Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2016:173

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
09-02-2016
Datum publicatie
20-03-2018
Zaaknummer
EJ76526/2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet – eerdere waarschuwingen – fout – druppel die de emmer doet overlopen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BESCHIKKING

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: EJ76526/2015

Datum beschikking: 9 februari 2016

in de zaak van

Miraila [verzoekster],

wonende te Curaçao,

verzoekster,

advocaat: mr. O/ Kostrzewski,

tegen

Huisartsenpraktijk F.E. Semper N.V.,

gevestigd te Curaçao,

verweerster,

advocaat:mr. M. Murray.

Partijen zullen hierna [verzoekster] en de Huisartsenpraktijk genoemd worden.

1 Verloop van de procedure

1.1.

Bij inleidend verzoekschrift met bewijsstukken, dat op 13 november 2015 ter griffie is binnengekomen, heeft [verzoekster] verzocht om te verklaren voor recht dat het ontslag op staande voet nietig is. Ook heeft [verzoekster] verzocht weer te worden toegelaten tot het werk en tot het doorbetalen van het achterstallig salaris tot aan rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Tevens is verzocht om de Huisartsenpraktijk te veroordelen in de proceskosten. De Huisartsenpraktijk heeft op de zitting van 12 januari 2016, alwaar de bestuurder (en huisarts) Semper en de advocaat zijn verschenen, verweer gevoerd mede aan de hand van pleitaantekeningen waaraan producties zijn gehecht die reeds op voorhand waren toegezonden. Verder zijn [verzoekster] en haar advocaat verschenen, die eveneens aan de hand van pleitaantekeningen het standpunt van verzoekster heeft toegelicht.

1.2.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 Feiten

2.1.

Op 23 januari 2012 is [verzoekster] in dienst getreden als assistente van de Huisartsenpraktijk voor onbepaalde tijd tegen een bruto salaris van NAf 2.106,24 per maand. Semper is huisarts en bestuurder van de Huisartsenpraktijk en feitelijk leidinggevende van [verzoekster].

2.2.

De Huisartsenpraktijk is gevestigd in het Mahaai Medical Center. In genoemd Center zijn naast Semper tevens werkzaam een tandarts, een dermatoloog en een fysiotherapeut. [Verzoekster] maakt deel uit van het ondersteunend personeel dat in dienst is van de Huisartsenpraktijk en werkzaamheden verricht voor de vier medici en hun afzonderlijke praktijken.

2.3.

Semper vormt samen met zes andere huisartsenpraktijken een wachtdienstgroep (verder: de groep). Gedurende weekenden, avonden en nachten voeren de huisartsen binnen de groep wisselende wachtdiensten uit. In dat kader wordt jaarlijks een schema opgesteld, waarin is verwerkt welke huisarts welke wachtdienst uitvoert voor de groep. Aan de patiënten wordt kenbaar gemaakt wie wachtdienst heeft door middel van het inspreken van een tekst die op het antwoordapparaat te beluisteren valt indien de huisartsenpraktijk wordt gebeld.

2.4.

Als een wachtdienst wordt geruild tussen huisartsen, waardoor de wachtdienst afwijkt van het schema dat de groep als uitgangspunt hanteert, wordt dit gecommuniceerd aan de groep, opdat iedere praktijk kan vermelden op het antwoordapparaat wie de dienstdoende huisarts is.

2.5.

Op 8 mei 2015 heeft Semper per skype-groepschat de wachtwisseling met huisarts Coy voor het weekend van 15 mei 2015 aangekondigd.

2.6. [

Verzoekster] heeft de andere huisartsenpraktijken van de groep niet geïnformeerd over deze wachtwisseling.

2.7. [

Verzoekster] was arbeidsongeschikt op 15, 18 en 19 mei 2015.

2.8.

Gedurende het weekend van 15-17 mei 2015 stond, buiten de schuld van [verzoekster], een verkeerde opname op het antwoordapparaat, waardoor patiënten werden verwezen naar huisarts Meijer in plaats van Semper. Het antwoordapparaat van huisarts Meijer vermeldde dat Semper wachtdienst had.

2.9.

Per brief van 20 mei 2015 van Semper aan [verzoekster] is [verzoekster] op staande voet ontslagen. In de brief staat onder meer het volgende:

(…)

Tot mijn verbazing kwam ik er achter dat U, in weerwil van mijn op 8 mei 2015 gegeven opdracht c.q. instructie, de andere praktijken in mijn dienstgroep niet geinformeerd heeft van de voormelde wisseling. Als gevolg hiervan konden plus minus 20.000 patienten tussen vrijdagmiddag 15 mei 2015 om 18.00 uur t/m zaterdagmiddag 16 mei 2015 omstreeks 16.00 nergens terecht voor een spoedgeval. (…)

Uw nalaten uitvoering te geven aan mijn instructies van 8 mei 2015 is, gezien het voorgaande, de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen. In samenhang met uw overige vergrijpen gezien is het gegeven ontslag op staande voet van belang om herhaling van uw volstrekt inadequaat handelen te voorkomen.

(…)

2.10. [

Verzoekster] heeft op 20 mei 2015 per brief de nietigheid van het onslag ingeroepen.

3 Beoordeling

3.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet nietig is. Of er sprake is van een dringende reden om een ontslag op staande voet te rechtvaardigen hangt af van de aard en de ernst van de reden voor ontslag en van de overige omstandigheden van het geval.

3.2.

Volgens [verzoekster] is er geen dringende reden voor ontslag. Daartoe voert zij in de eerste plaats aan dat het niet haar specifieke taak was om de wachtdienstwisseling door te geven aan de groep en dat de instructie ook niet aan haar persoonlijk is gegeven. Ook stelt [verzoekster] dat zij op vrijdag 15 mei 2015 arbeidsongeschikt was zodat zij niet in staat was om de wachtwisseling te verwerken.

3.3.

Door de Huisartsenpraktijk is een en ander gemotiveerd en onderbouwd betwist. Semper heeft aangegeven dat hij de instructie behalve op de groepschat eveneens mondeling aan [verzoekster] kenbaar heeft gemaakt. Daarnaast is door Semper naar voren gebracht dat het tot de specifieke taak van [verzoekster] behoorde om een wachtwisseling te verwerken. [verzoekster] ondersteunde immers zijn praktijk. Normaal gesproken gebeurde de aanpassing door het met pen aanbrengen van de wijziging op het schema, het inspreken van de bandopname en het telefonisch doorgeven aan de andere praktijken van de groep. Dat het tot de taak van [verzoekster] behoorde blijkt tevens uit de schriftelijke verklaringen van. [naam 1], manager baliemedewerksters, [naam 2] en [naam 3], baliemedewerksters. Ook is redengevend dat [verzoekster] tot op heden degene was die de wachtwisselingen verwerkte, hetgeen een aantal keer per jaar geschiedt, aldus nog steeds de Huisartsenpraktijk. Als [verzoekster] niet in staat zou zijn de wachtwisseling te verwerken, behoorde het volgens de Huisartenpraktijk eveneens tot haar taak om een collega te verzoeken genoemde werkzaamheden uit te voeren. Het gegeven dat [verzoekster] op vrijdag 15 mei 2015 arbeidsongeschikt was doet in de visie van de Huisartenpraktijk dus niet af aan het gegeven dat zij haar taak ten onrechte niet heeft uitgevoerd. Zij had dit al op donderdag 14 mei 2015 kunnen en moeten doen, of zelfs eerder of ze had het aan een collega moeten overdragen.

3.4.

Tegenover dit verweer heeft [verzoekster] niet mogen volstaan met een niet onderbouwde betwisting daarvan. Zij had gemotiveerd dienen aan te geven dat en waarom de aan het verweer ten grondslag gelegde feiten onjuist waren. De juistheid van het verweer wordt dus aangenomen. Daarmee staat vast dat het de taak was van [verzoekster] om de wachtwisseling te verwerken, in ieder geval door het tijdig op de hoogte stellen van de groep, hetgeen zij niet heeft gedaan.

3.5. [

Verzoekster] heeft aangevoerd dat de reden voor het ontslag op staande voet niet onverwijld aan haar is medegedeeld. De ontslagbrief is haar pas gegeven op 20 mei 2015 terwijl Semper reeds op 16 mei 2015 op de hoogte was van het niet goed uitvoeren van de wachtwisseling. Daarna hebben [verzoekster] en Semper zelfs contact gehad over haar arbeidsongeschiktheid, maar is de kwestie van de wachtwisseling niet geopperd. Semper heeft hierover naar voren gebracht dat hij er op 16 mei 2015 achter kwam dat de bandopname niet correct was en vervolgens pas op maandag 18 mei 2015 dat de groep niet op de hoogte was gesteld, nadat hij dit vernam via een collega-arts. Semper heeft vervolgens advies ingewonnen en de brief opgesteld die twee dagen later, toen [verzoekster] weer beter was, aan haar is verstrekt. De stelling van [verzoekster] dat dat niet onverwijld is houdt dus geen stand. Er zit immers slechts één dag tussen de ontdekking van de aanleiding voor ontslag en het geven van ontslag. Hiermee voldoet het tijdsverloop aan het vereiste dat niet overhaast maar wel voortvarend dient te worden gehandeld door de werkgever.

3.6. [

Verzoekster] heeft ter zitting aangegeven dat de opdracht tot het verwerken van de wachtwisseling per ongeluk aan haar is voorbij gegaan. Dit is in haar ogen niet zodanig ernstig dat dit een ontslag op staande voet rechtvaardigt. De Huisartsenpraktijk stelt daar tegenover dat het gevolg van het verzaken door [verzoekster] is geweest dat een grote groep patienten in een “loop” terecht kwam, omdat zij van huisarts Meyer werden verwezen naar Semper en andersom. In de ogen van de Huisartsenpraktijk is dit gevolg zeer ernstig. Dit was niet gebeurd als [verzoekster] haar taak had uitgevoerd. In dat geval was de groep op de hoogte gesteld en zou de praktijk van huisarts Meijer verwijzen naar huisarts Coy.

3.7.

Het Gerecht is van oordeel dat het gevolg van het niet verwerken van de wachtdienst tot ernstige gevolgen had kunnen leiden. Anderzijds maken mensen nu eenmaal fouten en is deze fout op zichzelf niet voldoende om een ontslag op staande voet te rechtvaardigen. De Huisartsenpraktijk voert evenwel met succes aan dat deze reden niet op zichzelf staat, maar moet worden gezien in samenhang met eerdere waarschuwingen aan [verzoekster] over haar functioneren. In april 2014 heeft [verzoekster] volgens de Huisartsenpraktijk twee officiële waarschuwingen ontvangen die betrekking hadden op het niet telefonisch bereikbaar zijn en het te laat komen. In mei 2014 volgde een mondelinge waarschuwing in verband met het niet correct opvolgen van een opdracht. In april 2015 is [verzoekster] gewaarschuwd voor het niet aannemen van een extra telefoontoestel waarop voor de praktijk belangrijke telefoontjes binnenkwamen in verband met keuringen. De Huisartsenpraktijk heeft de schriftelijke waarschuwingen overgelegd, alsmede een ongedateerde verklaring van Semper en [naam 1] waarin staat dat de schriftelijke waarschuwingen zijn overhandigd aan [verzoekster] die steeds heeft geweigerd om voor ontvangst te tekenen. [verzoekster] heeft voor het eerst ter zitting naar voren gebracht dat zij niet bekend is met de schriftelijke waarschuwingen. Deze betwisting is gelet op het betoog van de Huisartsenpraktijk onvoldoende. Met name is opvallend dat zij niet heeft gesteld dat het onjuist was dat zij heeft geweigerd schriftelijke waarschuwingen in ontvangst te nemen. Gezien het vorengaande wordt als vaststaand aangenomen dat [verzoekster] reeds eerder een aantal keer op haar functioneren is aangesproken. Daar is - als druppel die de emmer deed overlopen - bijgekomen dat [verzoekster] medio mei 2015 heeft verzaakt de wachtwisseling te verwerken. Het ontslag op staande voet is daarom gerechtvaardigd. Dit heeft tot gevolg dat de vorderingen van [verzoekster] worden afgewezen.

3.8.

In de omstandigheden van het geval vindt het Gerecht aanleiding de proceskosten te compenseren.

4 Beslissing

Het Gerecht

4.1.

wijst het verzochte af;

4.2.

compenseert de proceskosten, aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

Deze beschikking is gegeven door mr. S.E. Sijsma, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2016.