Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:282

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
15-12-2017
Datum publicatie
31-07-2018
Zaaknummer
555.00371/16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

diefstal met geweld, diefstal met braak, vuurwapenbezit

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2017 en

24 november 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw,

mr. M.J. Eisden.

De officier van justitie, mr. R.A. Koert, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van feit 1, feit 2 primair, feit 3 en feit 4 te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsvrouw heeft met betrekking tot de feiten 1 en 2 verweer gevoerd en heeft een strafmaat verweer gevoerd.

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 1] ter zake van het onder 2 primair tenlastegelegde feit.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is, met inachtneming van de gevorderde en toegewezen wijzigingen, tenlastegelegd:

FEIT 1:

DIEFSTAL MET GEWELD C.Q. AFPERSING TE [LOCATIE 1]

dat hij op of omstreeks 18 november 2016, althans in of omstreeks de maand november 2016 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,

 een of meerdere geldbedrag(en) en/of,

 een (gouden) halsketting,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit,

 het met een gemaskerde/bedekte gezicht de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] binnentreden en/of,

 het richten en/of gericht houden van (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], en/of,

 het (vervolgens) die [slachtoffer 1] naar de grond te duwen, en/of,

 het (vervolgens) (met kracht) wegrukken van de halsketting van die [slachtoffer 1], en/of,

 het (vervolgens) uit de broekzak wegnemen van de portemonnee van die [slachtoffer 1], en/of

 het (vervolgens) met dreigende toon aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te manen/zeggen om stil te blijven anders zal hij, verdachte, gaan schieten, en/of,

en/of

dat hij op of omstreeks 18 november 2016, althans in of omstreeks de maand november 2016 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van,

 een of meerdere geldbedrag(en) en/of,

 een (gouden) halsketting,

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat, verdachte en/of diens medeverdachte(n),

 het (vervolgens) die [slachtoffer 1] naar de grond te duwen, en/of,

 het (vervolgens) (met kracht) wegrukken van de halsketting van die [slachtoffer 1], en/of,

 het (vervolgens) uit de broekzak wegnemen van de portemonnee van die [slachtoffer 1], en/of

 het (vervolgens) met dreigende toon aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te manen/zeggen om stil te blijven anders zal hij, verdachte, gaan schieten;

FEIT 2:

PRIMAIR:

DIEFSTAL MET GEWELD C.Q. AFPERSING TE [LOCATIE 2]

dat hij op of omstreeks 20 oktober 2016, althans in of omstreeks de maand oktober 2016 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,

 een of meerdere mobiele telefoon(s) (van de merk(en) Samsung en Vodafone), en/of,

 een (schouder)tas inhoudende een of meerdere geldbedrag(en) van (ongeveer) NAF 50,- en/of een of meerdere persoonlijke bescheiden en/of,

 een zwarte doos inhoudende een of meerdere polshorloge(s) en/of een (gouden) ring en/of een (Pandora) armband, en/of,

 een of meerdere spaarpot(ten) inhoudende een of meerdere geldbedrag(en) van (ongeveer) NAF 190,-,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [SLACHTOFFER 4] en/of [SLACHTOFFER 5] en/of [BENADEELDE 1] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [SLACHTOFFER 4] en/of [SLACHTOFFER 5] en/of [BENADEELDE 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit,

 het met (een) gemaskerde/bedekte gezicht de woning en/of slaapkamer van die [SLACHTOFFER 4] en/of [SLACHTOFFER 5] en/of [BENADEELDE 1] binnentreden en/of,

 het richten en/of gericht houden van (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp, op die [SLACHTOFFER 4] en/of [SLACHTOFFER 5] en/of [BENADEELDE 1], en/of,

 het (vervolgens) met dreigende toon aan die [SLACHTOFFER 4] en/of [SLACHTOFFER 5] en/of [BENADEELDE 1] naar geld en/of de sleutel van de kluis te manen/vragen,

en/of

dat hij op of omstreeks 20 oktober 2016, althans in of omstreeks de maand oktober 2016 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [SLACHTOFFER 4] en/of [SLACHTOFFER 5] en/of [BENADEELDE 1] heeft gedwongen tot de afgifte van,

 een of meerdere mobiele telefoon(s) (van de merk(en) Samsung en Vodafone), en/of,

 een (schouder)tas inhoudende een of meerdere geldbedrag(en) van (ongeveer) NAF 50,- en/of een of meerdere persoonlijke bescheiden en/of,

 een zwarte doos inhoudende een of meerdere polshorloge(s) en/of een (gouden) ring en/of een (Pandora) armband, en/of,

 een of meerdere spaarpot(ten) inhoudende een of meerdere geldbedrag(en) van (ongeveer) NAF 190,-

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [SLACHTOFFER 4] en/of [SLACHTOFFER 5] en/of [BENADEELDE 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat, verdachte en/of diens medeverdachte(n),

 met (een) gemaskerde/bedekte gezicht de woning en/of slaapkamer van die [SLACHTOFFER 4] en/of [SLACHTOFFER 5] en/of [BENADEELDE 1] is/zijn binnengetreden en/of,

 (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp, op die [SLACHTOFFER 4] en/of [SLACHTOFFER 5] en/of [BENADEELDE 1] heeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben gehouden, en/of,

 (vervolgens) met dreigende toon aan die [SLACHTOFFER 4] en/of [SLACHTOFFER 5] en/of [BENADEELDE 1] naar geld en/of de sleutel van de kluis heeft/hebben gemaand/gevraagd,

althans, indien en voor zover het voorgaande niet tot een veroordeling zou of mocht kunnen leiden,

SUBSIDIAIR:

OPZET- C.Q. SCHULDHELING

dat hij op of omstreeks 20 oktober 2016, althans in of omstreeks de maand oktober 2016 te Curaçao,

 een mobiele telefoon,

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die mobiele telefoon wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

FEIT 3:

DIEFSTAL MET BRAAK/ VERBREKKING/ INKLIMMING UIT EEN WONING TE [LOCATIE 3]

dat hij op of omstreeks 6 april 2016, althans in of omstreeks de maand april 2016 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van de wederrechtelijke toe-eigening, uit de woning en/ of bij de woning gelegen behorende (besloten) erf te [locatie 3] (onder anderen) heeft weggenomen,

 een spaarpot (inhoudende ongeveer tweehonderd gulden) en/of,

 een en/of meerdere (heren)(pols)horloges (van het merk Guess) en/of,

 een (dames)(pols) horloge en/of,

 een (heren)ketting (van staal) en/of,

 een (dames)ketting (van staal) en/of,

 een (dames)armband (van staal) en/of,

 een (gouden)ketting en/of,

 een en/of meerdere flatscreens televisie(s) en/of,

 een laptoptas inhoudende een laptop en/of,

 een haardroger en/of,

 een rijstkoker en/of,

 een broodtoaster en/of,

 en een blender en/of,

(een) goed(eren) van hem, verdachte’s, en en/of zijn, verdachte’s, mededaders gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval (een) ander(en) dan hem, verdachte en/of zijn, verdachte’s, mededader(s),

en zich daarbij de toegang tot voormeld pand te verschaffen en/of het /de weg te nemen goed(eren) onder zijn, verdachte ’s, en/of zijn, verdachte ’s, mededader(s) bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming door met voormeld oogmerk opzettelijk;

 een (opschuif)raam had geforceerd en/of traliewerk had vernield,

en voormeld woning binnen is gedrongen;

FEIT 4:

BEZIT VUURWAPEN

dat hij gedurende de periode van 20 oktober 2017 tot en met 18 november 2016, te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meerdere vuurwapen(s), in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad.

3 Voorvragen

Het Gerecht heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Bewijsbeslissingen

4A. Bewezenverklaring

Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

Feit 1

dat hij op of omstreeks 18 november 2016, althans in of omstreeks de maand november 2016 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,

 een of meerdere geldbedrag(en) en/of,

 een (gouden) halsketting,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit,

 het met een gemaskerde/bedekte gezicht de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] binnentreden en/of,

 het richten en/of gericht houden van (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], en/of,

 het (vervolgens) die [slachtoffer 1] [slachtoffer 2] naar de grond te duwen, en/of,

 het (vervolgens) (met kracht) wegrukken van de halsketting van die [slachtoffer 1] [slachtoffer 2], en/of,

 het (vervolgens) uit de broekzak wegnemen van de portemonnee van die [slachtoffer 1] [slachtoffer 2], en/of

 het (vervolgens) met dreigende toon aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te manen/zeggen om stil te blijven anders zal hij, verdachte, gaan schieten, en/of,

en/of

dat hij op of omstreeks 18 november 2016, althans in of omstreeks de maand november 2016 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van,

een of meerdere geldbedrag(en) en/of,

een (gouden) halsketting,

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat, verdachte en/of diens medeverdachte(n),

het (vervolgens) die [slachtoffer 1] naar de grond te duwen, en/of,

het (vervolgens) (met kracht) wegrukken van de halsketting van die [slachtoffer 1], en/of,

het (vervolgens) uit de broekzak wegnemen van de portemonnee van die [slachtoffer 1], en/of

het (vervolgens) met dreigende toon aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te manen/zeggen om stil te blijven anders zal hij, verdachte, gaan schieten;

Feit 2

dat hij op of omstreeks 20 oktober 2016, althans in of omstreeks de maand oktober 2016 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,

 een of meerdere mobiele telefoon(s) (van o.a. het merk(en) Samsung en Vodafone), en/of,

 een (schouder)tas inhoudende een of meerdere geldbedrag(en) van (ongeveer) NAf 50,- en/of een of meerdere persoonlijke bescheiden en/of,

 een zwarte doos inhoudende een of meerdere polshorloge(s) en/of een (gouden) ring en/of een (Pandora) armband, en/of,

een of meerdere spaarpot(ten) inhoudende een of meerdere geldbedrag(en) van (ongeveer) NAFf 190,-,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [BENADEELDE 1] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [SLACHTOFFER 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [BENADEELDE 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit,

 het met (een) gemaskerde/bedekte gezicht de woning en/of slaapkamer van die [SLACHTOFFER 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [benadeelde 1] binnentreden en/of,

 het richten en/of gericht houden van (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [BENADEELDE 1], en/of,

 het (vervolgens) met dreigende toon aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [BENADEELDE 1] naar geld en/of de sleutel van de kluis te manen/vragen,

en/of

dat hij op of omstreeks 20 oktober 2016, althans in of omstreeks de maand oktober 2016 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [SLACHTOFFER 4] en/of [SLACHTOFFER 5] en/of [BENADEELDE 1] heeft gedwongen tot de afgifte van,

een of meerdere mobiele telefoon(s) (van de merk(en) Samsung en Vodafone), en/of,

een (schouder)tas inhoudende een of meerdere geldbedrag(en) van (ongeveer) NAF 50,- en/of een of meerdere persoonlijke bescheiden en/of,

een zwarte doos inhoudende een of meerdere polshorloge(s) en/of een (gouden) ring en/of een (Pandora) armband, en/of,

een of meerdere spaarpot(ten) inhoudende een of meerdere geldbedrag(en) van (ongeveer) NAF 190,-

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [SLACHTOFFER 4] en/of [SLACHTOFFER 5] en/of [BENADEELDE 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat, verdachte en/of diens medeverdachte(n),

met (een) gemaskerde/bedekte gezicht de woning en/of slaapkamer van die [SLACHTOFFER 4] en/of [SLACHTOFFER 5] en/of [BENADEELDE 1] is/zijn binnengetreden en/of,

(een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp, op die [SLACHTOFFER 4] en/of [SLACHTOFFER 5] en/of [BENADEELDE 1] heeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben gehouden, en/of,

(vervolgens) met dreigende toon aan die [SLACHTOFFER 4] en/of [SLACHTOFFER 5] en/of [BENADEELDE 1] naar geld en/of de sleutel van de kluis heeft/hebben gemaand/gevraagd,

althans, indien en voor zover het voorgaande niet tot een veroordeling zou of mocht kunnen leiden,

SUBSIDIAIR:

OPZET- C.Q. SCHULDHELING

dat hij op of omstreeks 20 oktober 2016, althans in of omstreeks de maand oktober 2016 te Curaçao,

een mobiele telefoon,

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die mobiele telefoon wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Feit 3

dat hij op of omstreeks 6 april 2016, althans in of omstreeks de maand april 2016 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van de wederrechtelijke toe-eigening, uit de woning en/ of bij de woning gelegen behorende (besloten) erf te [locatie 3] (onder anderen) heeft weggenomen,

 een spaarpot (inhoudende ongeveer tweehonderd gulden) en/of,

 een en/of meerdere (heren)(pols)horloges (van het merk Guess) en/of,

 een (dames)(pols) horloge en/of,

 een (heren)ketting (van staal) en/of,

 een (dames)ketting (van staal) en/of,

 een (dames)armband (van staal) en/of,

 een (gouden)ketting en/of,

een en/of meerdere flatscreens televisie(s) en/of,

een laptoptas inhoudende een laptop en/of,

een haardroger en/of,

een rijstkoker en/of,

een broodtoaster en/of,

en een blender en/of,

(een) goed(eren) van hem, verdachte’s, en en/of zijn, verdachte’s, mededaders gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval (een) ander(en) dan hem, verdachte en/of zijn, verdachte’s, mededader(s),

en zich daarbij de toegang tot voormeld pand te verschaffen heeft verschaft en/of het /de weg te nemen goed(eren) onder zijn, verdachte ’s, en/of zijn, verdachte ’s, mededader(s) bereik te brengen heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming door met voormeld oogmerk opzettelijk;

 een (opschuif)raam had geforceerd te vernielen en/of traliewerk had vernield,

en voormelde woning binnen is gedrongen te dringen;

Feit 4

dat hij gedurende de periode van 20 oktober 2017 tot en met 18 november 2016, te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meerdere vuurwapen(s), in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. In de tenlastelegging betreffende feit 1 heeft het Gerecht een aantal malen de naam [slachtoffer 1] vervangen door [slachtoffer 2]. De verdachte wordt hierdoor niet geschaad in de verdediging aangezien er op geen enkel moment onduidelijkheid heeft bestaan over wie naar de grond is geduwd, van wie de ketting is weggerukt en uit wiens broekzak de portemonnee is weggenomen. Het Gerecht heeft de verwisseling van de namen derhalve als een kennelijke verschrijving opgevat.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

4B. Bewijsmiddelen

Het Gerecht komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde feiten op grond van de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De door het Gerecht als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. Bij onderstaande bewijsmiddelen wordt, tenzij anders vermeld, verwezen naar het einddossier inzake het onderzoek [locatie 1] en [locatie 3] d.d. 29 maart 2017 en de processen-verbaal inzake het onderzoek [locatie 2] d.d. 29 maart 2017 en 26 juli 2017.

De inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.

Ten aanzien van feit 1 en feit 4

Het proces-verbaal van aangifte, p. 18-20, gesloten en getekend door [verbalisant 1], hoofdagent van politie bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 18 november 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de aangeefster [slachtoffer 1]:

Op 18 november 2016 kwam mijn man thuis. Toen ik mijn man op een gegeven moment hoorde schreeuwen ben ik gaan kijken. Toen zag ik dat mijn man op de grond lag en dat een gemaskerde man zijn voet op zijn rug had. Een andere onbekende man stond bij de achterdeur van het huis met een vuurwapen in zijn handen. Dader 1 rukte de halsketting van mijn man weg. Hij heeft ook zijn portemonnee weggenomen. Toen ik schreeuwde kwam mijn zoon. Dader 2 zei tegen mijn zoon om stil te blijven, omdat hij ons anders neer zou schieten. Toen de daders de benen hadden genomen, ging mijn zoon hen achterna. Toen mijn zoon terug was gekomen heeft hij tegen mij gezegd dat de daders in een blauwe auto waren gestapt.

Het proces-verbaal van aangifte, p. 21-23, gesloten en getekend door [verbalisant 1], hoofdagent van politie bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 18 november 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de aangever [slachtoffer 2]:

Op 18 november 2016 kwam ik thuis. Daarvoor ben ik naar de [locatie 4] gegaan.

Hierna ben ik naar het pompstation [locatie 5] gegaan om te tanken. Daarna ben ik in mijn witte Hyundai Accent via de achterweg van de [locatie 6] weggereden. Op die weg heb ik een kennis van mij een lift gegeven naar het huis van zijn moeder op de [locatie 7]. Hierna ben ik naar huis gereden. Toen ik de achterdeur van het huis opendeed en naar binnenging, kwamen twee voor mij onbekende en gemaskerde mannen. Dader 1 duwde mij op de grond, rukte mijn halsketting weg en nam mijn portemonnee uit mijn broekzak. Toen ik schreeuwde, kwam mijn vrouw kijken. Mijn zoon kwam op een gegeven moment ook erbij. Dader 2 zei tegen mijn vrouw en mijn zoon om stil te blijven, omdat hij ze anders neer zou schieten. Toen de daders de woning hadden verlaten, ging mijn zoon hen achterna. Toen mijn zoon terug was gekomen heeft hij gezegd dat de daders in een auto waren gestapt en weg waren gereden. De daders hebben een gouden halsketting en ongeveer NAf 8,50 van mij weggenomen.

Het proces-verbaal van getuigenverklaring [slachtoffer 3], p. 24-25, gesloten en getekend door [verbalisant 2], werkzaam bij het Korps Politie, d.d. 18 november 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de getuige [slachtoffer 3]:

Op 18 november 2016 was mijn stiefvader net thuis gekomen. Toen ik naar mijn kamer ben gegaan, hoorde ik opeens een geschreeuw. Ik ging kijken en zag hoe twee voor mij onbekende mannen mijn stiefvader op de grond lieten liggen. Ik zag ook dat één van de daders zijn gouden halsketting van zijn hals rukte en zijn portemonnee uit zijn broekzak haalde. De andere dader had een vuurwapen in zijn hand en controleerde de situatie. De dader met het vuurwapen heeft tegen mij gezegd dat ik rustig moet blijven, omdat hij anders op mij zou schieten. Toen de daders naar buiten waren gegaan, ben ik ze direct achterna gegaan. Ik heb toen gezien dat zij in een donkerblauw gelakte Kia Rio zijn gestapt. Toen ben ik naar de buren gereden. Daar heb ik een blauwgrijze Toyota Starlet gezien. De buren vertelden mij dat de donkerblauwe Kia Rio achter de Toyota Starlet reed en ter hoogte van de zaak [locatie 8] door de vrachtwagen van Selikor werd belemmerd. Het leek alsof de bestuurder van de Starlet de daders had aangewezen waar mijn stiefvader woont.

Het proces-verbaal van bevinding kenteken [kentekennummer], p. 29-30, gesloten en getekend door [verbalisant 3],hoofdagent van politie, werkzaam bij het Korps Politie Curaçao, ingedeeld bij het Bureau Roofovervallen Bestrijding, d.d. 19 november 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant [verbalisant 3]:

Op 18 november 2016 werd de verdachte [verdachte] op heterdaad aangehouden. Bij zijn aanhouding werden een blauwgelakte Kia Rio met kenteken [kentekennummer] en een blauw/grijs gelakte Toyota Starlet met kenteken [kentekennummer] in beslaggenomen.

Het proces-verbaal van aanhouding op heterdaad [verdachte], p. 57- 60, gesloten en getekend door [verbalisant 4] en [verbalisant 5], werkzaam bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 19 november 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5]:

Op 18 november 2016 kregen wij een melding binnen in verband met een te Kaya Amatista 2 aangetroffen blauw gelakte Kia Rio, voorzien van beplakte ruiten en met aan de achterportier het opschrift “Shottas”. De eigenaar van dit voertuig zou volgens brigadier [persoon 1] de man genaamd [verdachte] zijn. Dit voertuig zou betrokken zijn geweest bij een diefstal met geweld te [locatie 1]. In verband met het aantreffen van voormeld voertuig werd de man [verdachte] op heterdaad aangehouden.

Het proces-verbaal van bevinding [locatie 1], p. 26-27, gesloten en getekend door [verbalisant 2], hoofdagent van politie, werkzaam bij het Korps Politie Curaçao d.d. 18 november 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant [verbalisant 2]:

Op 18 november 2016 legde de getuige [slachtoffer 3] een getuigenverklaring af. Voordat ik met de getuige naar de inbeslaggenomen auto’s ben gaan kijken, heeft hij de auto’s voor mij beschreven. De donkerblauw gelakte Kia Rio had donker getinte ruiten en aan de zijde van de auto aan de onderkant stond het opschrift “Shottas”. De kentekennummers [kentekennummer] van de Kia Rio heeft hij van de medewerkers van Selikor doorgekregen. De kleur van de Toyota Starlet was hier en daar tot grijs vervaagd. Bij het zien van de auto’s op de binnenplaats gaf de getuige [slachtoffer 3] een bevestigend antwoord. Het kentekennummer van de Kia Rio is [kentekennummer].

Het proces-verbaal van stemherkenning [medeverdachte 1], p. 33-37, gesloten en getekend door [verbalisant 6], hoofdagent bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 11 december 2016voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant [verbalisant 6]:

Vanaf 7 november 2016 werd het aansluitingsnummer [telefoonnummer 1] toebehorende aan [verdachte] ([verdachte]) getapt. Ten tijde van de beroving van 18 november 2016 te [locatie 1] werd het telefoonnummer ook getapt. Uit onderzoek is gebleken dat [verdachte], nn man die gebruikmaakte van de telefoon van [verdachte] en nn man1 die gebruikmaakte van het nummer [telefoonnummer 2] het slachtoffer [slachtoffer 2] vanaf de rotonde van [locatie 9] tot aan zijn woning aan de [locatie 1] hadden gevolgd, waarna zij deze man onder bedreiging van een vuurwapen in zijn woning hadden beroofd. In een latere stadium van het onderzoek wordt de stem van de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] herkend als zijnde de stem van de man genaamd [medeverdachte 1]. Op maandag 11 december 2016 werd ik door mijn collega verzocht om contact op te nemen met een man met als achternaam [medeverdachte 1]. Hij wilde informatie over een inbeslaggenomen auto. Toen ik de man belde op het telefoonnummer [telefoonnummer 3] stelde hij zich voor als [medeverdachte 1]. Hij zei dat de politie zijn Toyota Starlet in beslag had genomen. Meteen herkende ik de stem van deze man als die van de nn man. Ik ging vervolgens samen met mijn collega [verbalisant 7] naar de gesprekken van 18 november 2016 luisteren. Wij herkenden de stem als zijnde de man die het nummer [telefoonnummer 2] in gebruik had en daarmee naar het nummer van [verdachte] had gebeld.

Het proces-verbaal van 3de verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 131-137, gesloten en getekend door [verbalisant 8] en [verbalisant 9], werkzaam bij het Korps Politie Curaçao d.d.

4 januari 2017, voor zover inhoudende als verklaring van de medeverdachte

[medeverdachte 1]:

Ik ben bij de beroving betrokken geweest. Enkele dagen voor de beroving heb ik in de omgeving van mijn woning een man gezien die een gouden halsketting droeg. Ik heb [verdachte] hiervan op de hoogte gebracht, omdat ik in geldnood zat. De bedoeling was om de halsketting van de man weg te rukken, teneinde deze te verkopen. Op 18 november 2016 bevond ik mij in mijn Toyota Starlet op de [locatie 4] ter hoogte van de [locatie 6] toen ik de man weer tegen ben gekomen. Hij zat in een witte Hyundai Accent en hij droeg zijn gouden halsketting. Ik belde [verdachte] op om hem hiervan op de hoogte te stellen en om aan hem te zeggen dat ik de man achterna zat. Ik heb [verdachte] informatie verschaft om de beroving te plegen. Toen ik [verdachte] belde maakte ik gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer 2]. U houdt mij een aantal getapte gesprekken tussen het nummer [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 1] voor. De gesprekken zijn tussen mij en de persoon die de telefoon van [verdachte] had. Hij moest de informatie aan [verdachte] doorspelen. Ik heb doorgegeven dat de man bij het benzinestation [locatie 5] was gestopt en dat op een gegeven moment een andere man bij hem in de auto was gestapt. Tijdens de achtervolging heb ik [verdachte] gezien. Er zat nog iemand bij hem in de auto. Na de beroving is de halsketting verkocht. Ik heb 300 gulden van [verdachte] gekregen.

Het proces-verbaal van bevinding aangetroffen IMEI-nummers, p. 42-43, gesloten en getekend door [verbalisant 10], buitengewoon agent van politie, werkzaam bij het Korps Politie Curaçao d.d. 14 maart 2017, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant [verbalisant 10]:

De telefoons (nummers: [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2]) die gebruik werden voor de communicatie tijdens de achtervolging van het slachtoffer op 18 november 2016 werden aangetroffen bij de aanhouding van [verdachte] en [medeverdachte 1].

Het proces-verbaal van fotoconfrontatie verdachte [medeverdachte 1]-verdachte [verdachte],

p. 51-52, gesloten en getekend door [verbalisant 8] en [verbalisant 9], hoofdagent van politie en brigadier van politie, werkzaam bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 4 januari 2017, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9]:

Wij toonden een fotosheet van 10 foto’s aan de verdachte [medeverdachte 1]. Zonder te aarzelen wees hij de verdachte [verdachte] op foto 4 aan. Hij verklaarde daarbij als volgt: “Ik herken de man afgebeeld onder foto nummer 04 als de man die ik onder de bijnaam van “[verdachte]” in mijn verklaring noem”. Op foto nummer 4 is de afbeelding van de verdachte [verdachte] te zien.

Ten aanzien van feit 2 primair en feit 4

Het proces-verbaal van aangifte, p. 8-12, gesloten en getekend door [verbalisant 11], brigadier van Politie bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 22 oktober 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de aangeefster [slachtoffer 4]:

Op 20 oktober 2016 waren wij aan het slapen. Toen wij een mannenstem “[persoon 2] ki koño” hoorden zeggen, schrokken wij wakker. Ik zag 4 voor mij onbekende gemaskerde mannen aan ons bed staan. Ik denk dat dader 1 aan mijn been had getrokken. Daders 2 en 3 waren in het bezit van een vuurwapen. Dader 4 was in het bezit van een stukje nikkelpijp. Dader 2 heeft een vuurwapen aan het hoofd van [persoon 2] gezet. Hij maande [persoon 2] om geld te geven. Toen [persoon 2] tegen hem zei dat hij geen geld had, hoorde ik dat dader 2 aan de trekker van zijn pistool trok. Hij deed alsof hij hem in zijn hoofd wilde schieten. Ik hoorde geen schot. Ik hoorde iets op het bed vallen. Volgens mij was dat een patroon. Dader 3 en 4 zijn gaan schommelen in de kasten. Toen vroeg dader 3 waar de kluis was. Dader 4 plakte mijn mond dicht met plakband. Mijn handen en voeten werden ook met plakband vastgeplakt. Het gezicht van [persoon 2] werd ook met plakband beplakt. Dader 1 en dader 4 zijn met [persoon 2] naar de andere kamer gegaan en zij bleven hem naar de kluis vragen. [persoon 2] bleef aan de daders zeggen dat hij geen geld had. Daders 1, 3 en 4 zijn vervolgens naar buiten gegaan. Na een tijd kwamen daders 1 en 4 met [persoon 2] naar binnen. [persoon 2] bleef herhaaldelijk zeggen dat hij geen geld heeft. Op een gegeven moment liepen daders 1 en 4 naar de ruimte buiten waar de werknemer [persoon 3] verbleef. Ik hoorde hoe ze de deur openbraken en hoe [persoon 3] begon te schreeuwen. Toen kwamen ze met [persoon 3] naar binnen en ze lieten hem samen met ons op de vloer zitten. Toen moesten wij op onze borst op de vloer gaan liggen. Ik zag dat de daders 1 en 4 via de achterdeur naar buiten gingen Toen liep dader 3 naar buiten en kwam terug om te zeggen dat “ze” er niet zijn. Van dader 2 moesten wij naar de vloer kijken. Toen het na een tijdje stil was gebleven, constateerden wij dat ze weg zijn gegaan. De daders hebben de volgende goederen weggenomen. Een mobiele telefoon van het merk Samsung, een mobiele telefoon van het merk Velofone, een schoudertas inhoudende persoonlijke bescheiden en 50 gulden, een zwarte doos inhoudende polshorloges, een gouden vingerring, een Pandora armband en spaarpotten bevattende NAf 190,00.

Het proces-verbaal van aangifte, p. 20-24, gesloten en getekend door [verbalisant 2], hoofdagent van politie bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 20 oktober 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de aangever [slachtoffer 5]:

Op 20 oktober 2016 waren wij aan het slapen toen we een kabaal hoorden. Direct hierna hoorde ik iemand schreeuwen “politie”. De gemaskerde daders kwamen naar binnen. Dader 1 heeft een vuurwapen aan mijn linkerslaap gezet. Hij heeft mij verschillende keren gevraagd naar geld en naar de kluis. Éen van de andere daders zei tegen dader 1 om mij te schieten, zodat mijn vrouw hen kan uitleggen waar het geld was. Dader 1 trok zijn pistool om mij te schieten, maar de kogel viel op de vloer. Hij was van plan om mij dood te schieten. Op een gegeven moment werd ik naar de gang gebracht en ik moest op de grond gaan zitten. Ik zag hoe dader 4 aan het zoeken was in de andere kamer. Op een gegeven moment moest ik van de daders 1 en 2 naar mijn kantoor om mijn portemonnee te gaan halen. Toen ik mijn portemonnee niet kon vinden zijn we weer naar binnen gegaan. Ik zag dat mijn vrouw aan haar arm en voet met plakband vast was gebonden. Haar mond was ook met plakband vastgesnoerd. De daders hebben ook de kamer van mijn werknemer doorzocht. Wij moesten met ons hoofd gebogen blijven. Toen we na een tijdje niets meer hoorden, bleek dat zij weg waren. Ze hebben de volgende goederen weggenomen. Mobiele telefoons van het merk Samsung, een mobiele telefoon van het merk Fors, een mobiele telefoon van het merk Blu, spaarpotten met geld en een sieradendoos met verschillende sieraden en horloges en ongeveer 200 gulden.

Het proces-verbaal van aangifte, p. 25-29, gesloten en getekend door [verbalisant 12], hoofdagent van politie bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 29 oktober 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de aangever [benadeelde 1]:

Ik werk bij de garage van [persoon 2] te [locatie 2]. Op 20 oktober 2016 was ik aan het slapen toen ik op een gegeven moment wakker werd gemaakt door een harde klap op mijn slaapkamerdeur. Ik zag twee gemaskerde mannen in mijn kamer. Ik zag ook dat ze een vuistvuurwapen hadden. Éen van de mannen benaderde mij en hield mij onder schot. Op een gegeven moment moest ik naar de woning van [persoon 2] gaan. In de woning zag ik dat [persoon 2] en zijn vrouw op de vloer zaten. Hun handen waren vastgebonden. De mannen maanden mij met dreigende stem om op de vloer te gaan liggen. Éen van de mannen maande mij ook aan om geld aan hem te geven. Ik zei tegen hem dat ik geen geld had. Toen verliet hij de woning van [persoon 2]. Vervolgens zag ik dat de andere mannen ook de woning van [persoon 2] verlieten. Hierna hoorde ik een auto wegrijden. De daders hebben mijn mobiele telefoons van het merk Blackberry en Samsung weggenomen en een Notebook van het merk Samsung.

Het proces-verbaal van fotoconfrontatie aangeefster [slachtoffer 4] – verdachte [verdachte], p. 85-87, gesloten en getekend door [verbalisant 6] en [verbalisant 13], hoofdagenten van politie, werkzaam bij het Korps Politie Curaçao d.d. 4 januari 2017, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 13]:

Wij toonden een fotosheet van 10 foto’s aan de aangeefster [slachtoffer 4]. Zij wees ons de man op foto nummer 3 aan en verklaarde het volgende: “Ik herken de man afgebeeld onder foto nummer 03 als zijnde een van de daders die ons in onze woning hadden beroofd. Hij is degene die zijn voet op mijn gezicht had geplaatst, omdat hij vond dat ik mondig was. Hij is ook degene die het vuurwapen tegen de scalp van mijn man hield. Hij en de magere daders waren de laatste daders die onze woning hadden verlaten. Ik kan zijn gezicht goed herinneren, omdat ik hetgeen dat zich op die dag had afgespeeld niet los kan laten.” Op foto nummer 3 is de afbeelding van de verdachte [verdachte] te zien.

Het proces-verbaal PV Aanvraag bevel onderzoek van gegevens ex.art. 177 WvSv, p. 17- 19, gesloten en getekend door [verbalisant 3], hoofdagent van politie, werkzaam bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 31 oktober 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant [verbalisant 3]:

Op donderdag 20 oktober 2016 werd een gewapende overval gepleegd in de woning gelegen te [locatie 2]. De daders hebben een zwarte mobiele telefoon van het merk Velofoon, voorzien van het IMEI-nummer [IMEI-nummer] met de aansluitingsnummers [telefoonnummer 4] en [telefoonnummer 5] weggenomen. Met toestemming van de rechter-commissaris werd de telefoon gedurende de periode van 28 oktober 2016 tot en met 25 november 2016 getapt. Blijkens de opgenomen en uitgewerkte gesprekken zou ene Yatsier voornoemde telefoon met aansluitingsnummer [telefoonnummer 6] in gebruik hebben. De eerste binnengekomen telefonische oproep na het aansluiten van de tap was op 29 oktober 2016. Volgens het politiebestand zou [persoon 4] de telefoon in gebruik hebben.

De verklaring van de verdachte, op 24 november 2017 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende:

[persoon 4] is mijn broertje. Ik heb de telefoon die hij in gebruik had aan hem verkocht.

Ten aanzien van feit 3

Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6], p. 196-198, gesloten en getekend door [verbalisant 6], hoofdagent bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 2 december 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de aangeefster [slachtoffer 6]:

Toen ik op 6 april 2016 thuis was gekomen, zag ik dat onbevoegden in mijn huis hadden ingebroken. De daders hebben het schuifraam van één van de kamers geforceerd en zijn via dit raam mijn woning binnengedrongen. Mijn huis was helemaal overhoop gehaald. De bedoeling van de daders was om de flatscreen televisie die ik in mijn slaapkamer had en de flatscreen televisie die ik in de woonkamer had mee te nemen. Het was ook de bedoeling om mijn laptoptas inhoudende mijn laptop, mijn haardroger en de kussensloop inhoudende mijn rijstkoker, broodtoaster en een blender mee te nemen. Het is de daders niet gelukt om deze spullen mee te nemen, omdat mijn zwager hen had gezien. Toen de daders mijn zwager hadden gezien, sprongen zij over de muur en namen zij de benen. Mijn zwager heeft drie mannen gezien, waarvan één van de mannen een rastakapsel had. De daders hebben een spaarpot van mijn kind inhoudende 200 gulden, twee heren polshorloges van het merk Guess, een dames polshorloge, een stalen heren ketting, een stalen vrouwen ketting met bijbehorende armband en een gouden ketting meegenomen. Later kregen wij te horen dat [naam 1], de rastaman [verdachte] en [naam 2] degenen waren die in onze woning hadden ingebroken en onze spullen hadden meegenomen.

Het proces-verbaal Forensisch onderzoek naar aanleiding van een woning inbraak op het adres [locatie 3] en identificatie van aangetroffen vingersporen contra de verdachte [verdachte], p. 199-211, gesloten en getekend door [verbalisant 14], brigadier bij het Korps Politie Curaçao, forensisch rechercheur, d.d. 6 december 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant [verbalisant 14] :

Op 6 april 2016 werd ik gedirigeerd naar het adres [locatie 3] (Het Gerecht begrijpt: [locatie 3]) voor het instellen van een forensisch onderzoek in verband met een woninginbraak. De aangetroffen dactyloscopische sporen op de binnenkant van het schuifraam zijn veiliggesteld en gewaarmerkt met nummer F4 en F5. Op 1 december 2016 hadden wij, verbalisanten [verbalisant 14] en [verbalisant 15] de aangetroffen vingersporen vergeleken met dactyloscopische signalementen voorkomende in de databank van Afix Tracker. Conclusie: het spoor aangetroffen op het aluminium frame van het opschuifraam van de slaapkamer is identiek aan de rechterwijsvinger afdruk van [verdachte]. Vanwege de eenmaligheid van vinger en handpalmafdrukken houdt dit in dat dit dactyloscopisch spoor afkomstig is van [verdachte] voornoemd en niemand anders.

De verklaring van de verdachte, op 24 november 2017 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende:

Ik heb de inbraak in de woning te [locatie 3] samen met twee andere jongens gepleegd. Ik heb mijn hand onder het raam gestopt om het raam naar boven te kunnen schuiven. Ik ben buiten gebleven om de spullen over te nemen. Toen ik mensen hoorde schreeuwen dat er mensen buiten waren, ben ik weggerend.

4C. Bewijsoverweging(en)

Ten aanzien van feit 1

Op 18 november 2016 rond 11.30 uur is er een gewapende diefstal gepleegd te [locatie 1]. De bewoners van het huis werden met een vuurwapen bedreigd en van één van de bewoners werd een gouden halsketting weggerukt. Na de overval zijn de twee daders in een blauwgelakte Kia Rio, met kentekennummers [kentekennummer] en het opschrift “shottas” weggevlucht. De getuige [slachtoffer 3] heeft na de overval van de buren vernomen dat de Kia Rio achter een blauwgrijzeToyota Starlet reed en dat het leek alsof de bestuurder van de Toyota Starlet aan de bestuurder van de Kia Rio de woning van zijn stiefvader [slachtoffer 2] had gewezen. Op dezelfde dag van het incident werden twee auto’s met dezelfde beschrijving van voornoemde auto’s te Kaya Amatista 2 gesignaleerd en in beslaggenomen door de politie. De verdachte bleek de eigenaar van de inbeslaggenomen Kia Rio te zijn en de medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) bleek de eigenaar van de inbeslaggenomenToyota Starlet te zijn.

De tweede verklaring van de verdachte houdt in dat hij op de dag van de overval rond 12:00 uur met zijn vriendin naar [locatie 10] was gegaan om een appartement te bezichtigen. Pas bij zijn vierde verklaring geeft hij aan dat hij tijdens de bezichtiging de sleutel en zijn telefoon in de auto had gelaten en dat hij later zijn auto met draaiende motor weer heeft aangetroffen en dat hij niet weet wie zijn auto heeft meegenomen en weer heeft teruggebracht. Deze verklaring acht het Gerecht ongeloofwaardig. De vriendin van verdachte heeft immers verklaard dat zij en de verdachte rond 11:00 uur een appartement zijn gaan bezichtigen. Voorts hebben noch de verdachte noch zijn vriendin concrete en verifieerbare gegevens omtrent de bezichtiging, zoals een adres en de naam van de eigenaar van het appartement verstrekt. Hierbij komt dat de verdachte reeds tijdens zijn tweede verhoor heeft verklaard dat hij alleen de auto op 18 november heeft bestuurd. Een plausibele reden voor de wijziging in zijn verklaring heeft hij niet gegeven. Het komt het Gerecht voor dat als een en ander zo zou zijn gegaan als verdachte bij zijn vierde verhoor heeft aangegeven, juist vanwege het belang ervan, hij dit eerder had verklaard. In plaats daarvan zegt hij tijdens het tweede verhoor, na te zijn geconfronteerd met de tapgesprekken inzake de achtervolging van [slachtoffer 2], dat hij dan nu wel de gevangenis in zal moeten. [medeverdachte 1] daarentegen heeft consistent verklaard en zichzelf daarmee belast. Hij heeft de verdachte geïnformeerd over de man met de gouden halsketting en heeft verklaard dat het de bedoeling was om de halsketting van deze man weg te rukken omdat hij in geldnood zat. Ter uitvoering hiervan heeft hij samen met de verdachte een achtervolging van het slachtoffer ingezet. Tijdens de achtervolging hield [medeverdachte 1] via een derde persoon telefonisch contact met de verdachte op zijn telefoon. Deze verklaring van [medeverdachte 1] wordt door de tapgesprekken over de achtervolging bevestigd. Het Gerecht heeft geen aanleidig om aan deze verklaring te twijfelen. Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden in onderling verband bezien, kan het tenlastegelegde medeplegen van diefstal met geweld wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Ten aanzien van feit 2

Op 20 oktober 2016 is er een gewapende overval gepleegd te [locatie 2]. De aangeefster [slachtoffer 4] heeft de verdachte tijdens een fotoconfrontatie aangewezen als zijnde één van de daders die de overval heeft gepleegd. Zij heeft aangegeven dat zij het gelaat van deze dader heeft kunnen zien en dat hij iets over zijn hoofd had. Zij heeft daarbij gedetailleerd verklaard welke handelingen de verdachte tijdens de overval zou hebben verricht.Tijdens haar verklaring bij de rechter-commissaris weet ze zich twee namen van de daders te herinneren maar weet zij niet meer precies welke naam bij welke handelingen hoort. Het Gerecht hecht hieraan geen doorslaggevende betekenis nu het verhoor bij de rechter-commissaris meer dan een jaar na het gebeuren heeft plaatsgevonden en de overval, zoals aangeefster bij meerdere gelegenheden heeft verklaard, een ernstige traumatische gebeurtenis is geweest. Hierbij komt dat de telefoon die op de dag van de overval door de daders was weggenomen, na onderzoek in gebruik bleek te zijn bij de jongere broer van de verdachte, genaamd [persoon 4]. Hij verklaart de de telefoon van de verdachte te hebben gekocht. Het gegeven dat de eerste oproep vanaf het gebruik van de telefoon door [persoon 4] al op 29 oktober 2016 binnen was gekomen doet vermoeden dat de verdachte de telefoon eerder en dus niet lang na de overval in zijn bezit heeft gehad. Een geloofwaardige verklaring voor de herkomst van de telefoon is echter zijdens de verdachte niet gegeven. Zijn verklaring is dat hij de telefoon heeft gekregen van de medeverdachte [medeverdachte 2], echter deze verklaart dat hij de telefoon aan [verdachte], met wie hij verdachte bedoelt, heeft verkocht. Ook over de plek van overdracht van de telefoon leggen beide verschillende verklaringen af. Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden in onderling verband bezien, kan het tenlastegelegde medeplegen van diefstal met geweld wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Ten aanzien van feit 4

Vaststaat dat tijdens de overval te [locatie 2] op 20 oktober 2016 en [locatie 1] op 18 november 2016 de huisbewoners door de daders met vuurwapens werden bedreigd. Hierdoor kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat de verdachte en de medeverdachten zich schuldig hebben gemaakt aan het tenlastegelegde vuurwapenbezit.

5 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2 primair:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 3:

diefstal in een woning, door iemand die artikel 2:65 heeft overtreden, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feit 4:

medeplegen van overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening 1930.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit. De feiten zijn derhalve strafbaar.

6 Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte opheft of uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Strafmotivering

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het Gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een tweetal diefstallen met geweld, een woninginbraak en verboden vuurwapenbezit.

De verdachte heeft door zijn handelen de slachtoffers niet slechts financiële schade maar ook psychisch leed berokkend. Dit is zeker het geval wanneer mensen in hun huis worden overvallen. De eigen woning is bij uitstek een plek waar men zich veilig moet kunnen voelen. Deze overval versterkt bovendien bestaande gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij, waar vuurwapengeweld en vermogenscriminaliteit nog altijd aan de orde van de dag zijn. Ook brengen woninginbraken voor de bewoners en omwonenden een gevoel van onveiligheid en onrust met zich. De verdachte is aan deze gevolgen van zijn handelen volledig voorbijgegaan en heeft zich louter laten leiden door zijn streven naar financieel gewin. Dit wordt hem zwaar aangerekend en maakt dat oplegging van een vrijheidsbenemende straf geïndiceerd is.

Het Gerecht laat de omstandigheid dat de verdachte in de afgelopen vijf jaren niet voor soortgelijke feiten is veroordeeld in het voordeel van de verdachte meewegen.

Het Gerecht heeft acht geslagen op het rapport van psychiater G.E. Matroos van 12 november 2017 waarin onder meer staat dat de verdachte volledig toerekeningsvatbaar is.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

8 Vordering benadeelde partij

Het Gerecht heeft voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de zaak een voegingsformulier van de benadeelde partij [benadeelde 1] ontvangen. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is hij niet aanwezig geweest. Nu de benadeelde partij zich niet conform de bij wet gestelde eisen op de terechtzitting heeft gevoegd aan het geding en zich ook niet heeft laten vertegenwoordigen door een gemachtigde of een advocaat, zal het Gerecht bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in zijn vordering.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde artikelen, gegrond op de artikelen 1:62, 1:123, 1:224, 1:136, 2:289, 2:290 en 2:291 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 11 van de Vuurwapenverordening 1930.

10 Beslissing

Het Gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4A omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart dat de bewezen verklaarde feiten de in rubriek 5 genoemde strafbare feiten opleveren;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens deze feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van negen (9) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. G. Edelenbos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 15 december 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.