Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2016:176

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
20-10-2016
Datum publicatie
21-03-2018
Zaaknummer
79929/2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

EJ 79929 van 2016 reglement 1613j

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Beschikking in de zaak van:

de naamloze vennootschap

UNICOMER (CURAÇAO) N.V.,

gevestigd in Curaçao,

verzoekster,

verweerster in het zelfstandig tegenverzoek,

gemachtigden: mr. M.M. Bloem,

tegen


[VERWEERSTER],

wonende in Curaçao,

verweerster,

verzoekster in het zelfstandig tegenverzoek,

gemachtigde: mr. M. Peelen.

Partijen worden hierna Unicomer en [verweerster] genoemd.

1 Het procesverloop

1.1

Bij inleidend verzoekschrift met bewijsstukken, dat op 18 augustus 2016 ter griffie is ingekomen, heeft Unicomer een aantal verzoeken tegen [verweerster] ingediend. Unicomer heeft naderhand op 13 september 2016 een tweetal producties in het geding gebracht. De zaak is behandeld ter zitting van 15 september 2016. Namens Unicomer is mw. [naam 1] (directrice) verschenen, bijgestaan door de gemachtigde van Unicomer voornoemd, die de zaak heeft toegelicht overeenkomstig de door haar overgelegde pleitaantekeningen. [verweerster] is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd, die verweer heeft gevoerd overeenkomstig het door haar op voorhand opgestuurde verweerschrift, en voorts haar zelfstandig tegenverzoek nader heeft toegelicht. Na verder debat is de uitspraak bepaald op heden.

2 De feiten

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, alsmede op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van overgelegde producties, staat het volgende vast:

2.2 [

verweerster] is op 3 juni 2016 voor bepaalde tijd, tot 30 november 2016, in dienst getreden van Unicomer, als caissière/verkoopster, tegen een brutosalaris van laatstelijk NAf 1.430,00 per maand, inclusief emolumenten.

2.3

Op 2 augustus 2016 heeft er een gesprek plaatsgevonden over het reglement dat van toepassing is op de caissières van Unicomer tussen onder meer de directrice van Unicomer en [verweerster]. [verweerster] heeft bij die gelegenheid het reglement niet voor akkoord ondertekend.

2.4

Per e-mail van 2 augustus 2016 heeft [verweerster], voor zover van belang, het volgende aan de directrice van Unicomer medegedeeld:

(…) I e kontrakt a wordu debidamente kambia, I ku esei Sonia te debidamente na altura I Sonia sa bon bon ku mi no a hanja un kopia ku ta awe. (…) Paso minta kere Sonia lo firma algu ku Sonia no ta di akuerdo kune tog? (…)

2.5 [

verweerster] is op 4 augustus 2016 door de SVB arbeidsongeschikt verklaard.

2.6

Unicomer heeft bij brief van 5 augustus 2016 aan [verweerster], voor zover van belang, als volgt medegedeeld:

Op 2 augustus 2016 heeft ons bedrijf wederom met u aan tafel gezeten teneinde het reglement voor caissières wederom met u te bespreken. (…) heeft u op 2 augustus 2016 wederom geweigerd akkoord te gaan met het reglement (…)

Krachtens de wet, wordt een weigering om een regelement te aanvaarden opgevat als uw eigen opzegging van dienstbetrekking. Bij deze wordt vastgesteld dat u uw arbeidsovereenkomst – met de weigering het reglement te aanvaarden – heeft opgezegd tegen de dag van 2 september 2016 (zijnde met inachtneming van 1 maand opzegtermijn krachtens het bepaalde in de arbeidsovereenkomst). Aangezien u zich niet wilt houden aan het reglement voor caissières is het niet verantwoord u langer actief in uw functie te handhaven. Per heden wordt u dan ook ontheven uit uw verplichtingen tot het verrichten van uw werkzaamheden tot en met 2 september 2016 en geeft werkgever u te kennen dat bij deze uw dienstbetrekking eindigt per 2 september 2016.

2.7

Op 15 augustus 2016 heeft [verweerster] zich bij Unicomer als arbeidsgeschikt aangemeld om te gaan werken. Vanaf 16 tot en met 22 augustus 2016 heeft [verweerster] als verkoopmedewerkster werkzaamheden voor Unicomer verricht.

2.8

Bij brief van 24 augustus 2016 heeft Unicomer aan [verweerster] wederom medegedeeld dat haar arbeidsovereenkomst per 2 september 2016 eindigt.

3 Het verzoek en het verweer

3.1

Unicomer heeft het Gerecht - kort samengevat - verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

- te verklaren voor recht dat de arbeidsovereenkomst met [verweerster] op 2 september 2016 is beëindigd;

Subsidiair

- de arbeidsovereenkomst tussen partijen, indien en voor zover deze nog zou bestaan, met onmiddellijke ingang c.q. op de kortst mogelijke termijn te ontbinden, wegens gewichtige redenen. Zulks zonder toekenning van een vergoeding;

en voorts om [verweerster] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2

Aan haar primaire verzoek heeft Unicomer ten grondslag gelegd dat [verweerster] op 2 augustus 2016 geweigerd heeft akkoord te gaan met het reglement dat van toepassing is op de caissières van Unicomer en dat die weigering op de voet van artikel 7A:1613j lid 2 BW moet worden aangemerkt als een opzegging van de arbeidsovereenkomst door [verweerster] per 2 september 2016.

3.3

Aan haar subsidiaire verzoek heeft Unicomer ten grondslag gelegd dat er sprake is van gewichtige redenen, die een dringende reden als bedoeld in artikel 7A:1615o lid 1 BW zouden hebben opgeleverd, voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst en/of dat er sprake is van veranderingen in de omstandigheden, welke van dien aard zijn, dat de dienstbetrekking billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te worden ontbonden.

3.4 [

verweerster] voert gemotiveerd verweer dat ertoe strekt dat het Gerecht de verzoeken van Unicomer zal afwijzen. Voorts heeft [verweerster] zelfstandig de volgende verzoeken ingediend.

Zelfstandig verzoek

3.5 [

verweerster] heeft het Gerecht - kort samengevat - verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- te verklaren voor recht dat het door Unicomer aan [verweerster] verleende ontslag kennelijk onredelijk is en Unicomer bij wijze van

schadevergoeding te veroordelen tot doorbetaling van haar salaris tot dat de arbeidsovereenkomst op 30 november 2016 van rechtswege zal zijn geëindigd, zulks vermeerderd met de vertragingsrente; en/of

- te verklaren voor recht dat het door Unicomer aan [verweerster] verleende ontslag onregelmatig is en Unicomer te veroordelen aan [verweerster] haar salaris door te betalen tot dat de arbeidsovereenkomst alsnog rechtsgeldig zal zijn geëindigd, zulks vermeerderd met de vertragingsrente; en/of

- Unicomer te veroordelen al het salaris waar [verweerster] op grond van overuren en/of ziekte en /of vakantie nog recht op heeft uit te betalen, zulks vermeerderd met de vertragingsrente;

- haar verlof te verlenen om kosteloos te mogen procederen;

- Unicomer te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.6

Aan haar verzoek heeft [verweerster] ten grondslag gelegd dat het ontslag kennelijk onredelijk is omdat het ontslag onder opgave van een voorgewende of valse reden is gegeven. [verweerster] heeft niet geweigerd het reglement te ondertekenen maar heeft enkel verzocht de inhoud van het reglement dusdanig aan te passen zodat deze niet meer in strijd zou zijn met haar arbeidsovereenkomst. Voorts heeft [verweerster] aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat het aan haar gegeven ontslag onregelmatig is aangezien er geen sprake is van een dringende reden en Unicomer geen opzegtermijn in acht heeft genomen.

3.7

Unicomer heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3.8

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover voor de te nemen beslissing van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Verklaring voor recht

4.1

Unicomer heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigering van [verweerster] om met het reglement akkoord te gaan, als een opzegging van de arbeidsovereenkomst aangemerkt dient te worden. Unicomer verwijst in dit kader naar artikel 7A:1613j lid 2 BW.

4.2

Het Gerecht overweegt hieromtrent als volgt. Artikel 7A:1613j lid 2 BW bepaalt dat indien de arbeider na vaststelling van het nieuwe of gewijzigde reglement mededeelt dat hij zich daarmede niet verenigt, deze mededeling aangemerkt wordt als een opzegging van de dienstbetrekking tegen de dag, waarop het nieuwe of het gewijzigde reglement in werking zal treden. Gelet op de bewoordingen van het artikel dient er onderscheid te worden gemaakt tussen een reglement bij aanvang van de dienstbetrekking (zoals bedoeld in artikel 7A:1613i BW) en een reglement welke eerst gedurende de dienstbetrekking wordt vastgesteld of gewijzigd (zoals bedoeld in artikel 7A:1613j BW).

Het laatst genoemde artikel is alleen van toepassing in gevallen waar er sprake is van een nieuw of gewijzigd reglement. Nu de gemachtigde van Unicomer ter zitting heeft verklaard dat het om een reeds bij aanvang van de dienstbetrekking bestaand reglement gaat, kan de weigering van [verweerster] (wat daar ook van zij) niet als een opzegging conform 7A:1613j lid 2 BW worden aangemerkt. De ter zake door Unicomer verzochte verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst op 2 september 2016 rechtsgeldig is geëindigd zal dan ook worden afgewezen.

Voorwaardelijke ontbinding

4.3

Unicomer heeft subsidiair verzocht de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomstte ontbinden, primair op grond van een (uitgestelde) dringende reden, subsidiair op grond van gewijzigde omstandigheden. Aangezien het Gerecht geoordeeld heeft dat het dienstverband ook na 2 september 2016 in stand is gebleven ligt het verzoek tot ontbinding ter beoordeling voor.

4.4

Indien een werkgever ontbinding wenst op grond van een “uitgestelde” dringende reden, dient hij dat zo snel mogelijk te verzoeken nadat hij kennis heeft gekregen van de dringende reden. Dit heeft Unicomer niet gedaan. De gestelde dringende reden was op 2 augustus 2016 reeds aan Unicomer bekend, terwijl het ontbindingsverzoek pas op 18 augustus 2016 is ingediend. Gesteld noch gebleken is dat in de periode tussen 2 augustus 2016 en 18 augustus 2016 nog nader onderzoek naar de gedraging van [verweerster] moest worden verricht of dat er andere omstandigheden waren die het niet eerder indienen van het verzoek rechtvaardigen. Gelet hierop is het Gerecht van oordeel dat Unicomer het ontbindingsverzoek niet binnen een aanvaardbare termijn, nadat zij kennis heeft genomen van de gestelde dringende redenen, heeft ingediend. Voor zover het ontbindingsverzoek op een “uitgestelde” dringende reden berust zal daar dan ook aan voorbij worden gegaan.

4.5

Aan de orde is thans de vraag of er sprake is van een verandering in de omstandigheden in de zin van een tussen partijen onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding welke van dien aard is dat de bestaande arbeidsovereenkomst billijkheidshalve op een zo kort mogelijke termijn dient te worden ontbonden.

4.6

Het Gerecht is op grond van de stukken, en ook op grond van hetgeen bij de mondelinge behandeling van het verzoek is gebleken, met Unicomer van oordeel dat de arbeidsverhouding tussen partijen onherstelbaar is verstoord. Unicomer heeft ter terechtzitting gesteld dat een terugkeer van [verweerster] op de werkvloer vanwege de verstoorde werkrelatie niet succesvol zou kunnen zijn. Daartoe heeft de directrice aangevoerd dat ook de directe leidinggevende van [verweerster] geen vertrouwen meer heeft in een vruchtbare samenwerking met [verweerster]. Daarnaast heeft Unicomer betoogd dat uit de toon van en de gekozen bewoordingen uit de e-mail van 2 augustus 2016 van [verweerster] valt op te maken dat de arbeidsverhouding tussen partijen onherstelbaar is verstoord. Nu [verweerster] deze stellingen niet heeft betwist zal het Gerecht de arbeidsovereenkomst met ingang van 31 oktober 2016 ontbinden.

4.7

Vervolgens is aan de orde de vraag of er gronden zijn om aan [verweerster] ten laste van Unicomer een vergoeding toe te kennen en, zo ja, tot welk bedrag. Daarbij is van belang of ten aanzien van het verstoord raken van de arbeidsverhouding, aan [verweerster] een zodanig verwijt kan worden gemaakt dat de gevolgen van het verlies van haar dienstbetrekking geheel of gedeeltelijk voor haar eigen rekening moeten worden gelaten, dan wel of aan Unicomer een verwijt daarvan moet worden gemaakt.

4.8

Unicomer stelt in dat kader dat de redenen voor het ontstaan van de verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen volledig zijn te wijten aan [verweerster]. Daarbij heeft Unicomer aangevoerd dat er als gevolg van het weigeren van [verweerster] om het reglement dat van toepassing is op de functie van caissière te aanvaarden een ernstig en onoplosbaar arbeidsconflict is ontstaan en voorts dat Unicomer, gezien de herhaaldelijke weigering van [verweerster] om redelijke instructies te aanvaarden, volstrekt geen vertrouwen meer in haar heeft.

4.9 [

verweerster] heeft betwist dat de arbeidsverhouding door haar toedoen verstoord is geraakt. Daartoe heeft ze aangevoerd dat ze nooit geweigerd heeft het reglement te ondertekenen. Volgens [verweerster] heeft zij enkel verzocht om de inhoud van het reglement dusdanig aan te passen dat deze niet meer in strijd zou zijn met haar arbeidsovereenkomst. Het was de directrice van Unicomer die zich tijdens het gesprek onbehoorlijk heeft gedragen door op gegeven ogenblik tegen haar te schreeuwen en haar, omdat ze niet direct voor akkoord wilde tekenen, de deur heeft gewezen, aldus [verweerster].

4.10

Los van de vraag of [verweerster] geweigerd heeft om het reglement te ondertekenen, is het Gerecht van oordeel dat dit handelen op zich niet de conclusie rechtvaardigt dat de verstoorde arbeidsrelatie geheel aan [verweerster] te wijten is. Het is op zichzelf juist dat van een werknemer mag worden verwacht dat deze instemt met een in de onderneming geldend reglement. Anderzijds geldt dat Unicomer als werkgever verantwoordelijk is voor het tijdig (bij indiensttreding) aan haar werknemer overhandigen van dat regelement. Unicomer heeft ter zitting toegegeven dat dat niet is gegaan zoals het normaal hoort te gaan door ziekte van een van de medewerkers. Ook hoort het tot de taak van Unicomer om bij eventuele tegenstrijdigheden tussen reglement en arbeidsovereenkomst opheldering te verschaffen aan de werknemer. Feit is dat er misverstanden zijn ontstaan tussen Unicomer en [verweerster] over de gelding van het reglement. Gezien het vorenstaande behoort dat tot de risicosfeer van de werkgever. Om de gestelde weigering als een opzegging van de dienstbetrekking aan de kant van [verweerster] te beschouwen is een te zware maatregel in dat licht bezien.

Daarnaast heeft Unicomer een zware arbeidsrechtelijke sancties (non actiefstelling) opgelegd, die naar het oordeel van het Gerecht de toets van zorgvuldig werkgeverschap niet kan doorstaan. Deze handelswijze van Unicomer maakt dat de verstoorde arbeidsverhouding grotendeels aan haar te wijten is. Gelet op het voor overwogene, de duur van het dienstverband en de leeftijd van [verweerster], acht het Gerecht een ontbindingsvergoeding van een bruto maandsalaris billijk.

4.11

Nu het Gerecht een vergoeding toekent, wordt Unicomer op de voet van artikel

7A:1615w BW in de gelegenheid gesteld het verzoek in te trekken.

4.12

Unicomer zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [verweerster] worden tot op heden begroot op NAf 1.000,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Zelfstandig verzoek

4.13

Uit het overgelegde bewijs van onvermogen blijkt genoegzaam van het onvermogen van [verweerster], zodat haar toestemming zal worden verleend om kosteloos te procederen.

4.14

Gelet op het feit dat er geen sprake is van een ontslag komen de verzoeken om voor recht te verklaren dat het gegeven ontslag kennelijk onredelijk en onregelmatig is, niet voor toewijzing in aanmerking.

4.15 [

verweerster] verzoekt betaling van het door haar verrichte overwerk en van de door haar niet genoten vakantiedagen. Unicomer heeft - onder verwijzing naar de door haar overgelegde eindafrekening - betwist dat [verweerster] nog recht heeft op uitbetaling van overuren of vakantiedagen. Ondanks deze betwisting heeft [verweerster] niet nader onderbouwd op grond waarvan zij recht zou hebben op het door haar gevorderde. Aldus heeft [verweerster] haar verzoeken onvoldoende nader onderbouwd. Deze verzoeken zijn derhalve niet toewijsbaar.

4.16 [

verweerster] verzoekt betaling van ziektegeld over de periode waarover ze arbeidsongeschikt is geweest. Daartoe stelt zij dat ze tijdens haar arbeidsongeschiktheid slechts 80% van haar salaris heeft ontvangen. Ondanks het verweer van Unicomer heeft [verweerster] nagelaten te onderbouwen op grond waarvan zij recht heeft op 100% van haar salaris tijdens ziekte. Dit verzoek is derhalve als onvoldoende onderbouwd niet toewijsbaar.

4.17 [

verweerster] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Unicomer worden tot op heden begroot op NAf 1.000,00 aan salaris voor de gemachtigde.

5 De Beslissing

Het Gerecht:

terzake de verzoeken van Unicomer

- wijst het primaire verzoek af;

- stelt partijen ervan in kennis voornemens te zijn de arbeidsovereenkomst tegen 31 oktober 2016 te ontbinden, onder toekenning van een vergoeding als hierna is vermeld;

- bepaalt dat Unicomer de gelegenheid heeft om het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op 30 oktober 2016 te 12:00 uur ter griffie ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan de [verweerster];

voor het geval Unicomer het verzoek niet intrekt wordt alvast als volgt beslist:

- ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen Unicomer en [verweerster] met ingang van 31 oktober 2016;

- kent aan [verweerster] ten laste van Unicomer een vergoeding toe van één bruto maandsalaris;

- veroordeelt Unicomer in de proceskosten, aan de zijde van [verweerster] gevallen tot aan deze uitspraak begroot op NAf 1.000,00 aan gemachtigdensalaris.

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

terzake het zelfstandig verzoek van [verweerster]

- verleent [verweerster] toestemming om kosteloos te procederen;

- wijst de verzoeken van [verweerster] af;

- veroordeelt [verweerster] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Unicomer gevallen tot aan deze uitspraak begroot op NAf 1.000,00 aan gemachtigdensalaris;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

Deze beschikking is gegeven door mr. S.E. Sijsma, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 oktober 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.