Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:21

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
26-02-2018
Datum publicatie
07-03-2018
Zaaknummer
CUR201702548 (voorheen AR 84116/2017)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

omvang faillissement, letselschadevordering, verifieerbare vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0209
INS-Updates.nl 2018-0080
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

[EISER],

wonende in Curaçao,

eiser,

gemachtigde: mr. R.A.P.H. Pols,

tegen

de stichting

STICHTING SINT ELISABETH HOSPITAAL,

gevestigd in Curaçao,

verweerster,

gemachtigde: mr. J.E. Lovert,

[VERWEERDER],

wonende in Curaçao,

verweerder,

gemachtigde: mr. M.A. Kock,

[curator] ,

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van KLINIEK DR J TAAMS B.V.,

kantoorhoudende in Curaçao,

verweerder,

niet verschenen.

Partijen zullen [eiser], Sehos, [verweerder] en de curator genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

- het verzoekschrift van 30 oktober 2017, met producties;

- de akte zijdens [eiser], houdende verzoek tot wederoproeping van de curator;

- de antwoordakte van Sehos;

- de antwoordakte van [verweerder].

1.2.

Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1.

De onderhavige kwestie betreft een letselschadezaak. [eiser] stelt zich op het standpunt dat [verweerder] als chirurg een medische fout heeft begaan, waarvoor ook Sehos en Kliniek Dr J Taams B.V. (hierna: Taams) aansprakelijk zijn. De vordering strekt, samengevat, tot verkrijging van een verklaring voor recht dat gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die [eiser] als gevolg van de fout heeft geleden en nog zal lijden, en voorts tot hoofdelijke veroordeling van alle gedaagden tot betaling aan [eiser] van een voorschot van NAf 75.000.

2.2.

Taams is al voor het indienen van het inleidend verzoekschrift failliet verklaard. In het inleidend verzoekschrift is Taams “vertegenwoordigd door” de curator in rechte betrokken. Bij akte heeft [eiser] verklaard te hebben bedoeld dat de curator in hoedanigheid in de procedure wordt betrokken. Gelet op het vaststaande feit van het faillissement van Taams en op deze uitlating van [eiser], leest het gerecht het inleidend verzoekschrift op de door [eiser] voorgestane wijze. Om die reden is de curator als partij in de kop van dit vonnis vermeld.

2.3.

De curator is niet in het geding verschenen. [Eiser] meent dat de curator opnieuw moet worden opgeroepen. Hij wijst erop dat Taams al voor de faillietverklaring aansprakelijk is gesteld en dat een vordering inzake letsel en een medische fout zodanig verknocht is dat deze buiten de boedel om gaat, direct wordt uitgekeerd en niet concurrent is.

2.4.

Het gerecht volgt [eiser] niet in dit betoog. Ter toelichting overweegt het gerecht als volgt.

2.5.

Een schuldeiser kan zijn vordering op alle goederen van zijn schuldenaar verhalen (artikel 3:276 BW). Het faillissement omvat in beginsel het gehele vermogen van de failliet, behalve de uit de wet voortvloeiende uitzonderingen (artikel 17 Fb). Tot die uitzonderingen behoort het recht op vergoeding van immateriële schade, tenzij ter zake een vordering is ingesteld (artikel 6:106 lid 2 BW). Geen grond bestaat voor het aannemen van een ruimere uitzondering op het uitgangspunt van artikel 17 Fb voor letselschadevorderingen, in die zin dat de aanspraak op vergoeding van materiële of immateriële letselschade buiten het faillissement valt (vergelijk HR 22 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8474). Aldus bestaat ook geen grond voor het oordeel dat vorderingen als hier bedoeld buiten de faillissementsboedel behoort te worden uitgekeerd.

2.6.

De onderhavige vordering is een verifieerbare vordering als bedoeld in artikel 22 Fb. Dit heeft tot gevolg dat de vordering tegen Taams slechts door middel van aanmelding ter verificatie kan worden ingediend. Geen grondslag bestaat om de curator in rechte te betrekken ter zake een verifieerbare vordering.

2.7.

Een en ander heeft tot gevolg dat geen grond bestaat om de curator opnieuw op te roepen. Het daartoe strekkende verzoek zal worden afgewezen.

2.8.

In de hoofdzaak zal de zaak naar de rol worden verwezen voor conclusie van antwoord door Sehos en [verweerder].

3 De beslissing

Het Gerecht:

3.1.

wijst het verzoek tot wederoproeping van de curator af;

3.2.

verwijst de zaak naar de rol van 26 maart 2018 voor conclusie van antwoord door Sehos en [verweerder];

3.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2018.