Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2016:126

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
15-11-2016
Datum publicatie
02-01-2017
Zaaknummer
K.G. 80570/2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontbonden overeenkomst. Terugbetaling vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

de besloten vennootschap 2B HOLIDAYS h.o.d.n. SCUBA LODGE,

gevestigd in Curaçao,

eiseres,

gemachtigde: mr. B.J. Rollings,

tegen

de besloten vennootschap SUNBLOCK B.V.,

gevestigd in Curaçao,

gedaagde,

procederende bij haar directeur.

1 Het procesverloop

1.1.

Bij een op 7 oktober 2016 ter griffie van dit Gerecht ingediend verzoekschrift heeft eiseres gesteld en gevorderd als is vermeld in dat verzoekschrift. Vervolgens heeft op 18 oktober 2016 de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij zijdens eiseres een pleitnota is overgelegd.

1.2.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1.

Eiseres vordert, onder veroordeling van gedaagde in de proceskosten, dat het Gerecht, gedaagde veroordeelt tot (terug) betaling van NAF. 6.360,-, vermeerderd met de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten.

2.2.

Eiseres legt aan haar vordering ten grondslag dat partijen een overeenkomst hadden ter zake de levering door gedaagde van vier parasols en dat zij ter uitvoering daarvan een aanbetaling heeft gedaan tot het gevorderde bedrag, doch dat gedaagde ondanks aanmaning en toezeggingen niet geleverd heeft op grond waarvan zij de overeenkomst heeft ontbonden. Zij heeft gedaagde aangemaand om over te gaan tot terugbetaling, doch daar is zij nooit toe overgegaan. Omdat zij vreest dat door de financiële problemen van gedaagde haar vordering illusoir wordt, ligt daarin het spoedeisend belang in de voorziening.

2.3.

Gedaagde betwist niet dat hij het gevorderde bedrag schuldig is, maar voert kort gezegd aan dat hij nog steeds de parasols wil leveren.

3 De beoordeling

3.1.

Niet in geschil is dat gedaagde financiële problemen heeft. In zoverre ligt daarin het spoedeisend belang besloten.

3.2.

Niet in geschil is dat gedaagde niet tijdig heeft geleverd en dat de overeenkomst op die grond is ontbonden. Door de ontbinding van de overeenkomst is over en weer de verplichting tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties ontstaan. Dit betekent dat gedaagde de door haar van eiseres ontvangen aanbetaling dient terug te betalen. Niet weersproken is dat gedaagde daaraan niet heeft voldaan. In zoverre kan het gevorderde worden toegewezen.

3.3.

Gedaagde stelt weliswaar dat hij nog steeds de parasols wil leveren, doch de overeenkomst die aan de wens tot levering ten grondslag ligt is reeds ontbonden, zodat er thans geen grond bestaat voor deze wens. Overigens heeft eiseres, zoals ter zitting door haar is verklaard, er geen vertrouwen in dat gedaagde zal leveren terwijl zij voorts een andere voorziening heeft getroffen.

3.4.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente worden, als zijnde niet weersproken, toegewezen, behoudens de ingangsdatum, die zal worden bepaald op 28 juli 2016, te weten de datum van de ontbinding van de overeenkomst nu sindsdien op gedaagde de verplichting tot ongedaanmaking van de door haar ontvangen aanbetaling bestaat.

3.5.

Gedaagde zal, als de in het ongelijk te stellen partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

4 De beslissing

Het Gerecht in eerste aanleg:

veroordeelt gedaagde tot betaling van NAf 6.360,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2016, en vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten van 15% van NAf 6.360,-, aan eiseres;

veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding gerezen aan de zijde van eiseres en tot op heden begroot op NAf 1.000,- aan salaris gemachtigde, NAf 309,50 aan oproepingskosten en NAf 450,- aan griffierechten;

verklaart de veroordelingen tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is aangevoerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. U.I.D. Luydens en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 15 november 2016.

sw