Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2016:183

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
22-03-2016
Datum publicatie
26-03-2018
Zaaknummer
EJ 80358/2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Arbeidsovereenkomst of agentuurovereenkomst - Wijziging provisieaanspraak - Opgave berekening provisie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

BESCHIKKING

in de zaak van:

[VERZOEKSTER],

wonende in Curaçao,

verzoekster,

hierna ook: [verzoekster],

gemachtigde: mr. L.N. Asjes,

tegen

1 SAGICOR LIFE INC.,

2. SAGICOR CAPITAL LIFE INSURANCE COMPANY LIMITED,

beiden gevestigd in Curaçao,

verweersters,

gemachtigde: mr. H.W. Braam.

1 Het procesverloop

1.1.

Verzoekster heeft op 20 september 2016 een verzoekschrift met producties ingediend. Het verzoek is behandeld op 20 oktober 2016. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben de gemachtigden het woord gevoerd aan de hand van door hen overgelegde pleitnotities. Vervolgens heeft verzoekster een akte uitlating genomen waarna verweersters een antwoordakte hebben genomen. Op 8 februari 2017 heeft een voortgezette behandeling plaatsgevonden. Ter gelegenheid van deze mondelinge behandeling hebben de gemachtigden het woord gevoerd aan de hand van door hen overgelegde pleitnotities. Partijen is aangezegd dat het Gerecht een beschikking zal geven.

1.2.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

2.2.

Tussen [verzoekster] als “agent” en “the Capital Life Insurance Company” als “the company” is een “agent’s agreement” gesloten, welke op 6 januari 1994 respectievelijk 19 januari 1994 door hen is ondertekend (hierna ook: de overeenkomst). Sagicor Capital Life Insurance Company (verweerster sub 2) en Sagicor Life Inc. (verweerster sub 1) zijn op 31 december 2014 gefuseerd, waarna Sagicor Capital Life Insurance Company (verweerster sub 2) is opgehouden te bestaan. De overeenkomst geldt thans tussen [verzoekster] en Sagicor Life Inc. (verweerster sub 1, hierna te noemen: Sagicor).

2.3.

Op grond van de overeenkomst verkoopt [verzoekster] ziektekosten- en levensverzekeringen van Sagicor aan derden. Zij ontvangt daarvoor maandelijks een bruto bedrag aan commissie van Sagicor, dat aan de hand van de verkochte en/of lopende verzekeringen wordt bepaald, vermeerderd met een bonus/winstdeling.

2.4.

De overeenkomst vermeldt onder meer het volgende:

4. (…) The rates of commission for group policies and other classes of policies or policies denoted by special names shall be as determined by the Company. (…)

Upon any termination of a policy, the Agent's interest shall cease as to commission on subsequent premium payments unless the Agent should secure the reinstatement of the policy. (…)

19. The Agent shall comply with the present and future regulations and instructions of the Company which do not contravene the provisions of this Agreement. (…)

25. Nothing herein shall be deemed to constitute the relationship of Employer and Employee between the Company and the Agent. The Agent is an independent contractor subject to underwriting restrictions established by the Company; he is free to exercise his own judgement as to the persons within the territory from whom he will solicit business and the time and place of such solicitation.

2.5.

In 2006 heeft [verzoekster] United Telecommunication Services N.V. (hierna: UTS) als klant van Sagicor binnengehaald. Zij heeft UTS een groep polis leven- en ziektekostenverzekering verkocht (group health en group life). Sagicor betaalde [verzoekster] voor de group health polis een commissie van 7% van de jaarpremie en voor de group life polis 10% van de jaarpremie alsmede een winstdeling/bonus van 0 tot maximaal 3% afhankelijk van het percentage aan loss ratio. De winstdeling/bonus is verbonden aan een percentage profit sharing. De bonus/winst wordt dus slechts uitgekeerd als de uit te betalen claims minder bedragen dan het desbetreffende percentage van de (geïnde) premies.

2.6.

Bij brief van 2 april 2007 heeft Sagicor onder meer het volgende aan [verzoekster] bericht:

(…) I hereby would like you to inform you what has been agreed in connection with your commission payment. (…)

Effective January 1st, 2007 your commission percentage will be changed tot 6%.

The Life commission will be 9% as per January 1st, 2007.

Bij brief aan [verzoekster] van 2 mei 2007 heeft Sagicor een en ander nader toegelicht.

2.7.

Sinds 2008 heeft Sagicor een commissie voor de group health polis van 6% van de jaarpremie aan [verzoekster] betaald.

2.8.

Bij e-mail van 4 juni 2014 heeft Sagicor onder meer aan [verzoekster] bericht:

Further to our meeting on Monday I write seeking confirmation of your agreement with the ANG61297.58 in commissions owed to you based on premiums received from UTS for the period 2006 to 2013.

2.9.

Bij e-mail van 5 juni 2014 heeft [verzoekster] aan Sagicor bericht:

(…) I can confirm that I agree on the amount of Ang 61297,58 based on the UTS group Health part, with exception of the bonuses part of the years 2007 and 2008 which according to my commission statements and the exercise done were not paid to me. These were the years in which bonuses were payable.

2.10.

Bij brief van 29 oktober 2015 heeft UTS aan Sagicor bericht, zakelijk weergegeven voor zover van belang, dat zij het contract (de polis) annuleert. Een van de redenen van de “pro forma cancellation” is de voortdurend stijgende kosten. Vervolgens heeft UTS een “Request for proposal” ingediend voor een verzekering per 1 januari 2016, waarin is aangegeven, kort samengevat voor zover van belang, dat UTS alleen rechtstreeks met een verzekeringsmaatschappij zal contracteren en dat de verzekeringsmaatschappij “net rates” moet aanbieden, dus “premiums without commissions.”

2.11.

Sagicor heeft vervolgens een offerte aan UTS gedaan, waarin premies zijn berekend zonder commissies en bonussen voor de agent. Deze is door UTS geaccepteerd (alleen) voor wat betreft de ziektekosten. Sagicor en UTS zijn vervolgens een overeenkomst ten aanzien van de ziektekostenverzekering aangegaan voor de duur van drie jaren per 1 januari 2016.

2.12.

Bij e-mail van 3 november 2015 4:25 PM heeft Sagicor een e-mail d.d. 3 november 2015 2:27 PM aan [verzoekster] doorgestuurd. In laatstgenoemde e-mail wordt verwezen naar de brief van UTS “announcing pro forma cancelation” van de polis per 1 januari 2016.

2.13.

Sinds 1 januari 2016 heeft Sagicor geen commissie en bonus/winstdelingvoor de UTS account aan [verzoekster] betaald.

3 Het geschil

3.1. [

verzoekster] verzoekt dat het Gerecht bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:

A. Sagicor beveelt c.q. veroordeelt om op grond van artikel 141 Rv de door haar

aan UTS gedane billings met daarbij behorende uitleg ter zake de premies over de jaren 2006 tot en met 2015 aan [verzoekster] af te geven; en

B. Sagicor beveelt om aan [verzoekster] per 1 januari 2016 haar loon ad 7% commissie respectievelijk 10% commissie en 3% winstdeling op de door Sagicor van UTS geïncasseerde premie voor de groep health en life polissen maandelijks uit te betalen en maandelijks te blijven uitbetalen zolang UTS deze polissen c.q. verzekeringen nog bij Sagicor aanhoudt, zulks verhoogd met de wettelijke rente ex artikel 7A:1614q BW ad 50%, en vermeerderd met de wettelijke rente; en

C. Sagicor beveelt c.q. veroordeelt om aan [verzoekster] te betalen NAf 166.414,53 bruto aan achterstallig loon, zulks verhoogd met de wettelijke rente ex artikel 7A:1614q BW ad 50%, en vermeerderd met de wettelijke rente; en

D. Sagicor beveelt c.q. veroordeelt om aan [verzoekster] te betalen NAf 112.175,40 bruto aan achterstallige bonussen over het jaar 2007, 2011 respectievelijk 2014, zulks verhoogd met de wettelijke rente ex artikel 7A:1614q BW ad 50%, en vermeerderd met de wettelijke rente; en

E Sagicor beveelt c.q. veroordeelt om aan [verzoekster] te betalen NAf 5.000,00 netto, althans een door het Gerecht in goede justitie te bepalen bedrag, als schade voor de door haar gemaakte advocaatkosten c.q. buitengerechtelijke kosten; en

F. Sagicor veroordeelt in de kosten van deze procedure.

3.2. [

verzoekster] legt aan de vordering het volgende ten grondslag, zakelijk weergegeven. Tussen partijen bestaat een arbeidsovereenkomst, op grond waarvan [verzoekster] recht heeft op loon bestaande uit 7% van de jaarpremie van de group health polis, 10% van de jaarpremie van de group life polis en 3% aan winstdeling/bonus.

Ten aanzien van de vordering sub A: Sagicor heeft nagelaten de premies / billings die zij bij de klanten in rekening heeft gebracht en de uitleg daarvan aan [verzoekster] te verstrekken. Zij dient deze op grond van artikel 141 Rv aan [verzoekster] te af te geven, zodat [verzoekster] de commissies waarop zij recht heeft kan berekenen.

Ten aanzien van de vorderingen sub B en C: Sagicor heeft het loon van [verzoekster] tweemaal eenzijdig in het nadeel van [verzoekster] gewijzigd. In 2008 heeft Sagicor de commissie eenzijdig met 1% verlaagd. Sinds 1 januari 2016 betaalt Sagicor helemaal geen commissie en winstdeling/bonus meer voor de UTS account. [verzoekster] is hierdoor in haar inkomen achteruit gegaan. Dit is onaanvaardbaar en in strijd met het goed werkgeverschap. Sagicor pleegt aldus wanprestatie c.q. handelt onrechtmatig jegens [verzoekster].

Ten aanzien van de vordering sub D: Sagicor heeft de verschuldigde bonussen over de jaren 2007, 2011 en 2014 niet betaald.

Ten aanzien van de vordering sub E: Door de weigerachtige houding van Sagicor is [verzoekster] genoodzaakt geweest een advocaat in de arm te nemen. Sagicor dient de daardoor geleden financiële schade aan [verzoekster] te vergoeden.

3.3.

Sagicor voert gemotiveerd verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Overeenkomst

4.1.

Ter beantwoording staat allereerst de vraag of tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestaat, zoals [verzoekster] stelt en Sagicor betwist. Uitgangspunt hierbij is artikel 7A:1613ca BW, waarin is bepaald dat degene die ten behoeve van een ander tegen beloning door die ander gedurende drie opeenvolgende maanden wekelijks tenminste acht uren dan wel gedurende tenminste vijfendertig uren per maand arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te verrichten krachtens arbeidsovereenkomst. Door Sagicor is niet betwist dat aan dit criterium is voldaan. Op grond van artikel 7A:1613ca BW worden de door [verzoekster] verrichte werkzaamheden derhalve vermoed te zijn verricht krachtens arbeidsovereenkomst.

4.2.

Dit rechtsvermoeden is weerlegbaar. Beoordeeld dient te worden of Sagicor het rechtsvermoeden voldoende heeft weerlegd. In dit verband dienen niet alleen de rechten en verplichtingen in aanmerking te worden genomen die partijen bij het aangaan van de rechtsverhouding voor ogen stonden, maar dient ook acht te worden geslagen op de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan hun rechtsverhouding en aldus daaraan inhoud hebben gegeven. Voorts is niet één enkel kenmerk beslissend, maar moeten de verschillende rechtsgevolgen die partijen aan hun verhouding hebben verbonden, in hun onderling verband worden bezien (HR 14 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2495, NJ 1998/149 (Groen/Schoevers); HR 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3019 (Logidex/SNCU).

4.3.

Uit de door Sagicor overgelegde overeenkomst (zoals hiervoor onder 2.4. weergegeven) blijkt dat partijen bij het aangaan van de rechtsverhouding geen arbeidsovereenkomst voor ogen stond. Dit volgt uit de titel van de overeenkomst (Agent’s Agreement) en artikel 25, waarin is bepaald - kort samengevat - dat niet wordt beoogd een relatie van werkgever en werknemer aan te gaan en dat de agent een onafhankelijke opdrachtnemer is, zoals Sagicor ook heeft betoogd.

4.4. [

verzoekster] verkoopt in opdracht van Sagicor verzekeringen/polissen. De polissen komen tot stand tussen Sagicor en de klanten. [verzoekster] verleent feitelijk dus bemiddeling bij de totstandkoming van polissen. De vergoeding die [verzoekster] hiervoor van Sagicor ontvangt, bestaat uit commissies en bonussen. Zij ontvangt commissie voor polissen die zij heeft afgesloten en een winstdeling of bonus die verbonden is aan een percentage profit sharing (zie hiervoor onder 2.5.). De hoogte van het loon van [verzoekster] is dus afhankelijk van het tot stand komen van de door haar bemiddeling gesloten overeenkomst(en). [verzoekster] ontvangt feitelijk derhalve geen loon tegen arbeid, maar loon voor het resultaat van de arbeid, namelijk de totstandkoming van de bemiddelde overeenkomst(en). Uit deze wijze van belonen volgt, zoals Sagicor terecht heeft aangevoerd, dat als [verzoekster] geen polissen afsluit of heeft afgesloten, zij ook geen vergoeding ontvangt. Dit duidt niet op loon op basis van een arbeidsovereenkomst, maar op beloning op basis van een agentuurovereenkomst.

4.5.

De eventueel tussen partijen bestaande gezagsverhouding houdt verband met de hiervoor beschreven wijze van belonen. Het is in beginsel aan [verzoekster] of ze bepaalde targets haalt. Als ze bijvoorbeeld geen of minder polissen verkoopt, zal ze geen of minder aanspraak op een vergoeding maken. In dit verband weegt mee dat de overeenkomst geen bepalingen bevat waaruit kan volgen dat tussen Sagicor en [verzoekster] een gezagsverhouding bestaat. Het bepaalde in artikel 25 van de overeenkomst wijst juist op het tegendeel. Derhalve dient de conclusie te luiden dat er van een gezagsverhouding als bedoeld in artikel 7A:1613a BW in de onderhavige situatie geen sprake is.

4.6.

Gezien voormelde partijbedoeling, wijze van belonen en het ontbreken van een gezagsverhouding spelen de overige omstandigheden als het hanteren van het systeem van een prikklok, het afdragen van loonbelasting en premies door Sagicor en de verplichting om bepaalde cursussen te volgen geen significante rol.

4.7.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen, waaronder de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan hun rechtsverhouding en aldus daaraan inhoud hebben gegeven, is het Gerecht van oordeel dat tussen partijen niet een arbeidsovereenkomst bestaat, maar een agentuurovereenkomst. Het rechtsvermoeden dat [verzoekster] haar werkzaamheden voor Sagicor krachtens arbeidsovereenkomst verricht, is derhalve door Sagicor weerlegd. Dit betekent dat de op een arbeidsovereenkomst gegronde stellingen van [verzoekster] niet opgaan.

Tekortkoming Sagicor?

4.8.

Partijen zijn in artikel 4 van de overeenkomst overeengekomen dat het tarief van de commissie door Sagicor wordt bepaald. In artikel 4 is voorts bepaald dat in geval van beëindiging van een polis de aanspraak op commissie in beginsel ophoudt te bestaan (behoudens een uitzondering waarop in casu geen beroep is gedaan). Uit deze overeenkomst volgt ten eerste dat Sagicor de hoogte van de commissie in beginsel mag wijzigen en ten tweede dat [verzoekster] geen aanspraak op commissie meer heeft na beëindiging van, in dit geval, de (oorspronkelijke) UTS polis. Gebleken is niet dat [verzoekster] iets anders mocht verwachten. Uit de door [verzoekster] overgelegde productie 5 blijkt niet van een afspraak op dit punt. Daarnaast is niet gebleken dat Sagicor de vordering van [verzoekster] betreffende de verlaging van de commissie met 1% in 2008 heeft erkend. Dit betekent dat van een tekortkoming van Sagicor in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst geen sprake is.

Onrechtmatig handelen Sagicor?

4.9. [

verzoekster] heeft gesteld dat Sagicor onrechtmatig jegens haar handelt door per 1 januari 2016 geen commissie voor de UTS polis te betalen. Volgens [verzoekster] is er geen sprake van een beëindiging van de (oorspronkelijke) UTS polis en een nieuwe door UTS en Sagicor gesloten overeenkomst, maar van een verlenging van de bestaande (oorspronkelijke) polis tussen UTS en Sagicor. UTS heeft door middel van een tussenpersoon, aan wie UTS commissie betaalt, rechtstreeks met Sagicor onderhandeld en daarmee [verzoekster] buiten spel gezet, aldus steeds [verzoekster]. Sagicor heeft dit betwist. Volgens Sagicor kon zij niet anders dan ingaan op de voorwaarde van UTS om rechtstreeks, zonder agent, samen te werken, omdat zij anders een grote klant zou verliezen en schade zou lijden. Het Gerecht overweegt hieromtrent als volgt.

4.10.

Uit de hiervoor onder 2.10. tot en met 2.12. weergegeven stukken en omstandigheden blijkt dat UTS in verband met de voortdurend stijgende kosten alleen nog rechtstreeks met een verzekeringsmaatschappij wilde samenwerken, hetgeen inhoudt dat zij alleen netto premies, zonder commissies, zou accepteren. Sagicor en UTS zijn vervolgens alleen met betrekking tot de ziektekostenverzekering tot overeenstemming gekomen en een polis aangegaan, zonder commissies voor de agent. Gezien het beginsel van de contractsvrijheid staat hen dat in beginsel vrij. Of er gronden bestaan om de (oorspronkelijke) polis te beëindigen of te wijzigen is een kwestie tussen de partijen bij die overeenkomst. Tot die partijen behoort niet de agent ([verzoekster]). Als de contractspartijen het over een beëindiging of wijziging eens worden, staat dit ook niet ter beoordeling van [verzoekster] als agent. Zij kan geen bepalende invloed op de beslissing uitoefenen, bijvoorbeeld door ten aanzien van haar commissieaanspraken voorwaarden voor de beëindiging of wijziging van de polis te stellen. Het handelen van Sagicor levert dus niet, zonder meer, een onrechtmatig handelen jegens [verzoekster] op. Dat [verzoekster] bewust door Sagicor buiten spel is gezet en er sprake is van handjeklap, zoals [verzoekster] heeft gesteld en Sagicor heeft betwist, is onvoldoende onderbouwd en ook anderszins niet gebleken. Voor zover [verzoekster] UTS een laakbaar handelen verwijt doordat UTS een tussenpersoon heeft ingeschakeld en [verzoekster] daardoor buiten spel is gezet, gaat dit de beoordeling in het onderhavige geschil te buiten. UTS is geen partij in deze procedure. Gedragingen of handelingen van UTS kunnen niet aan Sagicor worden toegerekend. Tot zover is van een onrechtmatig handelen van Sagicor jegens [verzoekster] derhalve niet gebleken.

4.11. [

verzoekster] heeft gesteld dat Sagicor in overleg met haar tot een redelijke oplossing had moeten komen, omdat [verzoekster] met UTS een zeer grote klant heeft aangebracht en de account gedurende 10 jaren heeft beheerd. Onder verwijzing naar jurisprudentie ten aanzien van de tussenpersoon, acht het Gerecht het niet uitgesloten dat zich omstandigheden voordoen waarin een verzekeraar die onverplicht aan beëindiging van de verzekering of omzetting van de bestaande verzekering in een andere verzekering meewerkt, daarbij rekening heeft te houden met de gerechtvaardigde belangen van de agent, in dier voege dat hij onrechtmatig jegens deze handelt zo hij niet zorg draagt dat die agent een zekere compensatie voor het verlies van zijn commissieaanspraak ontvangt (vgl. HR 11-5-1990, NJ 1991,151). In dit verband is van belang dat UTS een zeer grote klant van Sagicor is en [verzoekster] jarenlang een aanzienlijk bedrag aan commissie voor deze account heeft ontvangen. Het risico van een onverwachte beëindiging of wijziging van een verzekering, en daarmee van commissieaanspraken, komt in beginsel echter voor rekening van [verzoekster] als agent. In dit geval kon de polis elk jaar na ommekomst van de bepaalde tijd worden verlengd of beëindigd. De polis werd in dat verband jaarlijks geëvalueerd. [verzoekster] diende er dus rekening mee te houden dat de polis telkens kon worden beëindigd of gewijzigd. Voorts speelt mee dat Sagicor, om het verlies van een grote klant te voorkomen en zodoende haar schade te beperken, aan de wens van UTS om een verzekering zonder commissies aan te gaan, is tegemoetgekomen. Volgens Sagicor was de enige manier om een goedkopere verzekering aan UTS aan te bieden een verzekering zonder commissies en bonussen voor de agent. Alles afwegende is het Gerecht van oordeel dat Sagicor niet onrechtmatig jegens [verzoekster] heeft gehandeld door haar geen compensatie voor het verlies van haar commissieaanspraak aan te bieden.

4.12.

Voor zover [verzoekster] heeft bedoeld te stellen dat Sagicor onrechtmatig heeft gehandeld doordat zij pas op 6 maart 2016 heeft meegedeeld dat zij per 1 januari 2016 geen commissie voor de UTS account zou ontvangen, volgt het Gerecht haar niet in dit standpunt. Uit de e-mail van 3 november 2015 (zie 2.12.) blijkt dat [verzoekster] tijdig voldoende duidelijk op de hoogte is gesteld van de naderende wijzigingen. Gebleken is niet dat Sagicor op dit punt in strijd met de op haar rustende zorgplicht heeft gehandeld. Overigens geldt dit ook voor de verlaging van de commissie met 1% in 2008. Daarover is [verzoekster] tijdig bij brief van 2 april 2007 geïnformeerd (zie 2.6.).

4.13.

De vorderingen sub B en C zijn gezien het voorgaande niet toewijsbaar. [verzoekster] heeft ter zitting van 8 februari 2017 nog gesteld dat Sagicor de winstdeling/bonus van 3% op de UTS ziektekostenverzekering sowieso aan haar dient door te betalen per 1 januari 2016, daar deze door Sagicor niet is afgeschaft. Sagicor heeft erkend dat [verzoekster] aanspraak maakt en blijft maken op de winstdeling/bonus van 3%, mits zij de targets behaalt. Er staan het Gerecht geen gegevens ter beschikking om vast te kunnen stellen of aan deze voorwaarde is voldaan. Het had op de weg van [verzoekster] gelegen om haar stellingen op dit punt te concretiseren en onderbouwen, hetgeen zij heeft nagelaten. De vordering sub B is derhalve ook in zoverre niet toewijsbaar.

Ten aanzien van de vordering sub A

4.14.

Op grond van artikel 7:433 lid 1 BW is Sagicor verplicht [verzoekster] een schriftelijke opgave van de verschuldigde commissie te verstrekken onder vermelding van de gegevens waarop de berekening berust. Vaststaat dat Sagicor “billings” aan [verzoekster] heeft verstrekt, bijvoorbeeld productie 11 bij pleitnotities mr. Braam d.d. 20 oktober 2016. Volgens Sagicor zijn in dit verband de “billed premiums” van belang; dat zijn premiebedragen. Het betreft geen opgave van de verschuldigde commissie en gegevens waarop de berekening berust. [verzoekster] heeft gesteld dat zij daarnaast namen van klanten en bedragen van Sagicor heeft ontvangen. Ter zitting is als voorbeeld een “billingstatement” over 2015 getoond waarin onder meer de verzekerden van UTS en de premies zijn vermeld. Naar het oordeel van het Gerecht is hiermee onvoldoende gebleken dat Sagicor aan haar verplichting ex artikel 7:433 lid 1 BW heeft voldaan. Het had op de weg van Sagicor gelegen om haar verweer op dit onderdeel nader te onderbouwen, door bijvoorbeeld duidelijke opgaven van de verschuldigde commissie en de daaraan ten grondslag liggende gegevens te verstrekken, hetzij heeft nagelaten. De vordering sub A zal derhalve op na te melden wijze worden toegewezen.

Ten aanzien van de vordering sub D

4.15. [

verzoekster] stelt dat Sagicor achterstallige bonussen over de jaren 2007, 2011 en 2014 verschuldigd is. Sagicor heeft als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat de vordering betreffende de bonussen tot 20 september 2011 zijn verjaard, omdat ten tijde van het indienen van het verzoekschrift op 20 september 2016 de verjaringstermijn van vijf jaren was verlopen. Dit verweer gaat alleen op voor de vordering betreffende de bonus over 2007. Onweersproken is dat de bonus over 2011 pas opeisbaar is geworden in 2012. Ten aanzien van die vordering is de verjaringstermijn van vijf jaren dus in 2012 aangevangen. Ten tijde van het inleidend verzoekschrift was alleen de bonus van 2007 verjaard. Gesteld noch gebleken is dat de verjaring van die vordering is gestuit. De vordering betreffende de bonus over het jaar 2007 zal derhalve worden afgewezen.

4.16.

Ten aanzien van de bonus over 2011 heeft Sagicor aangevoerd dat partijen daarover tot een vergelijk zijn gekomen. Uit de e-mail van Sagicor aan [verzoekster] van 4 juni 2014 (zie 2.8.) en de reactie daarop van [verzoekster] van 5 juni 2014 (zie 2.9.) blijkt dat [verzoekster] akkoord is gegaan met het door Sagicor aangeboden bedrag van NAf 61.297,58 met uitzondering van de bonussen over 2007 en 2008. Het ligt voor de hand dat [verzoekster], als zij het niet eens was geweest met de bonus over 2011, dit daarbij had aangegeven. Het Gerecht acht het aldus voldoende aannemelijk geworden dat partijen een regeling hebben getroffen over de bonus over het jaar 2011. Door [verzoekster] zijn geen feiten en omstandigheden gesteld die tot een andere slotsom moeten leiden. De vordering betreffende de bonus over het jaar 2011 is derhalve niet toewijsbaar.

4.17.

Ten aanzien van de bonus over het jaar 2014 geldt het volgende. [verzoekster] vordert een bonus van 1%. Zij heeft gesteld dat in 2014 de loss ratio 75% bedroeg. Ter ondersteuning van haar stelling heeft [verzoekster] verwezen naar de als productie 12 bij het verzoekschrift overgelegde Plan Performance van Sagicor (laatste pagina in kolom 2014) en de bij akte uitlating overgelegde productie 12. Het eerste stuk gaat uit van een loss ratio (“L/R”) van 75% en een Total Premium van 3,311,412.03. In het tweede stuk staan verschillende percentages vermeld, waaronder een loss ratio van 71-75% met daartegenover een performance commission van 1% en een loss ratio van “76 and over” met daartegenover een performance commission van “Nil”. Sagicor heeft de juistheid van deze stukken niet weersproken. Wel heeft zij betoogd (bij contra akte) dat alleen in de jaren 2008 en 2011 een loss ratio van minder dan 76% gold en (tijdens de behandeling van 8 februari 2017) dat de loss ratio in 2014 76,46% bedroeg. Zij heeft dit betoog echter niet onderbouwd. Aldus heeft Sagicor de onderbouwde stellingen van [verzoekster] onvoldoende betwist, waardoor de juistheid van de stelling dat de loss ratio in 2014 75% bedroeg en [verzoekster] recht heeft op een bonus van 1% is komen vast te staan. Het Gerecht leidt uit de stellingen en vordering van [verzoekster] af dat dit percentage moet worden berekend over het totaal aan premie. Uit productie 12 bij het verzoekschrift blijkt dat het totaal aan premie NAf 3.311.412,03 bedraagt. De vordering van [verzoekster] betreffende de bonus over het jaar 2014 is derhalve toewijsbaar zoals gevorderd tot NAf 33.114,12. Nu geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, is de gevorderde wettelijke verhoging ex artikel 7A1614q BW niet toewijsbaar. De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de datum van indiening van het inleidend verzoekschrift, nu niet is gesteld dat Sagicor ter zake eerder in verzuim is geraakt.

Ten aanzien van de vordering sub E

4.18. [

verzoekster] vordert het aan haar advocaat betaalde c.q. te betalen honorarium ad NAf 5.000,00 netto van Sagicor, omdat zij door het wanpresterend en/of onrechtmatig handelen van Sagicor genoodzaakt is geweest een advocaat in de arm te nemen. Zij heeft haar vordering echter onvoldoende toegelicht en onderbouwd. Gesteld noch gebleken is dat het een vergoeding betreft voor andere verrichtingen dan die waarvoor de in artikel 63a Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. Dit deel van de vordering zal derhalve worden afgewezen.

Ten aanzien van verweerster sub 2

4.19.

Onder verwijzing naar hetgeen in 2.2. is weergegeven, overweegt het Gerecht dat [verzoekster] niet kan worden ontvangen in de vordering jegens verweerster sub 2.

Ten aanzien van de vordering sub F

4.20.

Gelet op de afloop van het geding worden de proceskosten tussen partijen gecompenseerd.

5 De beslissing

Het Gerecht:

- verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in de vordering jegens verweerster sub 2;

- veroordeelt Sagicor (verweerster sub 1) om [verzoekster] binnen vier weken na betekening van dit vonnis schriftelijke opgaven te verstrekken van de aan [verzoekster] verschuldigde commissie over de jaren 2006 tot en met 2015, onder vermelding van de gegevens waarop de berekening berust;

- veroordeelt Sagicor (verweerster sub 1) tot betaling aan [verzoekster] van een bedrag van NAf 33.114,12, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 september 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

- compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.H. Lips, rechter in voormeld Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2017.