Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:211

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
06-12-2017
Datum publicatie
09-01-2018
Zaaknummer
KG 83725/2017 en EJ 83831/2017
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

kg en voorwaardelijke ontbinding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2018/150
Verrijkte uitspraak

Uitspraak


GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Vonnis in kort geding

in de zaak van:

[eiseres],

wonende te Curaçao,

eiseres,

gemachtigden: mrs. E.A. Knoppel en J.C. Meulens,

tegen

de naamloze vennootschap

Rectour Corporation N.V.,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde: mr. O.E. Kostrzewski,

tevens

Beschikking

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

Rectour Corporation N.V.,

gevestigd te Curaçao,

verzoekster,

gemachtigde: mr. O.E. Kostrzewski,

tegen

[eiseres/verweerster],

wonende te Curaçao,

verweerster,

gemachtigden: mrs. E.A. Knoppel en J.C. Meulens,

Partijen zullen hierna [eiseres] en Rectour genoemd worden.

1 Verloop van de procedure

In beide zaken

1.1. [

Eiseres] heeft op 15 september 2017 een kort geding verzoekschrift met producties ingediend. Op 28 september 2017 heeft [eiseres] aanvullende producties ingediend. De zaak is behandeld ter zitting op 29 september 2017. Voorafgaand aan deze behandeling heeft Banco op 27 september 2017 een verzoekschrift tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend met het verzoek tot gelijktijdige behandeling. Ter zitting van 29 september 2017 hebben partijen ingestemd met de aanhouding van de behandeling ter zitting.

1.2.

Op 1 november 2017 heeft [eiseres] producties ingediend ten behoeve van de mondelinge behandeling. Op 2 november 2017 heeft de mondelinge behandeling in beide zaken plaatsgevonden, waarbij partijen en de gemachtigden zijn verschenen en het woord hebben gevoerd aan de hand van overgelegde pleitnotities.

1.3.

Uitspraak in beide zaken is bepaald op heden.

2 De feiten

In beide zaken

2.1.

De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

2.2. [

Eiseres] is sinds 1 juni 2009 werkzaam voor Rectour op de financiële administratie. Op 20 april 2017 heeft [eiseres] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd getekend, ingaande op 1 april 2017 voor de functie van directie assistente.

2.3.

Als directeuren van Rectour staan, blijkens het uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, geregistreerd de heer [naam1] als financieel directeur en de heer [naam2] als algemeen directeur. Mevrouw [naam3] staat geregistreerd als procuratiehouder.

2.4.

Op 7 juli 2017 heeft zich een discussie voorgedaan tussen [eiseres] en [naam3] aangaande het toelaten van een mannelijke hotelgast, welke gast zich later manifesteerde als travestiet. Deze gast zou hebben verklaard met ene [naam4] te hebben gesproken. [eiseres] heeft daarbij van [naam3] begrepen dat zij niet meer terug hoefde te komen op het werk.

2.5.

Op 8 juli 2017 heeft [eiseres] van [naam2] te horen gekregen dat [naam3] de beveiliging opdracht had gegeven om haar de toegang te ontzeggen.

2.6.

Op 24 juli 2017 is [eiseres] door de gemachtigde van Rectour gehoord.

2.7.

Bij schrijven van 27 juli 2017 heeft Rectour medegedeeld dat [eiseres] op 7 juli 2017 was geschorst met behoud van salaris. Voorgesteld is daarbij om, nu de arbeidsrelatie verstoord was en geen vertrouwen meer bestond in een vruchtbare samenwerking, de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen per 31 juli 2017.

2.8.

Bij schrijven van 3 augustus 2017 heeft [eiseres] het voorstel van de hand gewezen en gesommeerd om haar weer toe te laten tot haar werkplek.

2.9.

Op 22 augustus 2017 heeft [eiseres] verzocht om een reactie op haar brief van 3 augustus 2017.

2.10.

Bij mail van 23 augustus 2017 heeft [naam3] de administratie van Rectour bericht dat [eiseres] per 31 juli 2017 uit dienst is getreden.

2.11.

Bij brief van 4 september 2017 heeft [eiseres] verzocht om haar loon door te betalen en haar toe te laten tot haar werk.

2.12.

Bij schriftelijke verklaring van 15 maart 2017 van de voormalig gemachtigde van Rectour heeft deze verklaard dat de mannelijke gast die later travestiet bleek te zijn, de huur van een kamer had geregeld met een collega van eiseres, [naam4] genaamd.

3 Het geschil

Kort geding verzoekschrift [eiseres]

3.1. [

eiseres] vordert, na wijziging eis, zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, op de minuut en op alle dagen en uren:

Primair:

  • -

    Rectour te bevelen de schorsing van [eiseres], met ingang van de datum indiening verzoekschrift, op te heffen, althans een in goede justitie te bepalen datum;

  • -

    Rectour te bevelen haar per heden weer tewerk te stellen, met doorbetaling van haar loon en emolumenten per 1 oktober 2017 alsmede om het haar per juli 2017 toekomende vakantiegeld uit te keren, vermeerderd met de vertragingsrente en de wettelijke rente v[naam4]f 1 september 2017 tot de dag der rechtmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, althans een in goede justitie te bepalen beslissing en datum;

  • -

    Rectour te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Subsidiair:

  • -

    voor recht te verklaren dat het gegeven ontslag althans beëindiging van de arbeidsovereenkomst nietig is;

  • -

    Rectour te bevelen [eiseres] per heden weer te werk te stellen, met doorbetaling van haar loon en emolumenten per 1oktober 2017 alsmede om het haar per juli 2017 toekomende vakantiegeld uit te keren, vermeerderd met de vertragingsrente en de wettelijke rente vanaf 1 september 2017 tot de dag der rechtmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, althans een in goede justitie te bepalen beslissing en datum;

  • -

    Gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2. [

Eiseres] stelt in dit kader dat haar loon ten onrechte is stopgezet en dat voorts geen grond bestond voor de schorsing. Zij heeft de mannelijke hotelgast niet toegelaten. Er bestond geen gegronde reden voor de schorsing.

3.3.

Rectour betwist het vorenstaande.

Verzoek Rectour

3.4.

Rectour verzoekt het Gerecht om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad op alle dagen en uren en op de minuut, de arbeidsovereenkomst tussen [eiseres] en Rectour te ontbinden met onmiddellijke ingang wegens gewichtige redenen in de zin van gewijzigde omstandigheden, zonder toekenning van enige vergoeding aan [eiseres], met veroordeling van [eiseres] in de kosten van dit geding.

3.5.

Rectour stelt in dit kader dat sprake is van gewijzigde omstandigheden. Tussen partijen is sprake van een ernstige vertrouwensbreuk in de arbeidsrelatie veroorzaakt door [eiseres], die zodanig is dat van Rectour niet kan worden verwacht dat zij de dienstbetrekking nog langer voortzet.

3.6. [

eiseres] betwist het vorenstaande.

In beide verzoeken

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Verzoek [eiseres]

4.1. [

eiseres] heeft verzocht om de door Rectour gegeven schorsing op te heffen onder veroordeling van Rectour tot doorbetaling van het loon. Nu, onder meer, sprake is van een vordering tot doorbetaling loon is het spoedeisend belang in deze in voldoende mate gegeven.

4.2.

Blijkens de brief van 27 juli 2017 heeft Rectour [eiseres] geschorst met behoud van salaris wegens een incident op de werkvloer waarbij [eiseres] zich zeer bedreigend, intimiderend en beledigend heeft uitgelaten tegen haar leidinggevende. Bij voormelde brief is medegedeeld dat de schorsing met behoud van loon zal voortduren nu Rectour de vrees heeft dat een terugkeer op de werkvloer van [eiseres] voor veel onrust zal zorgen en de continuïteit van de onderneming in gevaar zal brengen.

4.3. [

eiseres] betwist dat zij zich heeft uitgelaten op de door Rectour omschreven wijze. Niet gevreesd hoeft te worden voor veel onrust op de werkvloer of dat de continuïteit van de onderneming in gevaar zal komen bij haar terugkeer. Zij verwijst in dit kader naar de verklaringen van de directeuren [naam1] en [naam2] alsmede de collega’s [naam5] en [naam6].

4.4.

Het Gerecht overweegt in dit kader als volgt. Beoordeeld dient te worden of de bodemrechter, indien geadieerd, tot het oordeel zal komen dat Rectour een gegronde reden had om [eiseres] te schorsen. Van een werkgever mag verwacht worden, nu een schorsing de zwaarste disciplinaire maatregel is, dat niet al te lichtvaardig tot een dergelijke schorsing wordt besloten. Een schorsing brengt een werknemer in opspraak en de kans is groot dat hij daardoor in zijn eer en goede naam wordt aangetast en (im)materiële schade lijdt. De vraag of een werkgever tot een schorsing mocht overgegaan, dient te worden getoetst aan het criterium van artikel 7A:1614y BW. De belangen van de werknemer bij hervatting van zijn werkzaamheden zullen daarbij afgewogen dienen te worden bij het belang dat de werkgever heeft bij de schorsing.

4.5.

Niet betwist is dat [naam3] de bewaking de zondag na vrijdag 7 juli 2017, heeft geïnstrueerd om [eiseres] niet te toe te laten tot de werkvloer. Evenmin is betwist dat de directeur [naam2] zulks had doorgegeven aan [eiseres]. Nagelaten is daarbij om de reden(en) voor de schorsing aan [eiseres] te melden. Eerst bij brief van 27 juli 2017 is [eiseres] schriftelijk bevestigd dat zij was geschorst en waarom. Reeds gelet op het vorenstaande heeft Rectour bij de schorsing van 7, althans 9, juli 2017 niet gehandeld zoals van een goed werkgever had mogen worden verwacht. Daarbij heeft Rectour nagelaten om de verweten gedragingen aannemelijk te maken. Uit de door [eiseres] overgelegde verklaringen kan weliswaar worden afgeleid dat [eiseres] op 7 juli 2017 pittig heeft gereageerd maar niet in de mate als door Rectour omschreven. Daarbij heeft te gelden dat de (emotionele) reactie van [eiseres] niet onbegrijpelijk was, in aanmerking nemende dat het er op lijkt dat niet [eiseres] maar een andere [naam4], dan wel de directeur, de mannelijke gast toestemming had gegeven om in Campo te verblijven. Bij het opleggen van disciplinaire sancties dient rekening te worden gehouden met deze emotionele component. Niet gebleken is dat Rectour zulks ook heeft gedaan.

4.6.

Anders dan Rectour meent, is het Gerecht van oordeel dat uit het overgelegde geluidsfragment niet blijkt van een zeer negatieve, vijandige en onverschillige houding tegenover de leidinggevende en het werk, maar eerder van een door de komst van [naam3] ingegeven meer zakelijke houding ten opzichte van haar werk. Uit het op het geluidsfragment te horen relaas van [eiseres] blijkt dat zulks mede ingegeven is geweest door de onduidelijkheid over de rol die [naam3] speelt binnen Rectour alsmede de onduidelijkheid over de positie die zij inneemt ten opzichte van de directieleden. Verwarrend is daarbij voorts geweest voor [eiseres] dat, hetgeen niet is betwist, de directieleden jegens [eiseres] hebben laten doorschemeren dat [naam3] een pion is van de man achter de schermen, de heer De Groot, die de directieleden bedreigt en dwingt tot zaken waar zij niet achter staan. De, mede door de door Rectour veroorzaakte onduidelijkheid, ingegeven reacties en houding van [eiseres], kunnen [eiseres] in redelijkheid niet worden tegengeworpen. De vrees voor veel onrust op de werkvloer en gevaar voor de continuïteit van de onderneming is, zeker nu [eiseres] directie assistente is en niet is gebleken van een nauwe werkrelatie met [naam3], daarbij niet aannemelijk gemaakt. Het Gerecht weegt hierbij mee dat de collega’s verklaren dat de onrust op de werkvloer eerder door [naam3] ontstaat en de directieleden verklaren dat zij graag met [eiseres] willen werken en niet achter de schorsing staan. Voorshands oordelend was het voor onbepaalde tijd opleggen van een schorsing onder deze omstandigheden niet aanvaardbaar, gelet op de belangen van [eiseres] als werknemer. Dat het loon van [eiseres] is doorbetaald gedurende de schorsing, geeft geen aanleiding tot een ander oordeel.

4.7.

Het door [eiseres] primair gevorderde zal worden toegewezen in die zin dat Rectour zal worden bevolen om de schorsing per heden op te heffen en [eiseres] weder te werk te stellen in haar functie van directie assistente. Voorts zal Rectour worden bevolen om [eiseres], voor zover zulks nog niet is geschied, haar gebruikelijke loon inclusief de overeengekomen emolumenten door te betalen vanaf oktober 2017, nu ter zitting is erkend dat tot deze maand (volledig) is betaald. Voorts zal Rectour worden bevolen om het vakantiegeld dat in juli 2017 had dienen te worden betaald, uit te keren. Het vorenstaande vermeerderd met de tot 10% gematigde vertragingsrente en de wettelijke rente vanaf 1 september 2017 tot de dag der algehele voldoening.

4.8.

Het Gerecht gaat er vanuit dat Rectour, conform de toezegging ter zitting, loonstroken per maand zal verstrekken.

Verzoek Rectour

4.9.

Door Rectour is als Productie 4 een ongedateerd schrijven overgelegd, ondertekend door de directieleden van Rectour, waarin deze, onder meer, verklaren dat de directie van oordeel is dat het ontbindingstraject dient te worden ingeslagen voor wat betreft de arbeidsovereenkomst met [eiseres] nu sprake is van een ernstig verstoorde arbeidsrelatie door toedoen van [eiseres].

4.10. [

eiseres] heeft producties, waaronder whatsapp gespreksverslagen, overgelegd waarin de directieleden - kort gezegd - verklaren dat zij de gemachtigde niet hebben ingeschakeld, dat zij [naam3] niet de bevoegdheid hebben gegeven om dat wel te doen en voorts niet staan achter het ontbindingsverzoek. Verklaard wordt verder dat zij een brief hebben ondertekend onder bedreiging van ontslag door [naam7]. Ook verklaren zij bereid te zijn om hiervan te komen getuigen.

4.11.

Ter zitting is, naar aanleiding van de door [eiseres] overgelegde whatsapp gespreksverslagen in relatie tot de door Rectour overgelegde Productie 4, door de gemachtigde van Rectour medegedeeld dat haar contact met Rectour via [naam3] liep. Weliswaar is getracht om in contact te treden met de directieleden maar dat was niet gelukt. Zij wist niet beter dan dat zij gemachtigd was door de directie.

4.12.

Alles in aanmerking nemende houdt het Gerecht het er in deze voor dat het ontbindingsverzoek aanvankelijk is gedaan gebaseerd op de ongedateerde verklaring van de directieleden. In zoverre kan Rectour worden ontvangen in haar verzoekschrift. Nu evenwel gedurende de procedure door de door [eiseres] overgelegde verklaringen is gebleken dat de directieleden van Rectour niet langer volharden in het ingediende ontbindingsverzoek en niet is gebleken dat [naam3] bevoegd was tot het verzoek, bestaat niet langer belang bij dit verzoek. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen bij gebreke aan belang.

In beide verzoeken

4.13.

Rectour zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op NAf 1.500,= aan gemachtigdensalaris, NAF 450,= aan griffierechten en NAf 416,46 aan oproepingskosten.

5 De beslissing

Het Gerecht:

Verzoek [eiseres]

rechtdoende in kort geding:

- Beveelt Rectour om de schorsing van [eiseres] op te heffen per heden en [eiseres] weder te werk te stellen in haar functie van directie assistente;

- Beveelt Rectour om [eiseres] haar gebruikelijke loon en emolumenten, voor zover deze nog niet zijn betaald, door te betalen vanaf 1 oktober 2017 alsmede om [eiseres] het haar in juli 2017 toekomende vakantiegeld uit te keren, vermeerderd met vertragingsrente ad 10% en wettelijke rente vanaf 1 september 2017 tot de dag der algehele voldoening;

Verzoek Rectour

- wijst het ontbindingsverzoek af.

In beide verzoeken

- Veroordeelt Rectour in de proceskosten aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op NAf 1.500,= aan gemachtigdensalaris, NAf 450,= aan griffierechten en NAf 416,46 aan oproepingskosten;

- verklaart deze uitspraak tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijs af het meer af anders gevorderde.

Dit vonnis in kort geding is gewezen, en deze beschikking is gegeven, door

mr. M.W. Scholte, rechter in voormeld Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 december 2017.