Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:151

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
13-10-2017
Datum publicatie
19-10-2017
Zaaknummer
KG 83778/2017
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

notariële akte, executoriale titel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak


GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS IN KORT GEDING

In de zaak van:

de besloten vennootschap

VAN LENNEP VERHUUR EN BEHEER B.V.,

gevestigd op Curaçao,

eiseres,

gemachtigde: mr. S.E. Thomson,

--tegen--

de stichting

STICHTING DERDENGELDEN MULLER & ASSOCIATES,

gevestigd op Curaçao,

gedaagde,

in persoon.

Partijen zullen hierna van Lennep verhuur en beheer B.V. en de stichting genoemd worden.

1 Verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, binnen gekomen op 21 september 2017;

- de aanvullende productie van [naam koper];

- de producties van de stichting;

- de mondelinge behandeling van 6 oktober 2017;

- de door beide partijen overgelegde pleitnotities.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

In 2013 is een koopovereenkomst tot stand gekomen waarbij de heer [naam verkoper] als verkoper en [naam koper] als koper de woning aan de [woning] (hierna: de woning) hebben verkocht respectievelijk gekocht. Volgens de “voorlopige” koopovereenkomst bedroeg de koopsom NAf 450.000, waarvan NAf 350.000 zou worden voldaan bij gelegenheid van de levering en NAf 100.000 “door middel van een schuldbekentenis” .

2.2.

De achtergrond van deze koop was gelegen in de omstandigheid dat [naam verkoper] zijn huis moest verkopen in verband met de afwikkeling van de huwelijkse gemeenschap met zijn voormalige echtgenote en dat hij een nieuwe relatie was aangegaan met de directeur van [naam koper], [naam] van [naam koper].

2.3.

De notariële leveringsakte van 23 mei 2013 vermeldt als comparanten [naam verkoper] (1), zijn voormalige echtgenote (2) en [naam koper] (3). De akte luidt verder, voor zover van belang, als volgt:

“De comparanten sub 1, 2 en 3, handelend als gemeld zijn overeengekomen dat het restant van de koopprijs ad […] (Naf. 100.000,--) wordt genoveerd in een schuld uit hoofde van geldlening in dier voege dat door verkoper voor dit bedrag kwitantie wordt verleend uit hoofde van koop en [naam koper] Verhuur en Bemiddeling B.V. verklaarde schuldig te zijn aan de heer […] [naam verkoper] uit hoofde van geldlening een bedrag in contanten groot […] (Naf. 100.000,--), waarmee de comparante sub 2 verklaarde akkoord te zijn.

Terzake van deze geldlening verklaarden de comparanten bij nadere akte de voorwaarden en bedingen te zullen vaststellen.”

2.4. [

naam koper] en [naam verkoper] zijn vervolgens gaan samenwonen in de door [naam koper] van [naam verkoper] gekochte woning. Gedurende de daaropvolgende jaren heeft [naam verkoper] geen aanspraak gemaakt op terugbetaling van het (volgens de notariële akte) geleende bedrag.

2.5.

In 2017 is de relatie tussen [naam koper] en [naam verkoper] beëindigd.

2.6.

Een document getiteld “Overeenkomst van cessie” van 31 juli 2017 bepaalt dat [naam verkoper] aan de stichting overdraagt de in de notariële akte genoemde vordering uit geldlening.

2.7.

Op 28 augustus 2017 heeft de deurwaarder in opdracht van de stichting de woning in executoriaal beslag genomen.

3 Het geschil

3.1. [

naam koper] vordert in kort geding het volgende, samengevat weergegeven:

  • -

    opheffing van het executoriaal beslag dan wel schorsing daarvan;

  • -

    een verbod van de stichting verdere executiemaatregelen tegen [naam koper] te treffen krachtens de notariële akte totdat op het geschil in een bodemprocedure zal zijn beslist;

  • -

    die maatregelen te treffen die het Gerecht passend acht;

  • -

    veroordeling van de stichting in de proceskosten.

3.2.

De stichting heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4 De beoordeling

4.1.

De stichting heeft executoriaal beslag op de woning doen leggen en heeft via de deurwaarder executiemaatregelen aangekondigd. Daarmee is het spoedeisend belang gegeven.

4.2.

In geschil is allereerst de vraag of de (grosse van de) notariële akte een executoriale titel oplevert. Het Gerecht overweegt daaromtrent als volgt.

4.3.

Op grond van artikel 430 Rv levert de grosse van een hier te lande verleden authentieke akte, zoals een notariële akte, een executoriale titel op. Die akte geeft de schuldeiser derhalve de bevoegdheid om zonder voorafgaande rechterlijke tussenkomst de in die akte vermelde aanspraak met dwangmiddelen ten uitvoer te leggen op het vermogen van zijn schuldenaar. Bij die dwangmiddelen gaat het in de eerste plaats om de bevoegdheden die de deurwaarder bij de tenuitvoerlegging van een executoriale titel heeft, welke bevoegdheden hij ook tegen de wil van de geëxecuteerde kan uitoefenen, indien nodig met hulp en bijstand van de sterke arm. Gelet op het verstrekkende en ingrijpende karakter van deze bevoegdheden valt het bestaan daarvan alleen te aanvaarden indien de vordering waarvoor deze is verleend met voldoende bepaaldheid in de titel is omschreven (HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4889).

4.4.

Hieruit leidt het Gerecht voor het onderhavige geval af dat in de notariële akte niet alleen de namen van partijen en het bedrag van de desbetreffende geldlening moeten zijn opgenomen, maar ook de voorwaarden waaronder de geldlening overigens is aangegaan. Met name valt hier te denken aan de voorwaarden voor opeisbaarheid van het uitgeleende bedrag. Zonder helderheid daaromtrent is immers niet duidelijk onder welke voorwaarden de uitlener aanspraak kan maken op het bedrag. De onderhavige akte biedt op dit punt geen enkele duidelijkheid. Gelet op de tekst van de akte moet veeleer worden aangenomen dat de akte louter bedoeld was om de levering van de woning te realiseren en niet om de voorwaarden met betrekking tot de onderhavige geldlening vast te leggen. Integendeel, de partijen bij de notariële akte hebben uitdrukkelijk in de akte doen opnemen dat zij deze “voorwaarden en bedingen” bij nadere akte zullen vastleggen.

4.5.

Gelet hierop is het Gerecht op voorhand van oordeel dat de notariële akte onvoldoende duidelijkheid biedt om te kunnen dienen als basis voor de beoogde executie.

4.6.

Waar dus voorshands moet worden aangenomen dat de notariële akte geen executoriale titel oplevert, bestaat ook geen bevoegdheid om uit hoofde van die akte executoriaal beslag te doen leggen of te handhaven. Het Gerecht zal dit beslag dan ook opheffen. Verder zal de stichting worden verboden (verdere) executiemaatregelen te treffen waarbij de onderhavige notariële akte als executoriale titel wordt gebruikt.

4.7.

Mede gelet op het ter zitting gebleken feit dat [naam koper] de woning te koop heeft gezet, merkt het Gerecht voor de goede orde op dat dit oordeel het treffen van conservatoire maatregelen door de stichting onverlet laat.

4.8.

De overige standpunten en verweren behoeven geen bespreking. Die hebben betrekking op de vraag of de onderhavige geldlening daadwerkelijk tot stand is gekomen, of er op die lening al is afgelost en of de cessie van [naam verkoper] aan de stichting rechtsgeldig is. Voor het oordeel omtrent de rechtsgeldigheid van het executoriaal beslag zijn die punten niet meer van belang.

4.9.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal de stichting worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden begroot op NAf 1.500 aan gemachtigdensalaris.

5 De beslissing

Het Gerecht:

Rechtdoende in kort geding:

5.1.

heft op het door de stichting gelegde executoriaal beslag krachtens de grosse van de notariële akte d.d. 23 mei 2013;

5.2.

verbiedt de stichting (verdere) executiemaatregelen jegens [naam koper] te treffen krachtens de grosse van de notariële akte d.d. 23 mei 2013 totdat op het geschil tussen partijen in een bodemprocedure zal zijn beslist, op straffe van verbeurte van een dwangsom van NAf 10.000 indien de stichting in strijd met dit verbod handelt;

5.3.

veroordeelt de stichting in de proceskosten van [naam koper], tot op heden begroot op NAf 1.500;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis in kort geding is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.