Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:248

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
16-02-2017
Datum publicatie
26-03-2018
Zaaknummer
EJ 80918/2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

EJ 80918 van 2016 diefstal benzine ontslag op staande voet

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

BESCHIKKING

in de zaak van:

[VERZOEKER],

wonende in Curaçao,

verzoeker,

gemachtigde: mr. D. Engels,

tegen

de naamloze vennootschap

MNO Vervat N.V.,

gevestigd in Curaçao,

verweerster,

gemachtigde: mr. W. ten Veen.

Partijen zullen hierna [verzoeker] en MNO genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1.

Verzoeker heeft op 8 november 2016 een verzoekschrift met producties ingediend. Verweerster heeft voorafgaand aan de zitting producties ingediend. Het verzoek is, na een aanhouding op verzoek van partijen, behandeld op 12 januari 2017. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben de gemachtigden het woord gevoerd aan de hand van door hen overgelegde pleitnotities. Ter zitting zijn beelden van de bewakingscamera’s van MNO getoond. Partijen is aangezegd dat het Gerecht een beschikking zal geven.

1.2.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

2.2. [

verzoeker] is in januari 1998 in dienst getreden van MNO in de functie van allround medewerker. Zijn laatst verdiende salaris bedroeg NAf 1.035,65 bruto per quincena. [verzoeker] is 52 jaar.

2.3. [

verzoeker] is op 22 april 2015 op staande voet ontslagen wegens het bij herhaling zonder toestemming wegnemen van diesel en/of ijszakken. Het ontslag is bevestigd bij brief van 23 april 2015.

2.4.

Bij brief van 22 oktober 2015 heeft [verzoeker] de nietigheid van het ontslag ingeroepen.

3 Het geschil

3.1. [

verzoeker] verzoekt het Gerecht om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zakelijk weergegeven:

  1. het ontslag op staande voet nietig te verklaren;

  2. MNO te veroordelen [verzoeker] zijn loon (inclusief emolumenten en niet genoten vakantiedagen) vanaf 11 april 2015 door te betalen;

  3. MNO te veroordelen om [verzoeker] zijn aandeel in het voorzienings-/pensioenfonds bij Ennia voor de jaren 2013 en 2014 te betalen;

  4. MNO te veroordelen om [verzoeker] cessantia te betalen ten bedrage van NAf 10.356,50;

  5. MNO te veroordelen om [verzoeker] een schadevergoeding gelijk aan een opzegtermijn van vier maanden te betalen ten bedrage van NAf 8.285,20, althans een door het Gerecht te bepalen billijke vergoeding;

  6. MNO te veroordelen tot betaling van de wettelijke vertragingsrente over de gevorderde bedragen;

  7. MNO te veroordelen tot betaling van de proceskosten (inclusief de griffierechten en de nakosten).

3.2. [

verzoeker] betwist dat sprake was van een dringende reden voor een ontslag op staande voet. Er was geen sprake van diefstal. Verzoeker had drie weken voor het ontslag toestemming van de garagebeheerder/chef Ton Bruijnen gekregen om gasolie van het bedrijf te gebruiken, omdat verzoeker in opdracht van hem een collega van en naar het werk moest brengen.

3.3.

MNO stelt zich op het standpunt dat [verzoeker] heeft nagelaten de nietigheid van het ontslag binnen zes maanden in te roepen waardoor het ontslag rechtens onaantastbaar is geworden. Het ontslag is onverwijld gegeven en was voldoende duidelijk onderbouwd. De gestelde toestemming voor het wegnemen van diesel of zakken ijs is niet gegeven.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen zal de, naar het Gerecht begrijpt verzochte, toestemming worden verleend om kosteloos te procederen.

4.2.

MNO heeft aangevoerd dat [verzoeker] de nietigheid van het ontslag op staande voet te laat heeft ingeroepen. MNO verwijst daarvoor naar de Nederlandse bepalingen in artikel 9 lid 1 en 3 BBA.

4.3.

Ingevolge artikel 4 lid 1 van de Landsverordening Beëindiging arbeidsovereenkomsten, is het de werkgever verboden de arbeidsovereenkomst te beëindigen zonder toestemming van de Directeur. Ingevolge artikel 7 lid 1 en 2 van voormelde Landsverordening zijn handelingen in strijd met voormeld artikel nietig en kan de werknemer deze nietigheid gedurende zes maanden inroepen.

4.4.

Nu de formulering van voormelde artikelen - grotendeels - overeenstemt met de artikel 9 lid 1 en 3 van het Nederlandse Besluit Beëindiging Arbeidsovereenkomsten, zal het Gerecht de Nederlandse jurisprudentie en literatuur in dit kader betrekken bij haar oordeel. Dit brengt mee dat er van zal worden uitgegaan dat de termijn van zes maanden ingaat vanaf de dag dat de werknemer bericht had ontvangen van de door de werkgever gerealiseerde opzegging (de ontvangsttheorie).

4.5.

Wanneer zes maanden zijn verstreken na ontvangst van de opzegging, kan geen beroep op de nietigheid meer worden gedaan. Niet ter discussie staat dat [verzoeker] op 22 april 2015 mondeling is medegedeeld dat hij is ontslagen. De termijn van zes maanden is derhalve ingegaan vanaf 22 april 2015 heeft gelopen tot en met 21 oktober 2015. Het door [verzoeker] op 22 oktober 2015 gedane beroep op de nietigheid is derhalve tardief. [verzoeker] kan daarom niet worden ontvangen in zijn verzoeken.

4.6.

Ten overvloede overweegt het Gerecht nog dat zelfs als [verzoeker] wel tijdig beroep had gedaan op de nietigheid, dan nog geen aanleiding had bestaan tot toewijzing van de verzoeken. Het Gerecht overweegt in dit kader dat de videobeelden ter zitting uitvoerig zijn bekeken. [verzoeker] heeft daarbij bevestigd dat hij zichtbaar is op de videobeelden van 22 april 2015 en op de getoonde beelden van de overige dagen, te weten 13, 14, 15, 16, 17, 20 en 21 april 2015. [verzoeker] heeft daarbij bevestigd dat hij de op die dagen de op de beelden zichtbare jerrycan van 22 liter als ook meerdere ijszakken heeft weggenomen.

4.7.

De diesel zou volgens [verzoeker] met toestemming van MNO zijn meegenomen. Het Gerecht acht dit laatste niet aannemelijk. MNO heeft betwist dat meer dan 1 keer, te weten op 4 maart 2015, toestemming is verleend voor het wegnemen van diesel. Het had op de weg van [verzoeker] gelegen om zijn standpunt tegenover deze betwisting nader te onderbouwen. Reeds nu hij dit heeft nagelaten kan hij niet in zijn standpunt worden gevolgd. Daarbij heeft te gelden dat niet valt in te zien waarom [verzoeker], als hij toestemming had tot het tanken van diesel uit de bij MNO beschikbare voorraad, dan niet gewoon overdag diesel rechtstreeks in zijn auto had getankt. Nu [verzoeker] in plaats daarvan in de zeer vroege ochtend, buiten de aanwezigheid en het zicht van andere werknemers en de toezichthouders van MNO, diesel tankte in een jerrycan en geen verklaring heeft gegeven waarom het tanken op deze wijze en op dit tijdstip plaatsvond, rest geen andere conclusie dan dat [verzoeker] op meerdere momenten diesel heeft weggenomen van MNO zonder toestemming. Voorts heeft [verzoeker] erkend dat het wegnemen van de ijszakken meerdere malen is gebeurd en dat hij daarvoor geen toestemming had van MNO. MNO heeft dan ook terecht kunnen concluderen tot diefstal. Mede gelet op de frequentie van de diefstallen was sprake voor een dringende reden tot ontslag. Van een werkgever kan immers niet verwacht worden dat hij een werknemer, ook wanneer deze geruime tijd bij een werkgever in dienst is, onder deze omstandigheden nog langer in dienst houdt. Het ontslag is rechtsgeldig gegeven. De verzoeken a., b. en d. tot en met g. liggen dan ook voor afwijzing gereed. Nu is nagelaten het verzoek onder c. te onderbouwen, zal ook dit verzoek worden afgewezen.

4.8. [

verzoeker] zal, als de in het ongelijk gestelde, worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van MNO gevallen.

5 De beslissing

Het Gerecht:

- Verleent [verzoeker] toestemming om kosteloos te procederen;

- Wijst de verzoeken af;

- veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, aan de zijde van MNO tot op heden begroot op NAf 1.000,= aan gemachtigdensalaris;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Scholte, rechter in voormeld Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2017.