Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:223

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
15-08-2018
Datum publicatie
16-08-2018
Zaaknummer
810.00014/18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Dubnium (mondkapjeszaak). Veroordeling van oud-minister van Gezondheid, Milieu en Natuur tot een gevangenisstraf van 20 maanden voor het medeplegen van oplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 500.00218/15 (later omgenummerd tot 810.00014/18)

Uitspraak: 15 augustus 2018 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte C],

geboren op [een datum in het jaar] 1973 te Curaçao,
wonende in Curaçao, [adres].

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 3 mei 2018, 5 juli 2018, 6 juli 2018 en 1 augustus 2018. De verdachte is op de eerste drie dagen ter terechtzitting verschenen en bijgestaan door haar raadsman, mr. E.F. Sulvaran, advocaat in Curaçao. Op de vierde dag, die slechts is gebruikt voor de sluiting van het onderzoek, zijn de verdachte en haar raadsman niet verschenen.

De officier van justitie, mr. I.R.V. Out, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht de verdachte van de onder 2 ten laste gelegde verduistering en het onder 3 ten laste gelegde witwassen zal vrijspreken, maar het onder 1 ten laste gelegde medeplegen van oplichting bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 34 maanden met aftrek van voorarrest, en haar daarnaast voor de duur van 5 jaren zal ontzetten uit het recht het ambt van minister te bekleden.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van de gehele tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging – ten laste gelegd dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 9 mei 2014 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Stichting Buro Ziektekostenvoorzieningen (BZV), althans medewerker(s) van Stichting Buro Ziektekostenvoorzieningen (BZV) heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van ANG. 365.853,49, in elk geval van enig goed, en/of tot het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een schuld, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid bij Stichting Buro Ziektekostenvoorzieningen (BZV), althans medewerker(s) van Stichting Buro Ziektekostenvoorzieningen (BZV), een offerte (van ANG. 365.853,49) ingediend voor de aanschaf en/of leveren van een partij mondkapjes, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) niet de intentie had/hadden en/of niet in staat was/waren om die partij mondkapjes te leveren, waardoor Stichting Buro Ziektekostenvoorzieningen (BZV), althans medewerker(s) van Stichting Buro Ziektekostenvoorzieningen (BZV) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

zij op een of meer momenten in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 20 april 2018 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een geldbedrag van ANG. 365.853,49, in elk geval enig(e) geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan Stichting Buro Ziektekostenvoorzieningen (BZV), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), en welk(e) geldbedrag(en), althans welk(e) goed(eren) verdachte en/of haar mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten als ontvanger/houder een of meer geldbedragen onder zich had/hadden, wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;

3.

zij in of omstreeks de periode van 29 maart 2012 tot en met 20 april 2018, althans in of omstreeks de periode van maart 2012 tot en met april 2018 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) van een voorwerp, te weten een of meer geldbedrag(en) ter waarde van (in totaal) ANG. 365.853,49, in elk geval van enig(e) geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat voorwerp was, of wie dat voorwerp voorhanden had, terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en) of begre(e)p(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit (deze) geldbedrag(en) – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf

en/of

een voorwerp, te weten een of meer geldbedrag(en) ter waarde van (in totaal) ANG. 365.853,49, in elk geval van enig(e) geldbedrag(en), heeft/hebben verworven en/of, voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans van dat/die geldbedrag(en) gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en) of begre(e)p(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit (deze) geldbedrag(en) – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van verduistering en witwassen

Het Gerecht is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat het bewijs tekortschiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Voor wat betreft het onder 2 ten laste gelegde medeplegen van verduistering kan daarover geen discussie bestaan. Voor een bewezenverklaring van verduistering is immers vereist dat de verdachte of een van haar medeverdachten het in de tenlastelegging omschreven geldbedrag “anders dan door misdrijf” onder zich had, terwijl uit de stukken blijkt dat het door oplichting is verkregen.

Voor wat betreft het onder 3 ten laste gelegde witwassen wordt het voordeel van de twijfel aan de verdachte gegeven. Enerzijds zal hierna, in weerwil van het betoog dat de verdediging heeft gehouden, worden vastgesteld dat de verdachte betrokken is geweest bij de oplichting, waarbij de gekozen constructie volgens het Gerecht impliceert dat het geldbedrag in ieder geval deels zou worden overgedragen en/of omgezet. Het Gerecht wijst daarvoor op de volgende omstandigheden. Speciaal voor het zogenoemde mondkapjesproject is bij de Kamer van Koophandel een eenmansbedrijf onder de Chinese naam [Chinese naam] ingeschreven en is bij de Girobank een bankrekening geopend. Het geldbedrag is op die bankrekening gestort, wetende dat slechts een fractie daarvan nodig zou zijn voor de aanschaf van de mondkapjes. Uit de stukken kan worden afgeleid dat het restant zou worden verdeeld.

Anderzijds kan niet worden vastgesteld dat de verdachte beschikkingsmacht over het geld heeft gehad nadat het is geïncasseerd, laat staan dat zij bij de verdeling ervan betrokken is geweest. Daar komt bij dat haar opzet in geen geval zal zijn gericht op de wijze waarop het is verdeeld, nu haar echtgenoot een groot deel van het geld heeft overgemaakt naar zijn toenmalige by-side. Voor het Gerecht heeft uiteindelijk de doorslag gegeven dat de verdachte bij de geldstromen niet in beeld is gekomen. Daarom kan naar het oordeel van het Gerecht niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een van de ten laste gelegde schuld- of opzetvarianten van witwassen.

Bewezenverklaring

Op grond van de hierna vermelde redengevende feiten en omstandigheden, de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het Gerecht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 1 september 2012 9 mei 2014 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

Stichting Buro Ziektekostenvoorzieningen (BZV), althans medewerker(s) van BZV, heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van NAf 365.853,49, in elk geval van enig goed, en/of tot het aangaan van een schuld en/of het tenietdoen van een schuld, hebbende zij, verdachte, en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk

– zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid bij BZV, althans medewerker(s) van BZV, een offerte (van omgerekend NAf 365.853,49) ingediend voor de aanschaf en/of levering van een partij mondkapjes, waardoor BZV, althans medewerker(s) van BZV, werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) niet de intentie had/hadden en/of niet in staat was/waren om die partij mondkapjes te leveren.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen 1

Op grond van de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, waarnaar in de voetnoten bij dit vonnis wordt verwezen, stelt het Gerecht de volgende feiten en omstandigheden vast.

In deze bewijsmiddelen zijn de verdachte en zijn medeverdachten steeds bij hun voor- en/of achternaam worden genoemd. De toevoeging van “verdachte” of “medeverdachte” is om praktische redenen weggelaten. Verder is de inhoud van de bewijsmiddelen omwille van de leesbaarheid zakelijk weergegeven, met dien verstande dat zo dicht mogelijk bij de letterlijke tekst ervan is aangesloten.

 • Aangifte van oplichting rondom het mondkapjesproject

1. Op 24 februari 2014 heeft [nieuwe voorzitter BZV], als nieuw aangetreden voorzitter van de Stichting Buro Ziektekostenvoorzieningen (hierna: BZV), een brief verzonden aan het Parket van de Officier van Justitie, waarin te kennen werd gegeven dat BZV aangifte wenste te doen van oplichting. Deze brief houdt onder meer het volgende in:

“Het voormalige bestuur van BZV heeft op 28 maart 2012 een cheque uitgeschreven op naam van [Chinese naam, iets anders gespeld] voor de somma van NAf 365.853,49.

[Chinese (bedrijfs)naam] betreft een eenmanszaak waarvan [A] eigenaar is. Wat direct opvalt, is dat de naam op de cheque, die van eenmanszaak (Chinese naam, iets anders gespeld] (schrijfwijze volgens cheque en factuur), afwijkt van de naam van de bij de Kamer van Koophandel ingeschreven onderneming. Voorts is de cheque de volgende dag al, te weten op 29 maart 2012, verzilverd. De cheque was blijkbaar bedoeld voor de aankoop van 40.000 maskers. De maskers werden niet geleverd.” 2

In de bijlage bij deze brief wordt voorts onder meer het volgende opgemerkt:

“- De opdracht tot levering is gegeven in het zicht van de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten c.q. opheffing van BZV.

- De te leveren maskers werden aangeschaft in het kader van het project Preventie van BZV.

- Strijdig met hetgeen gebruikelijk is, werd slechts één offerte aangevraagd.

- Het gehele aankoopbedrag van NAf 365.853,49 werd ineens betaald bij ontvangst van de factuur op 28 maart 2012.

- De cheque is gedateerd 28 maart 2012. Op de factuur staat de aantekening “akkoord uitgegeven in betaling” met paraaf [initiaal] ([toenmalig secretaris BZV]) en een tweede paraaf met vermelding [toenmalig voorzitter BZV]; datum 29 maart 2012.

- Er is geen formeel, genotuleerd, bestuursbesluit beschikbaar ten aanzien van deze aanzienlijke uitgave.

- De cheque is op 29 maart 2012 gestort bij de Girobank op rekeningnummer [bankrekening eenmansbedrijf met Chinese naam van A].

- Er is geen overeenkomst opgemaakt met daarin bijvoorbeeld leverings- en betalingsvoorwaarden. Het is dan ook niet duidelijk waarom de ongebruikelijke betaling ineens direct bij ontvangst van de factuur werd gedaan. Immers, gebruikelijk is dat circa de helft bij de bestelling en het restantbedrag na goedkeuring van de geleverde goederen wordt betaald.

- Blijkens aantekening op de factuur werd deze op 30 maart 2012 doorgeleid naar de Manager Finance,[toenmalig financial manager BZV] met paraaf [initiaal toenmalig secretaris BZV] en de aantekening v.h.n. (het Gerecht: voor het nodige).

- De cheque is getekend door de secretaris van het bestuur, tevens gedelegeerd bestuurder, de heer toenmalig secretaris BZV] en door [toenmalig financial manager BZV].

- Vervolgens werd de cheque overhandigd aan [D]. Zij was in die tijd beleidsmedewerker van [C].” 3

Verklaringen voormalige bestuursleden BZV

2. [Toenmalig secretaris BZV], die in 2012 gedelegeerd bestuurslid en secretaris van het bestuur van BZV was, heeft onder meer het volgende verklaard:

“[Toenmalig voorzitter BZV] had het contact met de overige bestuursleden en had overleg met minister [C]. Minister [C] kon met de pot van anderhalf miljoen gulden voor het project preventie zaken opdragen, want die pot kwam van haar ministerie. Zij kon daartoe direct de directie aansturen.

Het initiatief tot de mondkapjes had betrekking op het feit dat er bezorgdheid was over de gezondheidstoestand binnen de Chinese restaurants.

Door de minister is toen het besluit genomen (het Gerecht begrijpt gelet op de hierna weergegeven verklaring dat de getuige dit van [toenmalig voorzitter BZV] heeft begrepen) om in dat kader mondmaskers te bestellen. Het viel onder het preventieprogramma.” 4

“[Toenmalig voorzitter BZV] is (het Gerecht: binnen BZV) met het project gekomen. Hij zei mij dat er constant pressie was van de pers over het onhygienische gedoe van de Chinezen op het eiland. Daarvoor waren de mondkapjes bestemd. Ik ben afgegaan op wat [toenmalig voorzitter BZV] mij heeft verteld.” 5

3. [Toenmalig voorzitter BZV], indertijd voorzitter van het bestuur van BZV, heeft het volgende verklaard:

Om en nabij het eerste kwartaal van 2012 werden bepaalde preventietaken door minister [C] aan BZV toebedeeld. Besluiten konden ad hoc worden genomen aan de hand van de op dat moment spelende factoren.

Ten tijde van de besluitvorming over de mondkapjes speelde er een groot hygiënisch probleem in de Chinese restaurants. Dit idee is ontstaan bij het bureau waarvan minister [C] de leiding had. Het invoeren van mondkapjes zou een toegevoegde waarde hebben voor de hygiëne. Om deze redenen is toen geaccordeerd om de mondkapjes te bestellen.

Het bureau van de minister heeft het voorstel tot het aanschaffen van de mondkapjes gepresenteerd en de voorzitter, ik dus, heeft het geaccordeerd. Er heeft geen aanbesteding plaatsgevonden. Ik heb begrepen dat het bureau van de minister [C] de offerte had uitgewerkt.
[D] maakte deel uit van het preventieteam.
[C] was toen minister van GMN en tevens aanstuurster van het project preventie.” 6

4. [Toenmalig bestuurslid BZV], destijds ook bestuurslid van BZV, heeft het volgende verklaard:

“Mevrouw [C] ken ik als zijnde minister van GMN gedurende mijn periode als bestuurslid van BZV.
Wat ik mij kan herinneren, is dat BZV altijd een “potje” had dat te maken had met preventie, zoals gezondheidsvoorlichting en de tandartsbussen. Wij hoorden dat de minister van Volksgezondheid het besluit had genomen dat de preventietaken die bij de GGD waren ondergebracht, werden overgedragen aan BZV.
Met betrekking tot de mondkapjes heb ik gehoord van de heer [toenmalig secretaris BZV] dat de minister de mondkapjes heeft besteld. Er is nooit binnen een bestuursvergadering gesproken en besloten over de aanschaf van de mondkapjes. 7

5. [Toenmalig financial manager BZV], destijds financial manager van BZV, heeft het volgende verklaard:

“Alle uitgaven die door of namens BZV werden gedaan, vielen onder mijn verantwoordelijkheid. Er diende bij bestedingen boven de vijfduizend gulden bij diverse bedrijven offertes te worden opgevraagd voor de te leveren producten of diensten. De keuze wordt vervolgens door de projectleider schriftelijk gemotiveerd ter goedkeuring aan het bestuur van BZV.
[C] ken ik als minister van Gezondheid, Milieu en Natuur in het kabinet Schotte. Zij was de minister waaronder wij, BZV, toen vielen. Zij bepaalde het beleid. Zij had daartoe steeds te maken met het bestuur van BZV.

Het bestuur neemt de besluiten en daar wordt door de directie uitvoering aan gegeven. Voor wat betreft het project preventie verliep dit toen geheel anders. Minister [C] had binnen dit project heel veel inspraak en invloed.

Minister [C] kwam op enig moment zelf met de leverancier van de door u bedoelde mondkapjes (het Gerecht begrijpt gelet op haar nadere verklaring, dat zij dit heeft gehoord van [toenmalig secretaris BZV] 8 ). Ik weet dat ik in maart 2012 een cheque heb getekend voor [Chinese naam, anders gespeld] of iets dergelijks. Het was in elk geval een Chinees klinkende naam.

Ik heb toen deze cheque getekend nadat de factuur was voorzien van twee handtekeningen van het bestuur. Deze cheque was bestemd voor de betaling van de bestelde mondkapjes.” 9

De factuur, de offerte en het eenmansbedrijf [Chinese naam]

6. De factuur waarover wordt gesproken, is gedateerd van 8 maart 2012. De factuur houdt onder meer het volgende in:

“[Chinese naam, iets anders gespeld]

Acct. # Giro: 1102981

Date: March 8th, 2012

Invoice #: 34- G- 3812

Item #: 2112

Bill to

Company: BZV

Address: [adres 1]

Description 40.000 pcs Hygiene transparent health masks

Amount Usd. $ 186.000,--

Sub Total Usd. $ 186.000,--

Sea Freight 3.640,--

OB 11.378,40

----------------------

Total Usd. $ 201.018,40”

Verder is op de factuur – naast de al genoemde opmerkingen en parafen – de wisselkoers (1,82) en het totaalbedrag in guldens (365.853,49) handgeschreven toegevoegd.

De factuur vermeldt geen leveringsvoorwaarden.10

7. In het dossier bevindt zich voorts een offerte, die ook op 8 maart 2012 is opgemaakt. Die offerte houdt het volgende in:

[Chinese naam, iets anders gespeld]

Acct. # Giro: 1102981

Willemstad, Curaçao

March 8th, 2012

To: [toenmalig voorzitter BZV]

[adres 1]

BZV

Quotation for Hygiene transparent health masks

Product 2112

Description Hygiene mask

Quantity 40.000

Price per unit Usd $ 4,65

Total amount Usd $ 186.000,--

Sub Total Usd. $ 186.000,--

Sea Freight 3.640,--

OB 11.378,40

----------------------

Total Usd. $ 201.018,40”.

De offerte vermeldt geen leveringsvoorwaarden.11

8. Uit een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid van Curaçao blijkt dat [A] een eenmansbedrijf met de naam [Chinese naam] heeft ingeschreven. Als doelstelling is “General contractor” vermeld.12 De inschrijving was feitelijk een naamswijziging van het eenmansbedrijf [naam aannemersbedrijf]. Op 14 maart 2012 heeft [A] de naam van dit eenmansbedrijf veranderd in [Chinese naam].13

9. [A] heeft op 28 maart 2012 - op de dag dat de cheque is uitgeschreven – voor [Chinese naam] een bankrekening bij de Girobank geopend: bankrekeningnummer [bankrekening eenmansbedrijf met Chinese naam van A].14 Het bankrekeningnummer dat op de factuur en de offerte zijn genoemd, betreft een persoonlijke rekening van [A].15

10. [A] heeft in de zomer van 2017 het volgende verklaard:

 • De cheque

11. De op 28 maart 2012 voor het mondkapjesproject uitgeschreven cheque is door BZV aan [D], destijds beleidsmedewerkster van de minister, overhandigd.

12. [D] heeft bevestigd dat zij de cheque in ontvangst heeft genomen. Zij heeft tegenover de politie onder meer het volgende verklaard:

13. [A] heeft de cheque op dezelfde dag ontvangen, zo blijkt uit zijn hierna weergegeven verklaring:

“Op 28 maart 2012 heb ik een BZV cheque ter waarde van NAf 365.853,49 gekregen.” 19

 • De eerste geldstromen

14. Op 29 maart 2012 is de cheque van BZV geïncasseerd en op de bankrekening van [Chinese naam] gestort. Vanaf die bankrekeningen zijn op 3 en 4 april 2012 vervolgens aanzienlijke bedragen overgeboekt/opgenomen. Het bankafschrift vermeldt hierover het volgende:

Datum

Omschrijving

Debit

Credit

29 maart 2012

Deposit slip [nummer]

NAf 365.853,49

3 april 2012

Transfer to [ex-partner B],

account [nummer]

NAf 5.000,--

3 april 2012

Transfer to [bedrijf B], account [nummer]

NAf 97.200,--

3 april 2012

Transfer to [vriendin B], account 346780

NAf 152.800,--

3 april 2012

Withdrawal

ID [nummer] [A]

NAf 85.000,--

3 april 2012

Withdrawal

ID [nummer] [A]

NAf 7.500,--

4 april 2012

Withdrawal

ID [nummer] [A]

NAf 12.500,--20

15. [A] heeft hierover onder meer het volgende verklaard:

“Op 28 maart 2012 heb ik de cheque ontvangen. Ik moest met de cheque naar de bank om het op de rekening van het bedrijf [Chinese naam] te storten. [B] (het Gerecht: [B]) had op een klad papier geschreven wat er met het geld moest gebeuren. Dus bijvoorbeeld dat ik daarna een geldbedrag naar de rekening van [bedrijf B] moest overmaken. Hij bepaalde wat er met het geld moest gebeuren. [B] had mij ook gevraagd het geld naar [ex-partner B] en naar [vriendin B] over te maken.” 21

16. [Ex-partner B] is een ex-partner van [B], met wie zij een dochter heeft. [Ex-partner B] is gehoord naar aanleiding van de overboeking naar haar bankrekening. Haar verklaring houdt onder meer het volgende in:

17. [bedrijf B], voluit [bedrijf B], is een onderneming van [B]. Hij is daarvan de directeur en enig aandeelhouder.25

18. Het banksaldo van de bankrekening van [bedrijf B] bedroeg NAf 75,26 vóór de overboeking van [Chinese naam] op 3 april 2012. De eerste mutatie die daarop volgt, dateert van 10 april 2012; op die dag is door [B] (dat is te zien aan de vermelding van zijn ID-nummer) een bedrag van NAf 77.300,-- contant opgenomen. In de periode van 7 mei 2012 tot 3 augustus 2012 wordt het resterende bedrag opgemaakt via contante opnames en betalingen bij verschillende bedrijven.26

19. [Vriendin B] is een vriendin van [B].27 Van het bedrag van NAf 152.800,-- dat op haar bankrekening is gestort, is in de periode van 4 april 2012 tot en met 4 juli 2012 in totaal NAf 58.095,-- contant opgenomen. Dat blijkt uit een bankafschrift, dat onder meer het volgende inhoudt:

Datum

Omschrijving

Debit

Credit

3 april 2012

Transfer from [Chinese naam]

Account [nummer]

NAf 152.800,--

4 april 2012

[ID-nummer]

NAf 15.000,--

16 april 2012

[ID-nummer]

NAf 4.325,--

26 april 2012

[ID-nummer]

NAf 10.000,--

2 mei 2012

[ID-nummer]

NAf 4.000,--

4 mei 2012

[ID-nummer]

NAf 6.000,--

4 mei 2012

[ID-nummer]

NAf 10.000,--

23 mei 2012

[ID-nummer]

NAf 1.400,--

31 mei 2012

[ID-nummer]

NAf 3.000,--

8 juni 2012

[ID-nummer]

NAf 1.820,--

26 juni 2012

[ID-nummer]

NAf 1.850,-

4 juli 2012

[ID-nummer]

NAf 700,--28

20. [Vriendin B] heeft hierover het volgende verklaard:

“[B] heeft mij verteld dat hij een som geld van [A] zou ontvangen. [B] heeft mij toen gevraagd of ik een bankrekening bij de Girobank had, zodat [A] het bedrag kon storten.” 29

“De som geld werd in 2012 gestort. Ik heb [B] hierna de bankpas van mijn rekening gegeven, zodat hij het geld zelf kon opnemen wanneer hij het nodig had. Het is ook voorgekomen dat ik naar de bank ging om geld voor [B] op te nemen. Ik herken het rekeningoverzicht van mijn bankrekening die ik in 2012 bij de Girobank heb geopend.

Het nummer dat bij de opnames staat, is mijn identiteitsnummer. Deze opnames heb ik allemaal in opdracht van [B] gedaan. Het geld heb ik aan [B] overgedragen.” 30

• De onderhandelingen in China

21. Vanaf de bankrekening van [vriendin B] hebben vervolgens op 11 april 2012 twee betalingen plaatsgevonden aan Dutch Antilles Express (het Gerecht: een particuliere luchtvaartmaatschappij in Curaçao, die in 2013 failliet is verklaard). Dit staat als volgt vermeld op het bankafschrift:

Datum

Omschrijving

Debit

11 april 2012

Girobank purchase [nummer]

Ducht Ant Express Curacao

NAf 1.000,--

11 april 2012

Girobank purchase [nummer]

Ducht Ant Express Curacao

NAf 995,-- 31

22. [B] is op 11 april 2012 vertrokken uit Curaçao en op 30 april 2012 teruggekeerd.32

23. Op 25 en 27 april 2012 is in China (Guangzhou en Beijing) contant geld opgenomen van de bankrekening van [vriendin B]. Het bankafschrift vermeldt dat als volgt:

Datum

Omschrijving

Debit

25 april 2012

Cirrus withdraw [nummer]

1234 Guangzh

NAf 877,93

27 april 2012

Cirrus withdraw [nummer]

BeiJingShiShunYiQuJi00

0000000

NAf 733,6233

24. In de tussentijd is op 23 april 2012 een bedrag van NAf 13.229,10 teruggeboekt naar de rekening van [Chinese naam] onder vermelding van “Transfer to China [Chinese naam]”.34

25. Op 4 mei 2012 heeft het bedrijf [Chinese fabrikant] twee vrijwel gelijkluidende facturen opgemaakt: één voor “[Chinese naam]” en één voor “[bedrijf B]” De facturen houden beide het volgende in:

“Invoice No.: [nummer]

Date: 4th May 2012

Item 1

Description Mask

FOB Airport (RMB) 3,80 (het Gerecht: FOB staat voor Free on Board)

Quantity 40.100

Amount 152.380,-- RMB (het Gerecht: Chinese Renminbi)

Remark: This is the RMB price, the exchange rate of USD according the date when pay.

Terms of payment: T/T (het Gerecht: “Telegraphic transfer”, een bankoverschrijving)

30% as deposit, remaining 70% before delivery.

So advanced 7.260 USD as discussed

Delivery term: In 30 days after receipt of 30%T/T deposit” 35

26. Vanaf de rekening van [Chinese naam] is vervolgens op 16 mei 2012 een bedrag van NAf 13.213,20 overgemaakt naar de rekening van het bedrijf [Chinese fabrikant] (omschrijving op bankafschrift: “Transfer: 2012/05/16:[nummer] in favour of [Chinese fabrikant] USD 7.260,-- at 1,82000”).36

27. [A] heeft daarover het volgende verklaard:

“Op 23 april 2012 heb ik [vriendin B] bij Girobank in Zuikertuintje ontmoet. Hierbij heeft [vriendin B] een bedrag van NAf 13.229,10 overgeboekt naar de rekening van [Chinese naam]. Ik heb op mijn beurt een bedrag overgemaakt naar de rekening van het bedrijf [Chinese fabrikant] in China, die de mondkapjes zou moeten gaan leveren. Op dat moment bevond [B] zich in China en was hij bezig met de onderhandelingen voor de mondkapjes.” 37

“Ik werd door [B] vanuit China opgebeld. [B] heeft mij verzocht om [vriendin B] te gaan ontmoeten bij Girobank in Zuikertuintje om de gerelateerde transacties te verrichten. Ik moest die transactie in opdracht van [B] verrichten.” 38

28. [Vriendin B] heeft het volgende verklaard:

“Op 23 april 2012 heb ik [A] voor het eerst gezien. Ik was door [B] van te voren ingelicht wie ik bij de bank moest ontmoeten. Wat ik me kan herinneren, is dat [A] mij de gegevens van de bankrekening gaf waarop het geld gestort moest worden en dat ik dit vervolgens heb gedaan.” 39

• De daaropvolgende overboekingen

29. Vanaf de bankrekening van [vriendin B] zijn verder nog de volgende overboekingen gedaan:

Datum

Omschrijving

Debit

21 mei 2012

Stg Derdengelden [naam] Erven [B]

NAf 70.000,--

25 juni 2012

Transfer: 2012/06/25:[nummer] in favour of [naam] EUR 3.450,00 at 2,26900

NAf 7.828,0540

30. Vriendin B] heeft verklaard deze overboekingen in opdracht van [B] te hebben gedaan.41

 • Het uitblijven van de betaling van het openstaande bedrag

31. Nadat [B] in China had onderhandeld en [A] in zijn opdracht een aanbetaling had gedaan, is [A] door [B] in contact gebracht met [contactpersoon Chinese fabrikant], de contactpersoon van [Chinese fabrikant] Dat blijkt uit de hierna weergegeven verklaring van [A]:

[B] heeft met broker [contactpersoon Chinese fabrikant] onderhandeld toen hij in China was. Toen hij van China terugkwam, heeft [B] mij in contact gebracht met [contactpersoon Chinese fabrikant].” 42

32. Op 22 juni 2012 heeft [contactpersoon Chinese fabrikant] per e-mail aan [A] gevraagd, met [B] in de cc, om het openstaande bedrag te betalen. Dit e-mailbericht houdt het volgende in:

“Fri, Jun 22, 2012 at 1:27 AM

33. [A] en [contactpersoon Chinese fabrikant] hebben in die periode ook gecorrespondeerd over de verpakking. [A] heeft daarover het volgende verklaard:

“[Contactpersoon Chinese fabrikant] had een bericht gestuurd op het e-mailadres van [B] om te vragen hoe de verpakking eruit moest zien. [Contactpersoon Chinese fabrikant] had een paar voorbeelden opgestuurd waaruit wij konden kiezen. Omdat ik geen antwoord van [C] en [B] kreeg, kon ik [contactpersoon Chinese fabrikant] geen antwoord geven.

34. Vervolgens heeft [C] op 8 augustus 2012 aan [A] gevraagd te regelen dat minder mondkapjes voor het al aanbetaalde bedrag zouden worden verzonden. Dat kan worden afgeleid uit het volgende e-mailbericht:

“Wed, Aug 8, 2012 at 12:32 PM

35. [A] heeft nog diezelfde dag het verzoek aan [contactpersoon Chinese fabrikant] gedaan, zo bljikt uit het hierna weergegeven e-mailbericht:

“Wed, Aug 8, 2012 at 10:22 PM

36. [A] heeft daarop direct aan [C] laten weten dat het verzoek is uitgezet. Zijn e-mailbericht aan haar houdt het volgende in:

“Wed, Aug 8, 2012 at 10:23 PM

37. [Contactpersoon Chinese fabrikant] heeft vervolgens op 10 augustus 2012 laten weten dat dit niet meer mogelijk is. Zijn reactie luidt als volgt:

“Fri, Aug 10, 2012 at 1:37 AM

38. [A] heeft over de daaropvolgende periode het volgende verklaard:

“Tussen augustus 2012 en december 2012 heb ik verschillende pogingen gedaan door naar hen, dus [C] en [B], toe te gaan of telefonisch om de rest van het geld te krijgen, zodat de bestelling zo spoedig mogelijk geleverd kan worden. Al deze pogingen waren tevergeefs.” 50

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die zijn opgenomen in het einddossier, dat het Recherche Samenwerkingsteam (projectteam Duradero) naar aanleiding van het politieonderzoek Dubnium heeft opgemaakt. Dit einddossier bestaat uit een algemeen proces-verbaal (aangeduid als “map 1”, doorgenummerd van pagina 10000 tot en met 10050), de persoonsdossiers (aangeduid als “map 2”, doorgenummerd van pagina 20000 tot en met 20208), een dossier met de ambtshandelingen (aangeduid als “map 3”, doorgenummerd van pagina 30000 tot en met 31235) , het getuigendossier (aangeduid als “map 4”, doorgenummerd van 40000 tot en met 40122), een dossier met documenten (aangeduid als “map 5”, doorgenummerd van 50.000 tot en met 51294) en een methodiekendossier (aangeduid als “map 6”, doorgenummerd van pagina 60000 tot en met 60331).

2 Geschrift, te weten een brief, d.d. 24 februari 2014, pagina 30000.

3 Geschrift, te weten addendum bij brief, d.d. 24 februari 2014, pagina 30002.

4 Proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 2 april 2015, pagina 40032.

5 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend proces-verbaal, namelijk een proces-verbaal getuigenverhoor d.d. 19 oktober 2016, dat door rechter-commissaris mr. J.J.J. Schols is opgemaakt.

6 Proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 2 april 2015, pagina 40024.

7 Proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 12 maart 2015, pagina 40009.

8 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend proces-verbaal, namelijk een proces-verbaal getuigenverhoor d.d. 31 mei 2018, dat door rechter-commissaris mr. J.J.J. Schols is opgemaakt.

9 Proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 13 april 2015, pagina 40045 tot en met 40047.

10 Geschrift, te weten een factuur, d.d. 8 maart 2012, pagina 50009.

11 Geschrift, te weten een offerte, d.d. 8 maart 2012, pagina 50036.

12 Geschrift, te weten een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid van Curaçao, d.d. 10 januari 2013, pagina 30007.

13 Geschrift, te weten een ingevuld wijzigingsformulier, d.d. 14 maart 2012, pagina 50238 en 50239.

14 Geschrift, te weten een ingevuld aanvraagformulier, d.d. 28 maart 2012, pagina 50323.

15 Geschrift, te weten een bankoverzicht, pagina 50256.

16 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend proces-verbaal, namelijk het proces-verbaal d.d. 8 juni 2017 van het Korps Politie Curaçao met proces-verbaalnummer 201706080900 en onderwerp “Proces-verbaal verhoor [A]”, pagina 7 en 8.

17 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam getuige] d.d. 16 april 2015, gemarkeerd als G-15-01, pagina 40087.

18 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend proces-verbaal, te weten een proces-verbaal van verhoor verdachte [D], d.d. 30 september 2015, gevoegd bij de 1e aanvulling algemeen proces-verbaal Dubnium, pagina 60345 tot en met 60347, 60349 en 60450.

19 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend proces-verbaal, namelijk het proces-verbaal d.d. 8 juni 2017 van het Korps Politie Curaçao met proces-verbaalnummer 201706080900 en onderwerp “Proces-verbaal verhoor [A]”, pagina 7 en 8.

20 Geschrift, te weten een bankafschrift, d.d. 15 september 2014, pagina 50330; geschrift, te weten bewijs van incasseren cheque en daaropvolgende storting, pagina 50537.

21 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend proces-verbaal, namelijk het proces-verbaal d.d. 12 juni 2017 van het Korps Politie Curaçao met proces-verbaalnummer 201706121415 en onderwerp “Proces-verbaal verhoor [A]”, pagina 2 en 3.

22 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend proces-verbaal, namelijk het proces-verbaal d.d. 8 juni 2017 van het Korps Politie Curaçao met proces-verbaalnummer 201706080900 en onderwerp “Proces-verbaal verhoor [A]”, pagina 2.

23 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend proces-verbaal, namelijk het proces-verbaal d.d. 12 juni 2017 van het Korps Politie Curaçao met proces-verbaalnummer 201706121415 en onderwerp “Proces-verbaal verhoor [A]”, pagina 3.

24 Proces-verbaal getuigenverhoor d.d. 2 juni 2015, pagina 40113 en 40115.

25 Geschrift, te weten een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid van Curaçao, d.d. 11 september 2014, pagina 50214.

26 Geschrift, te weten een bankafschrift, d.d. 8 oktober 2014, pagina 50434 tot en met 50436.

27 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 mei 2015, pagina 20079.

28 Geschrift, te weten een bankafschrift, d.d. 7 oktober 2014, pagina 50457 en 50458.

29 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 mei 2015, pagina 20189.

30 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 mei 2015, pagina 20192 tot en met 20194.

31 Geschrift, te weten een bankafschrift, d.d. 7 oktober 2014, pagina 50457.

32 Geschrift, te weten beschikbare vluchtgegevens, pagina 50046 en 50047.

33 Geschrift, te weten een bankafschrift, d.d. 7 oktober 2014, pagina 50457.

34 Geschrift, te weten een bankafschrift, d.d. 7 oktober 2014, pagina 50457.

35 Geschriften, te weten facturen, d.d. 4 mei 2012, pagina 50533 en 50535.

36 Geschrift, te weten een bankafschrift, d.d. 15 september 2014, gemarkeerd als D-065, pagina 50332.

37 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend proces-verbaal, namelijk het proces-verbaal d.d. 8 juni 2017 van het Korps Politie Curaçao met proces-verbaalnummer 201706080900 en onderwerp “Proces-verbaal verhoor [A]”, pagina 2.

38 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend proces-verbaal, namelijk het proces-verbaal d.d. 12 juni 2017 van het Korps Politie Curaçao met proces-verbaalnummer 201706121415 en onderwerp “Proces-verbaal verhoor [A]”, pagina 4.

39 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 mei 2015, pagina 20195.

40 Geschrift, te weten een bankafschrift, d.d. 7 oktober 2014, pagina 50457.

41 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 mei 2015, pagina 20195; proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 6 mei 2015, pagina 20205.

42 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend proces-verbaal, namelijk het proces-verbaal d.d. 12 juni 2017 van het Korps Politie Curaçao met proces-verbaalnummer 201706121415 en onderwerp “Proces-verbaal verhoor [A]”, pagina 5.

43 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend geschrift, namelijk een e-mailbericht d.d. 22 juni 2012, dat is gevoegd bij het proces-verbaal d.d. 12 juni 2017 van het Korps Politie Curaçao met proces-verbaalnummer 201706121415 en onderwerp “Proces-verbaal verhoor [A]”.

44 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend proces-verbaal, namelijk het proces-verbaal d.d. 12 juni 2017 van het Korps Politie Curaçao met proces-verbaalnummer 201706121415 en onderwerp “Proces-verbaal verhoor [A]”, pagina 5.

45 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend geschrift, namelijk een e-mailbericht d.d. 8 augustus 2012, dat is gevoegd bij het proces-verbaal d.d. 12 juni 2017 van het Korps Politie Curaçao met proces-verbaalnummer 201706121415 en onderwerp “Proces-verbaal verhoor [A]”.

46 Proces-verbaal van de op 3 juli en 1 augustus 2018 gehouden terechtzitting, houdende een mededeling van de tolk.

47 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend geschrift, namelijk een e-mailbericht d.d. 8 augustus 2012, dat is gevoegd bij het proces-verbaal d.d. 12 juni 2017 van het Korps Politie Curaçao met proces-verbaalnummer 201706121415 en onderwerp “Proces-verbaal verhoor [A]”.

48 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend geschrift, namelijk een e-mailbericht d.d. 8 augustus 2012, dat is gevoegd bij het proces-verbaal d.d. 12 juni 2017 van het Korps Politie Curaçao met proces-verbaalnummer 201706121415 en onderwerp “Proces-verbaal verhoor [A]”.

49 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend geschrift, namelijk een e-mailbericht d.d. 8 augustus 2012, dat is gevoegd bij het proces-verbaal d.d. 12 juni 2017 van het Korps Politie Curaçao met proces-verbaalnummer 201706121415 en onderwerp “Proces-verbaal verhoor [A]”.

50 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend proces-verbaal, namelijk het proces-verbaal d.d. 8 juni 2017 van het Korps Politie Curaçao met proces-verbaalnummer 201706080900 en onderwerp “Proces-verbaal verhoor [A]”, pagina 4.

51 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 12 augustus 2014, pagina 40001.

52 Proces-verbaal van nader verhoor aangever d.d. 12 augustus 2014, pagina 30040.

53 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 13 augustus 2014, pagina 40004.

54 Een niet van voormeld einddossier deel uitmakend geschrift, te weten een brief van BZV met bijlage, d.d. 26 juli 2012, gevoegd bij de 2de aanvulling algemeen proces-verbaal Dubnium, gemarkeerd als bijlage D-261.

55 Proces-verbaal van verhoor getuige [zus van Scoop] d.d. 30 maart 2015, pagina 40041.