Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:132

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
31-05-2018
Datum publicatie
18-06-2018
Zaaknummer
Cur2018001142
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afgifte van bij bewijsbeslag gekopieerde gegevens m.b.t. project toekomst olieraffinaderij Curaçao. Selectie van digitale gegevens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

1 HET LAND CURAÇAO (‘het Land’),

en

2. REFINERIA DI KÒRSOU N.V. (‘RdK’),

beide te Curaçao,

eisers,

gemachtigden: mrs. C.A.D. Jänsch en W. Princée,

tegen

[GEDAAGDE],

te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigden: mrs. E. Kleist en S.S.J. Vierbergen.

1 Verloop van de procedure

Eisers hebben op 18 april 2018 een verzoekschrift ingediend. Het kort geding is op 9 mei 2018 behandeld. De gemachtigden hebben pleitnota’s voorgedragen en overgelegd. Ook gedaagde heeft het woord gevoerd. Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1

RdK is eigenaar van de raffinaderij aan het Schottegat en de olieterminal bij Bullenbaai. De aandelen in RdK worden gehouden door het Land.

2.2

De raffinaderij en de olieterminal zijn tot en met 31 december 2019 verhuurd aan het Venezolaanse PdVSA.

2.3

Bij Landsbesluit van 29 november 2013 heeft het Land een multidisciplinair projectteam (“MDPT”) in het leven geroepen, met als taak onder meer, samengevat, het voorbereiden van de modernisering of de sluiting van de raffinaderij na het vertrek van PdVSA (hierna: “het project”). Gedaagde is daarbij benoemd tot voorzitter van het MDPT. Hij is dat tot medio 2017 gebleven.

2.4

In de periode van medio 2016 tot begin 2017 zijn op instigatie van het MDPT (voor)overeenkomsten gesloten tussen eisers en de Chinese rechtspersonen GZE en CZR met betrekking tot de overname van de exploitatie van de raffinaderij en is het Chinese Titan aangemerkt als preferred bidder met betrekking tot de bouw van een nieuwe olieterminal. De (voor)overeenkomsten zijn eind 2017 door eisers beëindigd of vernietigd.

2.5

De totale kosten van het MDPT onder voorzitterschap van gedaagde bedroegen circa NAf 16,8 miljoen. Deze kosten zijn ten laste van RdK gekomen.

2.6

Op 5 december 2017 heeft de Stichting Overheidsaccountantsbureau (SOAB) een rapport uitgebracht naar aanleiding van een door haar verricht accountantsonderzoek naar de MDPT onder voorzitterschap van gedaagde.

2.7

Op 16 maart 2018 hebben eisers na daartoe verkregen rechterlijk verlof conservatoir (bewijs)beslag gelegd ten laste van gedaagde op papieren en digitale bescheiden. Het beslag ziet op gegevens met betrekking tot het project en het MDPT. In het kader van die beslaglegging zijn door de deurwaarder kopieën gemaakt de (alle) gegevens op een aantal bij gedaagde aangetroffen digitale gegevensdragers. Die gekopieerde gegevens berusten onder deurwaarder Ramazan.

3 Het geschil

3.1

Eisers vorderen, samengevat, afgifte van de gekopieerde gegevens, voor zover die betrekking hebben op het project en op het MDPT (hierna: de Beslagen Bescheiden). Zij beroepen zich daarbij in het bijzonder op de artikelen 5:2 BW (eigendom) en 823a Rv (inzagerecht). Eisers vorderen voorts om aan het uit te spreken bevel tot afgifte dwangsommen te verbinden, om de deurwaarder aan te wijzen als dwangvertegenwoordiger en om gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten en de proceskosten.

3.2

Gedaagde voert gemotiveerd verweer.

3.3

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

Dit kort geding betreft de eis in de hoofdzaak die volgt op het op 16 maart 2018 gelegde beslag.

4.2

Eisers hebben hun vordering in de eerste plaats gestoeld op artikel 5:2 BW, dat bepaalt dat de eigenaar van een zaak bevoegd is haar van ieder die haar onder zich houdt op te eisen. Eisers stellen dat zij als eigenaar van de Beslagen Bescheiden moeten worden aangemerkt. Gedaagde heeft hiertegenover gesteld dat bij de beslaglegging ook gegevens zijn gekopieerd die aan hem en zijn echtgenote toebehoren en die niets te maken hebben met het project en het MDPT. Dit verweer slaagt in zoverre, dat die (privé)gegevens die geen betrekking hebben op het MDPT en het project niet onder het beslag vallen. Zij maken geen deel uit van de Beslagen Bescheiden. Eisers maken overigens ook geen aanspraak op inzage of afgifte van die gegevens.

4.3

Voorts baseren eisers hun vordering tot afgifte op artikel 843a Rv. Tegen die grondslag heeft gedaagde inhoudelijk verweer gevoerd.

4.4

Eisers hebben onder meer aangevoerd dat in beginsel al vaststaat dat aan de criteria van artikel 843a Rv is voldaan omdat de beslagrechter op basis van een uitgebreid verzoekschrift en na beantwoording van door hem gestelde vragen verlof tot beslaglegging heeft verleend. Dit is onjuist. Het verlof is, zoals gebruikelijk, ex parte verleend, dat wil zeggen zonder dat gedaagde tevoren is gehoord. Tegen de beschikking waarin het verlof is verleend was geen hoger beroep mogelijk (artikel 700 lid 3 Rv).

Met de gebruikelijke ex parte-beslagprocedure zijn de belangen van de beslaglegger gediend. Door degene ten laste van wie beslaglegging wordt verzocht niet te horen, wordt in zijn algemeenheid het risico beperkt dat de in beslag te nemen zaken onvindbaar worden gemaakt. Na de beslaglegging is weer sprake van een processueel evenwicht tussen partijen en moet de deugdelijkheid van de aan het beslag ten grondslag liggende vordering worden beoordeeld, onafhankelijk van de beoordeling van het beslagverzoek.

4.5

Gedaagde heeft zich op het standpunt gesteld dat niet voldaan is aan de door artikel 843a Rv gestelde vereisten voor afgifte en dat bij het onder hem gelegde bewijsbeslag niet is voldaan aan de daarvoor geldende voorwaarden.

4.6

Artikel 843a Rv bepaalt dat iemand die daarbij rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel kan vorderen van bepaalde gegevens aangaande een rechtsbetrekking waarin hij partij is, van degene die deze gegevens onder zich heeft. Bewijsbeslag ter verzekering van een op artikel 843a Rv gebaseerde vordering tot inzage of afgifte is niet in de wet geregeld, maar moet op grond van de prejudiciële beschikking van de Hoge Raad van 13 september 2013, NJ 2014/455 mogelijk worden geacht.

4.7

Het debat van partijen heeft zich toegespitst op de vraag of eisers een rechtmatig belang hebben bij afgifte als bedoeld in artikel 843a Rv. Gedaagde heeft dat betwist en heeft daartoe aangevoerd dat eisers reeds over alle gegevens met betrekking tot het project en het MDPT beschikken. Ter zitting heeft gedaagde voorts naar voren gebracht dat hij niet te spreken is over de wijze waarop hij werd bejegend, waaronder het feit dat de secretaresse van de opvolgend MDPT-voorzitter hem per e-mail en vooral telefonisch bleef lastigvallen.

4.8

Van zwaarwegend belang bij de beoordeling van de gevorderde afgifte is dat het MDPT circa NAf 16,8 miljoen aan (indirect) gemeenschapsgeld heeft besteed. Zoals ook neergelegd in het Landsbesluit waarbij het MDPT werd ingesteld, is het MDPT gehouden tot verslaglegging en verantwoording. Niet betwist is dat het voor eisers van groot belang is, zowel met het oog op de toekomst van de raffinaderij en olieterminal als met het oog op de afhandeling van zaken met GZE, dat zij beschikken over een juist en volledig beeld van de werkzaamheden van het MDPT en de gang van zaken ten aanzien van GZE en andere geïnteresseerde partijen.

4.9

Van belang is voorts dat - naar tussen partijen vaststaat - gedaagde ook via zijn privé-e-mailadres gebruikte voor MDPT-aangelegenheden. Dat is een objectieve omstandigheid die gerechtvaardigd kan bijdragen aan het gevoelen van eisers dat niet alle relevante gegevens beschikbaar zijn voor degenen die het stokje van gedaagde hebben overgenomen.

4.10

Eisers hebben met verwijzing naar onder meer het SOAB-rapport en een verklaring van de opvolgend MDPT-voorzitter gesteld dat gedaagde in gebreke is gebleven met het afleggen van verantwoording en het verstrekken van informatie. Een van de voorbeelden die eisers op dit punt met verwijzing naar het SOAB-rapport aandragen is de longlist van 23 bedrijven die interesse zouden hebben in de huur van de raffinaderij. Volgens eisers is uit interviews met MDPT-consultants gebleken dat gedaagde als enige over de documentatie met betrekking tot deze geïnteresseerden beschikt en hebben zij daarover niets aangetroffen. Door gedaagde is op dit punt geen concreet verweer gevoerd.

4.11

Of en in hoeverre gedaagde daadwerkelijk beschikt over relevante MDPT-gegevens die nog niet ter beschikking van eisers staan, kan pas worden vastgesteld na selectie en afgifte van de Beslagen Bescheiden. Gelet evenwel op de drie voorgaande overwegingen, gevoegd bij de ook uit de eigen verklaring van gedaagde ter zitting blijkende omstandigheid dat het heeft geschort aan een soepele overdracht, moet worden geoordeeld dat eisers een rechtmatig belang hebben bij de gevorderde afgifte, dat de belangen van eisers daarbij zwaarder dienen te wegen dan de belangen van gedaagde en dat het beslag proportioneel en rechtmatig moet worden geoordeeld. Bij dat laatste wordt wederom benadrukt dat het hier uitsluitend om gegevens over het project en het MDPT gaat. De vertrouwelijkheid van de andere gegevens en het belang van de waarborging daarvan staat niet ter discussie en zal ook bij de afwikkeling van het beslag voorop moeten staan. Met de te nemen beslissingen wordt daarin voorzien.

4.12

Hetgeen partijen voor het overige hebben aangevoerd betreft grotendeels de rol en het functioneren van het MDPT, gedaagde en overige betrokkenen en over de vraag of de door het SOAB en eisers aan gedaagde gemaakte verwijten al dan niet gerechtvaardigd zijn. Die stellingen kunnen echter niet tot een andere beslissing leiden.

4.13

Op grond van het voorgaande zal gedaagde worden bevolen de Beslagen Bescheiden aan eisers af te geven. Op de voet van artikel 3:300 BW zal de deurwaarder worden aangewezen als dwangvertegenwoordiger. Mede gelet daarop bestaat onvoldoende aanleiding om aan het bevel een dwangsom te verbinden. Bij de beslaglegging is nog geen selectie gemaakt van de gegevens waarop het beslag ziet. Die selectie dient voorafgaand aan de uitvoering van het bevel alsnog - in overleg tussen partijen of anders door de deurwaarder - te geschieden. Het gaat daarbij in het bijzonder om de bij de selectie op de digitale bestanden toe te passen zoektermen en de bij die selectie door de deurwaarder in te schakelen ICT-deskundige. Bepaald zal worden - eveneens op de voet van artikel 3:300 BW - dat de deurwaarder bij geschil over de selectie daarvoor voorafgaande goedkeuring van de rechter behoeft.

4.14

Eisers vorderen tevens veroordeling van gedaagde tot betaling van de beslagkosten. Die vordering is bij de huidige stand van zaken - er heeft nog geen selectie plaatsgevonden en er kan nog niet vastgesteld worden of het beslag voor eisers nieuwe gegevens oplevert - prematuur. Daarbij komt dat de in het proces-verbaal van beslaglegging opgenomen kosten naar het zich laat aanzien mede betrekking hebben op kosten die ingevolge artikel 843a Rv in beginsel voor rekening van de inzagenemer blijven.

4.15

De proceskosten van dit kort geding zullen, gelet op de voorgaande overweging en gelet op de uitkomst van het geding, worden gecompenseerd.

5 Beslissing

Het Gerecht

rechtdoende in kort geding:

5.1

beveelt gedaagde om binnen vier weken na heden kopieën van de Beslagen Gegevens aan eisers af te geven;

5.2

wijst deurwaarder R.A. Ramazan aan als vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 3:300 BW die uitvoering zal geven aan dit bevel voor zover en zodra gedaagde in gebreke blijft daaraan te voldoen;

5.3

bepaalt dat - indien binnen twee weken na heden tussen partijen geen overeenstemming wordt bereikt over de selectie van de Beslagen Gegevens - de deurwaarder voorafgaand aan de afgifte de goedkeuring van de rechter behoeft voor de selectie van de Beslagen Gegevens en dat de deurwaarder zijn voorstel daartoe en de eventuele reactie daarop van partijen uiterlijk op 18 juni 2018 per e-mail aan de rechter dient te doen toekomen;

5.4

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

wijst af het meer of anders gevorderde;

5.6

compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2018.