Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:157

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
30-10-2017
Datum publicatie
06-11-2017
Zaaknummer
AR 81326/2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gebruik handelsnaam ICUC van andere onderwijsinstelling is onrechtmatig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

de stichting STICHTING CURAÇAO INSTITUTE FOR SOCIAL AND ECONOMIC STUDIES (CURISES),

gevestigd te Curaçao,

eiseres,

gemachtigde: mrs. M.F. Murray en D.M. Wildeman,

--tegen--

de besloten vennootschap I.C.U.C. INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigden: mrs. E. Kleist en S. Vierbergen.

1 Verloop van de procedure

Eiseres heeft op 8 december 2016 een verzoekschrift ingediend. Nadat gedaagde voor antwoord had geconcludeerd, is op 27 september 2017 een comparitie van partijen gehouden. De bestuurders en gemachtigden van partijen zijn ter comparitie verschenen. Namens gedaagde is daarbij verwezen naar op voorhand overgelegde nadere stukken.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

In dit geding wordt uitgegaan van de volgende vaststaande feiten:

a. a) Eiseres, opgericht in 1994, heeft ten doel het ontwikkelen en uitvoeren van academische onderwijsprogramma’s. Eiseres gebruikt voor haar activiteiten in - elk geval vanaf 2010 - de handelsnaam I.C.U.C. (spreek uit: I see you see) op onder meer haar website, gebouw, advertenties en op diploma’s van haar studenten.

I.C.U.C. staat bij eiseres voor Inter-Continental University of the Caribbean.

b) Gedaagde is in 2013 opgericht door [de oud-bestuurder van eiseres], een voormalig bestuurder van eiseres. Gedaagde heeft eveneens ten doel academische onderwijsprogramma’s te ontwikkelen en uitvoeren. Haar statutaire naam bevat de afkorting I.C.U.C. Gedaagde gebruikt die naam ook in haar logo, op haar website, etc.

Ook bij gedaagde staat I.C.U.C. voor Inter-Continental University of the Caribbean.

c) Bij brieven van 22 juni 2016 en 16 november 2016 heeft eiseres gedaagde verzocht het gebruik van haar (handels)naam te staken. Gedaagde heeft geen gevolg gegeven aan die verzoeken.

3 De vordering en het verweer

3.1

Eiseres vordert bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

i. voor recht te verklaren dat de door gedaagde [bedoeld zal zijn: eiseres] gevoerde handelsnaam I.C.U.C. beschermenswaardige bekendheid geniet;

ii. voor recht te verklaren dat gedaagde door het hanteren van die (handels)naam onrechtmatig jegens eiseres handelt;

iii. gedaagde te bevelen het gebruik van de handelsnaam I.C.U.C. binnen een week na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden en de inschrijving bij de Kamer van Koophandel van de handelsnaam I.C.U.C. door te halen, een en ander op straffe van een dwangsom;

iv. gedaagde te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2

Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4 De beoordeling

4.1

Eiseres vordert dat gedaagde het gebruik van de handelsnaam I.C.U.C. staakt. Een handelsnaam is de naam waaronder een onderneming wordt gedreven, of waaronder een stichting haar activiteiten voert. Bescherming van de handelsnaam is hier te lande gebaseerd op artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek.

4.2

Tussen partijen staat vast dat eiseres zich sinds in elk geval 2010 presenteert met de handelsnaam I.C.U.C. en dat gedaagde sinds 2013 hetzelfde doet. Partijen zijn beide in Curacao gevestigd en richten zich beide op het ontwikkelen en uitvoeren van onderwijsprogramma’s. Zij zijn in die zin concurrenten.

4.3

Aannemelijk is dat het gebruik door partijen van deze (nagenoeg) gelijke handelsnamen bij het publiek - potentiële studenten of anderen - verwarring kan veroorzaken, ook indien, zoals gedaagde heeft gesteld, gedaagde zich meer dan eiseres op buitenlandse studenten richt. Eiseres heeft in dit verband voorbeelden genoemd van gevallen waarbij zij wordt aangezien voor gedaagde, zoals bij de vrij recente (ook negatieve) berichtgeving in de media over de gunning aan gedaagde van de bachelor-opleiding voor de politie.

4.4

Volgens eiseres is de naam I.C.U.C. bedacht door [naam 1] en door [de oud-bestuurder van eiseres] en de overige bestuursleden van eiseres gezamenlijk. Volgens [de oud-bestuurder van eiseres] heeft hij de naam bedacht, samen met [naam 1]. Volgens de overgelegde schriftelijke verklaring van [naam 1] is de naam in 2007-2008 ontstaan toen hij op verzoek van [de oud-bestuurder van eiseres] aan het “stoeien” ging met de door [de oud-bestuurder van eiseres] genoemde kernwoorden University, Carribbean en Inter-Continental. [Naam 1] verklaart dat hij toen samen met [naam 2] op de vondst I.C.U.C. - I see you see - is gekomen. Bij dit alles geldt echter dat een stichting niet zelf iets kan verzinnen; dat moeten haar bestuursleden of derden voor haar doen. Doorslaggevend is niet wie de bedenkers zijn van de naam, maar de omstandigheid dat de naam werd bedacht ten behoeve van eiseres en haar activiteiten, dat het bestuur van eiseres vervolgens besloten heeft die naam als handelsnaam te gebruiken en dat eiseres die naam vervolgens ook daadwerkelijk in gebruik heeft genomen. Dat maakt dat eiseres de rechthebbende is met betrekking tot de handelsnaam I.C.U.C.

4.5

Ingevolge art. 162 lid 2 BW wordt onder meer als onrechtmatige daad aangemerkt een inbreuk op een recht of een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Daarvan is hier sprake. Door gebruik te maken van dezelfde handelsnaam voor vergelijkbare activiteiten, wordt door gedaagde afbreuk gedaan aan het onderscheidend vermogen van de handelsnaam van eiseres en kan licht verwarring ontstaan bij het publiek en bij de doelgroep van eiseres. In hoeverre eiseres reeds schade heeft geleden is hierbij van ondergeschikt belang. Anders dan gedaagde stelt is het bestaan van schade geen vereiste voor het aannemen van onrechtmatigheid.

4.6

De omstandigheid dat gedaagde I.C.U.C. in mei 2013 bij het Bureau Intellectuele Eigendom als merk heeft laten registreren en dat dat bureau daaraan voorafgaand heeft verklaard dat I.C.U.C. nog niet als merk geregistreerd is, kan niet afdoen aan de beschermenswaardigheid van de handelsnaam van eiseres en aan de onrechtmatigheid van het gebruik daarvan door gedaagde.

4.7

Gedaagde heeft ter zitting nog gesteld dat haar belang bij het handhaven van I.C.U.C. groot is, omdat bij haar officiële erkenning door de minister van onderwijs en bij belangrijke overheidsopdrachten de voorwaarde is gesteld dat gedaagde die opdrachten onder haar huidige naam uitvoert. Dit belang kan echter niet opwegen tegen het recht van eiseres op gebruik en bescherming van haar handelsnaam. Afgezien daarvan lijkt het niet voor de hand te liggen dat een overheid/opdrachtgever veel belang hecht aan de naam waaronder een opdrachtnemer/onderwijsinstelling haar activiteiten uitoefent. Het zal toch gaan om de identiteit van de opdrachtnemer/instelling, niet om het naamkaartje. Een naamswijziging verandert de identiteit van de opdrachtnemer niet en impliceert ook geen overdracht of contractsoverneming.

4.8

Gelet op bovenstaande overwegingen en het tegen gedaagde uit te spreken bevel, heeft eiseres onvoldoende belang bij de gevraagde verklaringen voor recht. In zoverre zal haar vordering worden afgewezen. Over de termijn waarbinnen aan het bevel zal moeten zijn voldaan en over de dwangsom zal worden beslist als hierna omschreven.

4.9

Gedaagde zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

5 De beslissing

Het Gerecht:

5.1

beveelt gedaagde het gebruik van de handelsnaam I.C.U.C. binnen een maand na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden en de inschrijving bij de Kamer van Koophandel van de handelsnaam I.C.U.C. door te halen, een en ander op straffe van een dwangsom van NAf 1.000 per dag dat gedaagde in gebreke blijft aan dit bevel te voldoen, met een maximum van NAf 50.000;

5.2

veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres begroot op NAf 450 aan griffierecht, NAf 388,45 aan oproepingskosten en NAf 2.500 voor gemachtigdensalaris;

5.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2017.