Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:110

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
08-05-2018
Datum publicatie
30-05-2018
Zaaknummer
CUR201801013
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Loonvordering, arbeidsovereenkomst of stage, reële arbeid, recht op minimumloon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

BESCHIKKING

in de zaak van:

[verzoeker],

wonende in Curaçao,

verzoeker,

gemachtigde: mr. R. Koeijers,

tegen

de besloten vennootschap

Interieurtiek Saab B.V.,

gevestigd in Curaçao,

verweerster,

gemachtigde: mr. S.S.J. Vierbergen.

Partijen zullen hierna [verzoeker] en Saab genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1. [

verzoeker] heeft op 4 april 2018 een verzoekschrift met producties ingediend. Saab heeft op 13 april 2018 producties ingediend. Het verzoek is behandeld op 17 april 2018. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben de gemachtigden het woord gevoerd aan de hand van door hen overgelegde pleitnotities. Partijen is aangezegd dat het Gerecht een beschikking zal geven.

1.2.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

2.2.

Saab is een timmerbedrijf. Zij fabriceert onder meer houten meubels en halffabricaten van houtproducten, zo volgt uit de omschrijving van de kamer van koophandel. Saab organiseert tevens verschillende cursussen waaronder

de cursus “Mi Fishi”. Deze cursus is gericht op jongeren met een leerbeperking en heeft tot doel het oriënteren en verzorgen van twee basistrainingen schrijnwerker en het aanleren van sociale vaardigheden, zo volgt uit de ministeriële beschikking van de minister van SOAW, die als productie 1 zijdens Saab is overgelegd. Het project “Mi Fishi” wordt door de overheid gesubsidieerd. Saab heeft twee schrijnwerkers in dienst. De stagiaires of cursisten helpen de schrijnwerkers met schuren, boenen en fineren.

2.3. [

verzoeker] heeft vanaf november 2012 t/m juni 2015 stage gelopen bij Saab toen hij student was van de openbare Ago Montana. Nadat [verzoeker] in juni 2015 zijn stagetraject had afgerond, is hij tot 1 augustus 2017 voor 40 uur of meer bij Saab blijven werken. [verzoeker] verdiende NAf. 750,00 per maand, vermeerderd met overwerk en verminderd met de tijd dat [verzoeker] te laat kwam.

2.4.

In juni 2017 is door ambtenaren van de inspectie van het ministerie van SOAW een onderzoek binnen Saab gedaan. De conclusie van SOAW is dat (onder andere) [verzoeker] reeds lange tijd in vaste dienst bij Saab werkzaam is en beneden het minimumloon, verbonden aan zijn leeftijd, wordt betaald.

2.5.

Saab heeft [verzoeker] vervolgens bij brief van 30 juni 2017 geschorst totdat er duidelijkheid in deze zaak zou zijn.

2.6.

Saab heeft tegen deze beslissing van SOAW verweer gevoerd. SOAW is bij haar beslissing gebleven.

2.7. [

verzoeker] is met ingang van 1 augustus 2017 buiten Saab om met een opleiding begonnen.

3 Het geschil

3.1. [

verzoeker] verzoekt:

- verklaring voor recht dat [verzoeker] in dienst van Saab is en recht heeft op minimumloon en doorbetaling van het loon totdat het dienstverband op rechtmatige wijze is geëindigd;

- Saab te veroordelen het bedrag, verhoogd met de vertragingsrente en wettelijke rente aan [verzoeker] uit te betalen;

- Saab te veroordelen in de kosten van het geding, waaronder begrepen het gemachtigdensalaris.

3.2. [

verzoeker] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. De schoolstage van [verzoeker], geboren op 26 februari 1997, bij Saab is in juni 2015 beëindigd. Vanaf 1 juli 2015 is [verzoeker] bij Saab in dienst getreden. Hij was toen 18 jaar oud. [verzoeker] heeft geen schriftelijke arbeidsovereenkomst maar heeft wel het arbeidsreglement ondertekend. [verzoeker] werkte zelfstandig en kan zelf een kast in elkaar zetten. Het personeel van Saab werkt samen om tot een product te komen. Soms werkte [verzoeker] met een andere schrijnwerker, soms had hij hulp van een stagiair. [verzoeker] heeft niet deelgenomen aan de cursus “Mi Fishi’. Hij heeft daartoe ook nooit formulieren ingevuld. Na controle heeft het SOAW geconcludeerd dat [verzoeker] bij Saab in dienst was.

3.3.

Saab heeft het volgende tot verweer gevoerd. [verzoeker] is nimmer bij Saab in dienst getreden. Na zijn schoolstage in 2015 volgde hij steeds werkend-leren cursussen en verrichtte [verzoeker] zijn werkzaamheden bij Saab in het kader van de cursus “Mi Fishi”. Dat [verzoeker] een lijst met regels voor op de werkvloer van Saab heeft getekend maakt niet dat er een arbeidsovereenkomst is ontstaan. Ook in een werkend-leren omgeving moeten er regels gesteld worden om de orde binnen het bedrijf te behouden. De vergoeding die [verzoeker] ontving was slechts een vergoeding voor de door hem verrichte werkzaamheden in het kader van de cursus “Mi Fishi”. Op de slips die [verzoeker] iedere maand ontving en ondertekende is te zien dat het gaat om een vergoeding in het kader van de cursus “Mi Fishi”. Het is nooit de bedoeling van Saab geweest een arbeidsovereenkomst met [verzoeker] te sluiten.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Bij de toetsing of een rechtsverhouding beantwoordt aan de criteria voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst moet acht worden geslagen op alle omstandigheden van het geval. Daarbij dienen niet alleen de rechten en verplichtingen in aanmerking te worden genomen die partijen bij het aangaan van de rechtsverhouding voor ogen stonden, maar dient ook acht te worden geslagen op de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan hun rechtsverhouding en aldus daaraan inhoud hebben gegeven. Voorts is niet één enkel kenmerk beslissend, maar moeten de verschillende rechtsgevolgen die partijen aan hun verhouding hebben verbonden, in hun onderling verband worden bezien.

4.2.

Voor de vraag of arbeid is verricht heeft als maatstaf te gelden of de werkzaamheden die worden verricht naar de bedoeling van partijen vooral gericht zijn op het uitbreiden van eigen kennis en ervaring, derhalve in overwegende mate in het belang is van de opleiding die wordt gevolgd, of dat het primaire doel van de arbeidsprestatie een (actieve) bijdrage aan het doel van de onderneming was.

4.3.

Vaststaat dat [verzoeker] van 2013 tot 2015 bij Saab stage heeft gelopen. Daarna is [verzoeker] bij Saab blijven werken. Tussen partijen is toen geen schriftelijke arbeidsovereenkomst gesloten. [verzoeker] heeft toen evenmin formulieren ingevuld dat hij wilde deelnemen aan de cursus “Mi Fishi”.

4.4.

Ter zitting is komen vast te staan dat binnen het bedrijf van Saab samengewerkt moet worden om tot een eindproduct te komen. In de praktijk betekent dit dat de schrijnwerker, die zorgdraagt voor het zaag- en timmerwerk, assistentie krijgt van een ander, die bijvoorbeeld helpt bij het tillen en vasthouden van de houten platen en voorts bij het schuren, boenen en fineren. Hieruit volgt dat het werk van die assistent arbeid betreft die reëel bijdraagt aan de door Saab gefabriceerde eindproducten. Dat dit werk (ook) door stagiaires en cursisten gedaan wordt, doet hier niet aan af. Gelet hierop kan in het midden blijven of [verzoeker] ook zelfstandig als schrijnwerker werkte en dat stagiaires juist hem hielpen, zoals [verzoeker] heeft gesteld en Saab heeft betwist. Saab heeft in het licht van het voorgaande onvoldoende feiten aangevoerd ter onderbouwing van haar verweer dat de werkzaamheden van [verzoeker] primair waren gericht op het uitbreiden van zijn eigen kennis en ervaring. Zo heeft Saab nagelaten te onderbouwen aan welke leerdoelen [verzoeker] moest voldoen, terwijl dit gezien de stellingen van [verzoeker] wel op haar weg had gelegen. Ook heeft Saab niet geconcretiseerd gesteld dat van een structurele vorm van begeleiding van [verzoeker] door Saab sprake is geweest, terwijl dit gelet op de stellingen van [verzoeker], wel op haar weg had gelegen. Het gerecht wijst erop dat een startend medewerker in de regel enige begeleiding van ervaren collega’s zal krijgen en normaal gesproken zal beginnen met eenvoudiger werkzaamheden. Aan het aannemen van een arbeidsovereenkomst staat dat niet in de weg, en juist daarom had van Saab een concrete onderbouwing van haar verweer verwacht mogen worden. In dit verband is ook van belang dat [verzoeker] na zijn stage bij Saab al gedurende twee jaar meedraaide, nadat hij al een opleiding had voltooid. Saab heeft ook erkend dat [verzoeker], weliswaar met anderen, in elk geval de hierboven beschreven assisterende arbeid voor Saab verrichtte.

4.6.

Gelet op vorenstaande kunnen de activiteiten van [verzoeker] bij Saab niet worden aangemerkt als activiteiten die vooral gericht waren op het uitbreiden van eigen kennis en ervaring. Gelet op de kwetsbare positie van [verzoeker], die immers onbetwist kampt met een sociale beperking, kan hem niet worden tegengeworpen dat hij heeft getekend voor de maandelijkse betalingen van NAf. 750 op papier waarop “Projekto Mi Fishi” staat vermeld. De arbeid die [verzoeker] voor Saab heeft verricht kwalificeert dan ook als reële arbeid en zijn productiviteit is voor Saab niet van ondergeschikt belang geweest. Saab heeft in die zin profijt gehad van de arbeid van [verzoeker]. Derhalve is sprake van arbeid in de zin van artikel 7A:1613a BW.

4.7.

De conclusie is dan ook dat er tussen [verzoeker] en Saab in de periode juli 2015 tot augustus 2017 een arbeidsovereenkomst heeft bestaan. Dat voldaan is aan de overige elementen loon en gezagsverhouding, staat immers niet ter discussie.

4.8.

Nu tussen partijen een arbeidsovereenkomst heeft bestaan had Saab [verzoeker] conform de bepalingen in de landsverordening minimumlonen moeten uitbetalen. Saab heeft dat niet gedaan. [verzoeker] heeft derhalve in de periode juli 2015 tot augustus 2017 minder dan het geldig minimumloon uitbetaald gekregen. Dit eindmoment volgt uit de uitdrukkelijke verklaring van [verzoeker] ter zitting dat hij vanaf 1 augustus 2017, vanwege het begin van zijn nieuwe opleiding, niet meer beschikbaar is voor het werk bij Saab.

4.9.

Saab zal worden veroordeeld tot betaling van het minimumloon over de periode van 1 juli 2015 tot 1 augustus 2017, minus de reeds door [verzoeker] ontvangen reguliere betalingen van NAf. 750,00 per maand. De vergoedingen voor werken in het weekend moeten hier buiten beschouwing blijven nu partijen er kennelijk vanuit gingen dat [verzoeker] daarop recht had boven zijn reguliere aanspraken.

4.10.

Het Gerecht ziet aanleiding om de vertragingsrente te beperken tot 10%. De wettelijke rente is toewijsbaar. Omdat [verzoeker] niets heeft gesteld terzake de ingangsdatum zal het Gerecht de wettelijke rente toewijzen vanaf de datum van het verzoekschrift.

4.11.

Saab zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [verzoeker] tot op heden begroot op NAf. 50,- aan verschotten en NAf. 1.000,- aan gemachtigdensalaris.

5 De beslissing

Het Gerecht:

- staat [verzoeker] toe kosteloos te procederen;

- verklaart voor recht dat [verzoeker] in de periode 1 juli 2015 tot 1 augustus 2017 in dienst was van Saab en recht had op minimumloon;

- veroordeelt Saab over de periode 1 juli 2015 tot 1 augustus 2017 aan [verzoeker] het loon conform de bepalingen in de landsverordening minimumlonen onder aftrek van de reeds door Saab aan [verzoeker] verstrekte bedragen uit te betalen, een en ander met inachtneming van het overwogene in 4.9. vermeerderd met vertragingsrente van 10% conform artikel 1614q BW en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum van het verzoekschrift tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt Saab in de proceskosten, aan de zijde van [verzoeker] tot op heden begroot op NAf. 1.000,- aan gemachtigdensalaris en NAf. 50,00 aan verschotten;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Th. Veling, rechter in voormeld Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2018.