Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:216

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
28-12-2017
Datum publicatie
16-01-2018
Zaaknummer
BBZ nrs. CUR201300018 t/m CUR201300020
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De naheffingsaanslagen en vergrijpboeten zijn terecht opgelegd. Wel ziet het gerecht aanleiding om vergrijpboeten te matigen. De Inspecteur heeft in het kader van een strafrechtelijk fiscaal onderzoek de naheffingsaanslagen opgelegd met toepassing van omkering van de bewijslast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 28 december 2017

BBZ nrs. CUR201300018 t/m CUR201300020

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[ X ] N.V., gevestigd te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur,

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende zijn met dagtekening 7 februari 2011 voor de jaren 2006, 2007 en 2008 naheffingsaanslagen in de winstbelasting en vergrijpboeten opgelegd. Hierna volgt een overzicht van de bedragen aan winstbelasting en de boeten:

Jaren

Winstbelasting

Boetes (50%)

Totaal

2006

Naf. [000]

Naf. [000]

Naf. [000]

2007

Naf. [000]

Naf. [000]

Naf. [000]

2008

Naf. [000]

Naf. [000]

Naf. [000]

1.2

Belanghebbende is op 23 februari 2011 tegen de naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen in bezwaar gekomen. Bij uitspraken op bezwaar van 26 augustus 2013 zijn de bezwaren afgewezen.

1.3

Belanghebbende is tegen de uitspraken op bezwaar op 22 oktober 2013 in beroep gekomen. De Inspecteur heeft op 6 februari 2017 verweerschriften ingediend.

1.4

Partijen zijn voor een behandeling van de zaken op de volgende data uitgenodigd:

- op 17 september 2015 en daarna op 12 april 2016. Beide keren is de behandeling van de zaken op verzoek van belanghebbende niet doorgegaan.

- op 21 februari 2017 en daarna op 26 april 2017. Beide keren heeft belanghebbende verzocht om uitstel van de zitting. Als reden voor uitstel van de zittingen is aangevoerd dat de directeur van belanghebbende in het buitenland verblijft in verband met de medische behandeling van zijn echtgenote. De verzoeken zijn beide keren niet gehonoreerd omdat zij een dag voor de zitting zijn gedaan, en omdat de juistheid van de opgegeven reden voor uitstel niet (meer) kon worden geverifieerd. Het Gerecht is terughoudend met het verlenen van uitstel. Dit geldt temeer indien het verzoek om uitstel niet terstond na de oproeping is gedaan. Het verlenen van uitstel zou de afwikkeling van de zaken ontoelaatbaar in de weg staan mede omdat de zaken reeds geruime tijd (vanaf het jaar 2013) aanhangig zijn. De Inspecteur was op beide zittingen aanwezig. Namens belanghebbende is niemand verschenen. Een proces-verbaal van de zitting van 21 februari 2017 is opgesteld.

1.5

De zaken zijn gezamenlijk behandeld met de zaken met nummers CUR201400424 en CUR201400425.

2 FEITEN

2.1

Belanghebbende is opgericht op 25 april 2003 en oefent een advocatenpraktijk uit. De feitelijke directeur en aandeelhouder van belanghebbende is [ A ]. [ A ] is advocaat van beroep.

2.2

Belanghebbende heeft voor onderhavige jaren de volgende (herziene) aangiften ingediend:

1e aangifte

herziene aangifte

2e herziene aangifte

2006

1 december 2008

23 december 2009

3 mei 2010

2007

1 december 2008

23 december 2009

3 mei 2010

2008

23 december 2009

3 mei 2010

n.v.t.

De aangiften laten de volgende fiscale resultaten zien:

1e aangifte

herziene aangifte

verschil

2e herziene aangifte

verschil

Fiscaal Resultaat

Fiscaal Resultaat

2006

[000]

-/- [000]

-/-[000]

-/- [000]

-/-[000]

2007

-/- [000]

-/- [000]

[000]

-/- [000]

-/- [000]

2008

-/- [000]

-/- [000]

-/- [000]

n.v.t

n.v.t.

2.3

Op 8 september 2009 is door het Team Inlichtingen en Opsporing (TIO) van de Stichting Belasting Accountants Bureau (SBAB), in een klikbrief informatie over belastingontduiking ontvangen. De belastingontduiking zou worden gepleegd door een persoon genaamd [ A ] die het beroep van advocaat uitoefent. In de brief staat voorts dat hij de enige directeur is van de ondernemingen [ M ] N.V., [ F ] N.V. en belanghebbende en dat hij in die hoedanigheid gemachtigd is tot de financiën van deze ondernemingen. Bij belanghebbende wordt naar aanleiding van deze klikbrief door SBAB over onderhavige jaren een strafrechtelijk fiscaal onderzoek verricht. Dit geldt ook voor de andere vennootschappen waarvan [ A ] de directeur is. Daartoe is de administratie van belanghebbende in beslag genomen. De administratie is nadien in november van het jaar 2011 aan het administratiekantoor geretourneerd. Tot de gedingstukken (bijlage 2 van het verweerschrift voor het jaar 2006) behoort een afschrift van de ontvangstbevestiging, getekend door [C] van het administratiekantoor [ D ] NV.

2.4

Naar aanleiding van het lopende strafrechtelijk onderzoek heeft de Inspecteur ( op 7 februari 2011) de volgende naheffingsaanslagen opgelegd:

2006: Een naheffingsaanslag voor een bedrag van Naf. [000] en een vergrijpboete van 50%.

2007: Een naheffingsaanslag voor een bedrag van Naf. [000] en een vergrijpboete van 50%.

2008: Een naheffingsaanslag voor een bedrag van Naf. [000] en een vergrijpboete van 50%.

2.5

Het definitief resultaat van het onderzoek, het onderzoeksrapport met nummer [00] bestaande uit 9 ordners is in mei 2015 aan de Inspecteur uitgebracht. Aan belanghebbende is een exemplaar van het volledig rapport in juni 2015 ter hand gesteld. Het rapport behoort tot de gedingstukken. In het onderzoeksrapport is vermeld dat zowel belanghebbende als [ A ] onder andere wordt verdacht van belastingfraude. De Inspecteur heeft te kennen gegeven dat betrokkenen vooralsnog niet strafrechtelijk worden vervolgd maar dat eerst het fiscaal administratief traject wordt gevolgd. Volgens de onderzoeksresultaten hadden de naheffingsaanslagen voor de jaren 2006, 2007 en 2008 respectievelijk Naf. [000], Naf. [000] en Naf. [000] moeten bedragen. Door de Inspecteur zijn nadere naheffingsaanslagen opgelegd.

2.6

In het overzicht D-249 van het onderzoeksrapport zijn voor de onderhavige jaren de volgende correcties opgenomen.

WINSTBELASTING [ X ] N.V.

2006

2007

2008

1. Privé creditcard betaald door belanghebbende

30.000

125.000

39.000

2. Privé uitgaven gedaan door belanghebbende

*meubels Nederland

78.000

*schoolgeld zoon

15.000

16.000

17.000

*appartementenhuur (I en W)

10.000

31.000

3. Terugdraaien correctie omzet

279.500

4. Terugdraaien verlies investeringen [ N ]

115.700

5. Transportkosten en invoerrechten

11.350

6. Omzet [ bank ] op bankrekening [ S ]

720.014

245.572

751.863

7. Omzet rechtstreeks op bankrekening [ Bank ]

732.835

893.544

464.733

8. Genoten renten op bankrekening [ Bank ]

11.105

26.278

971

Totaal correcties fiscaal resultaat

1.788.454

1.405.744

1.420.267

tarief winstbelasting 34,5% is fiscaal nadeel/voordeel

617.016

484.981

489.992

2.6.1

De grootste correcties (punten 6 en 7) hebben betrekking op niet aangegeven omzet. Over de correcties onder punt 6 (omzet [bank] op bankrekening van de [ S ] is in het overzichtsproces-verbaal (pagina 29-31) het volgende vermeld:

“(…)

Vordering uitlevering voorwerpen Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten

In het onderhavige strafrechtelijk onderzoek is naar voren gekomen dat de verdachte [ A ] de belangen behartigt van een grote groep cliënten van de [bank] te Curaçao. De [bank] is ultimo 2006 als verdachte aangemerkt in een strafrechtelijk onderzoek van de FIOD-ECD Nederland. Als gevolg hiervan is de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (Centrale Bank) als bestuurder van de [ bank ] aangesteld. Een en ander onder de noodregeling. Als gevolg hiervan zijn tevens een groot deel van de banktegoeden van de [ bank ] cliënten bevroren. De verdachte [ A ] probeert via gerechtelijke procedures deze banktegoeden weer vrij te krijgen. Hij bedingt hiervoor een fee als percentage van het banktegoed. Daarnaast betalen deze cliënten een initial fee, veelal op de buiten de boekhouding gehouden bankrekening van [SA] of op de eveneens buiten de boekhouding gehouden bankrekening van [X] NV bij de [Bank] in Amerika. Om inzicht te krijgen in de omvang van het [ bank ] klantenbestand van de verdachte [ A ] en in de omvang van de verzwegen omzet is een bevel uitlevering opgesteld voor de Centrale Bank. (…)

Samenvattend komt het er op neer, dat het volgende overzicht kon worden gemaakt:

Jaar

in USD

D-182
Bank

Omzet:

initial fee

D-182 Bank

Ontvangen

vrijgegeven

tegoed

AH-34 d pagina

1/11

Centrale Bank/Bank Overgeboekt aan vrijgegeven

tegoed

D-182 bank

Doorgestort naar bank cliënten

D-182 bank & D-183 Omzet:

u.h.v.

vrijgegeven

tegoeden

2006

404.502

0

0

2007

26.254

98.573

98.961

83.144

15.429

2007

313.955

314.355

291.781

22.174

2007

32.116

32.250

24.014

8.102

2007

136.224

136.755

115.597

20.627

2007

76.577

76.911

61.117

15.460

2007

272.111

272.879

272.135

-24

2007

107.825

108.248

77.885

29.940

Totaal 2007

26.254

1.037.381

1.040.359

925.673

111.708

2008

2.507.876

2.511.612

2.332.404

175.472

2008

2.516.288

2.520.035

2.338.527

177.761

2008

345.933

346.814

276.771

69.162

Totaal 2008

0

5.370.097

5.378.461

4.947.702

422.395

Grand Total

430.756

6.407.478

6.418.820

5.873.375

534.103

Totaal omzet

430.756

534.103

In NAF (1.78)

766.746

950.703

Uit het vorenstaande overzicht komt naar voren dat door de [bank] USD 6.418.820 is vrijgegeven aan tegoeden, maar dat door [SA] USD 6.407.478 is ontvangen. Het verschil kan vermoedelijk worden verklaard door de bankkosten die gepaard gaan met SWIFT overboekingen.

Van het bedrag van USD 6.407.478 dat aan banktegoeden is ontvangen op de bankrekening van [SA] is een bedrag van in totaal USD 5.873.375 doorgeboekt naar de [bank] clienten van wie dit tegoed was. Op de bankrekening van [SA] blijft vervolgens een bedrag van USD 534.103 achter. Dit is de fee die door de verdachte [A] is bedongen voor zijn werkzaamheden. Dit bedrag is omzet van [ X ] NV. Dit bedrag wordt echter niet als zodanig verwerkt in de boekhouding van [SA]. In verband met het belang van deze uitlevering is op deze plaats van het overzichtsproces-verbaal al hierover gerelateerd. Deze verzwegen omzetten komen in het materiele onderzoek in diverse vormen terug.

Naast verdiensten uit hoofde van de door de [bank] vrijgegeven banktegoeden, ontving de verdachte [ A ] op de bankrekening van [ SA ] ook nog eens zogenaamde initial fees voor in totaal USD 430.756. Ook deze omzet is niet als zodanig verwerkt in de boekhouding van [ X ].

Door de Centrale Bank zijn uitsluitend bedragen overgeboekt naar de bankrekening met nummer [0000] van [SA] bij de [Bank].

In totaal gaat het op de bankrekening met nummer [0000] van [SA] om een bedrag aan verzwegen omzet door [X ] NV van USD 964.859 ofwel NAF 1.717.449. (…)”

2.6.2

Over de correcties onder punten 7 en 8 (omzet en genoten renten bankrekening [Bank]) is in het overzichtsproces-verbaal (pagina 79 en 80) het volgende vermeld:

“(…)

Voor het patroon van het witwassen, gepleegd door de verdachte [ X ] NV met als feitelijke leidinggevende de verdachte [ A ], is het patroon via de bankrekeningen bij de [Bank] de volgende. Niet aangegeven omzetten te Curaçao worden naar Amerika overgeboekt. Bovendien zijn er de niet aangegeven omzetten, welke rechtstreeks door cliënten naar Amerika werden overgemaakt. (…)

Resumerend:

De niet aangegeven omzet op de bankrekeningen bij de [bank] te Curaçao ten name van [ SA] wordt in het onderzoek vanuit deze bankrekeningen op Curaçao meegeteld als omzet. Omzet die voor de belastingautoriteiten op Curaçao verborgen is gebleven. Deze omzet is vervolgens overgeboekt (doorgesluisd) naar de bankrekening bij de [Bank] in Amerika ten name van [ X ] NV. (...). De rechtstreeks op de bankrekening bij de [ Bank ] in Amerika ten name van [ X ] NV ontvangen bedragen worden in dit onderzoek ook meegerekend als verzwegen omzet voor de Curacaosche belastingautoriteiten. Ook van dit geld doet de verdachte [ A ] beleggingen en uitgaven, die dan weer kwalificeren als witwashandelingen.

Cijfermatig

Inkomende gelden bankrekening [bank] ten name van [ X ] NV

(in USD)

JAAR/IN

Van bankrekening [ bank] [ X ] NV (SA) Curaçao

Bruto omzet

cliënten

Renten

2004

250.000,00

0,00

3.025,00

2005

50.000,00

0,00

5.750,00

2006

205.000,00

411.705,00

6.238,00

2007

0,00

501.991,00

14.762,00

2008

165.000,00

261.086,00

545,00

2009

0,00

30.615,00

4,00

Totaal USD

670.000,00

1.205.397,00

30.324,00

Totaal in NAF (1.78)

1.192.600,00

2.145.606,00

53.976,00

Op pagina 39 en 40 van het overzichtsproces- verbaal is hierover het volgende vermeld:

“(…)

De verdachte [ A ] heeft hierover verklaard. Hij verklaarde op 8 februari 2011 omstreeks 14.45 uur onder meer het

Volgende:

‘……dat ik Amerikaanse bankrekeningen had bij de [Bank], waarvan 1 in privé en 1 op naam van [SA]……De zakelijke rekening had ik speciaal voor de cliënten van de [bank]. Zo’n rekening wilde ik niet op Curaçao hebben, omdat deze cliënten door de Curacaosche autoriteiten werden verdacht van het witwassen van gelden. Zodoende was het voor mij gevaarlijk van deze cliënten op mijn bankrekening op Curacao van [SA] geld to ontvangen, want dan kon er beslag worden gelegd op deze bankrekeningen. Dat had ik weleens besproken met die partijen, daarmee bedoel ik de cliënten van de [bank], die werden verdacht. Dat heb ik ook besproken met de advocaat van [bank]. Die zei mij, dat ik mogelijk gelden, afkomstig uit criminele herkomst kon ontvangen. lk weet niet uit mijn hoofd wanneer die zakelijke bankrekening bij de [Bank] in Amerika geopend is, ik denk ongeveer gelijke tijd als die zaak tegen de [bank] diende. lk heb deze bankrekening niet opgegeven, omdat ik dacht dat dit kosten waren. Via deze bankrekening kwamen inderdaad ook verschotten van deze cliënten binnen. Verder kwamen er ook kosten vergoedingen binnen. lk wilde alles als kosten benoemen. De bedragen op deze zakelijke bankrekening bij de [Bank] in Amerika liepen inderdaad aardig op. Maar ik dacht iedereen betaalt kosten. Het kan inderdaad best zijn zo zijn dat het onjuist was. U zegt tegen mij, dat ik nu weer geen schoon schip maak en de waarheid weer niet geheel vertel en u zegt mij, dat we de komende dagen weer discussie zullen houden. lk zal u nu inderdaad de waarheid vertellen. De eerste aangiften winstbelasting van [ SA ], waarin de Amerikaanse bankrekening niet was vermeld, die ik heb ingediend waren niet de juiste aangiften. lk was inderdaad op de hoogte van deze onjuiste aangiften. lk wil u direct nog wel vertellen over de herziene aangiften. De reden waarom ik herziene aangiften heb gedaan, was omdat het niet lekker aanvoelde. Het geld dat over deze bankrekening liep begon teveel te worden. Ik wilde schoon schip maken. U vraagt mij naar de reden van dit gevoel. Het was een gevoel. U zegt mij, dat er een aanleiding moet zijn geweest. Inderdaad, mijn ex-vrouw had mij gedreigd om deze bankrekening bekend te maken bij de BAB. Toen ben ik de aangiften gaan aanpassen. Deze aangiften zijn aangepast door [ Z ] in mijn opdracht. Omdat ik steeds meer nota's kreeg van [ Z ] en men mij aansprak over meerdere aanpassingen. U vraagt mij welke aanpassingen. Hiermee bedoel ik als je bijvoorbeeld het jaar 2007 aanpast, dat je dan ook het jaar 2006 moet aanpassen. Als [ Z ] gelijk de aangiften goed had aangepast dat was het klaar geweest. Om die reden, en om zekerheid te hebben over de aanpassingen, dus om de gedane aanpassingen op juistheid te controleren, ben ik naar de heer [ G ] van [ Q ] gegaan om een goed advies, want hij is een fiscalist. [ Z ] kwam bijvoorbeeld ook met het idee over de woning. De heer [ G ] zag de jaarrekeningen en die zei mij, dat het niet klopte en dat het opnieuw moest ……de hele fysieke administratie moest toch weer helemaal opnieuw worden overgedaan. Die moest gecodeerd worden. Dat heeft mijn echtgenote [ R ] gedaan. Die heeft het helemaal gerubriceerd. lk dacht toen, nu is alles voor elkaar, voor het kantoor [ C ]. Nu heb ik alles aangeleverd en als die aangiften klaar zijn moet alles conform de waarheid klaar zijn. De aanleiding inderdaad was het feit, dat mijn inmiddels ex-vrouw dit in de openbaarheid zou gaan brengen. Bij mij is nu de kogel door de kerk. Dat was voor mij het zwaartepunt, gelukkig is dit nu voorbij.......... '

Op maandag 14 februari 2011 omstreeks 15.50 uur is het volgende in het proces-verbaal van verhoor opgenomen:

‘....Op dit punt in het verhoor wordt de verdachte erg emotioneel en zegt al huilend, dat hij inderdaad fraude heeft gepleegd, dat hij vreselijk veel spijt daarvan heeft en dat hij niet naar de gevangenis wil en dat hij denkt, dat hij nu alles kwijt is. Verder huilend zegt hij, dat inderdaad de administratie niet goed is gegaan en dat hij het weer goed wilde maken en dat dit alles wordt veroorzaakt door zijn inmiddels ex-vrouw. Desgevraagd, wilde hij wel doorgaan met het verhoor. Hij zegt, dat er inderdaad in het begin er sprake was van opzet, maar dat hij door wroeging en spijt het toch goed wilde maken……… (…)”.

2.6.3

Over de correctie onder de punten 1 en 2 is in het rapport (AH-09) het volgende vermeld:

“ (…)

Door de [ bank] zijn digitaal overzichten met de mutaties op de volgende credit cards en bankrekeningen uitgeleverd:

#

cc/bankrekening #

Valuta

Op naam van

Periode

1

00000000000000000

USD

[ A ]

2006 t/m 2010

2

00000000000000000

USD

[ A ]

2004 t/m 2009

3

00000000000000000

USD

[ A ]

2004 t/m 2010

4

00000000

NAF

[ A ]

2004 t/m 2010

5

00000000

NAF

[ X ] N.V.

2004 t/m 2010

6

00000000

NAF

[ M ]

2004 t/m 2010

7.

00000000

NAF

[ A ]

2004 t/m 2010

8.

00000000

NAF

[ S ]

2004 t/m 2010

9.

00000000

USD

[ S ]

2004 t/m 2010

(…)

(…)

Ad 1 0000 0000 0000 0000 - Credit card op naam van [ A ]

Uit de activiteit op deze credit card leid ik of dat deze credit card vermoedelijk voornamelijk door verdachte [ A ] wordt gebruikt voor prive doeleinden. Het saldo op deze credit cardwordt afgelost met geld afkomstig van de bankrekening 00000000 op naam van [ X ] N.V. Dit is bevestigd door de heer [ L ] van de [Bank] in zijn e-mail van 16 september 2010.

In totaal worden de volgende betalingen verricht om het saldo op deze credit card af te betalen:

(Alle bedragen in USD)

Jaar

Betaling saldo

credit card

2006

142

2007

76.995

2008

32.966

2009

31.534

1e helft 2010

15.199

Totaal

156.836

In 2007 wordt deze credit card veel gebruikt voor reis- en verblijfkosten Amsterdam en uitgaven voor woninginrichting in Amsterdam, althans in Nederland. Vermoedelijk houden deze uitgaven van in totaal USD 65.174,36 verband met het appartement dat het echtpaar [ A ] al dan niet op naam van [ X ] N.V. heeft gekocht aan de [straat] 00, 000 te Amsterdam. lk verwijs hiervoor naar de bijlagen D-153 tot en met D-156.

In 2008 wordt deze credit card ondermeer gebruikt voor de betaling van een bedrag van USD 11.325.86 aan het [O] Curaçao, "posted" 2 december 2008. Vermoedelijk houdt deze uitgave verband met de tijdelijke scheiding van tafel en bed van het echtpaar [ A ] ultimo 2008, resulterend in een definitieve scheiding op 24 november 2009. Deze betaling staat overigens ook vermeld op het overzicht van ongebruikelijke transacties van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties met datum 29 november 2008. Ik verwijs hiervoor naar het proces-verbaal van de ambtshandeling AH-11.

(…)

Ad 5 00000000 - Bankrekening op naam van [ X ] N.V.

Deze bankrekening is de lopende rekening van de advocatenpraktijk van verdachte [ A ].

Vanaf 14 augustus 2006 ontvangt [ X ] N.V. op deze rekening voorschotbedragen van klanten met een bankrekening bij de [Bank]. Dit is opmerkelijk, omdat deze [bank] pas vanaf 5 september 2006 naar buiten toe als verdachte in een onderzoek van de FIOD Nederland bekend is geworden. Op dat moment is beslag gelegd op de banktegoeden van de [bank] en konden klanten van de [bank] niet meer bij hun geld. [ X ] N.V. heeft zich opgeworpen als advocaat voor deze klanten en rechtszaken aanhangig gemaakt om de tegoeden weer beschikbaar te krijgen. Waarom deze klanten reeds voor het beslag [ X ] N.V. in de arm hebben genomen is vooralsnog onduidelijk, maar valt buiten de scope van dit strafrechtelijk onderzoek.

Ten laste van deze bankrekening komen diverse uitgaven die vermoedelijk niet zakelijk zijn en

daarom niet ten laste van de vennootschap [ X ] N.V. zouden mogen komen.

Het betreft:

(Alle bedragen in NAF)

Jaar

School-
geld
zoontje

Prive
credit
cards

Meubels
NL

Huur
appartmt.
Curaçao

Univ.
Limburg

Hypotheek
General
Manager

Betaling
nieuwe
echtgenote

Advocaat
scheiding

etc.

Totaal

2006

15.060

29.713

44.773

2007

16.350

124.939

78.351

9.750

229.390

2008

17.050

38.749

31.355

87.154

2009

10.000

59.192

23.864

1.600

94.656

8.450

42.297

9.500

22.592

15.359

98.798

Vanaf oktober 2007 tot en met augustus 2008 wordt door [ X ] N.V. huur betaald voor Residence [ I ]. In december 2008 wordt huur betaald aan mr. [ W ]. De huur van deze extra woonruimte is opmerkelijk, omdat het echtpaar [ A ] in de woning van [ M ] aan de [adres] 00 woont.

Vooralsnog is onduidelijk óf en hoe vorenstaande uitgaven in de boekhouding en de jaarcijfers van [ X ] N.V. zijn verwerkt. Duidelijk is slechts dat dit vermoedelijk privé uitgaven zijn met geld van de vennootschap [ X ] N.V. (…)”

2.6.4

Over de correctie onder punt 3 (terugdraaien correctie omzet) wordt in het rapport (AH-89) het volgende vermeld:

“(…)

2006

Door het administratiekantoor [ Z ] wordt op 23 december 2009 een herziene aangifte winstbelasting over het jaar 2006 ingediend. In de daarbij behorende jaarrekening is het saldi van de bankrekening van de [Bank] in de balans opgenomen.

De aangegeven omzet wijzigt zonder enige rechtvaardiging, waardoor de omzet wordt verlaagd met een bedrag van NAF 279.543,00.

Bovendien wordt er ook een post vooruit ontvangen gelden als credit (schuld) opgenomen. Dit dient geen enkel doel, doch hierdoor heeft de balans weer evenwicht. Door het administratiekantoor [ Z ] wordt op 3 mei 2010 een tweede herziene aangifte winstbelasting over het jaar 2006 ingediend. Dit gaat over kleinere wijzigingen.

Correspondentie tussen de verdachte [ E ] en de verdachte [ A ]

Door de verdachte [ E ] werden vrijwillig bescheiden voor het onderzoek ter beschikking gesteld. Deze bescheiden waren als bijlage bij haar verklaringen gevoegd. Door mij zijn deze bescheiden in het dossier opgenomen onder nummer D-242. Deze bescheiden zijn correspondentie tussen de verdachte [ E ] en de verdachte [ A ]. Het gaat onder meer over de (gewijzigde) jaarrekening over het jaar 2006. Overigens bedankt de verdachte [ A ] op 20 januari 2010 de verdachte [ E ] voor haar perfecte werk tot nu toe. In het bescheid met nummer D-242, pagina 3 schrijft de verdachte [ A ] naar de verdachte [ E ] onder meer.

“…het bedrag aan crediteuren ad Naf 279.543,00 dient in ieder geval te worden onderbouwd, want daar worden vragen over gesteld. Ik verzoek je vriendelijk om mij per omgaande een gespecificeerd overzicht van deze crediteuren (o.a. deurwaarderskosten, griffiekosten) toe te zenden…..”

De verdachte [ E ] schrijft de verdachte [ A ] als volgt terug:

“……in 2006 was de opgenomen opbrengsten in het jaarrekening niet correct er was Ang. 935.205,59 als opbrengst opgenomen en dit was niet conform de OB afdrachten formulier van 2006. Het had 655.652,59 moeten zijn. Per abuis volgens mij werden nog te betalen schulden aan derden (adviseurskantoren, deurwaarderskosten, griffiekosten etc.) als opbrengst geboekt in plaats van als schuld op de balans in dit geval crediteuren…….”

Daarna volgen de aanpassingen doch er kan enkele specificatie worden gegeven. Verdere specificatie hierover volgt er niet meer.”

2.6.5

Met betrekking tot de correctie onder punt 4 (terugdraaien verlies investeringen SPF [ N ] ) wordt op pagina 90 van het overzichtsproces-verbaal van het rapport het volgende vermeld:

“(..)

De SPF [N] wordt op 4 november 2003 door de verdachte [ A ] opgericht en wordt gevestigd op het adres (…). Dit is het kantooradres van de verdachte [ A ]. Op 4 juli 2009 is de SPF [ N ] vrijwillig in liquidatie getreden en wordt dan opgeheven. De verdachte [ A ] heeft de functie van bestuurslid met de titel van directeur in de SPF [N]. (…)

(…)

Verhoor van de verdachte [ A ]

Op 9 februari 2011 omstreeks 10:45 (V01-03) uur is de verdachte [ A ] gehoord over de SPF [ N ] en over haar Australische beleggingen. De verdachte [ A ] verklaarde onder meer dat:

…. Een deel van die bedragen was geïnvesteerd in aandelen. Die aandelen stonden op naam van [ N ] Private Foundation en ik was toen de UBO (Ultimate Beneficial Owner) van [ N ]. Deze aandelen werden gekocht via [bank] in Australië….nee, dat geld is nooit naar Curaçao gekomen. [ N ] heeft namelijk heel veel geld verloren……[SA] is een advocatenkantoor en ik wilde niet dat mijn advocatenpraktijk risico zou gaan !open met aandelentransacties, daarom heb ik de SPF [ N ] opgericht. In [ N ] zaten die aandelentransacties.…… die beleggingen waren van [ SA ] en [ N ] heeft verlies gemaakt……de constructie om via de SPF to gaan beleggen heb ik zelf bedacht. Ik heb zelf die SPF opgericht……civielrechtelijk moest ik [SA] beschermen vanwege de aansprakkelijkheid……….de SPF was een goede entiteit om deze beleggingen voor op te richten. Een SPF wordt vaak gebruikt voor dit soort investeringen. Voordeel van een SPF is dat je geen winstbelasting hoeft te betalen en dat je makkelijk investeringen kunt doen ……op dat moment dacht ik dat het goede aandelen waren, die Australische aandelen……… niet de advocatenpraktijk heeft belegd in aandelen, maar de deelneming van de advocatenpraktijk heeft hierin belegd ………ik boekte geld over van de [SA] rekening

bij de [Bank] naar [Bank]. Dat is het enige geld dat naar [ N ] is gegaan …….dit geld was het geld dat [SA] had verdiend. Dit was omzet van [SA]. Op de derdengeldrekening bleef fee staan…. 1k weet niet of die fee is verantwoord in de jaarstukken van [SA]…..dit geld dat vanaf de derdengeldrekening is doorgeboekt naar [ N ] is in ieder geval niet in eerste instantie aangegeven. Het had in tweede instantie wel verantwoord moeten zijn, maar of dat is gebeurd dat weet ik niet ……alles wat [ N ] heeft gekregen komt van [SA], hetzij van de rekening van de [Bank], hetzij via de derdengeldrekening……[ N ] heeft aandelen gekocht en heeft in 2008 door de beurs krach verlies geleden. Ik ben er met 0 uitgestapt…… ik ben mij ervan bewust dat ik in [ N ] Private Foundation heb gewerkt met geld afkomstig van de [Bank] en de derdengeldrekening, welk geld buiten de administratie van [SA] is gebleven. Het was mijn intentie om dit recht te trekken, maar de dames van [ Z ] hebben dit niet goed gedaan ………..

(…)”

Op pagina 11 van AH-02 van het rapport wordt hierover het volgende vermeld:

“(…)

Samenvattend komt het er op neer dat [N ] Private Foundation een zelfstandige rechtspersoon is, waarin verdachte [A] vanaf de oprichting op 4 november 2003 druk doende is geweest met het aan- en verkopen van effecten. [ N ] Private Foundation is nimmer een investeringsvehicle geweest van de advocatenpraktijk [ X ] N.V. In de jaarrekeningen 2003 tot en met 2007 van [ X ] N.V. staat in ieder geval nergens een investering in [ N ] Private Foundation op de balans vermeld. Onduidelijk is waarom verdachte [ A ] in 2008 vanuit het niets een bedrag van Naf. 115.700 als verlies op [ N ] Private Foundation ten laste van het resultaat van [ X ] N.V. brengt.

Fiscaal is dit niet aannemelijk.

2.6.6

Over de correctie onder punt 5 (transportkosten en invoerrechten) is in het rapport (AH-02/pagina 14) het volgende vermeld:

“(…)

Het derde dat opvalt, is dat zowel in het jaar 2004 als in de jaren 2005 en 2007 transportkosten en invoerrechten ten laste van het resultaat van [ X ] N.V. worden geboekt, respectievelijk NAF 30.036, NAF 11.356. In een willekeurige handelsonderneming of productiebedrijf vormen transportkosten en invoerrechten vanzelfsprekende kostensoorten. Hoe een advocatenpraktijk tegen transportkosten en invoerrechten aanloopt is vooralsnog onduidelijk en dient nader onderzocht te worden. (…)”

2.6.7

Over de wijzigingen in de aangiften is in het rapport (overzichtsprocesverbaal pagina’s 99-100 – voor zover van belang - het volgende vermeld:

“(…)

2007

Door het administratiekantoor [ Z ] wordt op 23 december 2009 een herziene aangifte winstbelasting over het jaar 2007 ingediend. In de daarbij behorende jaarrekening is het saldi van de bankrekening van de [Bank] in de balans opgenomen. De aangegeven omzet wijzigt echter niet. Door het administratiekantoor [ Z ] wordt op 3 mei 2010 een tweede herziene aangifte winstbelasting over het jaar 2007 ingediend. Dit gaat over kleinere wijzigingen. Bovendien wordt er ook een post vooruit ontvangen gelden als credit (schuld) opgenomen. Dit dient geen enkel doel, doch hierdoor heeft de balans weer evenwicht.

2008

Door het administratiekantoor [ Z ] wordt op 23 december 2009 een aangifte winstbelasting ten name van [ X ] NV over het jaar 2008 ingediend. In de daarbij behorende jaarrekening is het saldi van de bankrekening van de [Bank] in de balans opgenomen. Door het administratiekantoor [ Z ] wordt op 3 mei 2010 een herziene aangifte winstbelasting over het jaar 2008 ingediend. De opvallende wijziging is, dat er een verlies op investeringen (gedaan door de verdachte [ A ] met de SPF [ N ]) in de jaarrekening wordt verwerkt voor een bedrag van NAF 115.700,00. Hier heeft de verdachte [ A ] over verklaard en dit is opgenomen in het proces-verbaal AH-83. Evenals in de voorgaande jaren wordt er een post vooruit ontvangen gelden als credit (schuld) opgenomen op de balans als tegenhanger van het saldo bij de [Bank]. Dit dient geen enkel doel, doch hierdoor is de balans weer in evenwicht. (…)”

3 GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN

3.1

Tussen partijen is in geschil of de naheffingsaanslagen en de boetebeschikkingen terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd.

3.2

Voor de standpunten van partijen verwijst het Gerecht naar de gedingstukken.

4 BEOORDELING VAN HET GESCHIL

Formele punten

4.1.1

Belanghebbende heeft aangevoerd dat zij in de bezwaarfase niet is gehoord. Uit de gedingstukken blijkt dat belanghebbende inzake het bezwaar voor deze jaren is gehoord op 11 mei 2016, derhalve nadat uitspraken op de bezwaren (22 oktober 2013) zijn gedaan. Ingevolge artikel 30, vierde lid van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) diende dit voor de uitspraak te gebeuren. De hoorplicht is derhalve geschonden. Dit brengt met zich mee dat het beroep om deze reden gegrond is. Nu belanghebbende wel is gehoord ziet het Gerecht geen aanleiding om de zaken terug te wijzen naar de Inspecteur. Het Gerecht zal hierna beoordelen of de rechtsgevolgen van de bestreden uitspraken op bezwaar in stand moeten blijven.

4.1.2

Belanghebbende heeft in zijn pleitnota van 24 april 2017 – samengevat aangevoerd- dat de Inspecteur op basis van onrechtmatig verkregen informatie de aanslagen heeft opgelegd, dat de informatie door een anonieme tipgever is verstrekt, en dat de aanslagen buiten de reguliere navorderingstermijn zijn opgelegd. Ook meent belanghebbende dat de verweerschriften van de Inspecteur buiten beschouwing moeten worden gelaten omdat zij niet binnen de door het Gerecht toegekende termijn zijn ingediend. Het Gerecht begrijpt dat belanghebbende meent dat de aanslagen daarom moeten worden vernietigd. Het Gerecht overweegt hierover als volgt. Dat de informatie onrechtmatig is verkregen is niet gebleken. Uit de vaststaande feiten blijkt dat de Inspecteur gebruik heeft gemaakt van de in het kader van een fiscaal strafrechtelijk onderzoek in beslag genomen informatie hetgeen niet onrechtmatig is. Geen redenen zijn aangevoerd die zouden moeten leiden tot bewijsuitsluiting. Anders dan belanghebbende betoogt is de identiteit van de verstrekker van de informatie wel bekend. In het rapport (zie onder andere pagina 7 en 8 van het overzichtsproces-verbaal) is de identiteit van de informatieverstrekker immers vermeld. De aanslagen zijn opgelegd op 7 februari 2011, derhalve binnen de vijf-jaarstermijn van artikel 17 ALL. Ten slotte overweegt het Gerecht dat belanghebbende terecht klaagt over de handelswijze van de Inspecteur. Het aldus handelen van de Inspecteur belemmert de efficiënte procesgang. Het Gerecht zal hieraan echter geen consequenties verbinden.

Omkering en verzwaring van de bewijslast (2006-2007-2008)

4.2.1

De Inspecteur stelt dat uit het onderzoek van de SBAB volgt dat belanghebbende in de onderhavige jaren omzet heeft verzwegen en dat daarom de administratie niet kan dienen als grondslag voor de bepaling van de winst. Belanghebbende bestrijdt niet dat omzet is verzwegen maar stelt dat de toegepaste correcties lager moeten zijn. Het Gerecht volgt de Inspecteur in haar stelling dat de administratie niet kan dienen voor de bepaling van de winst en moet worden verworpen. Hierbij neemt het Gerecht in aanmerking de bevindingen van het onderzoeksrapport (zie 2.6.1 en 2.6.2). Het Gerecht acht het aannemelijk dat belanghebbende aanzienlijke bedragen verkregen voor diensten voor klanten van [bank] niet als omzet heeft verantwoord. Belanghebbende heeft over deze jaren herziene aangiften gedaan maar uit niets blijkt dat deze omzet daarin is verwerkt. Alsdan geldt ingevolge artikel 30, lid 6 ALL de administratieve sanctie van de zogeheten omkering en verzwaring van de bewijslast. Het staat de Inspecteur alsdan vrij om de belastbare winst door middel van een redelijke schatting in afwijking van de aangifte vast te stellen. Belanghebbende moet overtuigend aantonen dat de door de Inspecteur aangebrachte correcties onjuist zijn. Uitsluitend met betrekking tot de correcties van de aftrekposten geldt de omkering en verzwaring niet, nu de bewijslast daarvoor al op belanghebbende rust.

Correcties alle jaren

4.3

Met betrekking tot niet aangegeven omzet met betrekking tot [bank] klanten heeft de Inspecteur de volgende correcties toegepast.

Jaar

2006

2007

2008

6. Omzet [bank] op bankrekening [ S ]

720.014

245.572

751.863

In het onderzoeksrapport is vermeld (zie 2.6.1) dat het omzet betreft in verband met gerechtelijke procedures voor [bank] klanten waarvan de bankrekening bij [ B ] zijn bevroren. Volgens het onderzoek heeft belanghebbende de betaling (initial fee) die door de klanten op de bankrekening van de [ S ] is gestort niet als omzet aangegeven. Voorts heeft belanghebbende als honorarium ook een deel van de vrijgegeven bedragen bedongen. Volgens het rapport zijn de vrijgegeven bedragen die niet zijn doorbetaald aan de klanten van de [ B ], niet tot de omzet van belanghebbende gerekend. De Inspecteur heeft de niet aangegeven omzet gecorrigeerd. Naar het Gerecht begrijpt stelt belanghebbende dat de tot de omzet gerekende bedragen veel lager moet zijn. Gelet op hetgeen hiervoor is vermeld rust op belanghebbende ten aanzien hiervan een verzwaarde bewijslast. Belanghebbende heeft zijn stelling echter op geen enkele wijze onderbouwd. Het Gerecht acht de door de Inspecteur toegepaste omzetcorrecties gelet op de uitgangspunten van het onderzoek en de vermelde onderzoeksresultaten redelijk. De correcties blijven in stand.

4.4

Met betrekking tot belanghebbendes bankrekening bij de [Bank] in Amerika heeft de Inspecteur een correctie toegepast met betrekking tot niet aangegeven omzet en ook is een rentecorrectie toegepast. Belanghebbende heeft met de rentecorrecties (brief van 30 december 2015) ingestemd.

Jaar

2006

2007

2008

7. Omzet rechtstreeks op bankrekening [Bank]

732.835

893.544

464.733

8. Genoten renten op bankrekening [Bank]

11.105

26.278

971

In het onderzoeksrapport is vermeld (zie 2.6.2) dat belanghebbende bij de [Bank] in Amerika een bankrekening (000000000) had. Ook op deze bankrekening zijn door klanten voor diensten van belanghebbende gelden gestort. Volgens de Inspecteur dienen deze bedragen ook tot de omzet te worden gerekend. Belanghebbende bestrijdt dit en voert aan dat de binnenkomende bedragen op de bankrekening allemaal zijn doorbetaald aan haar klanten. Voorts voert zij aan dat met de bedragen die niet zijn doorbetaald, investeringen zijn gedaan. In het onderzoeksrapport is vermeld dat de bankrekening gevoed wordt met gelden afkomstig van de [ S ] en anderzijds met gelden van klanten van belanghebbende. De Inspecteur heeft uitsluitend de gelden waarvan het onderzoek heeft uitgewezen dat zij rechtstreeks afkomstig zijn van klanten, als omzet aangemerkt. Het Gerecht overweegt als volgt. Belanghebbende heeft op geen enkele wijze onderbouwd dat de bedragen zijn doorbetaald aan klanten. Dat de gelden zijn aangewend voor investeringen brengt voorts niet met zich mee dat zij niet als omzet moeten worden verantwoord. De correctie dient in stand te blijven. Het Gerecht acht de toegepaste correcties gelet op de uitgangspunten van het onderzoek en de vermelde onderzoeksresultaten redelijk.

4.5

Voor de onderhavige jaren zijn voorts de volgende correcties toegepast (zie 2.6.3):

Jaren

2006

2007

2008

1. Privé credit card betaald door belanghebbende

Niet aftrekbaar

30.000

125.000

39.000

2. Privé uitgaven gedaan door belanghebbende: schoolgeld zoon

15.000

16.000

17.000

De Inspecteur gaat daarbij kennelijk ervan uit dat bedragen in de aangiften als kosten zijn verantwoord. Dit uitgangspunt, dat overigens niet door belanghebbende wordt bestreden acht het Gerecht aannemelijk. Door belanghebbende wordt de correctie met betrekking tot het schoolgeld van de zoon van [ A ] niet bestreden. De Inspecteur verwijst naar het onderzoeksrapport en stelt dat de credit card kosten van [ A ] die betaald zijn door belanghebbende geen zakelijke kosten zijn en daarom niet als aftrekpost kunnen worden toegelaten. Belanghebbende bestrijdt dat dit het geval is en heeft daartoe afschriften overgelegd van credit card rekeningen en facturen (bijlage 6 a van het verweerschrift). Uit die bescheiden kan echter niet worden afgeleid dat het om zakelijke uitgaven gaat. De correcties blijven in stand.

Jaar 2006

4.6.1

Voor het jaar 2006 heeft de Inspecteur nog de volgende correctie toegepast (zie 2.6.4).

3. Terugdraaien correctie omzet

279.500

Belanghebbende heeft in de eerste aangifte winstbelasting een omzet aangegeven van Naf. 935.205. Daarna is een herziene aangifte ingediend waarin een omzet van Naf. 655.662 is aangegeven. Het verschil tussen de twee bedragen is door de Inspecteur als omzet aangemerkt. Zij verwijst naar het rapport en stelt dat de herziening ongedaan moet worden gemaakt. In het rapport is vermeld dat de omzet in de aangifte winstbelasting veel hoger was dan in de aangifte omzetbelasting en dat de aangifte daarom is herzien. Uit het onderzoek blijkt niet dat de omzet door verkeerde boekingen diende te worden herzien. Belanghebbende heeft aangevoerd dat dit omzet betreft die door de Inspecteur reeds in de andere correctie (niet aangegeven omzet afkomstig van [bank] klanten) is meegenomen. De Inspecteur belast de omzet dus dubbel. Belanghebbende heeft deze stelling op geen enkele wijze onderbouwd. Het Gerecht merkt op dat uit hetgeen hiervoor is overwogen nu juist volgt dat omzet behaald met de [bank] klanten niet is aangegeven. De correctie blijft dus in stand. Het Gerecht acht de toegepaste correctie gelet op de uitgangspunten in het onderzoeksrapport redelijk.

berekening belastbare winst 2006

4.6.2

Voor het jaar 2006 heeft belanghebbende drie aangiften ingediend (zie 2.2). Het Gerecht overweegt dat bij de winstbepaling voor het jaar 2006 dient te worden uitgegaan van de laatste herziene aangifte (3 mei 2010). In die aangifte is een verlies aangegeven van Naf. -/- [000]. De Inspecteur heeft bij de winstbepaling geen rekening gehouden met dit verlies. Rekening houdend met de hiervoor vastgestelde correcties bedraagt de belastbare winst Naf. [0000] (Naf. -/- Naf. [000] +/+ [0000]). De aanslag winstbelasting (34,5%) bedraagt op basis hiervan Naf. [0000]. De aanslag van Naf. [0000] is derhalve eerder te laag dan te hoog.

Jaar 2007

4.6.3

De Inspecteur heeft voor het jaar 2007 de uitgaven voor meubels, transportkosten en invoerrechten gecorrigeerd (zie 2.6.3) omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat het om zakelijke kosten gaat. Volgens de Inspecteur gaat het om privé-uitgaven van [ A ]. De Inspecteur gaat daarbij kennelijk ervan uit dat bedragen in de aangiften als kosten zijn verantwoord. Dit wordt door belanghebbende niet bestreden. Het gaat om de volgende bedragen.

*Meubels Nederland

78.000

5. Transportkosten en invoerrechten

11,350

4.6.4

Volgens belanghebbende (brief 11 mei 2016) zijn de meubels aangeschaft voor een kantoor in Amsterdam dat niet van de grond is gekomen. Hij heeft als bewijs hiervan een drietal facturen overgelegd.

- Een factuur (21 juli 2007) voor meubels van het bedrijf [ H ] voor een bedrag van 3.645 euro op naam van [ A ] met daarop vermeld het adres [ straat ] in Amsterdam;

- Een factuur (2 juli 2007) voor meubels van het bedrijf [MM] op naam van belanghebbende voor een bedrag van 14.999 euro met daarop vermeld het kantooradres van belanghebbende in Curaçao en als afleveradres “Willemstad/Curaçao”;

- Een factuur (25 mei 2007) voor een bedrag van 8.515 euro voor [ LB] en de montage daarvan ten behoeve van een huiskamer, een logeerkamer en een keuken.

4.6.5

Het Gerecht oordeelt dat belanghebbende met de overgelegde factuur voor kantoormeubilair voor een bedrag van 14.999 euro (X 2.1= afgerond Naf. 31.500) dat op basis van de factuurgegevens bestemd zijn voor het kantoor in Curaçao, aannemelijk heeft gemaakt dat deze kosten zakelijk zijn. Van de overige kosten voor meubilair is dat niet het geval. Belanghebbende heeft de zakelijkheid van die uitgaven met hetgeen hij heeft aangevoerd niet aannemelijk gemaakt. De omstandigheid dat deze kosten door belanghebbende zijn betaald maakt, anders dan belanghebbende kennelijk meent niet dat deze kosten zakelijk zijn. Gelet op het voorgaande bedraagt de correctie met betrekking tot de aanschaf van meubels (Naf. 78.000 -/- Naf. 31.500= Naf. 46.500).

4.6.6

Belanghebbende heeft ook een factuur (20 augustus 2007) van ‘Unlimited Freight’ Curaçao overgelegd. Uit de gegevens vermeld op de factuur valt af te leiden dat het bedrag van Naf. 11.311,23 is gefactureerd voor het verzorgen van het vervoer van kantoorartikelen evenals de diensten in verband met de invoer daarvan in Curaçao. In de factuur is een bedrag van Naf. 10.424 voor invoerrechten begrepen. Het Gerecht oordeelt dat belanghebbende de zakelijkheid van deze kosten hiermee aannemelijk heeft gemaakt. Het Gerecht neemt hierbij in aanmerking dat het kopen van kantoorartikelen in het buitenland niet ongebruikelijk is, zeker niet voor een dienstverlenend bedrijf met de omzet van belanghebbende.

4.6.7

Ten slotte heeft de Inspecteur de huurkosten voor appartementen te [straat] 00 (vertegenwoordiger verhuurbedrijf is de heer [ W ]), en [ I ], allebei in Curaçao, gecorrigeerd (zie 2.6.3). Volgens de Inspecteur gaat het hier om privé-uitgaven van [A] die ten laste zijn gebracht van het resultaat van belanghebbende. Het gaat om de volgende bedragen.

2007

2008

*appartementenhuur ( I en W)

10.000

31.000

Volgens belanghebbende gaat het wel om zakelijke uitgaven. Daartoe is een tweetal niet ondertekende huurovereenkomsten waarin belanghebbende als huurder is vermeld overgelegd. Een huurovereenkomst loopt van 1 september 2007 tot en met 31 augustus 2008 (huur: Naf. 2.650 per maand). De andere huurovereenkomst loopt van 24 november 2008 tot en met 31 mei 2009 (huur: USD 2.100 per maand). Ook heeft belanghebbende een (ondertekende) managementovereenkomst tussen [ M ] en belanghebbende overgelegd. Daarin staat dat het management van belanghebbende door [ M ] wordt uitgevoerd en dat [ M ] daarvoor [ A ] zal inzetten. Voor de werkzaamheden betaalt belanghebbende maandelijks een management fee aan [ M ]. Ook zal belanghebbende de onkostenvergoeding van [ A ] betalen op basis van de door [M] ingediende gespecificeerde declaraties en bescheiden. Volgens belanghebbende zijn de huurkosten betaald als onderdeel van de arbeidsovereenkomst met [ A ]. Het Gerecht is het met de Inspecteur eens dat belanghebbende met de overgelegde stukken de zakelijkheid van de huurkosten voor de appartementen niet aannemelijk heeft gemaakt. De correcties blijven in stand.

berekening belastbare winst 2007

4.6.8

Voor het jaar 2007 heeft belanghebbende drie aangiften ingediend (zie 2.2).

Het Gerecht overweegt dat bij de winstbepaling voor het jaar 2007 dient te worden uitgegaan van de laatste herziene aangifte (3 mei 2010). De Inspecteur heeft bij de winstbepaling geen rekening gehouden met het aangegeven verlies van

Naf.-/- [0000]. Rekening houdend met de hiervoor vastgestelde correcties van

Naf. [0000] (00000 minus 00000) bedraagt de belastbare winst Naf. [000] (Naf. -/- 0000 +/+ 0000). De aanslag winstbelasting (34,5%) bedraagt op basis hiervan Naf. [0000]. De aanslag van Naf. [0000] is derhalve eerder te laag dan te hoog.

Jaar 2008

4.7.1

Voor het jaar 2008 heeft de Inspecteur nog de volgende correctie toegepast (zie 2.6.5).

4. Terugdraaien verlies investeringen [ N ] Private foundation

115.700

In de herziene aangifte van belanghebbende wordt een verlies op investering verwerkt van Naf. 115.700. Dit verlies heeft betrekking op de investering van de SPF [ N ] Private Foundation welke investering per ultimo 2008 is afgewaardeerd naar nihil. Het verlies op de investering wordt ten laste van het resultaat gebracht. De Inspecteur heeft gesteld dat [ A ] in het onderhavige jaar de bestuurder en begunstigde was van de SPF. Het verlies kan niet ten laste komen van het resultaat omdat niet belanghebbende de rechthebbende was van de investeringen maar [ A ]. Volgens belanghebbende was zij de rechthebbende op de investeringen van de SPF omdat de bedragen die door de SPF werden geïnvesteerd van haar afkomstig waren. Het Gerecht is het met de Inspecteur eens dat de afboeking niet ten laste van het resultaat kan komen. Niet is gebleken dat belanghebbende ten tijde van de afboeking de rechthebbende was van de investeringen. In het rapport is vermeld dat [ A ] de SPF heeft opgericht en ook dat hij bij oprichting de rechthebbende en directeur was. Dat hij de oprichterbevoegdheden, zoals door hem gesteld daarna aan belanghebbende heeft overgedragen is niet gebleken. Dat de investeringen met gelden van belanghebbende zijn gedaan maakt niet dat belanghebbende als rechthebbende van de investeringen moet worden aangemerkt. De correctie blijft in stand.

berekening belastbare winst 2008

4.7.2

Voor het jaar 2008 heeft belanghebbende twee aangiften ingediend. Het Gerecht overweegt dat bij de winstbepaling voor het jaar 2008 dient te worden uitgegaan van de herziene aangifte van 3 mei 2010 (2.2). De Inspecteur heeft bij de winstbepaling geen rekening gehouden met het aangegeven verlies van Naf.-/- [0000]. Rekening houdend met de hiervoor vastgestelde correcties bedraagt de belastbare winst Naf. -/- 000 +/+ 000 = Naf. [000]. De aanslag winstbelasting (34,5%) bedraagt op basis hiervan Naf. [000]. De aanslag van Naf. [0000] is derhalve eerder te laag dan te hoog.

vergrijpboeten alle jaren

4.8.1

De Inspecteur heeft onbestreden gesteld dat de boetes van 50% terecht zijn opgelegd omdat sprake is van (voorwaardelijke) opzet. Zij heeft daartoe aangevoerd dat belanghebbende bewust omzet heeft verwegen en privé kosten als zakelijke kosten heeft aangegeven of anderszins niet aannemelijk kan maken dat deze kosten zakelijk zijn door de onvolledige administratie. Volgens de Inspecteur heeft belanghebbende door haar handelswijze willens en wetens oftewel bewust de kans aanvaard dat weinig belasting zou worden geheven

4.8.2

Het Gerecht acht de Inspecteur geslaagd in de op haar rustende last te bewijzen dat belanghebbende in de onderhavige jaren met opzet winst niet heeft verantwoord en bovendien privé kosten in aftrek heeft gebracht. Het Gerecht acht het aannemelijk dat belanghebbende bij het doen van de aangiften wist dat meer omzet was genoten en dat het resultaat beduidend hoger moest zijn dan hetgeen is aangegeven. Ter zake van de kosten acht het Gerecht het aannemelijk dat belanghebbende ten tijde van het doen van de aangiften zich ervan bewust was dat zij geen adequate administratie had bijgehouden en derhalve niet aannemelijk kon maken dat de in aftrek geclaimde bedragen zakelijke kosten zijn. Ook acht het Gerecht het aannemelijk dat belanghebbende ermee bekend was dat zij met de aftrek van de desbetreffende kosten haar winst met een aanzienlijk bedrag verminderde. Door desalniettemin in de aangiften een te laag bedrag aan omzet op te nemen en de voormelde bedragen als kosten in aftrek te brengen, is het naar het oordeel van het Gerecht aan opzet van belanghebbende te wijten dat de aangiften op die punten onjuist zijn gedaan. De Inspecteur heeft terecht aan belanghebbende vergrijpboetes behorend bij de schuldgradatie opzet opgelegd.

4.8.3

Het Gerecht oordeelt dat als grondslag van de boeten moeten dienen de vastgestelde aanslagen. Wel dient dan nog te worden beoordeeld of de opgelegde vergrijpboetes gelet op de omstandigheden van het geval een passende en ook geboden sanctie vormen voor het vergrijp dat is begaan. Tot de hierbij in aanmerking te nemen omstandigheden behoort de wijze waarop de hoogte van de verschuldigde belasting is komen vast te staan, waaronder ook valt de omstandigheid dat hiertoe de zogenoemde omkering van de bewijslast is toegepast. Naar het oordeel van het Gerecht zijn de boetes passend en geboden. Daarbij neemt het Gerecht in aanmerking dat de aanslagen veel lager zijn vastgesteld, dan op basis van de correcties mogelijk zou zijn. Aldus is er geen aanleiding tot vermindering van de grondslag van de boeten ook al is deze gedeeltelijk komen vast te staan met toepassing van de omkering van de bewijslast.

4.8.4

De Inspecteur heeft met toepassing van het boetebeleid de boetes vastgesteld op 50% van het bedrag van de aanslagen. Het Gerecht ziet aanleiding om de volgende matigingen toe te passen. Ingevolge artikel 22 ALL dient de Inspecteur de belastingplichtige in kennis te stellen van het voornemen om een vergrijpboete op te leggen en de gelegenheid geven om op dit voornemen te reageren. Nu dat in het onderhavige geval dit niet is gebeurd, ziet het Gerecht aanleiding om de boetes met 10% te matigen. Het Gerecht ziet voorts aanleiding om de boetes ook in verband met de overschrijding van de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6 EVRM met 15% te matigen. Voor de berechting van de zaak in eerste aanleg heeft als uitgangspunt te gelden dat deze niet binnen een redelijke termijn geschiedt, indien niet binnen twee jaar nadat de boete bekend is geworden bij belanghebbende (dagtekening aanslag 7 februari 2011), uitspraak wordt gedaan, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden (vgl. Hoge Raad 22 april 2005, nr. 37 984, LJN: AO9006, BNB 2005/337). Het Gerecht neemt in overweging dat een deel van de overschrijding van de termijn te maken heeft met de complexiteit van de zaken en voor een deel door belanghebbende zelf (onder andere twee verzoeken om uitstel van de zitting) is veroorzaakt. Gelet op het voorgaande worden de boetes vastgesteld op:

2006: Naf. [000] x 25%= Naf. [000]

2007: Naf. [000] x 25%= Naf. [000]

2008: Naf. [000] x 25%= Naf. [000].

4.9

Het Gerecht acht geen termen aanwezig voor toekenning van proceskosten. Niet is gebleken dat sprake is van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

5 DE BESLISSING

De rechter in dit Gerecht:

  • -

    verklaart het beroep inzake de aanslagen winstbelasting en de boetebeschikkingen gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraken op bezwaar en bepaalt dat de rechtsgevolgen inzake de aanslagen winstbelasting in stand blijven;

  • -

    vermindert de boetebeschikkingen voor de jaren 2007, 2008 en 2009 tot respectievelijk Naf. [000], Naf. [000] en [000].

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Jansen, voorzitter, mr. drs. M.M. de Werd, en mr. W.C.E. Winfield, leden en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 december 2017, in tegenwoordigheid van de griffier, M.M.M. Faro MSc.

De griffier, De Voorzitter,

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 17a, eerste lid Landsverordening op het beroep in belastingzaken).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht overeenkomstig artikel 14, derde lid. De instelling van het hoger beroep geschiedt door persoonlijke indiening bij dan wel toezending aan de griffier van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 17b, tweede lid Landsverordening op het beroep in belastingzaken).