Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:189

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
23-11-2017
Datum publicatie
02-01-2018
Zaaknummer
84045/2017
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Afgifte stukken aan aandeelhouders fonds in Amerikaanse levensverzekeringspolissen. Art. 843a Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2018/32
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

IN KORT GEDING

in de zaak van:

[ 177 EISERS, overwegend wonend in Argentinië ]

eisers,

gemachtigde: mr. W. Princée,

tegen

de naamloze vennootschap TMF CURAÇAO N.V.,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigden: mrs. W. ten Veen en J.M.K.P. Cornegoor.

1 Het procesverloop

Eisers hebben op 23 oktober 2017 een verzoekschrift met bijlagen ingediend. Het kort geding is behandeld ter zitting van 8 november 2017. Namens eisers is hun gemachtigde verschenen en namens gedaagde haar bestuurder […] en haar gemachtigde mr. Cornegoor. De gemachtigden hebben gepleit en hun pleitnotities overgelegd, mr. Cornegoor met verwijzing naar op voorhand overgelegde stukken.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De vordering

Eisers vorderen bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te gebieden aan eisers een afschrift te verstrekken van de door haar beslagen bescheiden (met inachtneming van de inperking zoals omschreven in randnr. 22 van het verzoekschrift), door daartoe in ieder geval binnen 48 uur nadat het vonnis in deze zaak is gewezen, deurwaarder Ramazan, als bewaarder van die bescheiden, instructies te geven die bescheiden aan de gemachtigde van eisers af te geven, althans gedaagde te gebieden aan eisers inzage in de bescheiden te verschaffen op een door de rechter te bepalen wijze, in beide gevallen op straffe van een dwangsom van NAf 25.000 voor iedere dag dat gedaagde niet aan dit gebod voldoet, met veroordeling van in de proceskosten, de beslagkosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3 De beoordeling

3.1

Eisers leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat zij aandeelhouders/ investeerders zijn in The Life Trade Fund B.V. (hierna ook: het Fonds), gevestigd te Curacao, welk fonds belegde in Amerikaanse levensverzekeringspolissen. Eisers stellen voor ruim USD 240 miljoen in het Fonds te hebben geïnvesteerd, maar dat hun investering in rook lijkt te zijn opgegaan. Het Fonds heeft volgens eisers inmiddels geen bestuurders meer en haar inschrijving bij het handelsregister is doorgehaald. Teneinde (een deel van) hun investering terug te krijgen, zijn eisers in april 2017 een procedure gestart voor het United District Court for the Southern District of New York tegen onder meer bij het Fonds betrokken investment managers en banken.

3.2

Mede met het oog op de procedure in New York hebben eisers op 5 september 2017 na daartoe verkregen rechterlijk verlof conservatoir bewijsbeslag gelegd onder gedaagde op een aantal op The Life Trade Fund B.V. betrekking hebbende bescheiden, zoals omschreven in alinea 13 van haar verzoekschrift, waarvan - voor zover aanwezig - aan de deurwaarder (digitale) afschriften zijn verstrekt, naast (digitale) afschriften van overige gegevens. Een secure selectie heeft nog niet plaatsgevonden. De in alinea 13 van het verzoekschrift omschreven bescheiden, voor zover die zich onder de beslagen gegevens bevinden, worden hierna aangeduid als de Beslagen Bescheiden.

3.3

Eisers stellen gerechtigd te zijn tot de Beslagen Bescheiden. Zij verwijzen hiervoor onder meer op hun hoedanigheid van aandeelhouders (zonder stemrecht) in het Fonds, naar de statuten van het Fonds, naar de uitgegeven prospectussen en naar een brief van het bestuur van het Fonds aan een investeerder van 23 oktober 2012, waarin wordt verklaard dat “all documents concerning the fund are available for inspection by investors in Curacao”.

3.4

Gedaagde is van 2003 tot 2006 bestuurder geweest van het Fonds en vervolgens tot juni 2012 van Life Trade Management Company N.V., welke vennootschap in die periode bestuurder was van het Fonds. Gedaagde benadrukt dat de negatieve ontwikkelingen binnen het Fonds waarvan eisers stellen het slachtoffer te zijn geworden zich hebben afgespeeld na haar aftreden.

3.5

Gedaagde heeft zich in de eerste plaats verweerd tegen de vordering met de stelling dat zij zich in haar management-agreement met Life Trade Management Company N.V. en haar “principal” […] van 5 januari 2006 heeft verbonden confidentiële informatie met betrekking tot die vennootschap of [naam “principal”] niet te onthullen, behoudens, onder meer, “where required by law”. Dit verweer kan niet aan toewijzing van de vordering in de weg staan. Zoals hierna wordt overwogen en beslist, is gedaagde jegens eisers gehouden tot het geven van inzage, zodat gedaagde in haar relatie tot haar contractuele wederpartijen bij het management-agreement vrij moet worden geacht de informatie te verstrekken. Bovendien is gesteld noch gebleken dat Life Trade Management Company N.V., [naam “principal”] en/of het Fonds enig belang stellen in de onderhavige kwestie, laat staan dat zij jegens eisers of gedaagde bezwaren hebben geuit tegen de door eisers verlangde inzage.

3.6

Gedaagde heeft voorts gesteld dat haar van slechts vijf eisers is gebleken dat zij aandeelhouders zijn, althans waren. Eisers hebben gesteld dat alle overige eisers pas aandeelhouder zijn geworden nadat gedaagde was afgetreden, en dat daarmee is verklaard dat gedaagde over hen geen gegevens heeft aangetroffen. Het Gerecht acht hiermee voldoende aannemelijk geworden dat in elk geval een aantal eisers aandeelhouders van het Fonds zijn.

3.7

Gedaagde heeft als “eigen” belang nog gesteld dat niet uit te sluiten is dat eisers op basis van de verkregen informatie hun pijlen ook op gedaagde zelf zullen richten, en dat er gelet daarop moet worden beoordeeld of de vordering van eisers tot inzage (ook) voldoet aan de eisen die naar het recht van New York gelden voor een “discovery”. Het Gerecht volgt gedaagde hierin niet. Of hier te lande bewijsbeslag kan worden gelegd en inzage kan worden genomen, dient te worden beoordeeld naar het recht van Curacao, zeker nu gesteld noch gebleken is dat de rechtsverhouding tussen partijen door enig ander rechtstelsel wordt beheerst. Of de aldus verkregen bewijzen toelaatbaar zijn in een Amerikaanse procedure, is ter beoordeling van de Amerikaanse rechter. Daarbij komt dat gedaagde naar zij zelf stelt geen betrokkenheid had bij het Fonds in de periode waarin de door eisers gestelde fraude zich heeft afgespeeld en dat gedaagde niet heeft gesteld welke van de Beslagen Bescheiden tegen haar in stelling zouden kunnen worden gebracht.

3.8

Gelet op het voorgaande kunnen de door gedaagde geopperde bezwaren tegen de gevorderde afgifte niet zwaar wegen.

3.9

Naar het oordeel van het Gerecht hebben eisers, gezien de omstandigheden opgenomen onder 3.1 tot en met 3.3, als aandeelhouders van het Fonds en bij gebreke van gestelde of gebleken andere hen ten dienst staande mogelijkheden een rechtmatig belang bij afschrift van de op het Fonds betrekking hebbende Beslagen Bescheiden. De Beslagen Bescheiden zijn voldoende bepaald en voldoende duidelijk omschreven. Van een ongeoorloofde hengeltocht kan hier niet worden gesproken. De uitzonderingen van art. 843 a Rv, lid 3 en 4, doen zich niet voor.

3.10

Bij het oordeel onder 3.9 betrekt het Gerecht mede de omstandigheid dat ook hier geldt dat niet gebleken is dat het Fonds enig belang stelt in de in dit kort geding aan de orde zijnde vordering, laat staan dat het Fonds zich zou scharen achter de stelling van gedaagde dat niet aan de eisen van art. 843a Rv is voldaan.

3.11

Op grond van het voorgaande is de door eisers gevorderde afgifte toewijsbaar. Eisers verlangen de afgifte binnen 48 uur na de uitspraak van dit vonnis. Het Gerecht acht niet aannemelijk dat deze termijn, zoals gedaagde stelt, voor haar veel te kort is om de Beslagen Bescheiden te selecteren en af te dragen, te meer nu het goeddeels om digitale bescheiden gaat. Bepaald zal worden dat gedaagde uiterlijk woensdag a.s. aan het gebod uitvoering dient te geven. Het Gerecht veronderstelt daarbij dat partijen direct na dit vonnis met elkaar en de deurwaarder in overleg treden over de wijze van uitvoering. Aan het gebod zal een dwangsom worden verbonden als in het dictum van dit vonnis omschreven.

3.12

In de omstandigheid dat gedaagde in de onderliggende rechtsverhouding als derde is te beschouwen, ziet het Gerecht aanleiding haar niet in de proceskosten, waaronder begrepen de beslagkosten, te veroordelen, maar om die kosten te compenseren.

4 De beslissing

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

4.1

gebiedt gedaagde aan eisers een afschrift te verstrekken van de Beslagen Bescheiden, door daartoe uiterlijk woensdag 29 november 2017 deurwaarder Ramazan, als bewaarder van de Beslagen Bescheiden, instructies te geven de Beslagen Bescheiden aan de gemachtigde van eisers af te geven, zulks op straffe van een dwangsom van NAf 1.000 voor iedere dag dat gedaagde niet aan dit gebod voldoet, met een maximum van NAf 100.000;

4.2

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.3

wijst af het meer of anders gevorderde;

4.4

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en op 23 november 2017 in het openbaar uitgesproken.