Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:193

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
21-12-2017
Datum publicatie
03-01-2018
Zaaknummer
EJ 83834/2017
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

feiten niet volledig en naar waarheid aangevoerd, gevolgtrekking, artikel 18C Rv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2018/138
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

BESCHIKKING

in de zaak van:

[VERZOEKSTER],

wonende in Curaçao,

verzoekster,

gemachtigde: voorheen mr. H.M.M. Alejandra, thans procederend in persoon,

tegen

de besloten vennootschap

ROMANINA EXPRESS B.V.,

gevestigd in Curaçao,

verweerster,

gemachtigde: mr. N.A. Evertsz.

Partijen zullen hierna [verzoekster] en Romanina genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1.

Verzoekster heeft op 27 september 2017 een verzoekschrift met producties ingediend. Van de zijde van verweerster is op voorhand op 27 november 2017 een aantal producties toegezonden. Bij e-mail van 28 november 2017 heeft mr Alejandra vervolgens gedesisteerd. Op 30 november 2017 heeft mr Alejandra het Gerecht bericht dat [verzoekster] op de hoogte is van de behandelingsdatum en tijdstip. Het verzoek is behandeld op 30 november 2017. Verzoekster is niet verschenen, noch is een aanhoudingsverzoek gedaan. Voor Romanina is de directeur verschenen, de heer [naam directeur] en zijn vader, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd, die verweer heeft gevoerd overeenkomstig het verweerschrift met producties. Romanina is aangezegd dat het Gerecht een beschikking zal geven.

1.2.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 Het geschil

2.1.

[Verzoekster] verzoekt dat het Gerecht bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zakelijk en verkort weergegeven, het gegeven ontslag nietig zal verklaren en haar loon zal doorbetalen tot rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

2.2.

[Verzoekster] legt aan de vordering ten grondslag dat zij als kok in dienst is getreden bij Romanina maar dat zij werd belast met huishoudelijke taken en dat zij op 14 november 2016 ten onrechte is weggestuurd.

2.3.

Romanina heeft het volgende verweer gevoerd. In de eerste plaats heeft [verzoekster] nagelaten de feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Zij heeft niet vermeld dat zij als kok binnen haar proeftijd is ontslagen op 15 februari 2016 en later per 11 augustus 2016 andermaal een arbeidsovereenkomst is aangegaan met Romanina, maar deze keer als schoonmaakster. Voorts is [verzoekster] volgens Romanina niet weggestuurd op 14 november 2016 maar is zij zelf weggegaan en is zij daarna niet meer teruggekeerd. [verzoekster] heeft dus zelf ontslag genomen, aldus Romanina. Tenslotte voert Romanina aan dat de nietigheid van het beweerdelijke ontslag na meer dan zes maanden is ingediend, zodat de vordering van [verzoekster] is verjaard.

3 De beoordeling

3.1.

Het verzoek van [verzoekster] om kosteloos te mogen procederen is voldoende onderbouwd en zal worden toegewezen.

3.2.

De verweren slagen nu deze niet door [verzoekster] zijn weersproken. [verzoekster] heeft de feiten niet volledig en naar waarheid aangevoerd, zoals wel vereist is blijkens artikel 18c Rv. Afwijzing van het gevorderde is de gevolgtrekking die het Gerecht in deze geraden acht. Na de weergave van de feiten door Romanina kan immers niet anders worden geconcludeerd dan dat [verzoekster] het Gerecht op het verkeerde been heeft willen zetten. Daarnaast geldt als grond voor afwijzing van het gevorderde dat nietigheid van het beweerdelijke ontslag niet binnen zes maanden is ingeroepen (artikel 7 Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten), zodat de vordering is verjaard. Voorgaande betekent dat de vorderingen worden afgewezen.

3.3.

[Verzoekster] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Romanina veroordeeld.

4 De beslissing

Het Gerecht:

- verleent [verzoekster] verlof om kosteloos te mogen procederen;

- wijst af het gevorderde;

- veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten, aan de zijde van Romanina tot op heden begroot op NAf 1.500,- aan gemachtigdensalaris,

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.E. Sijsma, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 21 december 2017.