebleken dat de tekortkoming in de nakoming niet aan [eiser in conventie] kan worden toegerekend. Zelfs indien APC op 14 december 2015 heeft toegezegd om contact met [eiser in conventie] op te nemen om personeelsleden langs te sturen, welke afspraak is betwist, valt het stilzitten van [eiser in conventie], gelet op de sommatiebrief van APC van 28 december 2015, niet te verklaren. Uit de brief van 28 december 2015 blijkt voldoende duidelijk dat APC aanspraak maakte op nakoming van de overeenkomst. Dat [eiser in conventie] zulks niet heeft gedaan, valt alleen hem toe te rekenen. Voor toewijzing van de vordering van [eiser in conventie] bestaat derhalve geen plaats.

4.10. [

eiser in conventie] is gehouden om de door APC geleden schade als gevolg van de tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst te vergoeden. APC heeft in dit kader gesteld dat bij het uitblijven van nakoming door [eiser in conventie], andere bedrijfskleding is aangeschaft. Deze kleding verschilt van de kleding die [eiser in conventie] heeft aangeleverd waardoor de kleding van [eiser in conventie] in het geheel niet meer bruikbaar is. De schade van APC is dan ook gelijk aan de door haar aan [eiser in conventie] betaalde bedragen. Nu het vorenstaande niet, althans onvoldoende, is betwist door [eiser in conventie], zal [eiser in conventie] in deze schade worden veroordeeld. Dit betekent dat de vordering van APC in reconventie zal worden toegewezen.

4.11.

Nu de gemachtigde in dienst is van APC, ziet het Gerecht geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.

5 De beslissing

Het Gerecht:

In conventie

- Staat [eiser in conventie] toe om kosteloos te procederen;

- wijst het gevorderde af;

In reconventie

- veroordeelt [eiser in conventie] om APC te betalen het bedrag van NAf 23.561,62 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening;

In conventie en reconventie

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Scholte, rechter in voormeld Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2018.

HH