Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2017:12

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
06-02-2017
Datum publicatie
10-02-2017
Zaaknummer
AR 79588/2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

koopovereenkomst - toerekenbare tekortkoming – opschorting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/739
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

ALGEMENE SPAAR- EN KREDIETCOÖPERATIE ACU,

gevestigd in Curaçao,

eiseres,

gemachtigde: mr. M.A. van den Berg,

tegen

de besloten vennootschap

WHITE COMMUNICATIONS B.V.,

gevestigd in Curaçao,

gedaagde,

verschenen bij directeur / bestuurder, [naam].

Partijen zullen hierna ACU en White genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

- het inleidend verzoekschrift met producties, op 12 juli 2016 ter griffie ingediend;

- de conclusie van antwoord van 31 oktober 2016;

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 12 december 2016.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

White is een leverancier van mobiele telefoons.

2.2.

ACU heeft ten behoeve van haar personeel een bestelling geplaatst bij White voor de aanschaf van 121 mobiele telefoons. De onderliggende bestellijsten bevatten een vaste prijs per telefoon en zijn door beide partijen voor akkoord ondertekend.

2.3.

Op 18 februari 2016 en op 23 februari 2016 heeft ACU haar bestelling aangepast en uitgebreid. Van de wijzigingen zijn facturen c.q. bestellijsten opgemaakt die uitgaan van een vaste prijs per telefoon en die door beide partijen voor akkoord zijn ondertekend.

2.4.

ACU heeft steeds 60% van de factuur bij vooruitbetaling voldaan.

2.4.

Op 21 maart 2016 heeft ACU de bestelling van enkele telefoons geannuleerd. Naar aanleiding daarvan heeft White een totaalfactuur van de gehele bestelling opgemaakt. De factuur gaat uit van een vast bedrag per type telefoon en resulteert in een totaalbedrag van NAf 163.617,-. Daarnaast is een bedrag van NAf 14.725,53 aan omzetbelasting (hierna: OB), te weten 9% over het totaalbedrag van NAf 163.617,- aan ACU in rekening gebracht. De onderliggende totaalfactuur is door beide partijen voor akkoord ondertekend.

2.5.

In totaal heeft ACU een bedrag van NAf 163.617,- aan White betaald. ACU heeft de in rekening gebrachte OB niet aan White betaald.

2.6.

White heeft 15 telefoons ter waarde van NAf 22.085,- niet aan ACU geleverd.

3 Het geschil

3.1.

ACU vordert, na vermindering van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, ontbinding van de koopovereenkomst ter zake van de 15 niet geleverde telefoons ter waarde van NAf 22.085,- en veroordeling van White tot betaling aan ACU van het bedrag van NAf 22.085,-, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten van 15% over de hoofdsom, alsmede met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2016, subsidiair vanaf datum indiening verzoekschrift tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van White in de proceskosten.

3.2.

ACU legt aan de vordering ten grondslag dat White tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten koopovereenkomst door 15 telefoons niet te leveren, terwijl ACU daar wel voor heeft betaald.

3.3.

White voert tot haar verweer aan dat zij de telefoons niet heeft geleverd omdat ACU de OB niet heeft betaald.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Vaststaat dat White 15 telefoons niet heeft geleverd die wel door ACU zijn betaald. Ter comparitie is het Gerecht gebleken dat White haar verplichting tot levering van de telefoons heeft opgeschort tot nadat ACU de achterstallige OB heeft betaald. De grondslag voor de opschorting is volgens White, naar het Gerecht begrijpt, daarin gelegen dat het enkel aan een menselijke fout te wijten is dat de OB door White niet in de eerdere facturen is meegenomen. Voorts stelt White dat zij wijzigingen en annuleringen van bestellingen van ACU heeft geaccepteerd terwijl haar dat veel geld heeft gekost. Onder die omstandigheden is het niet meer dan redelijk dat ACU de omissie van White met betrekking tot de OB accepteert.

4.2.

ACU betwist dat zij gehouden is de achteraf in rekening gebrachte OB te betalen. Zij verwijst daartoe naar artikel 12a van de Landsverordening Omzetbelasting 1999 waarin is bepaald dat het de ondernemer verboden is om goederen aan te bieden tegen prijzen waarin de omzetbelasting niet is begrepen. In de facturen van White is de OB ook niet separaat in rekening gebracht, waardoor ACU er vanuit ging dat de OB in de vaste prijs per telefoon was meegenomen. Pas in de laatste factuur brengt White OB in rekening over het totaalbedrag. Dat is te laat volgens ACU, die zich immers bij het aangaan van de overeenkomst met White heeft laten leiden door de aangeboden prijs per telefoon. Voorts voert ACU aan dat White de gevraagde wijzigingen van de bestellingen heeft geaccepteerd, zodat het geen pas heeft dat thans aan ACU tegen te werpen.

4.3.

Tussen partijen is niet in geschil dat aan de bestelling van de telefoons een mondelinge overeenkomst ten grondslag ligt en dat ten tijde van de totstandkoming van die mondelinge overeenkomst tussen partijen niet is gesproken over OB, maar over een vaste prijs per telefoon. Vast staat ook dat de eerste drie facturen c.q. bestellijsten, die door beide partijen voor akkoord zijn ondertekend, niets vermelden omtrent de verschuldigdheid van OB. Dit betekent dat, nu White bij de laatste factuur alsnog over het totaalbedrag OB in rekening brengt, de overeenkomst op dit punt dient te worden uitgelegd. Het Gerecht stelt daarbij voorop dat het bij de uitleg van een mondelinge overeenkomst zoals de onderhavige aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij zijn de omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, van beslissende betekenis.

4.4.

De vraag die aan de orde is, is of ACU heeft moeten begrijpen dat White bij het aangaan van de overeenkomst heeft bedoeld (separaat) OB over de voorgestelde prijzen van de telefoons in rekening te brengen. Het Gerecht is van oordeel dat deze vraag ontkennend beantwoord moet worden. Uit niets is gebleken dat ACU met die mogelijkheid rekening moest houden. Immers, White stelt dat zij zelf is vergeten OB in rekening te brengen. ACU hoefde daar dan ook niet op bedacht te zijn, temeer daar op haar als afnemer van de telefoons zelf ook geen verplichting rust OB af te dragen. Die verantwoordelijkheid ligt bij White als leverancier. Daar komt bij dat het White, gelet op de Landsverordening Omzetbelasting 1999, verboden is goederen aan te bieden tegen prijzen waarin de OB niet is begrepen. Voornoemde feiten en omstandigheden in samenhang bezien leiden ertoe dat ACU er, naar het oordeel van het Gerecht, geen rekening mee hoefde te houden dat in de voorgestelde prijzen per telefoon geen OB was meegenomen en dus nog separaat in rekening zou worden gebracht. Dat White en ACU eerder, op beperkte schaal zaken met elkaar hebben gedaan en er toen wel separaat OB in rekening werd gebracht, maakt dat niet anders. Immers, ACU heeft zich bij de keuze van de leverancier voor deze grote bestelling laten leiden door de aangeboden prijs per telefoon en White was hiervan op de hoogte.

4.5.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat White geen opeisbare vordering heeft op ACU ten behoeve van achterstallige OB en zij haar verplichting tot levering van de 15 telefoons ten onrechte heeft opgeschort. Dat leidt er voorts toe dat White door de 15 telefoons niet te leveren, tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Levering is thans, gelet op de tijd die inmiddels is verstreken en de vervangende maatregelen die reeds voor de personeelsleden van ACU zijn getroffen, niet meer mogelijk. De tekortkoming van White rechtvaardigt daarmee de ontbinding van de koopovereenkomst voor zover dat ziet op de 15 telefoons, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. White heeft in dit kader aangevoerd dat zij wijzigingen en annuleringen van bestellingen van ACU heeft geaccepteerd terwijl haar dat veel geld heeft gekost. Naar het Gerecht begrijpt heeft White hiermee getracht de belangen van haar klant zo goed mogelijk te dienen. Hoewel voor de handelwijze van White veel te zeggen valt, betreft dat een zakelijke beslissing en levert dat geen bijzondere omstandigheid op die maakt dat geoordeeld moet worden dat haar eigen tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding niet rechtvaardigt.

4.6.

De vordering van ACU tot ontbinding van de overeenkomst en betaling van de hoofdsom is derhalve toewijsbaar. De buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen conform het nieuwe procesreglement, te weten 1,5 punt van het liquidatietarief a NAf 750,-, dus NAf 1.125,-.

4.7.

White zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding. De verschotten worden vastgesteld op NAf 271,50 aan oproepingskosten en NAf 750,- aan griffierechten. Aan gemachtigdensalaris zal een bedrag gelijk aan twee punten van liquidatietarief 4 à NAf 750,- dus NAf 1.500,-, worden toegekend.

5 De beslissing

Het Gerecht:

- ontbindt de koopovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de 15 telefoons;

- veroordeelt White tot betaling aan ACU van een bedrag van NAf 22.085,-, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van NAf 1.125,- en de wettelijke rente vanaf 20 juni 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt White in de proceskosten, aan de zijde van ACU tot op heden begroot op NAf 1.021,50 aan verschotten en NAf 1.500,- aan gemachtigdensalaris,

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Christiaan rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2017.