Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:128

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
18-09-2017
Datum publicatie
27-09-2017
Zaaknummer
AR 64805/2013
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betalingen verricht door oud bestuurder

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak


GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

[tussenkomende partij],

wonende te Curaçao,

tussenkomende partij in AR 64805/2013,

gemachtigde: mr. H.W. Braam,

tegen

de naamloze vennootschap

MJG Construction N.V.,

gevestigd te Curaçao,

eiseres in AR 64805/2013, gedaagde in tussenkomst,

gemachtigde: mr. A.C. van Hoof,

met als oorspronkelijk gedaagde in AR 64805/2013:

de besloten vennootschap

Curaçao Referinery Utilities B.V.,

gevestigd te Curaçao,

gemachtigden: mrs. L.E. Huard en R.F. van den Heuvel.

Partijen zullen hierna [tussenkomende partij] en MJG genoemd worden.

1
1. Het procesverloop

In conventie en in reconventie

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

- het vonnis in incident van 3 februari 2014;

- de conclusie van eis in tussenkomst van 10 maart 2014;

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van 2 juni 2014;

- het proces-verbaal van comparitie van partijen op 19 augustus 2014;

- de conclusie van antwoord tevens houdende conclusie van eis in reconventie 13 oktober 2014;

- de conclusie van repliek in conventie en antwoord in reconventie van 8 december 2014;

- de conclusie van dupliek in tussenkomst tevens conclusie van repliek in conventie in tussenkomst van 4 mei 2015;

- de conclusie van dupliek in reconventie van 10 augustus 2015;

- de aantekeningen van de griffier van de behandeling ter zitting op 25 februari 2016;

1.2.

Bij comparitie van partijen van 19 augustus 2014 is zijdens de gedaagde in AR 64805/2013, hierna te noemen: CRU, medegedeeld dat de zaak tussen MJG en CRU was geschikt. [tussenkomende partij] heeft ter zitting verklaard geen vordering op CRU te hebben. Partijen hebben ter zitting ingestemd met een voorzetting van opgemelde procedure (slechts) voor wat betreft de vordering van [tussenkomende partij] op MJG.

1.3.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

In conventie en in reconventie

2.1.

De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

2.2.

Tot 7 september 2011 was [tussenkomende partij] enig aandeelhouder van MJG. Per voornoemde datum heeft [tussenkomende partij] zijn aandelen overgedragen. [tussenkomende partij] is daarbij aangebleven als bestuurder van MJG tot 7 juni 2013. Na zijn aftreden heeft [tussenkomende partij] nog enige tijd hand- en spandiensten verricht voor het nieuwe bestuur omdat de nieuwe bestuurder tussen juli en medio september niet veel op Curaçao kon zijn.

2.3.

Nadat [tussenkomende partij] als bestuurder was afgetreden heeft [tussenkomende partij] aan het nieuwe bestuur bericht dat hij kosten had voorgeschoten voor MJG.

2.4.

Bij mail van 16 juli 2013 heeft de nieuwe bestuurder van MJG, de heer Ortega, [tussenkomende partij], onder meer, bericht: “(…) Otro punto, agradecemos nos envies lo que adeuda MJG a tu persona con los soportes correspondientes para la respectiva revision y pago. Es importante incluir en dicha relacion lo que ya se te abono en Marzo por monto de 167 mil NAfl (…)” oftewel (vrij vertaald): “Een ander punt, wij willen je verzoeken om ons te berichten wat MJG aan jou verschuldigd is, zulks met onderliggende stukken zodat wij dit kunnen nagaan en uitbetalen. In dit verband is het belangrijk dat daarbij het aan jou in maart gegeven bedrag van NAf 167.000,= wordt verwerkt”.

2.5.

MJG heeft [tussenkomende partij] tussen juli en september 2013 geldbedragen ad in totaal NAf 157.000,= aan [tussenkomende partij] ter beschikking gesteld waarmee [tussenkomende partij] loon- en andere operationele kosten zou voldoen.

2.6.

Op 8 augustus 2013 heeft [tussenkomende partij] een cheque van MJG ad NAf 28.800,84 geïnd.

3 Het geschil

In conventie en in reconventie

In conventie

3.1. [

tussenkomende partij] vordert in conventie, na vermeerdering van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

a. te verklaren voor recht dat het door MJG van CRU gevorderde bedrag, althans van het bedrag waartoe CRU zal worden veroordeeld om aan MJG te betalen, een bedrag van NAf 1.036.510,- zal moeten worden ingehouden en aan [tussenkomende partij] zal moeten worden betaald;

b. voor zover nodig MJG te veroordelen om tegen kwijting aan [tussenkomende partij] te betalen de somma van NAf 1.036.510,- verhoogd met de wettelijke rente.

c. MJG te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2. [

Tussenkomende partij] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. In het kader van de realisering van de projecten die MJG voor CRU deed, heeft [tussenkomende partij] voor MJG een bedrag van NAf 1.036.510,= voorgeschoten omdat MJG het geld op dat moment niet had. Door het voor te schieten kon het project worden gerealiseerd en zou terugbetaling volgen. [tussenkomende partij] verwijst in dit kader naar de e-mail van MJG van 16 juli 2013. Hieruit blijkt, volgens [tussenkomende partij], dat MJG heeft erkend dat zij aan [tussenkomende partij] een bedrag verschuldigd is.

3.3.

MJG betwist het vorenstaande en stelt dat [tussenkomende partij] heeft nagelaten om te reageren op het verzoek bij e-mail van 16 juli 2013. De vordering van [tussenkomende partij] is niet onderbouwd. Voorts is aan [tussenkomende partij] in periode juli tot en met september 2013 een geldbedrag van NAf 157.000,= ter beschikking gesteld om de operationele kosten van MJG te betalen. Aan [tussenkomende partij] is derhalve niets meer verschuldigd.

In reconventie

3.4.

MJG vordert in reconventie, na vermindering van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

a. [tussenkomende partij] te veroordelen tot vergoeding aan MJG van de door MJG gelden schade ten belope van NAf 260.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee weken na het wijzen van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

b. onder veroordeling van [tussenkomende partij] in de kosten van het geding.

3.5.

MJG stelt in dit kader dat [tussenkomende partij], nadat hij zijn aandelen had verkocht en bestuurder af was, opdrachtgevers van MJG heeft bewogen tot betaling van de facturen van MJG aan [tussenkomende partij] in privé. [tussenkomende partij] heeft klanten daarbij korting gegeven als direct aan hem zou worden betaald. [tussenkomende partij] heeft zo in elk geval NAf 155.000,= geïncasseerd. Ook heeft [tussenkomende partij] MJG benadeeld door aan MJG toebehorende steigers, gereedschap en een voertuig ter waarde van in totaal NAf 105.000,= te ontvreemden.

3.6. [

tussenkomende partij] betwist het vorenstaande en stelt dat hij de betalingen ad NAf 108.504,= in totaal van de aannemers Anzy Manpower en Curaçao Engineering Contractors mocht ontvangen omdat hij de lonen van de werknemers die aan deze aannemers ter beschikking waren gesteld uit eigen zak had betaald. Per saldo vond steeds verrekening plaats. De steigers en de gereedschappen die zijn meegenomen, behoorden aan [tussenkomende partij] toe. Het voertuig heeft MJG terug ontvangen.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie

4.1. [

tussenkomende partij] vordert betaling van een bedrag van NAf 1.036.510,- aan voor MJG voorgeschoten kosten en stelt dat MJG bij e-mail van 16 juli 2013 onvoorwaardelijk heeft erkend dat zij het bedrag schuldig is dat hij heeft voorgeschoten.

4.2.

Het Gerecht overweegt in dit kader dat in voormelde e-mail van 16 juli 2013 weliswaar door MJG aan [tussenkomende partij] wordt gevraagd om aan te geven wat MJG aan hem verschuldigd was maar daarbij is verzocht om de in dat kader onderliggende stukken te verschaffen. Ook is daarbij opgemerkt dat MJG een en ander zou nagaan waarbij is verzocht om het bedrag van NAf 167.000,= te betrekken bij de opgaaf van [tussenkomende partij]. Gelet op het vorenstaande kan, anders dan [tussenkomende partij] stelt, uit de e-mail niet worden afgeleid dat MJG onvoorwaardelijk heeft erkend dat zij het voorgeschoten bedrag, althans een bedrag, aan [tussenkomende partij] schuldig was.

4.3.

Niet gebleken is dat [tussenkomende partij] eerder dan in de onderhavige procedure aan MJG kenbaar heeft gemaakt dat MJG volgens hem een bedrag van in totaal NAf 1.036.510,- verschuldigd is. [tussenkomende partij] heeft daarbij op zijn opgaaf verschillende posten onderscheiden en kort omschreven. [tussenkomende partij] heeft ter onderbouwing van de vordering volstaan met overlegging van afschriften van op naam van [tussenkomende partij] uitgeschreven cheques voor de salarisbetalingen van veertien werknemers voor de periode 16 tot en met 31 juli 2013 tot een bedrag in totaal van NAf 18.224,47.

4.4.

MJG betwist nog een bedrag aan [tussenkomende partij] verschuldigd te zijn. In dit verband stelt MJG dat het [tussenkomende partij] in totaal NAf 155.000,= ter beschikking heeft gesteld om kosten van MJG te voldoen. MJG verwijst in dit verband naar betaling per cheque van MJG aan [tussenkomende partij] van NAf 28.800,84. Uit de e-mail van 16 juli 2013 geeft MJG ook aan dat aan [tussenkomende partij] een bedrag van NAf 167.000,= is betaald. Uit de door [tussenkomende partij] aan MJG overgedragen administratie van MJG blijkt niet van een verschuldigdheid van het door [tussenkomende partij] gevorderde bedrag.

4.5.

Gelet op voormelde betwisting door MJG had het op de weg van [tussenkomende partij] gelegen om zijn vordering nader te onderbouwen. Zulks is evenwel nagelaten. Gelet op het vorenstaande en nu voor wat betreft het door [tussenkomende partij] betaalde deel ad NAf 18.224,47 heeft te gelden dat [tussenkomende partij] niet heeft betwist dat hem een bedrag van NAf 155.000,= ter beschikking was gesteld door MJG voor de betaling van operationele kosten, zal de vordering van [tussenkomende partij], als zijnde onvoldoende onderbouwd, worden afgewezen. Aan het door [tussenkomende partij], in algemene bewoordingen gedane bewijsaanbod, wordt reeds gelet op het vorenstaande niet toegekomen.

In reconventie

4.6.

Blijkens de door MJG overgelegde stukken is in de periode augustus en september 2013 een aantal facturen van MJG door Azny Manpower en Curaçao Engineering Contractors per cheque uitbetaald aan [tussenkomende partij]. Uit de facturen blijkt slechts van betalingen van NAf 68.400,= in totaal aan [tussenkomende partij] en niet van het door MJG gestelde bedrag van NAf 155.000,=. Het Gerecht zal gelet op het vorenstaande, van het eerstgenoemde bedrag uitgaan in het navolgende.

4.7.

Nu blijkens het hiervoor in conventie overwogene, niet is komen vast te staan dat, zoals door [tussenkomende partij] gesteld, [tussenkomende partij] de lonen van de werknemers die aan de aannemers Anzy Manpower en Curaçao Engineering Contractors ter beschikking waren gesteld door MJG uit eigen zak had betaald, kan [tussenkomende partij] niet worden gevolgd in zijn betoog dat hij de van de aannemers ontvangen betalingen aan MJG daarmee mochten verrekenen. [tussenkomende partij] zal derhalve worden veroordeeld tot betaling aan MJG van de door voormelde aannemers aan [tussenkomende partij] betaalde bedragen, zulks evenwel met uitzondering van het op grond van de factuur van 9 juni 2013 betaalde bedrag van NAf 12.000,= nu op voormelde factuur staat vermeld dat betaling diende te geschieden aan [tussenkomende partij]. Daarmee resteert een bedrag van NAf 56.400,= dat door [tussenkomende partij] dient te worden terugbetaald. De vordering van MJG jegens [tussenkomende partij] zal dan ook worden toegewezen tot dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente.

4.8.

MJG stelt voorts dat [tussenkomende partij] aan haar toebehorende zaken heeft ontvreemd. [tussenkomende partij] heeft zulks betwist en met betrekking tot de steigers gesteld dat de door MJG overgelegde productie ter zake de aankoop van steigers, andere steigers betroffen dan door hem meegenomen. Nu MJG heeft nagelaten haar vordering tegenover de betwisting door [tussenkomende partij] nader te onderbouwen, zal dit deel van de vordering als zijnde onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

In conventie en in reconventie

4.9. [

tussenkomende partij] zal als de, in conventie en in reconventie, in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van MJG begroot op NAf 12.000,= (3 punten ad NAf 4.000,=) aan gemachtigdensalaris en

NAf 7.500,= aan griffierechten.

5 De beslissing

Het Gerecht:

in conventie:

- wijst de vordering van [tussenkomende partij] af;

in reconventie:

- veroordeelt [tussenkomende partij] tot betaling aan MJG van NAf 56.400,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee weken na het wijzen van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

- wijst af het meer of anders gevorderde;

in conventie en reconventie:

- veroordeelt [tussenkomende partij] in de proceskosten aan de zijde van MJG begroot op

NAf 12.000,= aan gemachtigdensalaris en NAf 7.500,= aan griffierechten;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Scholte, rechter in voormeld Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 18 september 2017.