Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:4

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
23-01-2017
Datum publicatie
27-01-2017
Zaaknummer
AR 76088/2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanneming van werk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

[Eiser in conventie],

wonende in Curaçao,

eiser in conventie, gedaagde in reconventie,

gemachtigde: mr. S.N.E. Inderson,

tegen

[Gedaagde in conventie],

wonende in Curaçao,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

gemachtigde: mr. M. Peelen.

Partijen zullen worden aangeduid als [eiser in conventie] en [gedaagde in conventie].

1 De procedure

1.1.

Het gerecht heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

  • -

    het verzoekschrift met bijlagen, ingediend op 19 oktober 2015;

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie met producties van 18 april 2016;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie van 15 augustus 2016;

  • -

    de producties die op 17 oktober 2016 door mr. Oosterhof (kantoorgenoot van mr. Inderson voornoemd) aan het gerecht zijn bezorgd;

  • -

    de comparitie van partijen op 20 oktober 2016 alwaar mr. Oosterhof namens [eiser in conventie] en mr. Peelen namens [gedaagde in conventie] het woord hebben gevoerd, mede aan de hand van pleitnotities. Ook partijen hebben hun standpunten toegelicht.

1.2.

Na de comparitie van partijen is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De aannemer [eiser in conventie] heeft van [gedaagde in conventie] rondom 2014 de opdracht aangenomen voor het bouwen van een huis op het perceel Grootte Berg kavel [kavelnummer] te Curaçao en heeft een groot deel van de desbetreffende werkzaamheden verricht. Er is geen schriftelijke overeenkomst tot stand gekomen. Wel heeft [eiser in conventie] een plattegrond / bouwtekening en een begroting gemaakt (producties 5 en 3 bij het verzoekschrift). De begroting bevat (onder meer en samengevat) het volgende en is gebaseerd op de bouwtekening:

Fundering

  • -

    Materiaalkosten (ong.) NAf. 8.570

  • -

    Loonkosten NAf. 9.025

Opmetselen t/m 220 cm

  • -

    Materiaalkosten NAf. 8.000

  • -

    Loonkosten NAf. 8.490

Dakconstructie

  • -

    materiaalkosten NAf. 8800

  • -

    loonkosten NAf. 6300

Pleisterwerk binnen en buiten + aanleg vloertegels

  • -

    Materiaalkosten NAf. 11.200

  • -

    Loonkosten NAf. 9.600

Diversen

- Materiaalkosten NAf. 2.800

transportkosten NAf. 3.000

totaal NAf. 75.785

2.2.

De feitelijk gebouwde woning (tot zover althans) is in afwijking van de bouwtekening groter voor wat betreft oppervlakte en afmetingen.

2.3.

[Gedaagde in conventie] betaalde telkens per afzonderlijke fase in de bouw, zoals weergegeven in de begroting, zie 2.1., de benodigde materialen en de loonkosten. Tot en met de dakconstructie zijn de materiaal- en loonkosten door [gedaagde in conventie] aan [eiser in conventie] betaald en deden zich op dat vlak geen problemen voor.

2.4.

Toen de fase van het pleisterwerk rond september / oktober 2014 aanbrak heeft [gedaagde in conventie] een voorschot betreffende het loon aan [eiser in conventie] betaald van
NAf 4.500,-. Tevens is materiaal aangeschaft voor het pleisterwerk.

2.5.

Op 15 december 2014 heeft de gemachtigde van [eiser in conventie] een ingebrekestellingsbrief gestuurd aan [gedaagde in conventie] waarin onder meer het volgende staat:

De woning is groter geworden dan afgesproken in het initiële contract. De materiaalkosten waren voorts hoger dan in de berekening van destijds.

Cliënt kon zonder bepaalde materialen niet aan zijn verplichtingen jegens u voldoen en heeft de materiaalkosten deels voorgeschoten van het loon dat u hem betaalde. Het loon dat u hem betaalde bedroeg Naf. 4.500,- terwijl u cliënt Naf. 9.600,- verschuldigd was.

Cliënt heeft de Naf. 4.500,- in goed vertrouwen uitgegeven aan materiaalkosten voor uw woning ter voorkoming van wanprestatie zijnerzijds.

(…)

Cliënt stelt voor dat u het verschuldigde loon van Nafl. 9.600,- betaalt. Cliënt zal voorts de restschuld kwijtschelden. (…)

3 Het geschil in conventie

3.1.

[Eiser in conventie] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, dat:

- [ gedaagde in conventie] wordt veroordeeld om NAf. 4.500,- aan hem te betalen ter zake van materiaalkosten voor het pleisterwerk;

- [ gedaagde in conventie] wordt veroordeeld om NAf. 10.000,- aan hem te betalen ter zake van arbeidsloon voor het pleisterwerk;

beide posten verhoogd met wettelijke rente.

3.2.

[Eiser in conventie] legt tegen de achtergrond van de hierboven vermelde feiten aan de vordering voor wat betreft de materiaalkosten van NAf 4.500,- ten grondslag dat hij voor dat bedrag, dat hij als voorschot op zijn loon voor het pleisterwerk had ontvangen, materialen voor het pleisterwerk heeft voorgeschoten. Volgens [eiser in conventie] had [gedaagde in conventie] namelijk, op het moment dat de verbouwing in de fase van het pleisterwerk verkeerde, na diefstal van twintig zakken cement, geen geld. [gedaagde in conventie] heeft toen toegezegd dat hij dat later aan [eiser in conventie] zou terugbetalen. [eiser in conventie] heeft bonnen/facturen betreffende deze materiaalkosten overgelegd, voor een bedrag van in totaal
NAf 6.203,21.

3.3.

[Eiser in conventie] legt tegen de achtergrond van de hierboven vermelde feiten aan de vordering van NAf 10.000,- ten grondslag dat deze betrekking heeft op de loonkosten voor het pleisterwerk van in totaal 500 m2 en betreft NAf 20,- per vierkante meter, hetgeen een marktconforme prijs betreft. Volgens [eiser in conventie] is bovendien vóór de bouw begon met [gedaagde in conventie] afgesproken dat in afwijking van de bouwtekening het oppervlakte van de woning groter zou zijn. Voorts is besproken dat dit gegeven extra kosten met zich zou meebrengen voor wat betreft het pleisterwerk, aldus [eiser in conventie].

3.4.

[Gedaagde in conventie] heeft verweer gevoerd. Op dat verweer komt het gerecht in het kader van de beoordeling van het geschil nog terug.

4 De beoordeling

Materiaalkosten NAf 4.500,-

4.1. [

Gedaagde in conventie] betwist dat [eiser in conventie] de aanschaf van materiaal heeft voorgeschoten. [gedaagde in conventie] heeft naar voren gebracht dat hij steeds degene is geweest die het materiaal dat werd aangeschaft voor de bouw van de woning heeft betaald. [gedaagde in conventie] heeft gewezen op de gebruikelijke werkwijze, namelijk dat hij (en zijn echtgenote) samen met [eiser in conventie] materialen gingen kopen, waarbij [gedaagde in conventie] dan steeds betaalde. Volgens [gedaagde in conventie] kwam het daarnaast wel eens voor dat [eiser in conventie] materialen aanschafte, waarna [gedaagde in conventie] de kosten aan hem terugbetaalde nadat [eiser in conventie] de factuur aan [gedaagde in conventie] had overhandigd. Ook voor wat betreft de materialen betreffende het pleisterwerk geldt dat deze door [gedaagde in conventie] zijn betaald. Volgens [gedaagde in conventie] heeft [eiser in conventie] in de periode dat partijen onenigheid kregen wel tegen hem gezegd dat hij ([eiser in conventie]) materiaal had aangeschaft, maar kon hij desgevraagd geen factuur/facturen overhandigen. De in deze procedure door [eiser in conventie] overgelegde bonnen / facturen betreffen kosten, die al door [gedaagde in conventie] zelf zijn voldaan, aldus [gedaagde in conventie].

4.2.

Bovengenoemd verweer van [gedaagde in conventie] is door [eiser in conventie] niet gemotiveerd bestreden. [eiser in conventie] heeft slechts in algemene termen herhaald dat hij voor NAf 4.500,- materiaal heeft aangeschaft. Het had evenwel op zijn weg gelegen om nader uit te leggen om welke reden hij, in afwijking van de gebruikelijke gang van zaken, een bedrag aan materiaalkosten van NAf 4.500,- zou hebben voorgeschoten. Dat cement zou zijn gestolen, zoals [eiser in conventie] eveneens naar voren heeft gebracht, vormt geen afdoende verklaring nu niet is gesteld of gebleken dat voor een bedrag van NAf 4,500,- cement is gestolen. Daar komt bij dat in de ingebrekestellingsbrief van de zijde van [eiser in conventie] naar voren is gebracht dat één zak cement was gestolen, waarna [eiser in conventie] een nieuwe zak zou hebben gekocht. Ook heeft [eiser in conventie] niet kunnen aantonen welke facturen / bonnen dan precies betrekking hadden op de materialen die hij heeft voorgeschoten en wanneer en op welke wijze hij die facturen / bonnen aan [gedaagde in conventie] heeft overhandigd. Het Gerecht komt gezien het vorenstaande tot het oordeel dat [eiser in conventie] niet heeft voldaan aan zijn stelplicht, zodat dit deel van de vordering moet worden afgewezen.

Loonkosten NAf 10.000,-

4.3.

Het Gerecht overweegt als volgt. In verband met het voorgaande moet er vanuit gegaan worden dat aan [eiser in conventie] NAf 4.500,- is betaald aan loonkosten voor pleisterwerk. Dat betekent dat de vordering van [eiser in conventie] voor niet meer dan (NAf 10.000,- minus NAf 4.5000,- =) NAf 5.500,- kan worden toegewezen. Het Gerecht begrijpt met dat gegeven in acht genomen de vordering van [eiser in conventie] zo dat hij (NAf 9.600,- minus NAf 4.500,- =) NAf 5.100,- vordert met als grondslag betaling van loon op grond van de aannemingsovereenkomst en kennelijk NAf 400,- op grond van meerwerk. Over het meerwerk geldt in de eerste plaats het volgende.

4.4.

[Gedaagde in conventie] bestrijdt dat partijen meerwerk zijn overeengekomen. Volgens hem heeft [eiser in conventie] voordat de bouw aanving voorgesteld om het oppervlakte van de woning te vergroten. [eiser in conventie] heeft daarbij volgens [gedaagde in conventie] aangegeven dat dat geen extra kosten met zich mee zou brengen. [gedaagde in conventie] is dan ook uitgegaan van de kosten die staan opgesomd in de begroting waarmee hij vervolgens ook naar de bank is gegaan om financiering te verkrijgen voor de verbouwing. In september 2014 werd [gedaagde in conventie] onaangenaam verrast door het verzoek van [eiser in conventie] tot betaling van NAf 10.000,- voor beweerdelijk meerwerk dat partijen niet waren overeen gekomen, aldus [gedaagde in conventie].

4.5.

Artikel 7:755 BW bepaalt dat - ingeval van door de opdrachtgever gewenste toevoegingen of veranderingen in het overeengekomen werk - de aannemer slechts dan een verhoging van de prijs kan vorderen, wanneer hij de opdrachtgever tijdig heeft gewezen de noodzaak van een daaruit voortvloeiende prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen. Dit artikel maakt duidelijk dat toestemming tot meerwerk niet zonder meer toestemming tot prijsverhoging inhoudt. De opdrachtgever zal in beginsel door de aannemer op deze consequentie van het meerwerk moeten worden gewezen. In het licht bezien van de betwisting door [gedaagde in conventie] heeft [eiser in conventie] niet voldaan aan zijn stelplicht betreffende de op hem als aannemer rustende mededelings-/waarschuwingsplicht. Hij heeft immers slechts naar voren gebracht, desgevraagd ter zitting, dat hij tegen [gedaagde in conventie] heeft gezegd dat het pleisterwerk meer zou kosten. Dit wordt evenwel niet ondersteund door enig bewijsstuk of ander relevant argument. De van de zijde van [eiser in conventie] gestuurde ingebrekestellingsbrief van 15 december 2014 wijst zelfs op het tegendeel. Hierin staat immers: De woning is groter geworden dan afgesproken in het initiële contract. De materiaalkosten waren voorts hoger dan in de berekening van destijds. De loonkosten worden in deze zinsnede niet vermeld. Even verderop staat: Het loon dat u hem betaalde bedroeg Naf. 4,500,-, terwijl u cliënt NAf. 9.600 verschuldigd was. Dat laatste bedrag correspondeert met het bedrag dat aan loonkosten in de begroting is opgenomen voor pleisterwerk. Over hogere loonkosten als gevolg van meerwerk wordt in de brief niets vermeld. Voorgaande heeft tot gevolg dat de vordering voor zover deze is gegrond op meerwerk niet kan worden toegewezen.

4.6.

Resteert het vraagpunt of NAf 5.100,- dient te worden toegewezen aan loonkosten voor het pleisterwerk op grond van de aannemingsovereenkomst. [eiser in conventie] heeft hiertoe nader aangevoerd dat hij het pleisterwerk heeft verricht en dat hij daarvoor niet is betaald. [gedaagde in conventie] heeft hier tegenover gesteld dat aan [eiser in conventie] NAf 4.500,- betaald is voor het werk dat hij heeft verricht en dat hij niet meer aan [eiser in conventie] is verschuldigd nu de werkzaamheden niet zijn afgerond.

4.7.

Naar het oordeel van het Gerecht heeft [eiser in conventie] er terecht op gewezen dat dit laatste standpunt van [gedaagde in conventie] niet rijmt met het feit dat [gedaagde in conventie] eveneens naar voren brengt (onder meer onder randnummer 11 in de conclusie van antwoord) dat op het moment dat [gedaagde in conventie] het restant van de loonkosten wilde betalen, de problemen begonnen en [eiser in conventie] extra kosten vorderde in verband met meerwerk. Met die laatste zinsnede is immers niet gezegd dat [gedaagde in conventie] niets meer betaald hoefde te worden uit hoofde van loonkosten in verband met pleisterwerk. Als tussenconclusie heeft daarom te gelden dat het zou kunnen zijn dat aan [eiser in conventie] nog een bedrag aan loonkosten toekomt van (maximaal) NAf 5.100,-. [gedaagde in conventie] heeft evenwel nog een ander verweer gevoerd tegen verschuldigdheid van loonkosten. Hij voert aan dat de begroting NAf 9.600,- is opgenomen voor meerdere werkzaamheden dan alleen pleisterwerk, namelijk ook de aanleg van vloertegels. Volgens [gedaagde in conventie] zijn én de pleisterwerkzaamheden niet afgemaakt én is geen werk verricht in het kader van de aanleg van vloertegels. [gedaagde in conventie] concludeert hieruit dat [eiser in conventie] is betaald voor het werk dat hij heeft verricht. Hier tegenover heeft [eiser in conventie] onvoldoende gesteld. Hij is namelijk niet ingegaan op dit argument. Nu op [eiser in conventie] de stelplicht rust dienaangaande betekent voorgaande dat ook dit onderdeel van de vordering moet worden afgewezen.

4.8.

[Eiser in conventie] zal in de kosten van [gedaagde in conventie] worden veroordeeld. Deze belopen NAf 2.000,- (2 punten x tarief 4) aan gemachtigdensalaris.

5 Het geschil in reconventie

5.1.

[Gedaagde in conventie] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, dat [eiser in conventie] wordt veroordeeld tot betaling van NAf 29.373,25 terzake schadevergoeding. Tevens vordert [gedaagde in conventie] dat [eiser in conventie] in de proceskosten wordt veroordeeld.

5.2.

[Gedaagde in conventie] legt hieraan ten grondslag dat [eiser in conventie] ten onrechte is gestopt met zijn werkzaamheden en daarnaast de werkzaamheden niet deugdelijk heeft uitgevoerd. [eiser in conventie] heeft dus kosten moeten maken om de woning te laten herstellen en af te laten bouwen.

5.3.

[Eiser in conventie] heeft verweer gevoerd. Op dat verweer komt het gerecht in het kader van de beoordeling van het geschil nog terug.

6 De beoordeling

6.1.

Toewijzing van een verzoek tot schadevergoeding is alleen mogelijk, voor zover nakoming van de verbintenis niet reeds blijvend onmogelijk is, als er sprake is van verzuim (zie artikel 6: 74 lid 2 BW). Het Gerecht vat het verweer van [eiser in conventie], dat er nooit bij hem is geklaagd door [gedaagde in conventie], op als een beroep op het ontbreken van verzuim aan zijn zijde.

6.2.

Ter zitting heeft de gemachtigde van [gedaagde in conventie] hierover naar voren gebracht dat het onmogelijk was voor [eiser in conventie] om alsnog na te komen. Dit is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet te volgen. Vast staat immers dat [eiser in conventie] is gestopt met zijn werkzaamheden terwijl de verbouwing nog gaande was. Los van de aanleiding daartoe, heeft dat in ieder geval tot gevolg dat het verder verbouwen door [eiser in conventie] mogelijk was. [gedaagde in conventie] heeft [eiser in conventie] niet in gebreke gesteld. Er is dus geen sprake van verzuim aan de zijde van [eiser in conventie]. Alleen al om deze reden kan de vordering niet worden toegewezen, zodat de andere stellingen betreffende de reconventie geen bespreking meer behoeven.

6.3.

[Gedaagde in conventie] zal in de proceskosten van [eiser in conventie] worden veroordeeld. Deze belopen NAf 2.000,- aan gemachtigdensalaris (2 punten x tarief 4).

7 De beslissing

Het Gerecht:

in conventie

wijst af het gevorderde;

veroordeelt [eiser in conventie] in de proceskosten van [gedaagde in conventie] tot op heden begroot op
NAf. 2.000,-;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

wijst af het gevorderde;

veroordeelt [gedaagde in conventie] in de proceskosten van [eiser in conventie] tot op heden begroot op
NAf. 2.000,-

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door S.E. Sijsma, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2017.