Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:162

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
01-11-2017
Datum publicatie
06-11-2017
Zaaknummer
BBZ nr. CUR201600303
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De Inspecteur heeft het vertrouwen gewekt dat belanghebbende niet belastingplichtig was en geen aangifte hoefde te doen. Aanslag en verzuimboete boete dienen te worden vernietigd dan wel te worden verminderd naar nihil.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 1 november 2017

BBZ nr. CUR201600303

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

Op het beroep in de zin van de

landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

X N.V., gevestigd in Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur,

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende is op 27 juni 2014 een naheffingsaanslag winstbelasting over het jaar 2012 opgelegd van Naf. 6.000 en een verzuimboete van Naf. 300.

1.2

Belanghebbende is op 15 juli 2014 tegen de aanslag en de boetebeschikking in bezwaar gekomen.

1.3

De Inspecteur heeft op 28 december 2015 uitspraken op bezwaar gedaan en de aanslag en de boete gehandhaafd.

1.4

Belanghebbende is op 2 februari 2016 in beroep gekomen tegen de

uitspraken op bezwaar en heeft daarbij een bedrag van Naf. 150 aan griffierecht voldaan.

1.5

De Inspecteur heeft op 8 september 2017 een verweerschrift ingediend.

1.6

Belanghebbende heeft op 9 september 2017 per e-mail gereageerd op het verweerschrift van de Inspecteur.

1.7

Partijen zijn opgeroepen tot het bijwonen van een zitting op 15 september 2017 te Willemstad. Namens de Inspecteur zijn verschenen A LLM en B, stagiaire. Namens belanghebbende is, hoewel daartoe op juiste wijze opgeroepen, zonder bericht van verhindering, niemand verschenen.

2. FEITEN

2.1

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door één van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende weersproken.

2.2

Belanghebbende is op 16 december 2011 naar het recht van Curaçao opgericht.

2.3

In 2012 is belanghebbende feitelijk in Nederland gevestigd.

2.4

Belanghebbende heeft een van de Belastingdienst Curaçao afkomstig uittreksel ‘Belastingplichtige’ overgelegd. Hierop staat naast de naam van belanghebbende vermeld: “einde belastingplichtig: 16-12-2011”. Het uittreksel dateert van 25 januari 2013.

2.5

De Inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2012 een aangiftebiljet uitgereikt. De uiterste indieningsdatum voor de definitieve aangifte was 30 juni 2013.

2.6

Belanghebbende heeft op 26 maart 2013 over het jaar 2012 een voorlopige aangifte ingediend met als te betalen belasting een bedrag van Naf. 0.

2.7

Belanghebbende heeft haar definitieve aangifte winstbelasting over het jaar 2012 niet ingediend. Belanghebbende heeft ook niet verzocht om uitstel voor het doen van aangifte.

2.8

Op 27 juni 2014 heeft de Inspecteur aan belanghebbende over het jaar 2012 een naheffingsaanslag opgelegd van Naf. 6.000. Tegelijkertijd is aan belanghebbende bij boetebeschikking een verzuimboete opgelegd wegens het niet tijdig doen van aangifte van Naf. 300.

2.9

Uit een uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat belanghebbende tot in ieder geval 8 september 2017 (afdrukdatum uittreksel) ingeschreven was bij de Kamer van Koophandel en geregistreerd stond als actieve vennootschap.

3 GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN

In geschil is of de naheffingsaanslag en de boete terecht zijn opgelegd.

Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend. Zij stelt dat zij in het onderhavige jaar geen activiteiten heeft verricht in Curaçao en dat zij van de belastingdienst een bericht heeft ontvangen dat geen sprake was van belastingplicht. De aanslag en de boete dienen dan ook vernietigd te worden. De Inspecteur beantwoordt de vraag bevestigend. Belanghebbende heeft verzuimd om aangifte te doen en daarom dienen aanslag en boete in stand te blijven.

4 BEOORDELING VAN HET BEROEP

Verzuimboete

4.1

Belanghebbende is een binnen Curaçao gevestigde naamloze vennootschap en is op basis van artikel 1, lid 1 onderdeel a van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 binnenlands belastingplichtig. Vaststaat dat aan belanghebbende voor het jaar 2012 een aangiftebiljet is uitgereikt. Artikel 6, lid 1 van de Algemene landsverordening landsbelastingen (hierna: ALL) bepaalt dat een ieder die is uitgenodigd tot het doen van aangifte, gehouden is aangifte te doen.

4.2

Belanghebbende heeft de definitieve aangifte winstbelasting over het jaar 2012 niet ingediend. Ingevolge artikel 18 lid, 2 ALL vormt dit een verzuim terzake waarvan de Inspecteur belanghebbende gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag een boete van ten hoogste Naf. 2.500 kan opleggen.

4.3

Belanghebbende heeft gesteld dat zij niet gehouden was de uitgereikte aangifte over 2012 in te dienen, omdat haar belastingplicht reeds op 16 december 2011 ten einde is gekomen en zij sinds die datum is vrijgesteld van het doen van aangiftes. Belanghebbende baseert haar standpunt op een uittreksel van de belastingdienst met afdrukdatum 25 januari 2013, waarin staat opgenomen:

“Einde belastingplichtig: 16-12-2011”. Volgens belanghebbende is door haar gemachtigde, de heer C, een verzoek ingediend bij de belastingdienst om belanghebbende vrij te stellen van het doen van aangifte aangezien zij feitelijk gevestigd was in Nederland, op Curaçao geen activiteiten verrichtte en in Nederland belastingplichtig was. Als reactie op het door de heer C ingediende verzoek om vrijstelling is door de belastingdienst aan belanghebbende bovengenoemd uittreksel uitgereikt. Deze gang van zaken is niet door de Inspecteur weersproken.

4.4

Naar het Gerecht belanghebbende begrijpt, doet belanghebbende een beroep op het vertrouwensbeginsel.

4.5

Het Gerecht is van oordeel dat sprake is van een weloverwogen standpuntbepaling van de zijde van de Inspecteur naar aanleiding van door de gemachtigde van de belanghebbende gedane verzoek tot vrijstelling. Uit de omschrijving ‘einde belastingplichtig’ op het door de belastingdienst afgegeven uittreksel kon, in samenhang met het door belanghebbende gedane verzoek, door belanghebbende worden afgeleid dat er per die datum geen aangifteplicht meer voor haar bestond. Belanghebbende mocht er daarom naar het oordeel van het Gerecht op vertrouwen dat, ook al was het aangiftebiljet voor het jaar 2012 aan haar uitgereikt, zij het biljet niet behoefde in te dienen.

4.6

Nu het Gerecht heeft geoordeeld dat belanghebbende er van uit mocht gaan dat zij de aangifte winstbelasting over 2012 niet hoefde in te dienen, is sprake van afwezigheid van alle schuld (AVAS). Het opleggen van een verzuimboete in verband met het niet tijdig doen van aangifte is niet aan de orde. De boetebeschikking dient te worden vernietigd.

Naheffingsaanslag

4.7

Gelet op de toezegging door de Inspecteur dat geen belastingplicht bestaat is de aanslag ten onrechte opgelegd. Dit zou alleen anders zijn indien de omstandigheden op basis waarvan “einde belastingplichtig” is aangenomen, (in het onderhavige geval is dat de omstandigheid dat in Curaçao geen activiteiten werden verricht) zouden zijn gewijzigd. Dat is gesteld noch gebleken. De aanslag dient dan ook verminderd te worden naar nihil.

4.8

Gelet op het vorenstaande is het beroep van belanghebbende gegrond.

5 GRIFFIERECHT

Aangezien het beroep gegrond is verklaard, heeft belanghebbende ingevolge artikel 18, lid 5 van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken recht op vergoeding van het betaalde griffierecht.

6 DE BESLISSING

Het Gerecht:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraken op bezwaar;

  • -

    vermindert de naheffingsaanslag winstbelasting over het jaar 2012 naar nihil;

  • -

    vernietigt de boetebeschikking;

  • -

    gelast de Inspecteur tot vergoeding aan belanghebbende van het in verband met het beroep betaalde griffierecht van Naf. 150.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M. de Werd, rechter in dit Gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 november 2017, in tegenwoordigheid van de griffier, M.M.M. Faro MSc.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………….. aan partijen verzonden.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 17a, eerste lid Landsverordening op het beroep in belastingzaken).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht overeenkomstig artikel 14, derde lid. De instelling van het hoger beroep geschiedt door persoonlijke indiening bij dan wel toezending aan de griffier van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 17b, tweede lid Landsverordening op het beroep in belastingzaken).