Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:187

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
25-07-2018
Datum publicatie
27-07-2018
Zaaknummer
Cur201802254 en Cur201802318
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Beslaglegger na belangenafweging niet gehouden om beslagen olie uit tanker Pericles over te pompen. Verlof onderhandse verkoop door beslaglegger afgewezen. Toewijzing voorschot op vordering beslaglegger. Rechtsmacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2019/101
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

IN KORT GEDING

in de zaak met nummer Cur201802254 van:

1 PDVSA PETRÓLEO S.A.,

gevestigd te Venezuela,

gemachtigde: mr. H.W. Braam,

2. WAVE SHIPPING LIMITED,

gevestigd te Verenigd Koninkrijk,

3. TALISMAN SHIPPING ENTERPRISES LIMITED,

gevestigd te Griekenland,

4. DYNACOM TANKERS MANAGEMENT LTD,

gevestigd te Griekenland,

gemachtigden voor 2 t/m 4: mr. H.W. Braam en/of mr. J.A.M. Burgers,

eisers,

- tegen -

ENERGY COAL SPA,

gevestigd te Genua, Italië,

gemachtigden: mr. E.M. Pennings en mr. W. Princée,

gedaagde,

alsmede in de zaak met nummer Cur201802318 van:

ENERGY COAL SPA,

gevestigd te Genua, Italië,

gemachtigde: mr. E.M. Pennings en mr. W. Princée,

eiseres,

- tegen -

1 PDVSA PETRÓLEO S.A.,

gevestigd te Venezuela,

gemachtigde: mr. H.W. Braam,

2. WAVE SHIPPING LIMITED,

gevestigd te Verenigd Koninkrijk,

3. TALISMAN SHIPPING ENTERPRISES LIMITED,

gevestigd te Griekenland,

3. DYNACOM TANKERS MANAGEMENT LTD,

gevestigd te Griekenland,

gemachtigden voor 2 t/m 4: mr. H.W. Braam en/of mr. J.A.M. Burgers,

gedaagden.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Namens Wave, Talisman en Dynacom is op 10 juli 2018 een verzoekschrift ingediend, en namens Energy Coal op 16 juli 2018.

1.2

De gevoegde behandeling van beide kort gedingen is aangevangen op 17 juli 2018 ten overstaan van mr. Sijsma. Op die zitting is in de zaak met nummer Cur201802254 een namens PdVSA Petróleo gedaan verzoek zich te mogen voegen aan de zijde van Wave, Talisman en Dynacom toegestaan en heeft Energy Coal de door haar ingediende reconventionele vordering (die gelijkluidend was aan haar vordering in het andere kort geding) ingetrokken, evenals haar verzoek om zekerheidstelling voor proceskosten. Afgesproken werd dat partijen hun minnelijk overleg zouden voortzetten en dat de verdere behandeling van de kort gedingen zou plaatsvinden ten overstaan van een andere rechter.

1.3

De behandeling is voortgezet op 23 juli 2018. Op die zitting zijn verschenen mrs. Anthonio en Vasquez, occuperende voor mr. Braam, en mr. Princée. Zij hebben met verwijzing naar op voorhand overgelegde stukken gepleit en pleitnotities overgelegd. Tijdens de behandeling heeft ook mr. Burgers zich gesteld als (de volgens hem enige echte) gemachtigde van Wave, Talisman en Dynacom. Hij heeft namens hen gewezen op een mogelijk tegenstrijdig belang met PdVSA Petróleo en heeft uitstel verzocht om de zaken te kunnen bestuderen en namens zijn cliënten in beide zaken een standpunt in te nemen. Mrs. Anthonio, Vasquez en Princée hebben vonnis gevraagd en daarbij de belangen van PdVSA Petróleo en Energy Coal bij een spoedige beslissing benadrukt. De rechter heeft voorgesteld dat vonnis zal worden gewezen, met dien verstande dat mrs. Braam, Anthonio, Vasquez en Burgers de gelegenheid zullen krijgen zich nader uit te laten over (onder meer) hun vertegenwoordigingsbevoegdheid indien de vorderingen van respectievelijk tegen Wave, Talisman en Dynacom niet aanstonds zullen worden afgewezen. In dat geval zullen, zo was de redenering, Wave, Talisman en Dynacom immers geen nadelige gevolgen ondervinden van de onbevoegde vertegenwoordiging, zou daarvan sprake zijn. De raadslieden hebben met deze processuele gang van zaken ingestemd.

1.4

Vonnis in beide zaken is bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

Deze kort gedingen volgen op een tussen dezelfde partijen onlangs voor dit Gerecht onder zaaksnummer Cur 201801998 gevoerd kort geding, dat heeft geleid tot het vonnis van 29 juni 2018. In dat vonnis zijn de volgende feiten opgenomen, die ook thans tot uitgangspunt dienen:

1. Op 19 juni 2018 heeft gedaagde te Curaçao ten laste van eiseres sub 1 (hierna: PdVSA Petróleo) conservatoir beslag laten leggen op de lading ruwe olie aan boord van het schip ‘Pericles’, zulks tot verhaal van een door de beslagrechter op USD 17.348.645 begrote vordering.

2. Eisers sub 2 tot en met 4 zijn eigenaren van en/of anderszins belanghebbenden bij de Pericles. De Pericles wordt door PdVSA Petróleo gecharterd onder een tijdbevrachtingsovereenkomst.

3. De beslagen olie was eerder, in januari 2018, beslagen door de tussengeko-men partijen (hierna: GMC). Op 8 juni 2018 is tussen PdVSA Petróleo en GMC een schikking getroffen, waarbij, samengevat, is overeengekomen dat de beslagen olie aan GMC in betaling werd gegeven ter voldoening van de schuld van PdVSA Petróleo aan GMC.

2.2

Bij genoemd vonnis is de primaire vordering van PdVSA Petróleo c.s. tot opheffing van het beslag afgewezen, waarbij onder meer is overwogen dat de inbetalinggeving van de olie door PdVSA Petróleo aan GMC niet aan Energy Coal als beslaglegger kan worden tegengeworpen. Subsidiair vorderden PdVSA Petróleo c.s. Energy Coal te bevelen al het nodige te doen om het schip Pericles te laten kunnen uitvaren, welke vordering is opgevat als het laten leegpompen van het schip. Die subsidiaire vordering is, op grond van een belangenafweging, eveneens afgewezen. Overwogen werd: “Tegenover op het verweer van gedaagde dat eisers sub 2 tot en met 4 geen nadeel ondervinden van het beslag omdat de timecharter en de daaruit voor hen voortvloeiende inkomsten gewoon doorlopen, hebben eisers onvoldoende gesteld waaruit hun belang bij - daar zou het op neerkomen - het leegpompen van het schip volgt. In het bijzonder hebben zij niet aannemelijk gemaakt dat zij er belang bij hebben dat het schip, dat reeds een half jaar in de Curaçaose wateren ligt, thans onverwijld uitvaart.” Door PdVSA Petróleo c.s. is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. De beslissing op dat beroep is nog niet in zicht.

De vordering van PdVSA Petróleo c.s. tot het overladen van de beslagen olie

2.3

Met dit kort geding beogen PdVSA Petróleo c.s. wederom te bewerkstelligen dat Energy Coal de beslagen olie uit de Pericles verwijdert of laat verwijderen. Zij vorderen:

primair: Energy Coal te bevelen om binnen 24 uur na betekening de in beslag genomen olie aan boord van de Pericles op haar kosten over te laden in de opslagtanks Tk9112 en/of Tk9113 en/of Tk9126 en/of Tk9127 en de opslag, stalkosten en overige beslagkosten voor haar rekening te nemen;

subsidiair: Energy Coal te bevelen om binnen 1 uur nadat de in beslag genomen olie zal zijn overgeladen in de opslagtanks, de havenautoriteiten van Curaçao te informeren dat het schip Pericles vrij is om uit te varen.

2.4

PdVSA Petróleo c.s. voeren daartoe in aanvulling op hun eerdere stellingen aan dat de Pericles zich tijdig moet melden bij een droogdok te Turkije, bij gebreke waarvan het schip haar zeewaardigheidscertificaten dreigt te verliezen. Zij stellen voorts dat PdVSA Petróleo een charterbedrag van USD 22.750 aan Wave, Talisman en Dynacom betaalt, oftewel ruim USD 680.000 per maand, terwijl de opslagkosten van de olie aan wal slechts circa USD 160.000 bedragen.

2.5

Energy Coal heeft zich tegen deze vordering in de eerste plaats verweerd met de stelling dat een tweede kort geding voor dezelfde vordering in strijd is met de goede procesorde en dat PdVSA Petróleo c.s. voor dit deel van hun vordering niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. Het Gerecht volgt Energy Coal hierin niet. Zoals ook volgt uit HR 16 december 1994, NJ 1995, 213 levert schending van het ne bis in idem-beginsel in een burgerlijk geschil op zichzelf geen grond op voor niet-ontvankelijkheid. Wel kan het beginsel een rol spelen bij de vraag of sprake is van misbruik van procesrecht door op dezelfde gronden een identieke vordering jegens dezelfde wederpartij in te stellen. Het Gerecht is van oordeel dat van dergelijk misbruik in het onderhavige geval geen sprake is. Daarbij betrekt het Gerecht in het bijzonder i) dat het debat in het vorige spoed-kort geding hoofzakelijk ging over de eigendomsvraag met betrekking tot de olie en daarmee over de vraag of het beslag wel kleefde, ii) dat een conservatoir scheepsladingbeslag een ingrijpende maatregel is die derden in hun rechten en belangen schaadt en bij handhaving van het beslag blijft schaden, iii) dat een beslaglegger die kaatst, de bal moet verwachten en iv) dat elke dag langer dat de Pericles noodgedwongen met een olielading ter waarde van circa USD 20 miljoen baantjes trekt langs de zuidkust van Curaçao voor alle betrokkenen schadelijk of in elk geval onwenselijk is.

2.6

Niettegenstaande het voorgaande is het Gerecht ook thans van oordeel dat de belangenafweging in het voordeel van Energy Coal moet uitvallen. Tegenover de gemotiveerde betwisting zijdens Energy Coal, hebben PdVSA Petróleo c.s. onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de Pericles niet later of elders (bijvoorbeeld te Curaçao) kan dokken en/of dat de certificering van de Pericles daadwerkelijk in gevaar komt. Bovendien is onvoldoende gebleken dat op dit moment daadwerkelijk opslagmogelijkheden in de door PdVSA Petróleo c.s. genoemde tanks (of elders te Curaçao) beschikbaar zijn, terwijl het voor PdVSA Petróleo, gezien haar ervaring met en betrokkenheid bij olieopslag alhier, eenvoudig zou moeten zijn daarover duidelijkheid te scheppen. Dat die duidelijkheid niet is gegeven, kan ook aan Wave, Talisman en Dynacom worden tegengeworpen, nu zij in de kort gedingen tot dusver samen met PdVSA Petróleo optrekken. Ten slotte weegt mee dat, zoals door partijen ter zitting is bevestigd, tussen hen bijna overeenstemming was bereikt over een onderhandse verkoop van de olie, waarbij de olie ship-to-ship zou worden geleverd, aan welke overeenstemming slechts een verschil in zienswijze met betrekking tot het bevoegde forum in de weg stond (en wellicht staat).

De geldvordering van PdVSA Petróleo

2.7

PdVSA Petróleo vordert voorts:

Energy Coal te bevelen om aan PdVSA Petróleo te betalen USD 22.750 per dag vanaf 19 juni 2018 of een nader door het Gerecht te bepalen datum tot aan de dag dat de olie wordt overgepompt in andere opslagtanks.

2.8

Mrs. Anthonio en Vasquez hebben namens PdVSA Petróleo bij de laatste behandeling ter zitting verzocht de bij het verzoek tot voeging door PdVSA Petróleo tegen Energy Coal ingestelde vordering als overgeheveld te beschouwen naar het door Energy Coal geëntameerde kort geding, als reconventionele vordering, dit met het oog op en ter afwering van het griffierecht ad NAf 7.050 dat de griffier enkele minuten voor de zitting van PdVSA Petróleo heeft geheven. Mr. Princée heeft zich hiertegen verzet, stellende dat de reconventionele vordering niet tijdig is aangekondigd en dat een bij de eerste zitting door haar gedaan identiek verzoek is afgewezen, op de grond dat de vordering nu eenmaal was ingediend en dat de griffierechten daarmee verschuldigd zijn. Op die laatste grond acht het Gerecht ook het verzoek van mrs. Anthonio en Vasquez niet toewijsbaar. Het griffierecht is verschuldigd bij indiening, en daarmee ontbreekt het PdVSA Petróleo aan belang bij het alsnog instellen van een reconventionele vordering.

2.9

PdVSA Petróleo vordert betaling door Energy Coal van het bedrag dat zij dagelijks voor de charter moet betalen. De rechtsgrond voor die vordering kan bij de huidige stand van zaken niet zijn gelegen in onrechtmatigheid van het beslag of van het verzet van Energy Coal tegen het overpompen van de lading. Gelet op hetgeen hiervoor over de vordering tot het overladen is overwogen en op het geen hierna wordt overwogen over het door Energy Coal gevorderde voorschot, kan immers niet worden aangenomen dat Energy Coal onrechtmatig handelt jegens PdVSA Petróleo. Nu de huidige situatie bovendien in hoofdzaak aan de non-betaling van PdVSA Petróleo is toe te rekenen, kan bij de huidige stand van zaken niet geoordeeld worden dat Energy Coal opslagkosten aan PdVSA Petróleo verschuldigd is.

De geldvordering van Energy Coal

2.10

Energy Coal vordert, samengevat:

PdVSA Petróleo te veroordelen aan Energy Coal te betalen een bedrag van USD 2.413.222,54, te vermeerderen met de wettelijke rente van 3%, althans een in goede justitie vast te stellen rentepercentage, te rekenen vanaf de vervaldag van de betreffende factuur, althans vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift of een in goede justitie vast te stellen datum.

2.11

PdVSA Petróleo heeft in de eerste plaats gesteld dat het Gerecht in dit kort geding geen rechtsmacht toekomt. Dat verweer wordt verworpen. Energy Coal heeft ter verzekering van haar vordering op PdVSA Petróleo alhier conservatoir beslag gelegd. Op grond van art. 767 Rv kan na een gelegd vreemdelingenbeslag de eis in de hoofdzaak worden voorgelegd aan de rechter die het beslagverlof heeft verleend, indien geen andere weg openstaat om een executoriale titel hier te lande te verkrijgen. Vonnissen uit de hier volgens PdVSA Petróleo relevante andere jurisdictie - Venezuela - kunnen in Curaçao bij gebreke van een daartoe strekkende verdrags- of wetsbepaling niet ten uitvoer worden gelegd. Weliswaar kan erkenning van die uitspraken volgen in een procedure ex artikel 431 lid 2 Rv, maar dat is niet gelijk te stellen met de verkrijging van een executoriale titel als bedoeld in artikel 767 Rv (vergelijk: Gerecht in eerste aanleg van Curacao, ECLI:NL:OGEAC:2017:42 Nustar vs Waverley c.s.; Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, ECLI:NL:OGEAM:2015:27 McDonald’s Casino Royale vs Lis Inc.; anders: GHvJNAA 2 mei 2000, NJ 2001,24 Verenigde Staten vs Pyemag c.s. en GHvJNAA 21 december 2001, NJ 2002, 374 Dowley vs Lefoll). De rechtsmacht die uit art. 767 Rv voortvloeit omvat een vordering in kort geding als hier aan de orde, waarin vooruitlopend op of hangende de eis in de hoofdzaak in de bodemprocedure in kort geding een voorziening wordt gevraagd die strekt tot het verkrijgen van een voorschot op hetgeen in de bodemprocedure wordt gevorderd.

2.12

Dat een forumkeuze is gemaakt op grond waarvan ten aanzien van de rechtsmacht anders moet worden geoordeeld is niet gebleken. PdVSA Petróleo heeft weliswaar verwezen naar een contract over engineering en constructie, maar zonder nadere toelichting en gelet op de betwisting door Energy Coal valt niet in te zien dat dit contract van toepassing is op de hier aan de orde zijnde overeenkomst tot verkoop en transport en de overeengekomen demurrage-vergoedingen.

2.13

Mede gelet op hetgeen Energy Coal heeft gesteld over haar liquiditeitsproblemen en gelet op het ontbreken van een gemotiveerde inhoudelijke betwisting van de vordering, heeft Energy Coal het in kort geding vereiste spoedeisend belang bij haar vordering.

2.14

Zoals uit de door Energy Coal bij haar verzoekschrift gevoegde stukken blijkt, zijn de facturen waarvan zij thans betaling vordert opgesteld op basis van door PdVSA Petróleo zelf opgestelde berekeningen van hetgeen zij aan Energy Coal verschuldigd was. Niet gebleken is dat PdVSA Petróleo eerder de juistheid van deze op haar berekeningen gebaseerde facturen heeft betwist. In het onderhavige kort geding betwist zij de verschuldigdheid van het gevorderde bedrag, maar zonder daarvoor - behoudens een beroep op verjaring - de gronden aan te geven.

2.15

Dat sprake is van verjaring kan niet worden aangenomen. De facturen waarvan betaling wordt gevorderd dateren van de periode 2012 - 2014. Daargelaten de vraag of nadien stuiting heeft plaatsgevonden, is geen sprake van voltooiing van een verjaringstermijn. Het Gerecht neemt met partijen tot uitgangspunt dat de rechtsverhouding van partijen wordt beheerst door Venezolaans recht. Venezuela is immers de plaats van vestiging van PdVSA Petróleo, die als verkoper van de betreffende pet coke heeft te gelden als de kenmerkende prestant, en was de plaats waar de pet coke aan boord werd gebracht. Ingevolge artikel 132 van de Código de Comercio de 1955 van Venezuela is de hoofdregel dat handelsvorderingen verjaren na tien jaren (“La prescripción ordinaria en materia mercantil se verifica por el transcurso de diez años, salvo los casos para los cuales se establece una prescripción más breve por este Código u otra ley”). Dat voor de onderhavige vordering een kortere termijn zou gelden, wettelijk of contractueel, is niet gebleken.

2.16

De door Energy Coal gevorderde hoofdsom van USD 2.413.222,54 zal gelet op het voorgaande worden toegewezen. De niet-specifiek betwiste nevenvordering tot vergoeding van rente zal worden afgewezen als primair gevorderd, zij het met ingang van de datum van het indienen van het verzoekschrift.

De vorderingen van Energy Coal met betrekking tot de verkoop van de olie

2.17

Energy Coal vordert ten slotte, samengevat:

haar toe te staan de olie door tussenkomst van een oliemakelaar onderhands te verkopen, althans openbaar te verkopen, waarbij de opbrengst zal worden gestort op derdengeldenrekening in afwachting van een definitieve beslissing of overeenstemming over de vordering van Energy Coal op PdVSA Petróleo, met bevel aan PdVSA Petróleo c.s. dit te gehengen en gedogen en hieraan mee te werken, op straffe van een dwangsom.

2.18

Energy Coal legt aan haar vordering ten grondslag dat onderhandse verkoop de enige reële mogelijkheid biedt om uit de impasse te geraken en voor alle betrokken partijen voordelig is. Zij verwijst daarbij naar een vergelijkbaar geval te Sint Eustatius waarin vorig jaar in kort geding op overeenkomstige wijze is beslist (Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 7 juli 2017, ECLI:NL:OGEABES:2017:15 (Sigma Navigation c.s. vs PdVSA Petróleo).

2.19

Deze vorderingen van Energy Coal zijn niet toewijsbaar. Daartoe is reeds redengevend dat Energy Coal, anders dan de beslaglegger in de Statiaanse zaak, over een executoriale titel - dit vonnis - beschikt en zij derhalve conform de wettelijke regels tot openbare verkoop kan overgaan. Een dergelijke verkoop is bovendien niet afhankelijk van de medewerking van eventuele andere beslagleggers, waarvan ter zitting door mr. Burgers melding werd gemaakt, maar doet ook recht aan hun positie.

Slotsom en kosten

2.20

Beslist zal worden als in het dictum omschreven. Gelet op die beslissingen bestaat geen aanleiding om in deze zaken nader stil te staan bij de vertegenwoordigingsbevoegdheid als bedoeld onder 1.3.

2.21

In de zaak met nummer Cur201802254 zullen PdVSA Petróleo, Wave, Talisman en Dynacom als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

2.22

In de zaak met nummer 201802318 geldt dat Energy Coal ten aanzien van Wave, Talisman en Dynacom als de in het ongelijk gestelde partij heeft te gelden en ten aanzien van PdVSA Petróleo als de gedeeltelijk in het gelijk en gedeeltelijk in het ongelijk gestelde partij. Energy Coal zal gelet daarop ten aanzien van Wave, Talisman en Dynacom worden veroordeeld in de proceskosten. Bij de uitkomst van het geding tussen Energy Coal en PdVSA Petróleo past een beslissing over de kosten als in het dictum omschreven. Voor toewijzing van nakosten is gelet op de gedeeltelijke compensatie in deze zaak geen plaats.

3 De beslissing

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding

in de zaak met nummer Cur201802254

3.1

wijst af het gevorderde;

3.2

veroordeelt PdVSA Petróleo, Wave, Talisman en Dynacom in de proceskosten aan de zijde van Energy Coal gerezen, tot op heden begroot op NAf. 1.500,- voor salaris gemachtigde en aan nakosten NAf 250 zonder betekening en NAf 400 met betekening, alles bij niet-voldoening te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de uitspraak van dit vonnis;

3.3

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

in de zaak met nummer Cur201802318

3.4

veroordeelt PdVSA Petróleo aan Energy Coal te betalen USD 2.413.222,54, althans de tegenwaarde daarvan in NAf, te vermeerderen met 3% rente vanaf de 16 juli 2018 tot de dag der algehele voldoening;

3.5

veroordeelt PdVSA Petróleo in de kosten van het geding aan de zijde van Energy Coal gerezen voor zover het betreft de griffierechten ad NAf 7.500, bij niet-voldoening te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de uitspraak van dit vonnis, en compenseert de kosten van het geding tussen Energy Coal en PdVSA Petróleo voor het overige aldus dat dat iedere partij de eigen kosten draagt;

3.6

veroordeelt Energy Coal in de kosten van het geding aan de zijde van Wave, Talisman en Dynacom gerezen, tot op heden begroot op NAf. 1.500 voor salaris gemachtigde;

3.7

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.8

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2018.