Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:281

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
15-12-2017
Datum publicatie
31-07-2018
Zaaknummer
500.00524/16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

diefstal met geweld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2017 en

24 november 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw,

mr. M.A. Becher.

De officier van justitie, mr. R.A. Koert, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van feit 1 primair en feit 2 te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsvrouw heeft verweer gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

FEIT 1:

DIEFSTAL MET GEWELD C.Q. AFPERSING TE [LOCATIE 1]

dat hij op of omstreeks 18 november 2016, althans in of omstreeks de maand november 2016 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,

 een of meerdere geldbedrag(en) en/of,

 een (gouden) halsketting,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit,

 het met een gemaskerde/bedekte gezicht de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] binnentreden en/of,

 het richten en/of gericht houden van (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], en/of,

 het (vervolgens) die [slachtoffer 1] naar de grond te duwen, en/of,

 het (vervolgens) (met kracht) wegrukken van de halsketting van die [slachtoffer 1], en/of,

 het (vervolgens) uit de broekzak wegnemen van de portemonnee van die [slachtoffer 1], en/of

 het (vervolgens) met dreigende toon aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te manen/zeggen om stil te blijven anders zal hij, verdachte, gaan schieten, en/of,

en/of

dat hij op of omstreeks 18 november 2016, althans in of omstreeks de maand november 2016 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van,

 een of meerdere geldbedrag(en) en/of,

 een (gouden) halsketting,

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat, verdachte en/of diens medeverdachte(n),

 het (vervolgens) die [slachtoffer 1] naar de grond te duwen, en/of,

 het (vervolgens) (met kracht) wegrukken van de halsketting van die [slachtoffer 1], en/of,

 het (vervolgens) uit de broekzak wegnemen van de portemonnee van die [slachtoffer 1], en/of

 het (vervolgens) met dreigende toon aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te manen/zeggen om stil te blijven anders zal hij, verdachte, gaan schieten;

3 Voorvragen

Het Gerecht heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Bewijsbeslissingen

4A. Vrijspraak

Het Gerecht heeft met de raadsvrouw uit het onderzoek op de terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte, al dan niet samen met een ander, een vuurwapen voorhanden heeft gehad, nu niet is gebleken dat er bij verdachte een meer of mindere mate van bewustheid heeft bestaan ten opzichte van het aanwezig hebben van een wapen.

4B. Bewezenverklaring

Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde onder feit 1 heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

Feit 1

dat hij op of omstreeks 18 november 2016, althans in of omstreeks de maand november 2016 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,

 een of meerdere geldbedrag(en) en/of,

 een (gouden) halsketting,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit,

 het met een gemaskerde/bedekte gezicht de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] binnentreden en/of,

 het richten en/of gericht houden van (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], en/of,

 het (vervolgens) die [slachtoffer 1] [slachtoffer 2] naar de grond te duwen, en/of,

 het (vervolgens) (met kracht) wegrukken van de halsketting van die [slachtoffer 1]

[slachtoffer 2], en/of,

 het (vervolgens) uit de broekzak wegnemen van de portemonnee van die [slachtoffer 1] [slachtoffer 2], en/of

 het (vervolgens) met dreigende toon aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te manen/zeggen om stil te blijven anders zal hij, verdachte, gaan schieten, en/of,

en/of

dat hij op of omstreeks 18 november 2016, althans in of omstreeks de maand november 2016 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van,

een of meerdere geldbedrag(en) en/of,

een (gouden) halsketting,

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat, verdachte en/of diens medeverdachte(n),

het (vervolgens) die [slachtoffer 1] naar de grond te duwen, en/of,

het (vervolgens) (met kracht) wegrukken van de halsketting van die [slachtoffer 1], en/of,

het (vervolgens) uit de broekzak wegnemen van de portemonnee van die [slachtoffer 1], en/of

het (vervolgens) met dreigende toon aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te manen/zeggen om stil te blijven anders zal hij, verdachte, gaan schieten;

FEIT 2:

BEZIT VUURWAPEN

dat hij op of omstreeks 18 november 2016, althans in of omstreeks de maand november 2016 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meerdere vuurwapen(s), in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. In de tenlastelegging heeft het Gerecht een aantal malen de naam [slachtoffer 1] vervangen door [slachtoffer 2]. De verdachte wordt daardoor niet geschaad in de verdediging aangezien er op geen enkel moment onduidelijkheid heeft bestaan over wie naar de grond is geduwd, van wie de ketting is weggerukt en uit wiens broekzak de portemonnee is weggenomen. Het Gerecht heeft de verwisseling van de namen derhalve als kennelijke verschrijving opgevat.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

4C. Bewijsmiddelen

Het Gerecht komt tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit op grond van de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De door het Gerecht als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. Bij onderstaande bewijsmiddelen wordt, tenzij anders vermeld, verwezen naar het einddossier inzake het onderzoek [locatie 1] d.d. 29 maart 2017.

Het proces-verbaal van aangifte, p. 18-20, gesloten en getekend door [verbalisant 1], hoofdagent van politie bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 18 november 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de aangeefster [slachtoffer 1]:

Op 18 november 2016 kwam mijn man thuis. Toen ik mijn man op een gegeven moment hoorde schreeuwen ben ik gaan kijken. Toen zag ik dat mijn man op de grond lag en dat een gemaskerde man zijn voet op zijn rug had. Een andere onbekende man stond bij de achterdeur van het huis met een vuurwapen in zijn handen. Dader 1 rukte de halsketting van mijn man weg. Hij heeft ook zijn portemonnee weggenomen. Toen ik schreeuwde kwam mijn zoon. Dader 2 zei tegen mijn zoon om stil te blijven, omdat hij ons anders neer zou schieten. Toen de daders de benen hadden genomen, ging mijn zoon hen achterna. Toen mijn zoon terug was gekomen heeft hij tegen mij gezegd dat de daders in een blauwe auto waren gestapt.

Het proces-verbaal van aangifte, p. 21-23, gesloten en getekend door [verbalisant 1], hoofdagent van politie bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 18 november 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de aangever [slachtoffer 2]:

Op 18 november 2016 kwam ik thuis. Daarvoor ben ik naar de [locatie 3] gegaan.

Hierna ben ik naar het pompstation [locatie 5] gegaan om te tanken. Daarna ben ik in mijn witte Hyundai Accent via de achterweg van de [locatie 4] weggereden. Op die weg heb ik een kennis van mij een lift gegeven naar het huis van zijn moeder op de[locatie 6]. Hierna ben ik naar huis gereden. Toen ik de achterdeur van het huis opendeed en naar binnenging, kwamen twee voor mij onbekende en gemaskerde mannen. Dader 1 duwde mij op de grond, rukte mijn halsketting weg en nam mijn portemonnee uit mijn broekzak. Toen ik schreeuwde, kwam mijn vrouw kijken. Mijn zoon kwam op een gegeven moment ook erbij. Dader 2 zei tegen mijn vrouw en mijn zoon om stil te blijven, omdat hij ze anders neer zou schieten. Toen de daders de woning hadden verlaten, ging mijn zoon hen achterna. Toen mijn zoon terug was gekomen heeft hij gezegd dat de daders in een auto waren gestapt en weg waren gereden. De daders hebben een gouden halsketting en ongeveer NAf 8,50 van mij weggenomen.

Het proces-verbaal van getuigenverklaring [slachtoffer 3], p. 24-25, gesloten en getekend door [verbalisant 2], werkzaam bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 18 november 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de getuige [slachtoffer 3]:

Op 18 november 2016 was mijn stiefvader net thuis gekomen. Toen ik naar mijn kamer ben gegaan, hoorde ik opeens een geschreeuw. Ik ging kijken en zag hoe twee voor mij onbekende mannen mijn stiefvader op de grond lieten liggen. Ik zag ook dat één van de daders zijn gouden halsketting van zijn hals rukte en zijn portemonnee uit zijn broekzak haalde. De andere dader had een vuurwapen in zijn hand en controleerde de situatie. De dader met het vuurwapen heeft tegen mij gezegd dat ik rustig moet blijven, omdat hij anders op mij zou schieten. Toen de daders naar buiten waren gegaan, ben ik ze direct achterna gegaan. Ik heb toen gezien dat zij in een donkerblauw gelakte Kia Rio zijn gestapt. Toen ben ik naar de buren gereden. Daar heb ik een blauwgrijze Toyota Starlet gezien. De buren vertelden mij dat de donkerblauwe Kia Rio achter de Toyota Starlet reed en ter hoogte van de zaak [locatie 7] door de vrachtwagen van Selikor werd belemmerd. Het leek alsof de bestuurder van de Starlet de daders had aangewezen waar mijn stiefvader woont.

Het proces-verbaal van bevinding kenteken [kentekennummer], p. 29-30, gesloten en getekend door [verbalisant 3], hoofdagent van politie, werkzaam bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 19 november 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant [verbalisant 3]:

Op 18 november 2016 werd de verdachte [medeverdachte 1] op heterdaad aangehouden. Bij zijn aanhouding werden een blauwgelakte Kia Rio met kenteken [kentekennummer] en een blauw/grijs gelakte Toyota Starlet met kenteken [kentekennummer] in beslaggenomen.

Het proces-verbaal van aanhouding op heterdaad [medeverdachte 1], p. 57-60, gesloten en getekend door [verbalisant 4] en [verbalisant 5], werkzaam bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 19 november 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5]:

Op 18 november 2016 kregen wij een melding binnen in verband met een te [locatie 8] aangetroffen blauw gelakte Kia Rio, voorzien van beplakte ruiten en met aan de achterportier het opschrift “Shottas”. De eigenaar van dit voertuig zou volgens brigadier [persoon 1] de man genaamd [medeverdachte 1] zijn. Dit voertuig zou betrokken zijn geweest bij een diefstal met geweld te [locatie 1]. In verband met het aantreffen van voormeld voertuig werd de man [medeverdachte 1] op heterdaad aangehouden.

Het proces-verbaal van bevinding [locatie 1], p. 26-27, gesloten en getekend door [verbalisant 2], hoofdagent van politie, werkzaam bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 18 november 2016, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant [verbalisant 2]:

Op 18 november 2016 legde de getuige [slachtoffer 3] een getuigenverklaring af. Voordat ik met de getuige naar de inbeslaggenomen auto’s ben gaan kijken, heeft hij de auto’s voor mij beschreven. De donkerblauw gelakte Kia Rio had donker getinte ruiten en aan de zijde van de auto aan de onderkant stond het opschrift “Shottas”. De kentekennummers [kentekennummer] van de Kia Rio heeft hij van de medewerkers van Selikor doorgekregen. De kleur van de Toyota Starlet was hier en daar tot grijs vervaagd. Bij het zien van de auto’s op de binnenplaats gaf de getuige [slachtoffer 3] een bevestigend antwoord. Het kentekennummer van de Kia Rio is [kentekennummer].

Het proces-verbaal van stemherkenning [verdachte], p. 33-37, gesloten en getekend door [verbalisant 6], hoofdagent bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 11 december 2016 voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant [verbalisant 6]:

Vanaf 7 november 2016 werd het aansluitingsnummer [telefoonnummer 1] toebehorende aan [medeverdachte 1] ([medeverdachte 1]) getapt. Ten tijde van de beroving van 18 november 2016 te [locatie 1] werd het telefoonnummer ook getapt. Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 1], nn man die gebruikmaakte van de telefoon van [medeverdachte 1] en nn man1 die gebruikmaakte van het nummer [telefoonnummer 2] het slachtoffer [slachtoffer 2] vanaf de rotonde van [locatie 2] tot aan zijn woning aan de [locatie 1] hadden gevolgd, waarna zij deze man onder bedreiging van een vuurwapen in zijn woning hadden beroofd. In een latere stadium van het onderzoek wordt de stem van de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] herkend als zijnde de stem van de man genaamd [verdachte]. Op maandag 11 december 2016 werd ik door mijn collega verzocht om contact op te nemen met een man met als achternaam [verdachte]. Hij wilde informatie over een inbeslaggenomen auto. Toen ik de man belde op het telefoonnummer [telefoonnummer 3] stelde hij zich voor als [verdachte]. Hij zei dat de politie zijn Toyota Starlet in beslag had genomen. Meteen herkende ik de stem van deze man als die van de nn man. Ik ging vervolgens samen met mijn collega [verbalisant 7] naar de gesprekken van 18 november 2016 luisteren. Wij herkenden de stem als zijnde de man die het nummer [telefoonnummer 2] in gebruik had en daarmee naar het nummer van [medeverdachte 1] had gebeld.

Het proces-verbaal van 3de verhoor verdachte [verdachte], p. 131-137, gesloten en getekend door [verbalisant 8] en [verbalisant 9], werkzaam bij het Korps Politie Curaçao, d.d.

4 januari 2017, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte

[verdachte]:

Ik ben bij de beroving betrokken geweest. Enkele dagen voor de beroving heb ik in de omgeving van mijn woning een man gezien die een gouden halsketting droeg. Ik heb [medeverdachte 1] hiervan op de hoogte gebracht, omdat ik in geldnood zat. De bedoeling was om de halsketting van de man weg te rukken, teneinde deze te verkopen. Op 18 november 2016 bevond ik mij in mijn Toyota Starlet op de [locatie 3] ter hoogte van de [locatie 4] toen ik de man weer tegen ben gekomen. Hij zat in een witte Hyundai Accent en hij droeg zijn gouden halsketting. Ik belde [medeverdachte 1] op om hem hiervan op de hoogte te stellen en om aan hem te zeggen dat ik de man achterna zat. Ik heb [medeverdachte 1] informatie verschaft om de beroving te plegen. Toen ik [medeverdachte 1] belde maakte ik gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer 2]. U houdt mij een aantal getapte gesprekken tussen het nummer [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 1] voor. De gesprekken zijn tussen mij en de persoon die de telefoon van [medeverdachte 1] had. Hij moest de informatie aan [medeverdachte 1] doorspelen. Ik heb doorgegeven dat de man bij het benzinestation [locatie 5] was gestopt en dat op een gegeven moment een andere man bij hem in de auto was gestapt. Tijdens de achtervolging heb ik [medeverdachte 1] gezien. Er zat nog iemand bij hem in de auto. Na de beroving is de halsketting verkocht. Ik heb 300 gulden van [medeverdachte 1] gekregen.

Het proces-verbaal van bevinding aangetroffen IMEI-nummers, p. 42-43, gesloten en getekend door [verbalisant 10], buitengewoon agent van politie, werkzaam bij het Korps Politie Curaçao d.d. 14 maart 2017, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant [verbalisant 10]:

De telefoons (nummers: [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2]) die gebruikt werden voor de communicatie tijdens de achtervolging van het slachtoffer op 18 november 2016 werden aangetroffen bij de aanhouding van [medeverdachte 1] en [verdachte].

Het proces-verbaal van fotoconfrontatie verdachte [verdachte]-verdachte [medeverdachte 1],

p. 51-52, gesloten en getekend door [verbalisant 8] en [verbalisant 9], hoofdagent van Politie en brigadier van politie, werkzaam bij het Korps Politie Curaçao, d.d. 4 januari 2017, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9]:

Wij toonden een fotosheet van 10 foto’s aan de verdachte [verdachte]. Zonder te aarzelen wees hij de verdachte [medeverdachte 1] op foto 4 aan. Hij verklaarde daarbij als volgt: “Ik herken de man afgebeeld onder foto nummer 04 als de man die ik onder de bijnaam van “[medeverdachte 1]” in mijn verklaring noem”. Op foto nummer 4 is de afbeelding van de verdachte [medeverdachte 1] te zien.

4D. Bewijsoverweging(en)

Voor een bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. Dit is het geval als de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit, maar kan ook bestaan uit gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit.

Naar eigen zeggen is verdachte degene die met het plan was gekomen om de ketting van [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]) “weg te rukken”, omdat hij in geldnood zat. Toen de verdachte [slachtoffer 2] op 18 november 2016 op de [locatie 3] ter hoogte van de [locatie 4] (opnieuw) was tegengekomen, heeft hij meteen telefonisch contact opgenomen met de medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]). Het contact tussen hem en [medeverdachte 1] verliep via een derde persoon die samen met [medeverdachte 1] in de auto zat. De verdachte en [medeverdachte 1] zetten hierna samen, ieder in hun eigen auto, de achtervolging van [slachtoffer 2] in. De verklaring van de verdachte dat hij de achtervolging ter hoogte van [locatie 9] heeft overgedragen aan [medeverdachte 1] en vervolgens zelf naar huis is gereden, acht het Gerecht niet geloofwaardig. De buren van de bewoners van het huis te [locatie 1] hebben immers voorafgaand aan de overval een Kia Rio gezien die achter de Toyota Starlet reed, zo hebben zij getuige [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3]) meegedeeld, en hebben gezien dat beide auto’s door een vrachtwagen van de Selikor werden opgehouden. Na de overval heeft [slachtoffer 3] gezien dat de twee daders die de overval hadden gepleegd in een blauwgelakte Kia Rio zijn gevlucht. Toen hij daarna naar de buren is gereden heeft ook hij de Toyota Starlet gezien. Beide auto’s heeft hij later, na inbeslagname daarvan, op de binnenplaats van het politiebureau herkend. De Toyota Starlet en de Kia Rio bleken eigendom van de verdachte en [medeverdachte 1] te zijn. Verder is van belang dat de verdachte, volgens zijn eigen verklaring, na de overval 300 gulden van de opbrengst van de buit heeft ontvangen van [medeverdachte 1]. Voornoemde feiten en omstandigheden in onderling verband bezien, geven blijk van een nauwe en bewuste samenwerking van de verdachte en zijn mededader(s). De bijdrage van de verdachte is van voldoende gewicht geweest. Ook het geweld dat bij het plegen van de overval is toegepast kan de verdachte worden toegerekend. Aangezien het plan was om de ketting “weg te rukken”, had hij vooraf opzet op enige vorm van (bedreiging met) geweld. Uit de jurisprudentie kan niet de eis worden afgeleid dat er specifiek opzet moet zijn op het door de daders daadwerkelijke gepleegde geweld. Verdachte is zich bewust geweest van de aanmerkelijke kans dat de medeverdachten geweld zouden gebruiken om de halsketting te bemachtigen en heeft die kans ook aanvaard. Derhalve kan het tenlastegelegde medeplegen van diefstal met (bedreiging van) geweld wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

5 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit. Het feit is derhalve strafbaar.

6 Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte opheft of uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Strafmotivering

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het Gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van diefstal met geweld. Hij kwam met het plan om het slachtoffer van zijn ketting te beroven. Om dit plan ten uitvoer te kunnen leggen heeft hij samen met zijn mededaders het slachtoffer tot aan zijn woning in de auto achtervolgd. In de woning werd door de mededaders geweld gebruikt tegen het slachtoffer, zijn vrouw en zijn zoon. Eén van de daders heeft het slachtoffer op de grond geduwd en de ketting weggerukt. Daarbij zijn het slachtoffer, zijn vrouw en zijn zoon met een vuurwapen bedreigd.

De verdachte en zijn mededaders hebben door hun handelen de slachtoffers niet slechts financiële schade maar ongetwijfeld ook psychisch leed berokkend. Dit is zeker het geval wanneer mensen in hun huis worden overvallen. De eigen woning is bij uitstek een plek waar men zich veilig moet kunnen voelen. Deze overval versterkt bovendien bestaande gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij, waar vuurwapengeweld en vermogenscriminaliteit nog altijd aan de orde van de dag zijn. De verdachte is aan deze gevolgen van zijn handelen volledig voorbijgegaan en heeft zich louter laten leiden door zijn streven naar financieel gewin. Dit wordt hem zwaar aangerekend en maakt dat oplegging van een vrijheidsbenemende straf geïndiceerd is.

Bij de bepaling van de duur van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de straf die ten aanzien van dit soort strafbare feiten in vergelijkbare gevallen door de rechter pleegt te worden opgelegd. Het Gerecht heeft voorts acht geslagen op het feit dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde artikelen, gegrond op de artikelen 1:62, 1:123, en 2:291 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

Het Gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4B omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezen verklaarde feit het in rubriek 5 genoemde strafbare feit oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. G. Edelenbos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 15 december 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.