Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:90

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
02-06-2017
Datum publicatie
24-07-2017
Zaaknummer
KG 82501/2017
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

the View (geluidsoverlast)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak


GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS IN KORT GEDING

In de zaak van:

[eiser],

wonend in Curaçao,

eiser,

in persoon,

tegen

de besloten vennootschap

the View Curaçao B.V.,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.C. Meulen,

en

[gedaagde], handelend onder de naam Y212,

wonend in Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde: mr. A.N. Sulvaran.

Partijen zullen hierna [eiser] en the View en [gedaagde] genoemd worden.

1 Verloop van de procedure

1.1. [

eiser] heeft op 12 april 2017 een verzoekschrift met producties ingediend. [eiser] en the View hebben voorafgaand aan de zitting (aanvullende) producties ingediend. Vervolgens heeft op 25 april 2017 de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij [eiser] is verschenen in persoon, the View vergezeld van haar gemachtigde en de gemachtigde namens[gedaagde]. [eiser] en de gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van overgelegde pleitnotities.

1.2.

De zaak is aangehouden ten einde partijen in de gelegenheid te stellen een minnelijke regeling te beproeven. Na het verstrijken van de daartoe afgesproken termijn, hebben partijen verzocht om vonnis te wijzen. Het door [eiser] gedane verzoek om de behandeling ter zitting voor te zetten om de nieuw ervaren geluidsoverlast te bespreken, is afgewezen.

1.3.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

2.2. [

eiser] woont samen met zijn echtgenote in Orange Estate, alhier. De woning van eiser bevindt zich naast [adres], alhier, op welk adres zich een gebouw bevindt dat in eigendom toebehoort aan [gedaagde]. Sprake is van een stedelijk woongebied (EOP). Op het dak van het gebouw huurt the View bedrijfsruimte en beheert aldaar een horeca-/uitgaansgelegenheid the View genaamd. Op de andere verdieping(en) wordt ruimte aangeboden en verhuurd voor feesten en evenementen.

2.3.

Attaf heeft op 23 september 2013 een bouwvergunning ontvangen voor het bouwen van een magazijn te [adres], alhier.

2.4.

Bij brief verzonden op 1 oktober 2014 heeft het Ministerie van Verkeer Vervoer en Ruimtelijke Planning [gedaagde] in verband met het uitbreiden van het zonder vergunning opgetrokken winkelpand aan de westelijke zijde, gesommeerd om verder bouwen in afwijking van de verleende bouwvergunning te staken en een bouwaanvraag in te dienen.

2.5.

Bij brief van 22 juni 2016 heeft het Ministerie van Verkeer Vervoer en Ruimtelijke Planning[gedaagde] in verband met het bouwen van een derde bouwlaag (terras), gesommeerd om verder bouwen in afwijking van de verleende bouwvergunning te staken en een bouwaanvraag in te dienen.

2.6.

Op 12 juli 2016 heeft de directeur van the View, door tussenkomst van haar eenmanszaak Uniques Luxury, verzocht om een koffiehuis vergunning. Er is nog niet beslist op dit verzoek.

2.7.

The View heeft op 28 januari 2017 een zogenaamd All in White feest gehouden van 21.00 uur tot 4.00 uur. [eiser] heeft geluidsoverlast ervaren van dit feest.

2.8.

The View heeft aangekondigd op 29 april 2017 van 21.00 uur tot 3.00 uur wederom een All in White feest te houden in the View.

3 Het geschil

3.1. [

eiser] vordert dat het Gerecht, oordelend in kort geding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

The View en[gedaagde] zal bevelen om hun/in opdracht van hen/namens hen of gemachtigd of in staat gesteld door hen, respectieve horeca werkzaamheden verrichten of te laten verrichten c.q. uitbaten, daarbij in het bijzonder het verlaat sluitingsuur en het ten gehore (doen) brengen van muziek, in/op/om/bij het gebouw op het perceel plaatselijk bekend als Caracasbaaiweg 212, direct te staken en gestaakt te houden, zulks op straffe van een door the View en/of[gedaagde] te verbeuren dwangsom van NAf 10.000,= per overtreding per dag, avond of nacht of een gedeelte daarvan, althans een door het Gerecht in goede justitie te bepalen dwangsom, bij het niet opvolgen van het gegeven bevel, althans verbod/gebod tot het voeren van verdere horeca-activiteiten, onder veroordeling van the View en[gedaagde] in de kosten van het geding.

3.2. [

eiser] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat door the View, althans in het gebouw van [gedaagde], regelmatig in de avond- en nachtelijke uren luide muziek ten gehore wordt gebracht. Deze muziek veroorzaakt geluidsoverlast, zodanig dat eiser en zijn vrouw, maar ook buren, niet kunnen slapen. Ook zorgt het verkeer dat op de feesten afkomt voor geluidsoverlast. [eiser] verwijst in dit kader naar de schriftelijke verklaringen van buren. Tijdens het All in White feest van 28 januari 2017 heeft [eiser] zeven uur lang last gehad van geluidsoverlast van wel 80db (met uitschieters daarboven). [eiser] stelt zich op het standpunt dat the View en[gedaagde] deze geluidshinder dienen te voorkomen door zich te houden aan de normen die bij kort geding vonnis van 13 maart 2014 zijn vastgesteld.

3.3.

The View en [gedaagde] hebben de vordering betwist.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang in de onderhavige zaak volgt uit de aard van de zaak. Het tegengaan van geluidshinder is naar haar aard spoedeisend.

The View

4.2.

Ter zitting heeft the View, onder verwijzing naar de e-mail van 24 april 2017 van the View aan[gedaagde], zich primair op het standpunt gesteld dat geen sprake (meer) is van een spoedeisend belang nu the View haar bedrijfsvoering te Caracasbaaiweg 212 staakt per 30 april 2017. Daarbij zijn de aangekondigde feesten van 29 en 30 april 2017 naar een andere locatie verplaatst. The View verzoekt [eiser] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek.

4.3.

De vordering van [eiser] is in de kern gericht op het staken van de bedrijfsactiviteiten althans verbieden van geluidsoverlast door, onder meer, the View. Nu vaststaat dat the View haar bedrijfsactiviteiten op deze locatie heeft gestaakt, heeft [eiser] geen belang meer bij de vordering tegen the View. Deze vordering zal dan ook worden afgewezen.

[gedaagde]

4.4. [

gedaagde] heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de tegen hem gerichte vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu hij met de klachten van [eiser] niets van doen heeft. Nu het uittreksel van de kamer van koophandel dateert van 21 juli 2016, kan niet meer daarvan worden uitgegaan. Het is nog maar de vraag of hij eigenaar is van Y212 en of Y212 nog een bestaande eenmanszaak is, aldus[gedaagde].

4.5.

Weliswaar is sprake van een uittreksel van 21 juli 2016, maar dat enkele feit brengt nog niet mee dat niet van de op dit uittreksel vermelde gegevens kan worden uitgegaan. Het voorgaande geldt te meer nu[gedaagde] het uittreksel bloot heeft betwist. Het had evenwel op zijn weg gelegen, als zijnde de op het uittreksel vermelde eigenaar van de eenmanszaak Y212, om te onderbouwen dat hij geen eigenaar meer was van Y212 of dat Y212 geen bestaande eenmanszaak meer was. Nu [gedaagde] zulks heeft nagelaten, zal worden uitgegaan van de op het uittreksel vermelde gegevens. Het Gerecht weegt daarbij mee dat uit de door the View ter zitting overgelegde e-mailcorrespondentie van 24 april 2017 blijkt dat the View een cc. mail heeft gestuurd naar[gedaagde] ter zake de afsluiting van de elektriciteit van de lift naar the View. In een daaropvolgende mail van gelijke datum, wordt vermeld dat[gedaagde] akkoord is met de voorgestelde afwikkeling van de huurovereenkomst van het door the View gehuurde te [adres]. Uit de door [eiser] overgelegde foto, blijkt verder dat het Y212 is die de ruimtes te [adres] aanbiedt voor feesten en partijen. Het Gerecht ziet, mede gelet op de mail(s) van 24 april 2017, geen aanleiding aan de gestelde recente datum van de foto te twijfelen. Het Gerecht acht het, mede gelet op de door the View overgelegde productie 3, voldoende aannemelijk dat Y212, althans[gedaagde], horeca activiteiten gepaard gaande met muziek in het pand te [adres] verricht of laat verrichten. [eiser] zal ontvankelijk worden geacht in zijn vordering tegen[gedaagde]. Het vorenstaande is ook in de kop van het vonnis tot uitdrukking gebracht.

4.6.

Ingevolge artikel 5:37 BW mag de eigenaar van een erf niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 6:162BW onrechtmatig is, aan eigenaar van andere erven hinder toebrengen, zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun. Of sprake is van onrechtmatige hinder dient te worden beoordeeld naar de aard, ernst en duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade, en de verdere omstandigheden van het geval (vgl. HR 3 mei 1991, NJ 1991, 476).

4.7.

Naar het voorlopig oordeel van het Gerecht ligt het zwaartepunt van de door [eiser] gestelde hinder bij de door hem gestelde frequente geluidsoverlast. Relevant in dit kader is dat het uiterst subjectief is wanneer sprake is van geluidsoverlast. Waar de grens ligt tussen hetgeen buren van elkaar dienen te dulden en onrechtmatige hinder, is in algemene zin moeilijk te duiden. Hoe dan ook mag in het maatschappelijk verkeer van een ieder worden verlangd dat hij of zij de nachtrust in acht neemt en anderen daarin niet stoort. Van partijen mag dan ook worden verwacht dat zij elkaars nachtrust respecteren en zich ertoe inspannen de ander daarin niet te (doen) storen, bijvoorbeeld door het veroorzaken van het geluidsoverlast.

4.8.

Voorshands oordelend heeft [eiser] aan de hand van zijn verzoekschrift, de daarbij gevoegde registratie van de nachtelijke geluidsoverlast en de brieven van de buren te Orange Estate genoegzaam aannemelijk gemaakt dat hij op, voornamelijk, vrijdag en zaterdag in de avond- en nachtelijke uren frequent geluidsoverlast ondervindt van de (live) muziek te [adres], waardoor hij en zijn echtgenote in hun slaap worden gestoord. Daarbij weegt mee dat niet is betwist dat het huis en de slaapkamer van [eiser] zich op geringe afstand bevindt van [adres]. Ook is relevant dat door the View niet is betwist dat sprake is geweest van door haar veroorzaakte geluidsoverlast. Nu gedaagden niet hebben betwist dat politieagent Zimmerman op 29 november 2016 met[gedaagde] en een vertegenwoordiger van the View heeft gesproken over de door [eiser] ervaren geluidsoverlast en evenmin hebben betwist dat deze agent in december 2016 in het pand is geweest waarbij de muziek is stilgelegd, kan gedaagde[gedaagde] met deze overlast bekend worden verondersteld.

4.9.

Ter zitting heeft de gemachtigde verklaard dat[gedaagde] zich er niet tegen verzet om zich te houden aan de geluidsnormen. De vraag is welke geluidsnormen in het kader van de onderhavige procedure in redelijkheid aan gedaagde[gedaagde] kunnen worden gesteld om te voorkomen dat [eiser] overlast ondervindt van de (live) muziek afkomstig van (een van de verdiepingen van) het pand te [adres]. Partijen hebben bevestigd bekend te zijn met (de geluidsnormen voor een horecagelegenheid vermeld in) het kort geding vonnis van dit Gerecht van 13 maart 2014. Daarbij heeft het Gerecht voor de maatstaf of van hinder in niet aanvaardbare mate sprake is, aansluiting gezocht bij de richtlijnen in de memo van de minister van Gezondheid, Milieu en Natuur van 27 september 2013. Het Gerecht ziet aanleiding om in het kader van dit kort geding, bij gebreke aan concrete andersluidende normen, aan te sluiten bij de geluidsnormen die het Gerecht in die procedure heeft vastgesteld.

4.10.

Zowel bij live muziek als bij mechanisch/elektrisch opgewekte muziek gaat het erom dat eiser geen onaanvaardbare hinder ondervindt als gevolg van overschrijding van toegestane geluidsnormen. Daarom is het Gerecht vooralsnog van oordeel dat de omstandigheid dat geen vergunning(en) zijn verleend voor het maken van (live) muziek of de omstandigheid dat [gedaagde] mogelijk niet op basis van vergunningen opereert, in het kader van de onderhavige procedure geen grond oplevert om (live) muziek dan wel horeca activiteiten totaal te verbieden.

4.11.

In het vonnis van het Gerecht van 13 maart 2014 zijn de in het memo van 27 september 2013 genoemde decibellen achtergrondgeluid overgenomen. Deze luiden als volgt:

- van 7:00 tot 19:00 uur: 55 dB(A)

- van 19:00 tot 23:00 uur: 50 dB(A)

- van 23:00 tot 7:00 uur: 45 dB(A)

Het Gerecht heeft daarbij overwogen, onder verwijzing naar voormeld memo, dat hieraan 3 tot 5 dB(A) dient te worden toegevoegd om het niveau te bereiken dat het gemiddeld menselijke oor als storend kan beleven. Ook in dit kort geding zal worden aangenomen dat dit stadium tussen 7:00 en 23:00 uur voor eiser bereikt wordt bij een achtergrondgeluid vermeerderd met 5 decibel. Voor de nachtelijke uren acht het Gerecht een vermeerdering met 3 decibel redelijk.

4.12.

Dit brengt mee dat[gedaagde] zal worden verboden om (live) muziek ten gehore

(te doen) brengen in/op/bij het pand te [adres], alhier, dat luider is dan:

- van 7:00 tot 19:00 uur: 60 decibel;

- van 19:00 tot 23:00 uur: 55 decibel;

- van 23:00 tot 7:00 uur: 48 decibel.

4.13.

Ter vermijding van executie- en andere geschillen zullen in het dictum nadere bepalingen worden opgenomen met betrekking tot de constatering van de door eiser gestelde geluidshinder en zullen de verboden betrekking hebben op het gehele etmaal. De gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd.

4.14.

Gelet op het vorenstaande behoeft hetgeen partijen voor het overige hebben aangevoerd geen bespreking.

The View en[gedaagde]

4.15.

Nu eerst ter zitting is gebleken van het staken van de activiteiten door the View en het niet doorgaan van het aangekondigde All-in White feest en voldoende aannemelijk is geworden dat [eiser] (ook) van the View geluidsoverlast heeft ervaren en dat the View daarvan op de hoogte was, ziet het Gerecht aanleiding the View veroordelen tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] begroot op NAf 450,= aan griffierechten en NAf 376,96 aan oproepingskosten.

4.16.

Attaf zal als de in het ongelijk te stellen partij eveneens worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van eiser begroot op NAf 450,= aan griffierechten en NAf 336,96 aan oproepingskosten.

4.17.

Ten aanzien van de griffierechten zal worden bepaald dat indien de een betaalt, de ander zal zijn bevrijd.

5 De beslissing

Het Gerecht:

Rechtdoende in kort geding:

Attaf

- verbiedt[gedaagde] om in/op/bij het pand te [adres], alhier, (live) muziek ten gehore te (doen) brengen die de volgende geluidsmaxima overschrijdt:

van 7:00 tot 19:00 uur: 60 decibel;

van 19:00 tot 23:00 uur: 55 decibel;

van 23:00 tot 7:00 uur: 48 decibel.

- bepaalt dat van de overtreding van het hiervoor gegeven verbod, alleen zal kunnen blijken uit een deurwaardersexploot of uit schriftelijk vastgelegde constateringen van het Uitvoeringsorgaan Milieu en Natuurbeheer, de politie of andere overheidsdiensten die belast zijn met toezicht op de naleving van wetten ter handhaving van de openbare orde. Indien een deurwaardersexploot van overtreding wordt opgemaakt, zal daarin moeten zijn vermeld dat de overtreding van het verbod is geconstateerd aan de hand van een decibellenmeter en meer bedraagt dan het voor de betrokken periode toegestane maximum. Verder zal uit het deurwaardersexploot moeten blijken dat de geluidsmetingen hebben plaatsgevonden aan de slaapkamer zijde van de woning van [eiser].

- bepaalt dat[gedaagde] voor elke na betekening van dit vonnis op de voorgeschreven wijze geconstateerde overtreding, een dwangsom zal verbeuren van NAf 10.000,=, met dien verstande dat per etmaal maximaal één dwangsom wordt verbeurd. Bepaalt dat boven een bedrag van NAf 500.000,= geen dwangsommen zullen zijn verbeurd.

The View

- wijst de vordering jegens the View af.

The View en[gedaagde]

- veroordeelt the View en[gedaagde], des de een betalende de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan [eiser] van de griffierechten ad NAf 450,=.

- veroordeelt the View tot betaling aan [eiser] van de oproepingskosten ad NAf 376,96;

- veroordeelt[gedaagde] tot betaling aan [eiser] van de oproepingskosten ad NAf 336,96;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis in kort geding is gewezen door mr. M.W. Scholte, rechter in voormeld Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2017.