Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:169

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
06-11-2017
Datum publicatie
23-11-2017
Zaaknummer
AR 74966/2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid, opening off shore rekening op naam van andere entiteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/6199
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

de vennootschap naar buitenlands recht

CARIBBEAN TULIP FINANCE INC.,

gevestigd in de Britse Maagdeneilanden,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. J.A.M. Burgers,

tegen

[VERWEERDER IN CONVENTIE],

wonende in Curaçao,

verweerder in conventie,

eiser in reconventie,

gemachtigde: mr. A. Huizing.

Partijen zullen hierna CTF en [verweerder in conventie] genoemd worden.

1
1. Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

- het incidenteel vonnis van 25 april 2016 en de daarin genoemde processtukken;

- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties;

- de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte wijziging van eis, met producties;

- de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie, tevens antwoordakte wijziging van eis, tevens akte vermeerdering van eis in reconventie, met producties;

- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties in conventie, tevens antwoordakte wijziging van eis in reconventie.

1.2.

Aanvankelijk is vervolgens pleidooi bepaald. Op gezamenlijk verzoek is dit pleidooi niet door gegaan en is de zaak verwezen voor vonnis.

2 De feiten

2.1.

CTF is een financieringsmaatschappij en als zodanig houdt zij zich onder andere bezig met factoring. Zij oefent haar bedrijf mede uit in Cuba.

2.2.

Aandeelhouders van CTF zijn RAM Investments Company Inc. (hierna: RAM) voor 75% en Sunray Investments Company Inc. (hierna: Sunray) voor 25%. Sunray is een vennootschap die door [verweerder in conventie] wordt beheerst.

2.3. [

Verweerder in conventie] was tot 22 augustus 2014 (de enige) bestuurder van CTF. Per die datum is hij door de algemene vergadering van aandeelhouders op eigen verzoek ontslagen. Het ontslagverzoek van [verweerder in conventie] dateert van 28 juli 2014.

2.4.

Tot de ontslagdatum was [verweerder in conventie] werkzaam als vertegenwoordiger van CTF in Cuba.

2.5.

Bij mail van 16 april 2014 heeft [verweerder in conventie] het volgende aan (onder anderen) de bestuurder van RAM bericht:

Heb een rekening kunnen openen bij een Italiaanse bank, maar moest wel een postadres in Italië hebben. […]

Ik moet het een en ander regelen; online banking en Cees [Ultee, de opvolger van [verweerder in conventie] als vertegenwoordiger in Cuba; toevoeging Gerecht] laten inschrijven.

Onder de afsluiting van zijn mail staat een adres van CTF in Palermo, Italië.

2.6.

De tenaamstelling van deze bankrekening (hierna: de offshore rekening) luidt: “Caribbean Tulip Finance di Carmelo di Marco”.

2.7.

Een op 10 mei 2014 gedateerd stuk vermeldt de benoeming door [verweerder in conventie] namens CTF van de heer [naam] (hierna: [naam]) tot “financial agent”.

2.8. [

naam] is als enige bevoegd om over het saldo op de offshore rekening te beschikken.

2.9.

Vanuit de bankrekeningen van CTF in Cuba zijn verschillende bedragen overgemaakt naar de offshore rekening. Vanaf de offshore rekening zijn verschillende bedragen betaald.

2.10.

Bij brief van 1 september 2014 heeft de (indirect) mede aandeelhouder van [verweerder in conventie] hem het volgende bericht:

Jij deelde ons tijdens het AVA Skype gesprek mede dat je een offshore CTF rekening hebt geopend in Italië. Dat deed je met behulp van de vader van [naam 1], de heer [naam]. De naam van de rekening staat op Caribbean Tulip Finance Inc Do Carmelo di Marco. Op kantoor hebben daarvan tot heden de nodige documenten ontbroken en toen de medewerkers aan de heer [naam 1] daarnaar vroegen in verband met een mogelijk bezoek van BCC [de centrale bank van Cuba; toevoeging Gerecht], kregen zij te verstaan dat zij zich daarmee niet hoefde bezig te houden, dat zou hij dan opknappen. Recent werd een DHL enveloppe ontvangen met een paar slechte kopieën.

Ik vind dat onacceptabel en het valt me ook tegen, nu jij altijd zo waarschuwt voor het nauwkeurig naleven van Cubaanse regels. We hebben begrepen dat op die rekening een bedrag staat van Euro 228.101,-. Dat bedrag staat buiten onze invloedssfeer en niet op naam van CTF. Als gezegd, we hebben gegeven omstandigheden geen probleem met een offshore rekening, maar dan moet hij wel voor onze staf transparant administratief te verwerken zijn en commercieel te gebruiken. Ik dring er ernstig op aan dat jij de token, waarover jij in overleg met de heer [ naam], beschikt om de bankrekening te kunnen gebruiken, ter beschikking te stellen. Wij verzoeken je de heer [naam 1] te vragen op korte termijn daarvoor de nodige stappen te zetten om de bankrekening voor ons toegankelijk te maken.

Het niet kunnen beschikken over bankrekeningen, on shore of offshore, schaadt de financiële en commerciële belangen van CTF en de financiële en commerciële belangen van onze ondernemingen. Indien de heer [naam] liever een eind maakt aan de huidige situatie, dan verzoek ik het saldo omgaand terug te boeken naar de CTF rekeningen in Cuba.

2.11.

Aan het in deze brief opgenomen verzoek heeft noch [verweerder in conventie] noch [naam] voldaan. [naam] heeft aan [verweerder in conventie] laten weten dat hij niet in staat is om de gelden op de offshore rekening over te boeken naar de rekeningen van CTF, omdat de Italiaanse fiscale opsporingsdienst beslag op de offshore rekening heeft gelegd in verband met een verdenking van strafbare financiële handelingen. Per brief van 11 augustus 2015 heeft [naam] aan [verweerder in conventie] laten weten dat het saldo op de offshore op dat moment

€ 240.466,08 bedraagt.

2.12.

Een bankafschrift van de off shore rekening van 22 april 2015 vermeldt dat het saldo op dat moment € 249.466,08 bedraagt.

2.13.

In de eerste maanden van 2016 hebben partijen onderhandeld over een minnelijke regeling. Bij mail van 17 januari 2016 heeft de zoon van de bestuurder van RAM aan [verweerder in conventie] onder andere bericht:

We spraken af dat:

  • -

    IF / CTF de aandelen die thans gehouden worden door Sunray overneemt/inkoopt.

  • -

    Alle vorderingen en schulden en claims over en weer wegvallen

  • -

    Alle juridische acties worden gestaakt en beslagen opgeheven

  • -

    Jij ons de contact gegevens doet toekomen van [[naam]], en alle details van de Italiaanse bankrekening, incl copie openingforms / handtekening kaarten etc

[…]

Dit alles voor een full en final settlement bedrag van Eur. 230.000,- aan jou te betalen.

[…]

Na levering van de aandelen en ontvangst van het settlement bedrag hebben partijen niets meer van elkaar te vorderen en zijn beide partijen vrij verder te gaan met hun respectievelijke activiteiten.

[…]

Gaarne ontvang ik je accoord op deze email, zodat ik eea kan laten uitwerken.

2.14.

Op deze mail heeft [verweerder in conventie] op 18 januari 2016 gereageerd. Deze reactie was voor de zoon van de bestuurder van RAM aanleiding voor de volgende mail, weergegeven voor zover van belang:

Dank voor je reactie. Ik ben bang dat ik zonder dat de schuldvraag over wie verantwoordelijk is/was voor het Munuera debacle weer opdoemt hier in Rotterdam ik mijn vader niet zover krijg hier in mee te gaan.

[…]

Om dat nu om te draaien in een directe betaling van 130k vind ik niet fair. Ik blijf daarom bij ons eerdere voorstel, te weten […].

Ook vind ik het belangrijk dat wij je in feite ook al jouw deel van “de Italiaanse gelden” […] cash uit betalen, zonder dat wij een garantie hebben dat dit terug gehaald kan worden. Zeker nav het door jouw geschetste faillissement van [naam].

Ik hoop dat jij ons aanbod alsnog in overweging wilt nemen, zou jammer zijn als we terug in stelling zouden moeten vallen.

2.15.

Per mail van 8 april 2016 heeft de advocaat van CTF het volgende aan [verweerder in conventie] bericht:

De in mijn e-mail van 31 maart gestelde termijn van 1 week is intussen verstreken.

Hierbij doe ik namens CTF een beroep op dwaling bij het tot stand komen van de schikkingsovereenkomst.

Het gevolg daarvan is dat de schikkingsovereenkomst door de in deze email neergelegde buitenGerechtelijke verklaring is vernietigd.

Namens CTF behoud ik mij jegens u alle rechten voor.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

CTF vordert, na wijziging van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, samengevat het volgende:

a. a) Voor recht te verklaren dat:

1. verweerder in conventie] jegens CTF toerekenbaar tekort is geschoten en schiet in de nakoming van de, in par. 7 van het verzoekschrift genoemde, door hem ter AvA gedane toezegging en hij daarvan in verzuim is;

2. [ verweerder in conventie] heeft beoogd van CTF gelden aan de macht van CTF te onttrekken en niet te retourneren en daarmee onttrokken te houden, en zich die gelden wederrechtelijk heeft toegeëigend;

3. [ verweerder in conventie] jegens CTF onrechtmatig heeft gehandeld door met grote onachtzaamheid (het storten van gelden toebehorende aan CTF op een aan een buitenlandse entiteit behorende rekening) bewust en herhaaldelijk financiële middelen aan CTF te hebben onttrokken, waardoor deze zodanig buiten de invloedsfeer en het vermogen van CTF zijn geraakt dat CTF en/of haar wettelijke vertegenwoordigers daar niet (meer) over kunnen beschikken;

4. [ verweerder in conventie] als (voormalig) bestuurder aansprakelijk is wegens onbehoorlijk bestuur van CTF nu hem een persoonlijk ernstig verwijt valt te maken wegens het verschaffen van de feitelijke bevoegdheid om over vermogensbestanddelen van CTF te beschikken aan een persoon (CTF di Marco, [naam]) die geen enkele vennootschappelijke of verbintenisrechtelijke relatie heeft met CTF en / of het
vervolgens niet (doen) overdragen aan CTF (Jongkindstraat / Ultee) van die

beschikkingsbevoegdheid en / of het niet (doen) overmaken naar CTF van het Kredietsalso;

5. [ verweerder in conventie] als (voormalig) bestuurder jegens CTF aansprakelijk is wegens onbehoorlijk bestuur van CTF nu hem een persoonlijk ernstig verwijt valt te maken wegens het (a) met grote onachtzaamheid, bewust en herhaaldelijk financiële middelen aan CTF te hebben onttrokken, waardoor deze zodanig buiten de invloedsfeer van CTF zijn geraakt dat CTF en/of haar wettelijke vertegenwoordigers er niet (meer) over kunnen beschikken, (b) door te handelen in de wetenschap dat CTF daardoor schade zou (kunnen) oplopen en hij dit risico (doel)bewust heeft aanvaard, (c) door van de buitenlandse bankrekening, en de via die rekening gedane transacties geen administratie te voeren, (d) door na te laten na 17 april 2014 Ultee binnen een redelijke termijn, of in ieder geval voordat hij op 22 augustus 2014 zijn ontslag nam,
althans voor 10 oktober 2014 tekeningsbevoegd te maken, en (e) door cruciale informatie achter te houden en zijn medeaandeelhouder en Ultee met betrekking tot de Italiaanse rekening te misleiden;

6. [ verweerder in conventie] onrechtmatig handelt jegens CTF door met wetenschap van benadeling gelden niet naar CTF terug te doen vloeien dan wel onder haar beschikking te brengen, en / of met grote onachtzaamheid, bewust en herhaaldelijk financiële middelen aan CTF te onttrekken, waardoor deze zodanig buiten de invloedsfeer van CTF is gekomen dat CTF en/of haar wettelijke vertegenwoordigers niet (meer) over
konden beschikken;

7. [ verweerder in conventie] persoonlijk aansprakelijk is voor het aan de beschikking van CTF onttrokken zijn van het Kredietsaldo en de ontbrekende EUR 7.240,00, en de daaruit voor CTF voortgekomen en nog voort te komen schade;

b) [verweerder in conventie] te veroordelen tot betaling aan CTF de somma van EUR 247.706,88 (zegge
tweehonderdenzevenenveertigduizend zevenhonderd en zes Euro 88/100) en de somma van EUR 7.240,00 (zegge zevenduizend tweehonderdenveertig Euro), vermeerderd met de wettelijke rente over beide bedragen vanaf 15 september 2014, althans 31 mei 2015, althans de datum van indienen verzoekschrift.

c) [verweerder in conventie] te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder griffiegelden, kosten
van beslaglegging en oproepingskosten.

3.2. [

verweerder in conventie] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van CTF in de proceskosten.

In reconventie

3.3. [

verweerder in conventie] vordert, na wijziging van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, samengevat, veroordeling van CTF tot nakoming van de in januari 2016 gemaakte afspraken door middel van betaling van € 230.000, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 17 januari 2016, kosten rechtens.

3.4.

CTF voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, kosten rechtens.

4 De beoordeling

4.1.

De (internationale) bevoegdheid van het Gerecht in conventie staat, gelet op de woonplaats van [verweerder in conventie], terecht niet ter discussie. Uit de bevoegdheid in conventie vloeit de bevoegdheid in reconventie voort.

4.2.

Partijen hebben zich niet expliciet uitgelaten over het recht dat op hun rechtsverhouding(en) van toepassing is. De vordering in conventie is gebaseerd op bestuurdersaansprakelijkheid. Het Gerecht constateert dat CTF een beroep doet op handelen van [verweerder in conventie] in strijd met artikel 2:9 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek en voorts haar stellingen heeft toegesneden op de naar Nederlands recht geldende vereisten voor bestuurdersaansprakelijkheid (verzoekschrift sub 15, conclusie van repliek sub 40 t/m 44). [verweerder in conventie] heeft dit beoordelingskader niet ter discussie gesteld, ook niet in reconventie. Het Gerecht leidt uit deze omstandigheden af dat partijen hun geschil zowel in conventie als in reconventie naar Nederlands recht beoordeeld willen zien worden. Nederlands recht is daarom van toepassing. Waar hierna bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek aan de orde komen, wordt daarbij gedoeld op het Nederlandse Burgerlijk Wetboek.

In conventie

4.3.

Bij conclusie van repliek heeft CTF haar eis vermeerderd. [verweerder in conventie] heeft daartegen geen bezwaar gemaakt en het Gerecht acht de eisvermeerdering niet in strijd met de eisen van een goede procesorde. In het vervolg zal dan ook recht worden gedaan op de gewijzigde eis.

4.4.

Als meest verstrekkende verweer heeft [verweerder in conventie] bij conclusie van repliek betoogd dat tussen partijen een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen die eraan in de weg staat dat CTF nog een vordering uit bestuurdersaansprakelijkheid instelt. Hij beroept zich op de mailcorrespondentie uit januari 2016 (zie 2.13 t/m 2.14). CTF heeft weersproken dat er een overeenkomst tot stand is gekomen. Het Gerecht overweegt het volgende.

4.5.

Naar het oordeel van het Gerecht kan uit de door [verweerder in conventie] genoemde mails van januari 2016 niet worden afgeleid dat partijen een finale regeling zijn overeengekomen. In de (eerste) mail namens CTF wordt gerefereerd aan een bespreking die met [verweerder in conventie] is gevoerd en aan de onderdelen van een “full en final settlement”, in het kader waarvan [verweerder in conventie] een bedrag van € 230.000 zou ontvangen en CTF de (indirect) door hem gehouden aandelen zou overnemen. De mail eindigt met een verzoek om het akkoord van [verweerder in conventie] te ontvangen. Op deze mail heeft [verweerder in conventie] bij mail van 18 januari 2016. Deze mail is niet in het geding gebracht. Wel in het geding gebracht is de afwijzende reactie van CTF en daarin uitgesproken hoop dat [verweerder in conventie] alsnog het aanbod in overweging wil nemen. In redelijkheid kan hieruit niet anders worden afgeleid dan dat partijen in januari 2016 weliswaar vergevorderd waren in hun overleg, maar dat zij in elk geval op 19 januari 2016 niet definitief wilsovereenstemming hebben bereikt.

4.6.

Nu [verweerder in conventie] zich beroept op een in januari 2016 gesloten vaststellingsovereenkomst, lag het op zijn weg daartoe voldoende concrete feiten te stellen. Dat heeft hij niet gedaan. Het enkele feit dat de advocaat van CTF nadien een overeenkomst wegens dwaling heeft vernietigd, roept weliswaar vragen op (immers: een overeenkomst kan alleen worden vernietigd als die tot stand is gekomen), maar is in het licht van het voorgaande onvoldoende om te kunnen aannemen dat partijen in januari 2016 wel tot overeenstemming zijn gekomen. Dat die wilsovereenstemming niet is bereikt, wordt ook bevestigd door het gegeven dat in de conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie, die genomen is op 6 juni 2016, met geen woord is gerefereerd aan een beweerdelijk tot stand gekomen vaststellingsovereenkomst. Dit verweer wordt daarom verworpen.

4.7.

Het gaat hier om (vermeende) aansprakelijkheid van de bestuurder jegens de vennootschap. Op grond van artikel 2:9 BW is elke bestuurder tegenover de vennootschap gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Voor aansprakelijkheid op grond van deze bepaling is vereist dat aan de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Of van een ernstig verwijt sprake is, dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Daarbij geldt als maatstaf dat geen redelijk denkend bestuurder – onder dezelfde omstandigheden – zo gehandeld zou hebben. Tegen de achtergrond van de beoordelingskader overweegt het Gerecht verder als volgt.

4.8. [

verweerder in conventie] heeft het er toe geleid dat de offshore rekening op naam is komen te staan van een andere entiteit dan CTF. Deze andere entiteit valt niet samen met CTF. Evenmin is sprake van enige vennootschapsrechtelijke band of concernrelatie tussen de twee entiteiten. Daarom moet aangenomen worden dat het vermogen van die andere entiteit, dat bestaat uit het saldo op de offshore rekening, niet samenvalt met of deel uitmaakt van het vermogen van CTF. Nu vaststaat dat het saldo op de offshore rekening afkomstig is uit het vermogen van CTF, volgt hieruit tevens dat het vermogen van CTF als gevolg van de overboekingen naar de offshore rekening met de desbetreffende bedragen is verminderd. Vaststaat dat geen enkel orgaan van CTF zeggenschap heeft over de offshore rekening. Als aangenomen moet worden dat Di Marco daadwerkelijk door [verweerder in conventie] tot agent van CTF is benoemd (hetgeen CTF betwist), dan is weliswaar sprake van een verbintenisrechtelijke band, maar die is niet zonder meer te vergelijken met de (normale) situatie waarin (ook) het bestuur van de betrokken vennootschap zeggenschap heeft over een bankrekening. Het Gerecht is daarom van oordeel dat [verweerder in conventie] op deze wijze in ernstige mate risicovol heeft geopereerd. Hij heeft immers het niet denkbeeldige risico genomen dat, indien daadwerkelijk vanaf de Cubaanse bankrekeningen van CTF bedragen naar de offshore rekening zouden worden overgemaakt, de desbetreffende bedragen voor CTF verloren zouden gaan.

4.9.

De ratio voor de hoge drempel voor aansprakelijkheid van bestuurders wordt mede hierdoor gerechtvaardigd dat aldus wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen. Deze ratio moet ook hier in het oog worden gehouden. [verweerder in conventie] meent immers dat het voor CTF noodzakelijk was dat zij beschikte over een buitenlandse bankrekening. Ook echter als daarvan wordt uitgegaan (CTF bestrijdt dit standpunt), dan had naar het oordeel van het Gerecht van een redelijk denkend bestuurder in elk geval verwacht mogen worden de in 4.8 benoemde risico’s te onderkennen en maatregelen te nemen gericht op het verkleinen van die risico’s. Het Gerecht is van oordeel dat [verweerder in conventie] niet in die zin heeft gehandeld. Integendeel, terwijl [verweerder in conventie] wist of behoorde te weten dat hij noch enig ander orgaan van CTF zeggenschap had over de offshore rekening, heeft hij niettemin tot een aanzienlijk totaalbedrag geldt naar de offshore rekening overgemaakt. Hiermee is hij zelfs doorgegaan in de periode nadat hij zijn ontslagverzoek bij de algemene vergadering van aandeelhouders had ingediend, zoals CTF onbetwist heeft gesteld.

4.10.

Naar het oordeel van het Gerecht zou geen redelijk denkend bestuurder in dezelfde omstandigheden op deze wijze hebben gehandeld. Hiervan moet [verweerder in conventie] persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt. Hij is dus jegens CTF aansprakelijk voor de daardoor geleden schade.

4.11.

Met betrekking tot de omvang van de schade overweegt het Gerecht als volgt.

4.12.

Zonder de tot aansprakelijkheid leidende handelingen van [verweerder in conventie] zou geen vermogen van CTF buiten haar macht zijn gebracht. Nu vaststaat dat het saldo op de offshore rekening afkomstig is uit het vermogen van CTF, kan bij de schadebegroting dit saldo tot uitgangspunt worden genomen. [verweerder in conventie] heeft bij wijze van verweer aangevoerd dat het saldo op de offshore rekening weer beschikbaar komt als het beslag van de Italiaanse fiscale autoriteiten wordt opgeheven. Deze mogelijkheid doet echter niets af aan de schade van CTF. Opheffing van het door [verweerder in conventie] bedoelde beslag leidt er immers niet zonder meer toe dat het vermogen van CTF weer met het saldo op de rekening toeneemt. Onjuist is de mogelijke opvatting van [verweerder in conventie] dat CTF zich in eerste instantie tot [naam] zou moeten wenden om terugbetaling van het saldo op de rekening te verkrijgen. Dit alles klemt te meer, nu uit de processtukken moet worden afgeleid dat het hoogst ongewis is of en wanneer het beslag door de Italiaanse autoriteiten wordt opgeheven en [naam] kennelijk failliet is verklaard.

4.13.

Naar het oordeel van het Gerecht moeten bij de schadebegroting die bedragen van het saldo op de offshore rekening worden afgetrokken die hoe dan ook ten laste van CTF zouden zijn gekomen. Ten aanzien van die bedragen geldt dan immers dat het vermogen van CTF ook zou zijn verminderd indien van tot aansprakelijkheid leidende handelen van [verweerder in conventie] geen sprake was geweest. Vaststaat dat vanaf de offshore rekening verschillende betalingen zijn gedaan, genoemd in de conclusie van antwoord onder 15 en in de conclusie van repliek onder 28. Het Gerecht zal de zaak naar de rol verwijzen om partijen gelegenheid te geven zich bij akte hieromtrent nader uit te laten.

4.14.

Gelet op dit oordeel over de aansprakelijkheid van [verweerder in conventie] en de schadebegroting, kan in het midden blijven of hij daarnaast heeft gehandeld in strijd met de statuten (zoals CTF meent en [verweerder in conventie] betwist). Niet valt in te zien dat eventuele aansprakelijkheid wegens handelen in strijd met de statuten leidt tot een verder reikende schadeplichtigheid.

4.15.

Onder b vordert CTF veroordeling van [verweerder in conventie] tot vergoeding van de schade. Gelet op het bovenstaande is deze vordering in beginsel toewijsbaar, zij het dat de begroting van het door [verweerder in conventie] te vergoeden bedrag afhankelijk is van de hiervoor bedoelde aktewisseling.

4.16.

Onder a vraagt CTF een groot aantal verklaringen voor recht. Niet valt in te zien welk in rechte te respecteren belang CTF nog bij die verklaringen voor recht heeft in het geval [verweerder in conventie] wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding. Deze vordering is dan ook niet toewijsbaar.

4.17.

In afwachting van de aktewisseling zal het Gerecht iedere verdere beslissing aanhouden.

In reconventie

4.18.

Bij conclusie van eis in reconventie heeft [verweerder in conventie] betaling gevorderd van een aantal facturen. Die facturen (overgelegd als producties 6 en 8 t/m 11) staan op naam van de Panamese vennootschap CGL Capital Management Inc. Voorts vordert [verweerder in conventie] betaling van dividend uit CTF. Bij conclusie van antwoord heeft CTF er op gewezen dat de beweerdelijke vorderingen op naam van genoemde vennootschap respectievelijk op naam van de aandeelhouder Sunray staan. Dit heeft [verweerder in conventie] bij conclusie van repliek erkend. Uit die conclusie en uit de akte vermeerdering van eis in reconventie leidt het Gerecht af dat [verweerder in conventie] zijn vordering in zoverre heeft laten varen. Voor zover hij zijn vordering heeft willen handhaven, is het Gerecht van oordeel dat hij dit onvoldoende gemotiveerd heeft gedaan.

4.19.

Met de eiswijziging beroept [verweerder in conventie] zich ook in reconventie uitdrukkelijk op de overeenkomst die in zijn visie in januari 2016 is tot stand gekomen. Gelet op het overwogene in conventie, komt die vordering op die grond niet voor toewijzing in aanmerking. Dit betekent dat de vordering in reconventie zal worden afgewezen.

4.20.

In afwachting van de aktewisseling in conventie zal ook in reconventie iedere verdere beslissing worden aangehouden.

5 De beslissing

Het Gerecht:

In conventie

5.1.

verwijst de zaak naar de rol van 4 december 2017 voor een akte als bedoeld in 4.13 door CTF, waarna [verweerder in conventie] een antwoordakte kan nemen;

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan;

In reconventie

5.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 november 2017.