Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:210

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
06-12-2017
Datum publicatie
09-01-2018
Zaaknummer
EJ 83030/2017
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Directeur SOAW mag financiële voorwaarden stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2018/179
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

BESCHIKKING

in de zaak van:

[Verzoekster],

wonende in Curaçao,

verzoekster,

gemachtigde: mr. J.C. Meulens,

tegen

de naamloze vennootschap

California Supermarket N.V.,

gevestigd in Curaçao,

verweerster,

gemachtigden: mrs. M.F. Bonapart en L.S. Davelaar.

Partijen zullen hierna [Verzoekster] en California genoemd worden.

1 Het procesverloop

Verzoekster heeft op 13 juni 2017 een verzoekschrift met producties ingediend. De behandeling van de zaak ter zitting van 11 juli 2017 is aangehouden in verband met de vermeerdering van eis door verzoekster. Afgesproken is daarbij dat verzoekster een akte vermeerdering eis zou indienen ter griffie, waana deze aan verweerster zou worden betekend. Verzoekster heeft voormelde akte ingediend ter griffie op 10 augustus 2017. De behandeling is voortgezet op 7 november 2017. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben de gemachtigden het woord gevoerd aan de hand van door hen overgelegde pleitnotities. Partijen is aangezegd dat het Gerecht een beschikking zal geven. De uitspraak daarvan is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

2.2. [

Verzoekster] was vanaf 1 december 2001 werkzaam voor verweerster tegen een bruto salaris van NAf 1.420,50 per maand.

2.3.

Op 14 juni 2016 heeft de Directeur Sector Arbeid de gevraagde toestemming tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst verleend onder, onder meer, de voorwaarde dat de aan werknemer naast haar wettelijk toekomende gelden een bovenwettelijke uitkering ad twee weken loon voor elke gewerkt dienstjaar wordt uitgekeerd.

2.4.

California heeft aan alle werknemers, waaronder [verzoekster], medegedeeld dat hun arbeidsovereenkomst per december 2016 zou worden opgezegd in verband met de sluiting van de supermarkt.

2.5.

Bij brief 24 maart 2017 heeft [verzoekster] verzocht om de cessantia en de bovenwettelijke uitkering te betalen binnen vijf dagen, onder aanzegging van de wettelijke rente bij uitblijven van voldoening binnen de gegeven termijn.

2.6.

Bij beschikking van het Gerecht vam 28 april 2017 is toestemming verleend voor het leggen conservatoir beslag.

3 Het geschil

3.1. [

Verzoekster] verzoekt, na vermeerdering van eis, dat het Gerecht bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

a. haar toe te staan om kosteloos te procederen;

b. California te veroordelen haar een bedrag van NAf 15.300,30 te betalen, bestaande uit NAf 4.920,42 aan cessantia, NAf 9.855,= aan bovenwettelijke vergoeding en NAf 524,88 als vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen, zulks vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum indiening verzoekschrift of een in goede justitie te bepalen bedrag en datum;

c. California te veroordelen in de kosten van de produre.

3.2. [

Verzoekster] legt aan de vordering ten grondslag dat California gehouden is de cessantia te vergoeden. Nu California gebruik heeft gemaakt van de toestemming tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst, dient ze de daaraan gestelde voorwaarde van een bovenwettelijke vergoeding na te leven. Tot slot verzoekt [Verzoekster] vergoeding van de acht niet-genoten vakantiedagen.

3.3.

California erkent dat zij de cessantia dient te vergoeden. Omdat de Directeur Sector Arbeid niet bevoegd is om financiële voorwaarden te verbinden aan een ontslagvergunning, is California niet gehouden om de door deze bepaalde bovenwettelijke vergoeding te betalen. Van niet-genoten vakantiedagen is geen sprake nu [Verzoekster] begin december 2016 twee weken vakantie heeft opgenomen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen zal het [verzoekster] worden toegestaan om kosteloos te procederen.

4.2.

Ingevolge artikel 3 lid 1 van de Landsverordening cessantia wordt aan de werknemer wiens dienstbetrekking eindigt anders dan door zijn schuld of ten gevolge van een aan hem toe te rekenen omstandigheid, een eenmalige uitkering gebaseerd op het laatstgenoten loon toegekend door de werkgever. Nu niet is gesteld of gebleken van schuld of een aan [verzoekster] toe te rekenen omstandigheid zal California, nu zij de (hoogte van de) cessantia ad NAf 4.920,42 niet heeft betwist, worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift.

4.3.

Met betrekking tot het verweer van California dat de Directeur Sector Arbeid niet bevoegd is om financiële voorwaarden te verbinden aan een ontslagvergunning, overweegt het Gerecht als volgt. Bij de wijziging van de lei di retiro op 1 maart 1996 is onder meer bepaald dat de Directeur aan zijn toestemming voorwaarden kan verbinden. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever daarbij ook heeft gedacht aan financiële voorwaarden. Anders dan in Nederland kan de Directeur derhalve een financiële voorwaarde aan zijn toestemming verbinden die hem met het oog op de omstandigheden van het geval billijk voorkomt. California is dan ook gehouden om de door de Directeur bepaalde vergoeding te betalen aan [Verzoekster]. Het Gerecht zal daarbij uitgaan van het niet door California betwiste bedrag van NAf 9.855,=.

4.4.

Volgens California is geen sprake van niet-genoten vakantiedagen aan de zijde van [verzoekster]. California stelt dat [verzoekster] begin december 2016 twee weken vakantie heeft opgenomen en derhalve geen vakantiedagen meer heeft. [Verzoekster] betwist het vorenstaande en stelt dat zij reeds vanaf oktober 2016 voor Centrum Supermarket is gaan werken. Het door California gestelde kan dan ook geen betrekking op haar hebben. Gelet op het vorenstaande en nu California heeft nagelaten, hetgeen als werkgever wel op haar weg had gelegen, om een uitdraai van de administratie van de vakantiedagen van [verzoekster] over te leggen, zal het Gerecht California niet volgen in het door haar gestelde. California zal worden veroordeeld tot betaling van acht niet-genoten vakantiedagen ad NAf 524,88, zulks vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening van de akte eisvermeerdering.

5 De beslissing

Het Gerecht:

- staat [verzoekster] toe kosteloos procederen;

- veroordeelt California tot betaling aan [verzoekster] van NAf 4.920,42 terzake cessantia en NAf 9.855,= terzake de bovenwettelijke vergoeding, zulks vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift tot de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt Califonia tot betaling aan [verzoekster] van NAf 524,88 terzake niet-genoten vakantiedagen, zulks vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum indiening van de akte eisvermeerdering tot de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt California in de proceskosten, aan de zijde van [verzoekster] tot op heden begroot op NAf 50,= aan in debet gestelde griffierechten en NAf 1.000,= aan gemachtigdensalaris;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Scholte, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 december 2017.