Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:200

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
02-02-2018
Datum publicatie
30-07-2018
Zaaknummer
500.00465/17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

diefstal met geweld, bezit van vuurwapen (4)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 september 2017 en 12 januari 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw,

mr. G.C.A. Scheperboer-Parris.

De officier van justitie, mr. I. Out, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten 1 en 2 te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest.

vuurwapen.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

DIEFSTAL MET GEWELD C.Q. AFPERSING TE [BEDRIJF 1]

dat hij op of omstreeks 25 mei 2017, althans in of omstreeks de maand mei 2017 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,

 een of meerdere geldbedrag(en) (ter waarde van om en nabij NAF. 900-,) en/of,

 een of meerdere opwaardeerkaart(en),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [SLACHTOFFER 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [SLACHTOFFER 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit,

 het gemaskerd en gewapend binnendringen van het restaurant (annex woning) en/of de woning van die [SLACHTOFFER 1], en/of,

 het (dreigend) met (een) mes en/of (vuur)wapen in handen richting die [SLACHTOFFER 1] komen aanrennen, en/of,

 het plaatsen van een mes tegen de hals en/of nek van die [SLACHTOFFER 1], en/of,

 het (vervolgens) die [SLACHTOFFER 1] op de grond gooien en/of vloer slepen, en/of,

 (vervolgens) het een en/of meerdere malen slaan met gebalde vuisten en/of vlakke handen en/of schoppen aan/tegen het lichaam van die [SLACHTOFFER 1], en/of,

 het trachtten te wurgen van die [SLACHTOFFER 1], en/of,

 het plaatsen van een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [SLACHTOFFER 1] en/of,

en/of

dat hij op of omstreeks 25 mei 2017, althans in of omstreeks de maand mei 2017 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [SLACHTOFFER 1] heeft gedwongen tot de afgifte van,

 een of meerdere geldbedrag(en) (ter waarde van om en nabij NAF. 900,-), en/of,

 een of meerdere opwaardeerkaart(en),

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [SLACHTOFFER 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of diens mededader(s),

 het gemaskerd en gewapend binnendringen van het restaurant (annex woning) en/of de woning van die [SLACHTOFFER 1], en/of,

 het (dreigend) met (een) mes en/of (vuur)wapen in handen richting die [SLACHTOFFER 1] komen aanrennen, en/of,

 het plaatsen van een mes tegen de hals en/of nek van die [SLACHTOFFER 1], en/of,

 het (vervolgens) die [SLACHTOFFER 1] op de grond gooien en/of vloer slepen, en/of,

 (vervolgens) het een en/of meerdere malen slaan met gebalde vuisten en/of vlakke handen en/of schoppen aan/tegen het lichaam van die [SLACHTOFFER 1], en/of,

 het trachtten te wurgen van die [SLACHTOFFER 1], en/of,

 het plaatsen van een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [SLACHTOFFER 1] en/of,

FEIT 2:

BEZIT VUURWAPEN

dat hij op of omstreeks de periode van 25 mei 2017 tot en met 27 mei 2017, althans in of omstreeks de maand mei 2017 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meerdere vuurwapen(s), in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad.

3 Voorvragen

Het Gerecht heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Bewijsbeslissingen

4A. Bewezenverklaring

Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

FEIT 1

dat hij op of omstreeks 25 mei 2017, althans in of omstreeks de maand mei 2017 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,

 een of meerdere geldbedrag(en) (ter waarde van om en nabij NAF. 900-,) en/of,

een of meerdere opwaardeerkaart(en),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [SLACHTOFFER 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [SLACHTOFFER 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit,

 het gemaskerd en gewapend binnendringen van het restaurant (annex woning) en/of de woning van die [SLACHTOFFER 1], en/of,

 het (dreigend) met (een) mes en/of (vuur)wapen in handen richting die [SLACHTOFFER 1] komen aanrennen, en/of,

 het plaatsen van een mes tegen de hals en/of nek van die [SLACHTOFFER 1], en/of,

het (vervolgens) die [SLACHTOFFER 1] op de grond gooien en/of vloer slepen, en/of,

(vervolgens) het een en/of meerdere malen slaan met gebalde vuisten en/of vlakke handen en/of schoppen aan/tegen het lichaam van die [SLACHTOFFER 1], en/of,

het trachtten te wurgen van die [SLACHTOFFER 1], en/of,

 het plaatsen van een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [SLACHTOFFER 1] en/of,

en/of

dat hij op of omstreeks 25 mei 2017, althans in of omstreeks de maand mei 2017 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [SLACHTOFFER 1] heeft gedwongen tot de afgifte van,

een of meerdere geldbedrag(en) (ter waarde van om en nabij NAF. 900,-), en/of,

een of meerdere opwaardeerkaart(en),

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [SLACHTOFFER 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of diens mededader(s),

het gemaskerd en gewapend binnendringen van het restaurant (annex woning) en/of de woning van die [SLACHTOFFER 1], en/of,

het (dreigend) met (een) mes en/of (vuur)wapen in handen richting die [SLACHTOFFER 1] komen aanrennen, en/of,

het plaatsen van een mes tegen de hals en/of nek van die [SLACHTOFFER 1], en/of,

het (vervolgens) die [SLACHTOFFER 1] op de grond gooien en/of vloer slepen, en/of,

(vervolgens) het een en/of meerdere malen slaan met gebalde vuisten en/of vlakke handen en/of schoppen aan/tegen het lichaam van die [SLACHTOFFER 1], en/of,

het trachtten te wurgen van die [SLACHTOFFER 1], en/of,

het plaatsen van een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [SLACHTOFFER 1] en/of,

FEIT 2:

dat hij op of omstreeks de periode van 25 mei 2017 tot en met 27 mei 2017, althans in of omstreeks de maand mei 2017 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meerdere vuurwapen(s), in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

4B. Bewijsmiddelen

Het Gerecht komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat. De door het Gerecht als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. Bij onderstaande bewijsmiddelen wordt, tenzij anders vermeld, verwezen naar het einddossier inzake het onderzoek Kibrahacha.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een tapgesprek betreft dit een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, onder e, Wetboek van Strafvordering, te weten een schriftelijke weergave van een telefoongesprek waarvan de kenmerken worden vermeld - voor zover van toepassing - namelijk datum, tijdstip en gespreksnummer.

De inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.

Het proces-verbaal van aangifte, bijlage 2, p. 4-7, gesloten en getekend door [verbalisant 1], hoofdagent van politie bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 26 mei 2017, voor zover inhoudende als verklaring van de aangever [slachtoffer 1]:

Op 25 mei 2017 had ik mijn zaak omstreeks 23:00 uur gesloten. Toen ik met de dagopbrengst, de telefoonkaarten en mijn iPad in mijn handen naar mijn slaapkamer liep, hoorde ik een geluid buiten. Ik plaatste de spullen op mijn bed en liep mijn kamer uit richting het geluid. Toen ik mijn slaapkamer uitliep en richting de garage keek, zag ik dat twee of drie personen met bedekte gezichten in mijn richting aan kwamen rennen. De eerste persoon was in het zwart gekleed en had een mes in zijn hand. Om mezelf te verdedigen gooide ik een stoel in zijn richting. Ik gooide ook alles die ik tegenkwam op de grond om de weg van de mannen te blokkeren. Toen ik op de trap was, voelde ik hoe ik door heel veel personen werd vastgehouden. Een van die personen plaatste een mes tegen mijn nek. Ik werd vervolgens getild en naar boven gebracht door de mannen. Boven werd ik op de grond gegooid en flink geslagen. Ik werd met de vuist geslagen en geschopt. In mijn slaapkamer gingen de mannen door met mij te slaan. Op een gegeven moment zag ik dat deze mannen bezig waren met zoeken in mijn slaapkamer. Ik zag ook dat een van de mannen die voor mij kwam staan camouflage kleding droeg. Hij plaatste het donkerkleurig vuurwapen dat hij in zijn hand hield tegen mijn hoofd. Hij begon met mij te praten, maar het enige dat ik verstond was “geld”. Vervolgens ging deze man zoeken in de hoek waar ik een doos met flessen alcohol had liggen. De andere mannen gingen ook door met zoeken. Op een gegeven moment hoorde ik een schot dat van buiten kwam. De mannen begonnen luider met elkaar te praten en renden vervolgens met z’n allen naar buiten. Ik rende de mannen achterna totdat zij over de muur waren gesprongen. Ik hoorde op datzelfde moment dat er herhalend werd geschoten. De daders hebben ongeveer nafl. 500 of 600 aan dagopbrengst, nafl. 300 aan spaargeld, bestaande uit munten van nafl. 1, nafl. 5 en 10 dollars bestaande uit biljetten van 1 dollar en opwaardeerkaarten meegenomen.

Het proces-verbaal van getuige [getuige 1], bijlage 2, p. 8-10, gesloten en getekend door [verbalisant 2], Senior Tactische Rechercheur van politie, d.d. 26 mei 2017, voor zover inhoudende als verklaring van de getuige [getuige 1]:

Op 25 mei 2017 ben ik omstreeks 23:00 uur naar mijn appartement gegaan. Toen ik naar mijn slaapkamer was gegaan, hoorde ik wat stemmen. Ik hoorde ook dat dingen op de grond vielen. Ik pakte mijn vuurwapen en liep daarmee naar buiten. Op dat moment hoorde ik stemmen die afkomstig waren van de achterporch van het [bedrijf 1]. Ik merkte meteen dat er een beroving plaatsvond toen ik een stem hoorde vragen of ze geld hadden meegenomen. Een tweede stem antwoorde dat ze alles hadden gepakt. Toen ik een derde stem hoorde zeggen om hem te doden, besloot ik 2 à 3 schoten in de lucht te lossen. Toen ik een groep mannen vanuit de achterporch zag rennen loste ik 13 à 15 gerichte schoten op die groep mannen. De mannen sprongen over de muur. Ik zag dat een van die mannen een kapmes in zijn hand hield. Een andere man hield een zwart vuurwapen in zijn hand. De mannen hadden een hemd over hun hoofd.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], bijlage 2, p. 11-13, gesloten en getekend door [verbalisant 5] en [verbalisant 6], respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 30 mei 2017, voor zover inhoudende als verklaring van de getuige [getuige 2]:

Op 26 mei 2017 kwam [medeverdachte 1] (het Gerecht begrijpt: [medeverdachte 1]) bij mij thuis. Hij vertelde aan mij dat zij de avond daarvoor met zijn vijven een Chinees restaurant gelegen in [locatie 1] hadden beroofd. [verdachte], [medeverdachte 2] (het Gerecht begrijpt: [medeverdachte 2]) en nog twee voor mij onbekende mannen hadden de beroving samen met hem gepleegd. [medeverdachte 1] en [verdachte] hadden tegen mij gezegd dat zij van plan waren om wraak te nemen op de man die hun vriend had beschoten. Ik ging meteen naar de [bedrijf 2] om met de Chinese man te praten. Ik heb hem gezegd wat [medeverdachte 1] en [verdachte] van plan waren.

Het proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming, bijlage 3, p. 15-16, gesloten en getekend door [verbalisant 7], brigadier van politie, d.d. 26 mei 2017, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant [verbalisant 7]:

Op 26 mei 2017 werden een Toyota Passo gekentekend [autokenteken], een zwartkleurig airsoft vuistvuurwapen, 1 rode pet (voorklep zwart en wit), een camouflage pet, 1 linkervoet schoen, 1 blauwe T-shirt, 1 blauwe lange sportbroek, 1 boxer short, 10 bankbiljetten van 1 dollar, 2 bankbiljetten van Nafl 10,-, 1 munt van Nafl 1,- en 1 munt van Nafl 5,- inbeslaggenomen.

Het proces-verbaal van forensisch onderzoek aan een op vuurwapen gelijkende voorwerp, p. 1-2, gesloten en getekend door [verbalisant 8], brigadier en forensisch rechercheur, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant [verbalisant 8]:

Het op 25 mei 2017 inbeslaggenomen voorwerp is een airsoft gaspistool dat niet bestemd of geschikt is om kogels door een loop af te vuren. De werking van het pistool berust ook niet op het teweeg brengen van een scheikundige ontploffing. Het voor onderzoek aangeboden airsoft gaspistool is niet deugdelijk of tot schieten gereed. Het voor onderzoek aangeboden airsoft pistool is voor bedreiging of afdreiging geschikt.

Het proces-verbaal van 2de verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 87-92, gesloten en getekend door [verbalisant 3] en [verbalisant 4], beiden hoofdagent van politie, d.d.

3 juni 2017, voor zover inhoudende als verklaring van de medeverdachte

[medeverdachte 2]:

Op 26 mei 2017 was ik in [locatie 2]. Op een gegeven moment werd ik opgehaald door [verdachte]. [verdachte] was samen met [medeverdachte 4] (het Gerecht begrijpt: [medeverdachte 4]) en [medeverdachte 3] (het Gerecht begrijpt: [medeverdachte 3]) in de auto gekomen. [medeverdachte 4] was de bestuurder. Toen ik in de auto samen met hun stapte, reed [medeverdachte 4] richting [locatie 3]. [medeverdachte 4] parkeerde de auto in een straat. Wij stapten uit de auto en liepen via een mondi richting [bedrijf 1]. Via het struikgewas keken zij naar de Chinese man. [medeverdachte 3] zei tegen mij dat hij vandaag de Chinese man met een kapmes gaat kappen. [verdachte] (Het Gerecht begrijpt: [verdachte]) zei toen tegen hem om rustig te blijven. Daarna zei [medeverdachte 3] tegen mij om het schietding te gaan halen. Het was een airsoft vuurwapen. Ik liep naar [medeverdachte 4] toe om het airsoft vuurwapen te gaan halen. Ik bleef eventjes met [medeverdachte 4] praten. Daarna gaven [verdachte] en [medeverdachte 3] ons een sein. [medeverdachte 4] en ik zijn dan naar hun toegelopen om de beroving te gaan plegen. [medeverdachte 3] zei tegen mij dat ik als eerste met het airsoft vuurwapen in mij handen moest springen. Ik besloot om over het hekje te springen. Na mij was [medeverdachte 3] met het kapmes gesprongen. Daarna sprongen ook de anderen over het hekje. Met de anderen bedoel ik [verdachte], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] (Het Gerecht begrijpt: [medeverdachte 1]). Zij waren voor mij naar binnen gegaan. Ik kwam als laatste binnen. In de gang vond ik een doosje met een heleboel beltegoedkaarten. Toen het doosje op de grond viel, raapte [medeverdachte 1] ht op. Hierna hoorden wij enkele schoten. Wij raakten hierdoor in paniek en renden naar buiten. [medeverdachte 4] was de eerste die weer over het hekje sprong, daarna volgden [medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 3] en ik. Toen [medeverdachte 3] over het hekje was gesprongen, zei hij dat hij door een projectiel was geraakt. Hierdoor hebben wij hem naar de polikliniek gebracht. [medeverdachte 4] had het airsoft vuurwapen eerst in zijn hand. Daarna kreeg ik het van hem. Op die dag droeg ik een camouflage jacket. U toont mij het airsoft pistool dat in beslag werd genomen. Dat is het airsoft pistool dat ik heb gebruikt. De inbeslaggenomen sportschoenen zijn van [medeverdachte 3] en de slipper is van [medeverdachte 4]. Ik hoor u zeggen dat alles door camera’s werd opgenomen. Het is duidelijk te zien wat de daders aanhadden ten tijde van de beroving. In de auto waarin wij waren aangehouden zijn de kledingstukken die de daders aanhadden ook aangetroffen. De eerste persoon die binnenliep was [medeverdachte 3]. De tweede persoon met een zwarte pet op en met zwart en witte sportschoenen was [medeverdachte 1]. De derde persoon met een pet op, blauwe T-shirt, korte sportbroek en sportschoenen was [verdachte]. De vierde persoon met een camouflage jacket en ¾ broek was ik en de laatste persoon met slippers, zwarte jacket met zwarte streepjes en een zwarte broek was [medeverdachte 4].

Het proces-verbaal van aanhouding buiten heterdaad, p. 128-129, gesloten en getekend door de verbalisant arrestatieteamlid nummer [cijferreeks], d.d. 22 september 2017, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant arrestatieteamlid nummer [cijferreeks]:

Op 22 september 2017 heb ik [verdachte] aangehouden. Bij een ter plaatse ingesteld onderzoek aan de kleding van de verdachte werd een mobiele telefoon van het merk Nokia in zijn rechterbroekzak aangetroffen. Deze telefoon werd in het belang van het onderzoek in beslag genomen.

Het proces-verbaal van bevinding inbeslaggenomen telefoon [verdachte], p. 155-156, gesloten en getekend door de verbalisant [verbalisant 9], hoofdagent van politie, d.d. 6 januari 2018, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant [verbalisant 9]:

Tijdens de aanhouding van [verdachte] werd een telefoon van het merk Nokia inbeslaggenomen. Deze telefoon was voorzien van het aansluitingsnummer [telefoonnummer 1]. Dit nummer kwam overeen met het telefoonnummer dat het onderzoeksteam tijdens het onderzoek op de tap had.

Het proces-verbaal stemherkenning [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3], p. 159-160, gesloten en getekend door de verbalisant [verbalisant 9], hoofdagent van politie, d.d. 7 januari 2018, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant [verbalisant 9]:

Gedurende het onderzoek werd het telefoonnummer zijnde [telefoonnummer 3] dat in gebruik is bij [persoon 1] en [persoon 2] en het aansluitingsnummer [telefoonnummer 2] dat in gebruik is bij [verdachte] getapt. Gedurende de tapgesprekken werd de stem van de verdachte [verdachte] ([verdachte]) herkend. Ook werd gedurende de tapgesprekken de stem van de verdachte [medeverdachte 3] ([medeverdachte 3]) herkend. Hij belde vanuit de SDKK. De stem van de verdachte [medeverdachte 1] ([medeverdachte 1] of [medeverdachte 1]) werd ook herkend gedurende de tapgesprekken. Ook hij belde vanuit de SDKK.

Een tapgesprek, gesprek 2, tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] op 7 juni 2017 om 14:07 uur:

[verdachte] vraagt, hebben de jongens wel gesproken. [medeverdachte 3] zegt, nee, ik denk van niet, ik heb hun alles uitgelegd. [verdachte] zegt, ze hebben niets over mij gesproken.

Een tapgesprek, gesprek 3, tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] op 8 juni 2017 om 12:10 uur:

[medeverdachte 3] vraagt voor [medeverdachte 1]. [verdachte] zegt, hij is gaan schuilen.

Een tapgesprek, gesprek 1, tussen [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 1], [persoon 1] ([telefoonnummer 3]) belt uit naar het nummer van [verdachte] ([telefoonnummer 1]) op 11 juni 2017 om 13:56:20 uur:

[verdachte] vraagt waarvoor hebben zij hem vast (opgesloten)? [persoon 2] zegt ahn. [verdachte] zegt op wat? [persoon 2] zegt [medeverdachte 1]. [verdachte] zegt ja. [persoon 2] zegt ik weet het niet de vrouw zei dat men hier kwam. Ze zei dat Atrako team hem nodig heeft. Ze hebben ko’i pendeu met hem gedaan. [verdachte] zegt ja. [persoon 2] zegt denk je dat hij gaat praten. [verdachte] ik kan je niets zeggen. [persoon 2] zegt ik denk niet dat hij praat. Ik denk het niet. [verdachte] zegt ik denk ook dat hij niet zal praten. [persoon 2] zegt ik denk niet dat [medeverdachte 1] zal praten. [persoon 2] zegt dat heb je hem goed geleerd. [verdachte] zegt ik heb hem ongeveer geleerd. [persoon 2] zegt ik denk niet dat [medeverdachte 1] zal praten.

Een tapgesprek, gesprek 9, tussen [telefoonnummer 4] en [telefoonnummer 1]. [verdachte] belt uit naar het nummer van [persoon 3] ([telefoonnummer 4]), gesprek tussen [verdachte] en nn-man ([persoon 3] fon.). Begroeting, op 29 juni 2017 om 12:34:57 uur:

NN-man: ik hoorde van jullie fever (handelingen) [verdachte]: ah.

NN-man: jullie lieten een Chinees jullie bekogelen. [verdachte]: ay nee.

NN-man: jullie lieten [persoon 5] (fon) jullie bekogelen. [verdachte]: ay nee. (beiden lachen)

[verdachte]: wat is er. NN-man: rustig, op stap hier met [persoon 4] een koopje (prooi) zoeken. [verdachte]: ja, nog niks? NN-man: ang? [verdachte]: nog niks? NN-man: jawel er zijn dingen.

[verdachte]: neem contact met me. NN-man: er zijn een heleboel dingen, jullie zijn aan het verschuilen. [verdachte]: nee zwager, neem contact met me zwager. NN-man: ik dacht dat je ook met de andere mannen was aangehouden, daardoor had ik gezegd dat ik geen contact me je zal opnemen, zodat ze zich niet met mijn telefoon gaan bemoeien. [verdachte]: nee nee ik ben buiten, ik ben niet in die ding.

4C. Bewijsoverweging(en)

Ten aanzien van feit 1

De verdediging heeft aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de overval op het Chinese restaurant, omdat de verdenking dat de verdachte bij die overval betrokken is geweest gebaseerd is op de dubieuze verklaring van de getuige [getuige 2]. Blijkens de verklaring van [getuige 2] zou de medeverdachte [medeverdachte 1] hem het een en ander hebben verteld over het plegen van de overval op het Chinese restaurant en dat de verdachte er ook bij zou zijn geweest. Dit terwijl [medeverdachte 1] steeds weer heeft ontkend dit verhaal aan [getuige 2] te hebben verteld.

Het Gerecht verwerpt dit verweer en oordeelt als volgt. Op 25 mei 2017 is in de late avonduren door vijf daders een overval gepleegd op een Chinees restaurant in [locatie 1]. De eigenaar van het restaurant werd daarbij door de daders mishandeld en met een vuurwapen en een mes bedreigd. Toen de buurman van het slachtoffer in de gaten kreeg dat er een overval plaatsvond en als reactie daarop een aantal schoten loste, besloten de daders de benen te nemen. Ook buiten werden meerdere schoten gelost op de daders, waarbij de medeverdachte [medeverdachte 3] werd geraakt door een kogel. Alvorens [medeverdachte 3] naar de polikliniek te brengen, werd de verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte 1] elders afgezet. De daders hebben geld en een aantal beltegoedkaarten meegenomen uit het restaurant. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] op 26 mei 2017 aan hem heeft verteld dat hij de avond daarvoor met (in totaal) vijf personen een overval had gepleegd op een Chinees restaurant te [locatie 1] en dat zij van plan waren wraak te nemen op de man die hun vriend had beschoten. [medeverdachte 1] had daarbij niet alleen de naam van de medeverdachte [medeverdachte 2], maar ook die van de verdachte genoemd. De verklaring van [getuige 2] acht het Gerecht betrouwbaar vanwege de details, het gegeven dat [medeverdachte 2] na de verklaring van [getuige 2] belastend over de verdachte heeft verklaard en de ongeloofwaarheid van de - nergens steun vindende - stelling van [medeverdachte 1] dat [getuige 2] belastend voor hem heeft verklaard in verband met een openstaande schuld. De belastende verklaring van [medeverdachte 2] acht het Gerecht eveneens betrouwbaar. [medeverdachte 2] noemt niet alleen de naam van de verdachte, maar hij benoemt vele details van het gebeuren en weet naar aanleiding van de videobeelden en de kleding die de verdachte op die bewuste dag droeg aan te geven op welk moment de verdachte het restaurant binnen was gegaan. Derhalve bezigt het Gerecht twee voor de verdachte belastende verklaringen tot het bewijs. Bij de overtuiging van betrokkenheid van verdachte bij de overval heeft het Gerecht meegewogen dat verdachte geen (bevredigende) verklaring heeft gegeven voor de inhoud van verschillende tapgesprekken tussen hem en de medeverdachte [medeverdachte 3], die toen al vastzat voor de overval op het Chinese restaurant. Dit terwijl uit de zeer gedetailleerde vraagstelling van de verdachte, met name of de jongens hebben gesproken en of ze niets over hem hebben gesproken en de mededeling aan [medeverdachte 3] dat [medeverdachte 1] ([medeverdachte 1]) “is gaan schuilen”, is af te leiden dat hij op de een of andere manier betrokken is geweest bij de overval. Voorts wordt tijdens een tapgesprek tussen de verdachte en een NN-man de buurman van de aangever, die geschoten heeft, bij zijn bijnaam “[persoon 5]” genoemd. De NN-man noemt daarbij het schietincident dat ten tijde van de overval plaats heeft gevonden (“jullie lieten een Chinees jullie bekogelen”). Het Gerecht is gelet op voornoemde feiten en omstandigheden in onderling verband bezien van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van diefstal met geweld.

Ten aanzien van feit 2

Vaststaat dat tijdens de overval op het Chinese restaurant in [locatie 1] op 25 mei 2017 het slachtoffer met een airsoft gaspistool werd bedreigd. Het Gerecht sluit zich niet aan bij de conclusie van het proces-verbaal forensisch onderzoek naar het in beslag genomen wapen d.d. 9 januari 2018, inhoudende dat het airsoft pistool geen vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 is. Immers, volgens een andere conclusie uit genoemd rapport kan dat pistool als een voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp worden beschouwd en deze conclusie moet, blijkens artikel 1 sub 1 van de Vuurwapenverordening 1930, leiden tot het oordeel dat het airsoft pistool een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 is. Gelet op het voorgaande en de genoemde bewijsmiddelen kan het tenlastegelegde medeplegen van vuurwapenbezit wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

5 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken;

Feit 2:

overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening 1930.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit. De feiten zijn derhalve strafbaar.

6 Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte opheft of uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Strafmotivering

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het Gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Het gaat hier om een gewelddadige overval, gepleegd in vereniging en in een woning, de plek waar mensen zich bij uitstek veilig zouden moeten kunnen voelen. Het slachtoffer is door vijf gemaskerde personen belaagd en met een vuurwapen en een mes bedreigd. Hij is geslagen en geschopt en van zijn eigendommen beroofd. Van slachtoffers van dit soort geweld is bekend dat de (psychische) gevolgen groot en langdurig kunnen zijn. Bovendien draagt de overval bij aan een groeiend gevoel van onveiligheid in de maatschappij die de laatste periode regelmatig te kampen heeft gehad met overvallen op onder meer Chinese restaurants. De verdachte is aan de genoemde gevolgen van zijn handelen volledig voorbijgegaan en heeft zich louter laten leiden door zijn streven naar financieel gewin. Dit wordt hem zwaar aangerekend en maakt dat gelet op de aard en de ernst van de feiten oplegging van een vrijheidsbenemende straf geïndiceerd is. Gelet op de aard en de ernst van de strafbare feiten ligt oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf of taakstraf niet in de rede.

Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft het Gerecht rekening gehouden met de straf die ten aanzien van dit soort strafbare feiten in vergelijkbare gevallen door de rechter pleegt te worden opgelegd. Het Gerecht heeft voorts rekening gehouden met het feit dat de verdachte in de afgelopen vijf jaren meerdere keren voor vermogensdelicten is veroordeeld. Zijn betrokkenheid bij de overval is hij blijven ontkennen. Van inzicht in en berouw over zijn gedraging is bij de verdachte dus niet gebleken.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

8 Beslag

8.1

Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van het inbeslaggenomen vuurwapen zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat het onder 2 tenlastegelegde feit met betrekking tot dat voorwerp is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op het reeds aangehaalde artikel, gegrond op de artikelen 1:62, 1:74, 1:75 en 2:291 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 11 van de Vuurwapenverordening 1930.

10 Beslissing

Het Gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4A omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart dat de bewezen verklaarde feiten de in rubriek 5 genoemde strafbare feiten opleveren;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens deze feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 5½ (vijfenhalf) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

onttrekt aan het verkeer het in rubriek 8 genoemd voorwerp;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. G. Edelenbos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 2 februari 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.