Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:3

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
23-01-2017
Datum publicatie
27-01-2017
Zaaknummer
AR 69041/2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vernietiging echtgenoot 1: 88 lid 1 onder b BW, ongerechtvaardigde verrijking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/490
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Vonnis in de zaak van:

[EISERES],

wonende in Curaçao,

eiseres,

gemachtigde: voorheen mr. M.M. Bloem, daarna mr. S.P. Osepa, thans mr. S.A.T. Ayubi-Haakmeester,

--tegen--

[GEDAAGDE],

wonende in Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde: voorheen mr. E.A. Knoppel thans mr. S.N.E. Inderson.

Partijen zullen hierna “[eiseres]” en “[gedaagde]” genoemd worden.

1 Verdere verloop van de procedure

1.1.

Op 30 mei 2016 is een tussenvonnis gewezen waarbij een comparitie van partijen is gelast. Die heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2016, alwaar zijn verschenen [eiseres] bijgestaan door de gemachtigde mr. Ayubi-Haakmeester en [gedaagde] bijgestaan door de gemachtigde mr. Inderson.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

in conventie en in reconventie

2.1.

De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

2.2.

[Eiseres] was sedert [huwelijksdatum] 1988 tot aan het overlijden van wijlen [naam wijlen] op [overlijdensdatum] 2014 met hem in algehele gemeenschap van goederen gehuwd.

2.3.

[naam wijlen] heeft niet bij uiterste wil over zijn nalatenschap beschikt. [eiseres] is deelgenoot in de nalatenschap van [naam wijlen], [gedaagde] is dat niet.

2.4.

Tussen [gedaagde] en [naam wijlen] heeft sedert 2009 tot aan zijn overlijden een affectieve relatie bestaan. [naam wijlen] is op [overlijdensdatum] 2014 in de woning van [gedaagde] overleden.

2.5.

Ten name van [naam wijlen] stond tot aan zijn overlijden geregistreerd een motorvoertuig van het merk BMW, model 523, modeljaar 2009, met kentekennummer [kentekennummer] (hierna: de auto).

2.6.

Op 22 april 2014 heeft [gedaagde], middels een T-formulier van de Ontvanger Curaçao (hierna: het T-formulier), welke is gedateerd 19 maart 2014 en voorzien is van een handtekening gelijkend op die van [naam wijlen], de auto op haar eigen naam laten overschrijven en registeren.

2.7.

Ten tijde van het overlijden van [naam wijlen] bevond de auto zich onder [gedaagde]. [gedaagde] heeft onderhoud laten plegen aan de auto waarvoor door Ultimate Automobiles N.V. kosten in rekening zijn gebracht.

2.8.

Door [eiseres] werd conservatoir beslag gelegd op de auto. Dit beslag is inmiddels opgeheven door [eiseres]. Vervolgens heeft [eiseres] conservatoir beslag doen leggen op het perceel grond, in eigendom toebehorend aan [gedaagde], gelegen te [adres].

2.9.

De auto, thans onderwerp van dit geschil, is in november 2014 door [gedaagde], door tussenkomst van Ultimate Automobiles N.V., verkocht aan een derde voor de som van NAf 38.206,50. De openstaande facturen aan Ultimate Automobiles N.V. zijn met de koopprijs verrekend.

2.10.

Tot in ieder geval 26 juli 2013 hield [naam wijlen] aandelen in een buitenlandse kapitaalvennootschap genaamd Portofino Investors Ltd. Voornoemde kapitaalvennootschap hield in eigendom een perceel grond gelegen in het tweede district van Curaçao, deel uitmakende van de plantage “Blaauw”, plaatselijk bekend als kavel [nummer] van het “Blue Bay Resort” (hierna: het grond grond). Op het perceel grond is een opstal gebouwd.

2.11.

In een document genaamd “Deed of Sale and Transfer of Shares” gedateerd 26 juli 2013 en ondertekend door [naam wijlen] en [gedaagde] staat:

“ The undersigned,

1. [NAAM WIJLEN], residing in Curaçao, at [adres woning], (…) hereinafter referred to as “Seller”;

and

2) [ [GEDAAGDE], residing in Curaçao, at [adres woning], (…) hereinafter referred to as “Purchaser”

Herewith agree:

– Seller sells and hereby transfers into the ownership of Purchaser, who purchases and accepts the ownership of:

All registered shares issued and outstanding, (hereinafter referred to as “the Shares”) in the share capital of PORTOFINO INVESTORS LTD. (hereinafter referred to as “the Company”), a company organized and existing under the laws of the Territory of the British Virgin Islands with its corporate seat located at OMC Chambers, Wickhams Cay 1, Road Town, Tortola, British Virgen Islands.

- The purchase price for the Shares has been paid to Seller.”

2.12.

In een document genaamd “Certificate of Incumbency” gedateerd 26 augustus 2014 staat:

“We, OVERSEAS MANAGEMENT COMPANY TRUST (B.V.I.) LTD. , being the Registered Agent of PORTOFINO INVESTORS LTD. , (the “Company”), a British Virgin Islands Company, incorporated on the 19th day of August, 2008, under BVI Company Number [nummer]1 DO HEREBY CERTIFY that:

(…)

5. According to the records of the Company, the member is:

Name Number of shares

[GEDAAGDE] 50,000

3 Het geschil

in conventie

3.1.[

[eiseres] vordert, na wijziging van eis (bij akte vermeerdering van eis van 26 januari 2015 en bij conclusie van repliek in conventie van 7 september 2015);

- voor recht te verklaren dat de auto tot de nalatenschap behoort van [naam wijlen];

- [ gedaagde] te veroordelen tot voldoening aan haar de kosten/facturen zoals overgelegd in bijlage C en D ten bedrage van totaal NAf 2.548,79, vermeerderd met NAf 53,- per dag sedert 5 juni 2014 tot en met de dag der afgifte/vrijgeving door gedaagde en/of Ultimate Automobiles N.V. van de auto;

- [ gedaagde] te veroordelen in de kosten van het gelegde beslag en alle overige kosten die de derde beslagene terzake van de auto in rekening brengt c.q. zal/kan tegenwerpen aan eiseres ter afgifte van de auto;

- [ gedaagde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen aan eiseres ten behoeve van de boedel/nalatenschap/deelgenoten de waarde van de auto ten bedrage van NAf 52.500,- vermeerderd met de wettelijke rente sedert het openvallen van de nalatenschap op [overlijdensdatum] 2014, althans een door het gerecht te bepalen bedrag;

en voorts,

- [ gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van NAf 127.374,26 ter zake van de storting van erflater betaald van gelden van eiseres, althans gelden van de huwelijksgoederengemeenschap voor de aankoop van het onroerend goed bekend als kavel [nummer] van het Blue Bay Resort, vermeerderd met de wettelijke rente sedert 30 december 2008, zijnde de datum van aankoop van het onroerend goed, althans;

- voor recht te verklaren dat gedaagde ten koste van eiseres c.q. de huwelijksgoederengemeenschap ongerechtvaardigd is verrijkt en gedaagde aan eiseres een schadevergoeding dient te betalen ten bedrage van NAf 127.374,26, vermeerderd met de wettelijke rente sedert 30 december 2008;

- met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

3.2.

[eiseres] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. De auto maakt deel uit van de nalatenschap van [naam wijlen] nu de auto voor zijn overlijden hem in eigendom toebehoorde en als zodanig op zijn naam stond geregistreerd. Na het overlijden van [naam wijlen] heeft [gedaagde] de auto verscholen en deze middels een valselijk opgemaakt T-formulier op haar naam laten overschrijven. Voorts is het [eiseres] na het overlijden van [naam wijlen] gebleken dat hij in leven aandelen hield in Portofino Investors Ltd.. Ten name van die vennootschap stond ten tijde van het overlijden van [naam wijlen] het perceel grond geregistreerd. Thans is het [eiseres] gebleken dat [naam wijlen] aan [eiseres] verknochte gelden, althans gelden van de gemeenschap, heeft aangewend voor de aankoop van in ieder geval het perceel grond. Die gelden dienen door [gedaagde] terug te worden betaald aan de nalatenschap. [eiseres] stelt daartoe dat de aandelen in Portofino Investors Ltd. tot de nalatenschap van [naam wijlen] horen, althans dat [gedaagde] ongerechtvaardigd is verrijkt voor minimaal NAf 127.374,26 en schadeplichtig is voor dat bedrag wegens ongerechtvaardigde verrijking en/of onrechtmatige daad.

3.3. [

[gedaagde] heeft het volgende tot verweer gevoerd. [gedaagde] heeft tot aan zijn overlijden in haar woning samengewoond met [naam wijlen]. In februari 2014 was [gedaagde] betrokken geraakt bij een auto-ongeluk, waarna [naam wijlen] zijn auto aan [gedaagde] heeft geschonken. Dit vond plaats op 19 maart 2014, toen [naam wijlen] het overdrachtsformulier ten behoeve van de overdracht van de auto aan [gedaagde] heeft ondertekend. Het ingevulde formulier was zodoende al ondertekend en de levering van de auto had al plaatsgevonden en enkel de naamswijziging bij het keuringslokaal diende nog plaats te vinden. [gedaagde] heeft het formulier ten behoeve van de naamswijziging ingeleverd. Ten aanzien van het onroerend goed te Blue Bay resort heeft [gedaagde] aangevoerd dat het perceel grond door [naam wijlen] middels Portofino Investors Ltd. werd gekocht met financiële middelen die hem toekwamen. De aandelen in Portofino Investors Ltd. zijn voorts op rechtsgeldige wijze door [naam wijlen] aan [gedaagde] overgedragen ter voldoening aan een natuurlijke verbintenis en morele verplichting van moraal en fatsoen en voorts is met de aandelenoverdracht uitvoering gegeven aan de schuldbekentenis en akte van geldlening van 26 juli 2012.

in reconventie

3.4.

[gedaagde] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, dat het gerecht [eiseres] beveelt om het op 9 juli 2014 gelegde beslag op het perceel grond met het daarop gebouwde gelegen te [adres], gelegen in het Stadsdestrict van Curaçao, kadastraal bekend als [nummer] in register C, deel [nummer], nummer , groot 162 m2, op te heffen, onder verbeurte van een dwangsom van NAf 5.000,- per dag, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure.

3.5.[

[gedaagde] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat aan het door [eiseres] gelegde beslag op het aan [gedaagde] in eigendom toebehorende perceel grond, iedere grond ontbreekt.

3.6.

[eiseres] heeft het volgende tot verweer gevoerd. De vordering van [gedaagde] is afhankelijk van het verloop van de procedure en de uitspraak van het gerecht. Immers, mocht het gerecht overgaan tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres], dan zal zij vrijwillig overgaan tot opheffing van het beslag.

3.7.

Op de stellingen van partijen in zowel conventie als reconventie wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling van het geschil

in conventie

4.1.

[eiseres] heeft ter comparitie verzocht een akte tot wijziging eis te mogen nemen. [gedaagde] heeft tegen dit verzoek bezwaar gemaakt stellende dat zij hierdoor in haar procesbelang zal worden geschaad. Het bezwaar wordt gehonoreerd. Verdere, dan wel hernieuwde, wijziging van de eis door [eiseres] zal strijd op leveren met de eisen van een goede procesorde. De procedure loopt immers sedert juni 2014, waarna [eiseres] haar eis reeds tot tweemaal toe heeft vermeerderd/gewijzigd. De procedure heeft inmiddels een eindstadium bereikt waardoor een hernieuwde wijziging van de vordering in dit stadium niet geoorloofd wordt geacht.

4.2.

Tussen partijen is in geschil of de auto bij het overlijden van [naam wijlen] nog aan hem in eigendom toebehoorde en zodoende deel is gaan uitmaken van de nalatenschap van [naam wijlen], of dat de auto nog voor zijn overlijden rechtsgeldig aan [gedaagde] werd geschonken en na het overlijden haar dus reeds in eigendom toebehoorde. Voorts ligt ter beantwoording van het gerecht de vraag of [gedaagde] gehouden is tot betaling van het bedrag van NAf 127.374,26 aan [eiseres].

De auto

4.3.

Het gerecht begrijpt de stellingen van [eiseres] aldus dat zij wegens het ontbreken van haar toestemming ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub b BW, de vernietiging van de schenking inroept conform artikel 1:89 BW.

4.4.

Ingevolge artikel 1:88 lid 1 onder b BW behoeft een echtgenoot toestemming van de andere echtgenoot voor het doen van giften, met uitzondering van de gebruikelijke, niet bovenmatige giften. Deze regeling beoogt de ene echtgenoot, in het belang van het gezin, te beschermen tegen het verrichten van rechtshandelingen door de andere echtgenoot, die gezien de aard daarvan, benadelend zijn voor de niet handelende echtgenoot. De niet handelende echtgenoot kan ingevolge artikel 1:89 lid 1 BW een beroep doen op de vernietiging van de zonder de toestemming van die echtgenoot gedane gift.

4.5.

Tussen partijen is niet in geschil dat de auto ten tijde van de schenking deel uitmaakte van de huwelijksgoederengemeenschap tussen [eiseres] en [naam wijlen]. De auto had bij verkoop in november 2014 nog een waarde van NAf 38.206,50 en kan dus niet als een gebruikelijke, niet bovenmatige gift worden aangemerkt. Het beroep van [eiseres] op de vernietigingsgrond conform artikel 1:89 lid 1 BW in samenhang met artikel 1:88 lid 1 onder b BW is tijdig gedaan en slaagt dan ook. Dit betekent dat de rechtsgrond aan de (beweerdelijke) schenking van de auto aan [gedaagde] is komen te ontvallen zodat de auto toebehoort aan de nalatenschap van wijlen [naam wijlen]. De auto is evenwel inmiddels verkocht aan een derde. Dat heeft tot gevolg dat [gedaagde], op grond van artikel 3:53 lid 2 BW, de waarde van de auto zal dienen te restitueren aan [eiseres] ten behoeve van de nalatenschap van [naam wijlen]. Over de hoogte van het bedrag van die benadeling is relevant dat de auto is verkocht voor een bedrag van NAf 38.206,50, waarvan is afgetrokken een bedrag van NAf 5.171,52 ter zake onderhoudskosten van de auto. [gedaagde] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat die kosten daadwerkelijk en niet onnodig zijn gemaakt en van de verkoopprijs zijn ingehouden. Door [eiseres] is gesteld dat de auto ten tijde van het overlijden van [naam wijlen] een waarde had van NAf 52.500,-. Die stelling is door [eiseres] echter onvoldoende onderbouwd, zodat het gerecht uit zal gaan van de waarde van de auto bij verkoop, met aftrek van de onderhoudskosten tot de dag der verkoop. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [gedaagde] het bedrag van NAf 33.034,98 aan [eiseres] zal dienen te voldoen ten behoeve van de nalatenschap van [naam wijlen]. Bij de gevorderde verklaring voor recht heeft [eiseres] geen afzonderlijk belang, zodat deze zal worden afgewezen.

4.6.

[eiseres] heeft wettelijke rente gevorderd voor wat betreft de auto met ingang van 14 april 2014. Ingevolge artikel 6:119 BW is wettelijke rente verschuldigd over de tijd dat de schuldenaar met voldoening van een geldsom in verzuim is. Gesteld, noch is anderszins gebleken, dat [gedaagde] op enig moment door [eiseres] is gesommeerd tot betaling van het thans door haar gevorderde, zodat van verzuim (nog) geen sprake is. De gevorderde wettelijke rente zal daarom worden afgewezen.

De geldvordering

4.7.

[eiseres] heeft primair betaling van NAf 127.374,26 door [gedaagde] aan haar gevorderd. [eiseres] heeft daartoe gesteld dat het perceel grond door [naam wijlen], middels de kapitaalvennootschap Portofino Investors Ltd., werd gekocht met gelden die aan haar verknocht waren, althans gelden uit de gemeenschapsboedel. Vaststaat dat Portofino Investors Ltd, en niet [gedaagde], als eigendomsgerechtigde van het perceel grond te gelden heeft. Voor zover [eiseres] dus al een vordering zou hebben vanwege het gebruik van gelden die aan haar verknocht waren of tot de gemeenschap behoorden voor de aankoop van het perceel grond, bestaat die vordering jegens Portofino Investors Ltd.. De primaire vordering van [eiseres] komt dus niet voor toewijzing in aanmerking. Op de stellingen van [eiseres] aangaande de geldigheid van de aandelenoverdracht zal het gerecht verder niet ingaan. Dit is immers niet relevant, nu de vorderingen van [eiseres] niet zien op de nietigheid, dan wel vernietiging van die aandelenoverdracht, terwijl de aandelen evenmin worden opgeëist.

4.8.

Subsidiair is door [eiseres] in feite schadevergoeding gevorderd ter hoogte van NAf 127.374,26. [eiseres] heeft daartoe gesteld dat [gedaagde] ten koste van haar, dan wel de huwelijksgemeenschapsboedel, ongerechtvaardigd is verrijkt voor dat bedrag, dan wel dat [gedaagde] jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld. Immers, [gedaagde] heeft de aandelen in Portfino Investors Ltd. aan haar overgedragen gekregen, terwijl Portofino Investors Ltd. op haar beurt eigenaar is van het perceel grond, zo stelt [eiseres]. [gedaagde] heeft gesteld dat [naam wijlen] ter voldoening aan primair een natuurlijke verbintenis en subsidiair een dringende verplichting van moraal en fatsoen de aandelen in Portofino Investors Ltd. aan haar heeft verkocht, althans overgedragen. Daartoe heeft [gedaagde] aangevoerd dat [naam wijlen] over onvoldoende financiële middelen beschikte om te kunnen bijdragen in de kosten van samenleving met [gedaagde]. Nu [naam wijlen] over vermogen beschikte was hij verplicht dit uit te winnen om aldus een bijdrage te leveren in de huishouding met [gedaagde]. Ter zitting heeft [gedaagde] nader toegelicht dat met de aandelenoverdracht tevens uitvoering werd gegeven aan de ‘schuldbekentenis en akte van geldlening’ van 26 juli 2012. Door [gedaagde] was geld geïnvesteerd in de bouw van de woning op het perceel grond, waarvoor de akte van geldlening werd aangegaan. [eiseres] heeft het bestaan van een natuurlijke verbintenis betwist en voorts gesteld dat de handtekening van [naam wijlen] onder de schuldbekentenis en akte van geldlening niet echt is.

4.9.

Voor toewijzing van een vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking moet ingevolge artikel 6: 212 BW vast komen te staan dat [gedaagde] is verrijkt, dat [eiseres] daardoor is verarmd en dat de verrijking ongerechtvaardigd is.

4.10

Bij de beoordeling hiervan geldt in de eerste plaats dat voor de door [naam wijlen] aan [gedaagde] overgedragen aandelen in Portofino Investors Ltd. door [gedaagde] aan [naam wijlen] geen koopsom is betaald.

4.11.

Bij beoordeling of er sprake is van een natuurlijke verbintenis moet worden getoetst of naar objectieve maatstaven sprake is van het voldoen aan een dringende morele verplichting. [gedaagde] heeft aangevoerd dat de onkosten van de gezamenlijke huishouding van haar en [naam wijlen] NAf 6.500,75 per maand bedroegen, terwijl [naam wijlen] slechts met NAf 1.000,- bijdroeg in die maandelijkse onkosten. De hoogte van de maandelijkse onkosten is door [eiseres] betwist. [gedaagde] heeft nagelaten nadere bewijsstukken in geding te brengen ter onderbouwing van haar stellingen. Dit had wel op haar weg gelegen, zeker gezien het feit dat [naam wijlen] in leven advocaat was en een eigen advocatenpraktijk bedreef. Dat [naam wijlen] wel over inkomsten moet hebben beschikt kan mede worden afgeleid uit de omstandigheid, zoals gesteld door [gedaagde] zelf, dat [naam wijlen] doende was een nieuwe auto aan te schaffen en zijn oude auto om die reden aan [gedaagde] schonk. [gedaagde] heeft zodoende onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake was van een natuurlijke verbintenis tussen haar en [naam wijlen], uit hoofde waarvan [naam wijlen] gehouden was tot overdracht van de aandelen in Portofino Investors Ltd. aan haar.

4.12.

Het gerecht begrijpt het voorts door [gedaagde] gevoerde verweer zo dat zij betoogt niet te zijn verrijkt, nu tegenover de aandelenoverdracht een tegenprestatie heeft gestaan. De ‘schuldbekentenis en akte van geldlening’ betreft een overeenkomst tussen Portofino Investors Ltd. en [gedaagde]. De uit die overeenkomst voortvloeiende rechten en plichten bestaan dan ook tussen Portofino Investors Ltd. en [gedaagde]. [gedaagde] heeft in dat kader gesteld dat die constructie enkel is gebruikt uit belastingtechnisch oogpunt, maar dat [naam wijlen] steeds als partij te gelden had en hij ter uitvoering van die overeenkomst zijn aandelen in Portofino Investors Ltd. aan [gedaagde] heeft overgedragen. De zus van [gedaagde] zou steeds namens [gedaagde] hebben onderhandeld bij het aangaan van de overeenkomsten en kan dan ook volgens [gedaagde] het voorgaande bevestigen. De juistheid van de stelling van [gedaagde] kan in het midden worden gelaten. Immers, gesteld noch gebleken is dat de som van NAf 350.000,- ook daadwerkelijk aan [naam wijlen] door [gedaagde] werd uitgeleend. Dat [gedaagde] een bedrag van ruim NAf 200.000,- heeft geïnvesteerd in de bouw van de woning op het perceel grond is door haar voldoende onderbouwd. Echter de omstandigheid dat die investering grotendeels na de aandelenoverdracht heeft plaatsgevonden wijst er op dat die investering ten gunste van [gedaagde] zelf strekte. [gedaagde] heeft nagelaten te specificeren wat haar investering in het perceel grond was op het moment van de aandelenoverdracht, waardoor er vanuit wordt gegaan dat die investering nihil was. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat ook de ‘schuldbekentenis en akte van geldlening’ niet als tegenprestatie voor de aandelenoverdracht kan worden aangemerkt. Hierdoor is de echtheid van de handtekening van [naam wijlen] onder dit document verder niet relevant.

4.13.

De conclusie luidt dat [gedaagde] als gevolg van de aandelenoverdracht werd verrijkt, nu zij daardoor enig aandeelhouder werd in Portofino Investors Ltd. die op haar beurt weer eigenaar is van het perceel grond dat met door [naam wijlen] geïnvesteerde middelen werd aangekocht voor een bedrag van NAf 127.374,26, terwijl [gedaagde] voor de ontvangst van de aandelen geen vergoeding heeft betaald.

4.14.

Verder is van belang dat [eiseres] door de aandelenoverdracht door [naam wijlen] aan [gedaagde] is verarmd. [eiseres] heeft daartoe aangevoerd dat gelden die aan haar verknocht waren, althans gemeenschapsgelden, door [naam wijlen] zijn aangewend voor aankoop van het perceel grond. [gedaagde] heeft daar tegenin gebracht dat tussen [naam wijlen] en [eiseres] reeds langdurig sprake was van een feitelijke scheiding. Van een huwelijk was al sinds jaar en dag geen sprake meer, evenmin van een gezamenlijke huishouding en/of gezamenlijk vermogen. Ongeacht of [eiseres] en [naam wijlen] nog gehuwd waren, was van een scheiding van het vermogen feitelijk reeds sprake en was er geen sprake meer van een gemeenschappelijk vermogen. [naam wijlen] had het bestuur over de door hem aangewende middelen voor aankoop van het perceel grond, aldus nog steeds [gedaagde]. Dit verweer van [gedaagde] slaagt niet. De wet somt in artikel 1: 99 BW limitatief op wanneer een huwelijksgoederengemeenschap van rechtswege wordt ontbonden. Nu geen van de in dat artikel genoemde gevallen zich ten tijde van de aandelenoverdracht had voorgedaan, was er nog sprake van een gemeenschap tussen [eiseres] en [naam wijlen] tot aan het tijdstip van zijn overlijden.

4.15.

De stelling van [eiseres] dat dit gelden betroffen die aan haar verknocht waren wordt niet gevolgd. Ingevolge artikel 1: 94, vierde lid, BW vallen goederen die op enigerlei bijzondere wijze verknocht zijn aan een der echtgenoten slechts in de gemeenschap voor zover die verknochtheid zich hiertegen niet verzet. [eiseres] heeft nagelaten te onderbouwen op welke wijze de door haar gevorderde som geld aan haar op bijzondere wijze verknocht is geweest.

4.16.

Op grond van al het voorgaande dient er vanuit te worden gegaan dat de door [naam wijlen] voor aankoop van het perceel grond aangewende gelden deel uitmaakten van de gemeenschap waarbinnen [eiseres] en [naam wijlen] waren gehuwd. Aan hen komt op grond van artikel 3: 166 lid 2 BW een gelijk aandeel toe, dus ieder de helft. Met het voorgaande als uitgangspunt, kan de verarming van [eiseres] worden vastgesteld op de helft van de voor de aankoop van het perceel grond gebruikte gelden. Niet in geschil is dat de aankoopsom NAf 127.374,26 heeft bedragen, waardoor de verarming van [eiseres] op NAf 63.687,13 dient te worden vastgesteld. Door [eiseres] is gesteld dat door [naam wijlen] meer geld is geïnvesteerd in het perceel grond, zoals ten behoeve van de bouw van de woning. Echter, nog daargelaten dat die door [gedaagde] weersproken stelling door [eiseres] onvoldoende is onderbouwd en dus niet vast is komen te staan, zien de vorderingen van [eiseres] daar niet op. Aan de stelling zal voorbij worden gegaan.

4.17.

Voorgaande leidt tot de slotsom dat [gedaagde] door de overdracht van de aandelen in Portofino Investors Ltd. aan haar door [naam wijlen] is verrijkt ten koste van [eiseres], welke verrijking voor een bedrag van NAf 63.687,13 ongerechtvaardigd is geweest. [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van voornoemd bedrag aan [eiseres]. Bij de gevorderde verklaring voor recht heeft [eiseres] geen afzonderlijk belang, zodat deze zal worden afgewezen.

4.18.

[eiseres] heeft tevens nog aangevoerd dat [gedaagde] jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld en mede uit dien hoofde gehouden is tot betaling van het gevorderde. [eiseres] heeft niet onderbouwd waar het onrechtmatige handelen van [gedaagde] jegens haar uit zou bestaan, waardoor zij niet aan haar stelplicht heeft voldaan. Aan deze stelling van [eiseres] zal daarom voorbij worden gegaan.

4.19.

[eiseres] heeft wettelijke rente gevorderd voor wat betreft de geldvordering met ingang van 30 september 2008. Ook ten aanzien van deze vordering is gesteld, noch is anderszins gebleken, dat [gedaagde] op enig moment door [eiseres] is gesommeerd tot betaling van het gevorderde, zodat van verzuim (nog) geen sprake is. De gevorderde wettelijke rente worden afgewezen.

4.20. [

gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure gevallen aan de zijde van [eiseres] met uitzondering van de kosten voor het leggen van conservatoir beslag op de auto. Dat beslag is immers door [eiseres] zelf opgeheven. De kosten van dat, als nodeloos aan te merken, beslag komen voor haar eigen rekening. Uit de stellingen van partijen is gebleken dat door [eiseres] tevens conservatoir beslag op de woning van [gedaagde] is gelegd, echter daarvan zijn door [eiseres] geen stukken in geding gebracht, zodat die kosten evenmin voor toewijzing in aanmerking komen. De proceskosten zullen worden begroot op NAf 750,- ter zake griffierechten, NAf 355,48 ter zake deurwaarderskosten en NAf 6.000,- (3 punten x tarief 7) ter zake gemachtigdensalaris.

in reconventie

4.21.

[gedaagde] vordert opheffing van het door [eiseres] gelegde conservatoire beslag op het aan [gedaagde] in eigendom toebehorende perceel grond. [gedaagde] stelt daartoe dat aan het beslag iedere grond ontbreekt.

4.22.

Gezien hetgeen overwogen in conventie is van ondeugdelijkheid van het door [eiseres] ingeroepen recht niet gebleken, noch van de onnodigheid van het beslag. De vordering in reconventie zal daarom worden afgewezen.

4.23.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van [eiseres]. Die kosten worden begroot op NAf 625,- (½ x tarief 5) ter zake gemachtigdensalaris.

5 De beslissing

Het Gerecht:

In conventie:

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van de bedragen NAf 33.034,98 ten behoeve van de boedel/nalatenschap/deelgenoten, en NAf 63.687,13;

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], begroot op NAf 1.105,48 ter zake verschotten en NAf 6.000,- ter zake gemachtigdensalaris;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

In reconventie:

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], begroot op NAf 625,- ter zake gemachtigdensalaris;

- verklaart de proceskosten veroordeling in reconventie uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Sijsma, rechter in dit gerecht en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2017.