Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:213

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
06-12-2017
Datum publicatie
09-01-2018
Zaaknummer
KG 84131/2017
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Niet ontvankelijk en verklaring voor recht in KG.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak


GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Vonnis in kort geding

In de zaak van:

[Eiseres],

wonende te Curaçao,

eiseres,

gemachtigde: mr. G.C.A. Scheperboer-Parris,

tegen

de stichting

Fundashon Kas Popular,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde,

gevolmachtigde: mr. J.D. de Wind,

Partijen zullen hierna [eiseres] en FKP genoemd worden.

1 Verloop van de procedure

1.1. [

eiseres] heeft op 31 oktober 2017 een kort geding verzoekschrift met producties ingediend. Op 20 november 2017 heeft FKP producties ingediend ter griffie. Op 21 november 2017 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij partijen en de ge(vol)machtigden zijn verschenen en het woord hebben gevoerd.

1.2.

Uitspraak is bepaald op heden.

2 De feiten

1.2.

De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

2.2. [

Eiseres] staat sinds 2006 ingeschreven bij FKP op de wachtlijst voor een sociale huurwoning. Haar huidige aantal punten is 296 punten.

2.3.

Per 31 december 2017 dient [eiseres] haar huidige woning op het perceel Kaya Janten no. 29 te verlaten.

3 Het Geschil

3.1.

Eiseres vordert om bij vonnis, zoveel als mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. haar toe te staan kosteloos te procederen; en voorts

b. voor recht te verklaren dat FKP te kort is geschoten in haar zorgplicht;

c. FKP te veroordelen tot toewijzing van eigen behuizing aan [eiseres] of tot haar plaatsing in een verzorgings-, casu quo bejaardenpension, zulks wel in overeenstemming met de gezondheidsconditie van verzoekster, alles uiterlijk voor 1 januari 2018.

c. FKP te veroordelen in de proceskosten, met inbegrip der griffiekosten.

3.2. [

Eiseres] stelt zich op het standpunt dat, gezien haar situatie, FKP er voor moet zorg dragen dat zij op korte termijn een woning krijgt toegewezen.

3.3.

FKP betwist de gestelde zorgplicht en verzoekt [eiseres] niet ontvankelijk te verklaren. Voorts stelt FKP dat er geen grond is voor toewijzing van een woning of plaatsing van [eiseres] in een verzorgingstehuis of bejaardenpension.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1. [

Eiseres] vordert om voor recht te verklaren dat FKP tekort is geschoten in haar zorgplicht. Deze vordering stuit af op het karakter van de onderhavige procedure. Een procedure in kort geding leent zich slechts voor het treffen van een ordemaatregel in een spoedeisende situatie en is niet bedoeld om de rechtspositie van partijen vast te stellen (HR 2 april 1977, NJ 1977, 361). [eiseres] kan derhalve in kort geding niet worden ontvangen in dit deel van haar vordering. Het Gerecht merkt hierbij ten overvloede op dat het daarbij nog maar de vraag is of de vordering van [eiseres] in een bodemprocedure zal slagen nu de door [eiseres] aangehaalde artikelen van de Staatregeling Curaçao en het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele rechten ter zake van voldoende woongelegenheid c.q. toereikende huisvesting, uitgaan van een voorwerp van zorg van de overheid c.q. een zorgplicht van de verdragsluitende staten. Zonder nadere toelichting welke ontbreekt, kan niet zomaar worden geconcludeerd tot een zorgplicht van FKP.

4.2.

Met betrekking tot de tweede vordering, heeft FKP voldoende aannemelijk gemaakt dat toewijzing van een woning dan wel plaatsing in een verzorgings- of bejaardenpension afhankelijk is van het aantal punten dat een woningzoekende heeft. Gebleken is daarbij dat [eiseres] urgentiepunten heeft gekregen ter zake het dakloos zijn zonder kinderen (140 punten), sociale urgentie (15 punten), een slaapkamer tekort (3 punten) en gezinslid (1 punt). Ter zitting is nog ter sprake gekomen of niet ook punten voor medische urgentie zouden dienen te worden toegewezen en wellicht een hoger aantal sociale urgentiepunten. Wat ook zij van het antwoord op deze vragen, vast staat dat dit tot een maximale verhoging van 140 punten zou kunnen leiden gelet op de maximale puntenwaardering (productie 3). In aanmerking nemende de, niet betwiste, huidige wachtlijst (productie 8) zou [eiseres] ook met deze verhoging nog steeds zeer veel wachtenden voor zich hebben. Gelet op het vorenstaande alsmede op de ter zitting geschetste problematiek van een gebrek aan nieuwe sociale huurwoningen en een zeer geringe doorstroom in de voorraad bestaande sociale huurwoningen, moet voorlopig worden geconcludeerd dat [eiseres] niet op korte termijn in aanmerking kan komen voor een toewijzing of plaatsing van [eiseres] in een woning, verzorgingstehuis of bejaardenpension van FKP. Nu niet is gebleken van argumenten om van de gehanteerde wachtlijst af te wijken althans om bij toewijzing c.q. plaatsing niet uit te gaan van het (hoogste) puntenaantal van de woningzoekenden, zal het Gerecht de tweede vordering van [eiseres] afwijzen.

4.3.

Nu FKP in deze heeft te gelden als een in persoon procederende, bestaat geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding aan FKP.

5 De beslissing

Het Gerecht:

rechtdoende in kort geding:

- verklaart [eiseres] niet ontvankelijk in de vordering sub a;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis in kort geding is gewezen door mr. M.W. Scholte, rechter in voormeld Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 december 2017.