Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:171

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
22-11-2017
Datum publicatie
27-11-2017
Zaaknummer
EJ 83359/2017
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontslag staande voet

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/6280
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

BESCHIKKING

in de zaak van:

de besloten vennootschap

Breathe IT B.V.,

gevestigd te Bonaire,

verzoekster,

gemachtigden: mrs. A.C. van Hoof en L.S. Davelaar,

tegen

[verweerder],

wonende in Curaçao,

verweerder,

gemachtigde: mr. S.S.J. Vierbergen.

Partijen zullen hierna Breathe en [verweerder] genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1.

Verzoekster heeft op 25 juli 2017 een verzoekschrift met producties ingediend. Voorafgaand aan de zitting heeft verzoekster aanvullende producties ingediend. Verweerder heeft op 20 oktober 2017 een verweerschrift tevens houdend een zelfstandig verzoek ingediend. Het verzoek is, na aanhouding, behandeld op 24 oktober 2017. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben de gemachtigden het woord gevoerd aan de hand van door hen overgelegde pleitnotities. Partijen is aangezegd dat het Gerecht een beschikking zal geven.

1.2.

Beschikking is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

2.2. [

verweerder] is per 1 september 2014 werkzaam als ICT medewerker voor verzoekster.

2.3.

Op 30 juni 2017 heeft een klant van verzoekster, Van den Tweel, melding gemaakt van een incident met [verweerder]. De klant heeft [verweerder] daarop de toegang tot de winkel ontzegd bij brief van dezelfde datum.

2.4. [

verweerder] is bij ontslagbrief van 3 juli 2017 op staande voet ontslagen door verzoekster.

2.5.

Op 7 juli 2017 heeft [verweerder] bericht het niet eens te zijn met het ontslag en zich beschikbaar gehouden voor de werkzaamheden.

3 Het geschil

Verzoek Breathe

3.1.

Breathe verzoekt het Gerecht om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, de arbeidsovereenkomst tussen partijen, voor zover deze thans nog bestaat, per 21 juli 2017 te ontbinden, althans een in goede justitie te bepalen datum, zonder toekenning van een vergoeding aan [verweerder], zulks met veroordeling van [verweerder] in de kosten van de procedure.

3.2.

Breathe legt aan de vordering ten grondslag dat zij geen vertrouwen meer heeft in een succesvolle en vruchtbare samenwerking met [verweerder] nu hij apparatuur van klanten van Breathe heeft gestolen althans gepoogd heeft deze te stelen.

3.3. [

verweerder] heeft het vorenstaande betwist.

Verzoek [verweerder]

3.4. [

verweerder] verzoekt het Gerecht om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

a) voor recht te verklaren dat het aan hem op 3 juli 2017 gegeven ontslag, kennelijk bedoeld als een opzegging/ontslag in de zin van artikel 7a:1615p lid 1 BW, rechtens niet als zodanig kan worden gekwalificeerd c.q. niet voldoet aan de eisen die daarvoor in voormeld artikel worden gesteld en er dus geen grond aanwezig is voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens dringende redenen als bedoeld in artikel 1615o lid 1 BW;

b) Breathe te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verweerder] te betalen de wettelijke schadeloosstelling voor het onregelmatig opzeggen van de arbeidsovereenkomst zijnde een bedrag gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren, te weten NAf 16.110,= bruto, vermeerderd met de wettelijke rente en de vertragingsrente vanaf het opeisbaar worden van die bedragen tot de dag der algehele voldoening;

c) Breathe te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verweerder] te betalen de waarde van de niet opgenomen vakantiedagen ad NAf 8.588,58 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het opeisbaar worden van die bedragen tot de dag der algehele voldoening;

d) Breathe te veroordelen tegen behoorlijke bewijs van kwijting aan [verweerder] te betalen de cessantia-rechten ad NAf 2.230,60 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het opeisbaar worden van die bedragen tot de dag der algehele voldoening;

e) Breathe te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.5. [

verweerder] stelt dat nu het ontslag op staande voet geen stand kan houden, sprake is van een onregelmatige opzegging. [verweerder] vordert in dit kader een wettelijke schadeloosstelling.

3.6.

Breathe betwist het vorenstaande.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Verzoek Breathe

4.1.

Door Breathe is verzocht om de arbeidsovereenkomst tussen partijen voorwaardelijk te ontbinden.

4.2.

Breathe stelt in dit kader van mening te zijn [verweerder] terecht te hebben ontslagen op staande voet op 3 juli 2017. Breathe heeft in dit kader aangevoerd dat twee medewerkers van de klant op 30 juni 2017 twee, reeds lange tijd zoek zijnde, handterminals in het automatiseringskantoor hadden zien liggen. Toen een van hen terugkwam bij het automatiseringskantoor om een foto van de handterminals te maken, waren deze verdwenen. Desgevraagd antwoordde de daar aanwezig [verweerder] dat hij geen handterminals had gezien. Op de camerabeelden is niemand gezien die in de tussentijd uit het kantoor is gekomen met de handterminals of een zak of doos. Rond 13.00 uur is [verweerder] de gang ingelopen met twee dozen op weg naar zijn auto. Desgevraagd verklaarde [verweerder] aan medewerkers van de klant dat hij deze dozen wilde weggooien. Hij weigerde daarbij om de medewerkers in de dozen te laten kijken. [verweerder] liep daarop naar de automatiseringsruimte terug en trachtte deze af te sluiten voor de klant. Dit lukte niet en vervolgens heeft de klant in de dozen kunnen kijken. Daarbij werden twee handterminals aangetroffen in een doos. [verweerder] verklaarde dat hij de handterminals was gaan zoeken op verzoek van de heer Mulder en dat hij ze gevonden had bij de frisdrank. Daarvoor was evenwel al gezocht in het magazijn en waren de handterminals daar niet gezien.

4.3. [

verweerder] betwist het vorenstaande. Anders dan Breathe meent, had hij de handterminals van de klant niet gestolen maar juist gevonden en wilde hij deze teruggeven. Omdat hij ook nog werkorders moest laten invullen door de heer Mulder, welke werkorders in zijn auto lagen, is hij eerst naar de auto gegaan om deze op te halen. Hij had toen twee dozen bij zich. Omdat hij wist dat hij werd verdacht van het wegmaken van de handterminals, heeft hij ze in 1 van de dozen gedaan om niet op te vallen. Hij was vervolgens van plan om de werkorders en de doos waar de handterminals inzaten, naar de heer Mulder te brengen. Geen sprake was derhalve van een dringende reden voor ontslag. Ook is het ontslag niet onverwijld gegeven en heeft in de tijd tussen het incident en het ontslag geen onafhankelijk onderzoek plaats gevonden.

4.4.

Het Gerecht overweegt als volgt. Niet betwist is dat twee medewerkers van de klant van Breathe de bewuste twee handterminals hebben zien liggen op 30 juni 2017 op het automatiseringskantoor, in welk kantoor [verweerder] werkzaam was. Evenmin is betwist dat zij terug zijn gegaan naar het automatiseringskantoor om foto’s van de handterminals te maken. Het Gerecht ziet geen aanleiding om aan de verklaring van medewerkers te twijfelen en zal er dan ook vanuit gaan dat de handterminals zich die ochtend bevonden in het automatiseringskantoor. Niet betwist is dat de handterminals bij terugkomst bij het automatiseringskantoor waren verdwenen. Voorts is niet betwist dat op de camerabeelden niet is waar te nemen dat er iemand is te zien die ochtend het automatiseringskantoor verlaat met handterminals of met een voorwerp waarin deze handterminals zich zouden kunnen bevinden. Gelet op het vorenstaande en nu vast staat dat [verweerder] zich die ochtend in het automatiseringskantoor bevond, is niet onbegrijpelijk dat de medewerkers van de klant [verweerder] verdachten van betrokkenheid bij de verdwijning van de handterminals en hem ook hebben gevraagd om de door hem meegenomen dozen te mogen inspecteren, waarin zij de handterminals ook hebben aangetroffen.

4.5. [

verweerder] heeft in dit kader aangevoerd dat hij de handterminals had gezocht en gevonden bij de frisdrank in het magazijn. Desgevraagd heeft hij ter zitting verklaard dat hij daar naartoe was gegaan omdat hij de routers pro actief was gaan controleren. Nu niet is gebleken van een opdracht daartoe, terwijl de overige werkzaamheden wel op basis van opdrachten werden verricht, en voorts door [verweerder] niet is betwist dat het functioneren van de routers kon worden gecontroleerd vanuit het automatiseringskantoor, volgt het Gerecht [verweerder] niet in diens verklaring dat hij de handterminals had gevonden bij de frisdrank. Nu door [verweerder] niet is betwist dat de werkorders zich bevonden in het automatiseringskantoor van waaruit hij vertrok met de dozen met daarin de handterminals, volgt het Gerecht [verweerder] evenmin in zijn verklaring dat hij naar zijn auto ging om de werkorders op te halen. Het Gerecht houdt het er op grond van al het vorenstaande voor dat [verweerder] de handterminals die dag heeft willen proberen te ontvreemden. Dat deze handterminals mogelijk slechts voor weinigen interessant zijn maakt dit oordeel niet anders. Daarbij weegt mee dat niet is betwist dat ook de laders van de handterminals waren verdwenen. Onder deze omstandigheden kon niet van Breathe worden gevergd om de dienstbetrekking te laten voortduren.

4.6.

Met betrekking tot de stelling dat het ontslag op staande voet nietig is omdat de reden van het ontslag niet onverwijld is gegeven, overweegt het Gerecht volledigheidshalve nog als volgt. Nu sprake was van een vermissing van goederen van een klant en een mogelijke poging tot diefstal daarvan, is het begrijpelijk dat Breathe daar onderzoek naar heeft gedaan en juridisch advies heeft ingewonnen. Reeds op de derde dag, en feitelijk de eerste werkdag, na het incident is het ontslag gegeven. Onder de geschetste omstandigheden is daarmee (de reden voor) het ontslag voldoende onverwijld gegeven.

4.7.

Genoegzaam is gebleken dat door de gedragingen c.q. handelingen van [verweerder] sprake is van gewichtige redenen voor een ontbinding in de zin van een (uitgestelde) dringende reden als ook een vertrouwensbreuk. Van Breathe kan niet worden gevergd dat de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet. Het Gerecht zal de arbeidsovereenkomst tussen partijen per heden (voorwaardelijk) ontbinden zonder toekenning van een vergoeding, nu in het voor overwogene ligt besloten dat die veranderingen in de omstandigheden aan [verweerder] te wijten zijn.

Verzoek [verweerder]

4.8.

In het vorenstaande ligt besloten dat het ontslag op staande voet naar het oordeel van het Gerecht terecht is gegeven en stand houdt, hetgeen meebrengt dat de verzoeken onder a), b) en d) zullen worden afgewezen.

4.9.

Met betrekking tot het verzoek onder c) overweegt het Gerecht dat Breathe niet heeft betwist dat er nog vakantiedagen open staan, maar wel dat het aantal openstaande dagen overeenkomt met de opgave van Payroll Pro. Breathe heeft in dat kader een overzicht overgelegd met opgenomen vakantiedagen. Dit overzicht is door [verweerder] slechts betwist voor wat betreft de in september 2016 opgenomen dagen, alsmede de dagen die staan geregistreerd als opgenomen in november 2017. In aanmerking nemende het vorenstaande, houdt het Gerecht het ervoor dat [verweerder] vanaf zijn indiensttreding 15 vakantiedagen heeft opgenomen. Breathe zal worden veroordeeld om het, volgens de opgave van Breathe, resterende aantal van 41,77 (56,77 – 15) dagen te vergoeden.

In beide verzoeken

4.10.

In de gewezen arbeidsrelatie alsmede de uitkomst van de procedure ziet het Gerecht aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

Het Gerecht:

Verzoek Breathe

- ontbindt de arbeidsovereenkomst, voor zover deze thans nog bestaat, per heden zonder toekenning van een (ontbindings)vergoeding aan [verweerder];

Verzoek [verweerder]

- veroordeelt Breathe tot vergoeding van de niet genoten vakantiedagen van [verweerder] ad 41,77 dagen in totaal;

In beide verzoeken

- compenseert de proceskosten in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Deze beschikking is gegeven, door mr. M.W. Scholte, rechter in voormeld Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 november 2017.