Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2016:121

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
18-10-2016
Datum publicatie
23-12-2016
Zaaknummer
BBZ nrs. CUR201500851, CUR201500852 en CUR201500853 van 2015
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Interne compensatie: De toepassing van interne compensatie door de Inspecteur in de bezwaarfase levert naar het oordeel van het Gerecht in casus geen strijdigheid op met enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur.

Aftrek hypotheekrente: Belanghebbende heeft aannemelijk gemaakt dat de verhoging van de hypotheeklening is aangewend ter financiering van de (koop van de) eigen woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak van 18 oktober 2016

BBZ nrs. CUR201500851, CUR201500852 en CUR201500853 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

X, wonende te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN,

de Inspecteur,

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende zijn met dagtekening 12 maart 2010 aanslagen in de inkomstenbelasting (IB) en premie AVBZ voor het jaar 2008 opgelegd en met dagtekening 6 december 2013 een aanslag IB voor het jaar 2011.

1.2

Belanghebbende is tijdig op 21 april 2010 (aanslagen 2008) en op 24 december 2013 (aanslag 2011) tegen de aanslagen in bezwaar gekomen. De Inspecteur heeft op 27 februari 2015 uitspraken op bezwaar gedaan.

1.3

Belanghebbende is tegen de uitspraken op bezwaar op 24 april 2015 in beroep gekomen. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.4

Partijen zijn overeenkomstig artikel 10 Landsverordening op het beroep in belastingzaken (hierna: LBB) uitgenodigd tot het verstrekken van inlichtingen. In dat verband zijn op 16 juni 2016 te Willemstad namens de Inspecteur verschenen mr. A. Belanghebbende is in persoon verschenen. Partijen hebben overeenkomstig artikel 8b van de LBB schriftelijk toestemming gegeven om uitspraak te doen zonder mondelinge behandeling van de zaak.

2 FEITEN

2.1

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door één van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende weersproken.

2.2

Belanghebbende is gehuwd en is in onderhavige jaren in dienstbetrekking werkzaam als belastingadviseur. In oktober van het jaar 2005 koopt belanghebbende een woning te Y in Curaçao voor een bedrag van Naf. 400.000. Voor de aanschaf van de woning is een hypotheeklening afgesloten bij Fortisbank N.V. ten bedrage van Naf. 330.000. Belanghebbende heeft ook een hypotheeklening bij de SNS bank in Nederland. In oktober van het jaar 2004 is deze hypotheeklening verhoogd met euro 110.000 (Naf. 244.403).

2.3

De Raad van beroep voor belastingzaken heeft in de uitspraak van 15 augustus 2012 met nummer 2010/46541 voor het jaar 2007 geoordeeld dat belanghebbende geen onderneming drijft en dat de inkomsten van haar advieswerkzaamheden (naast haar dienstbetrekking) moeten worden aangemerkt als andere inkomsten uit arbeid.

Jaar 2008

2.4

Voor het jaar 2008 heeft belanghebbende een bedrag van Naf. 51.503 (negatief) als resultaat van eigen onderneming aangegeven. Voor de aanslagregeling voor het jaar 2008 heeft de Inspecteur het standpunt ingenomen dat belanghebbende geen onderneming drijft. De hypotheekrente en andere kosten van eigen woning (Naf. 37.331) die belanghebbende in haar aangifte heeft opgevoerd als ondernemingskosten heeft de Inspecteur bij de aanslagregeling aangemerkt als persoonlijke lasten. De alleenverdienerstoeslag is niet toegekend omdat het inkomen van de echtgenoot van belanghebbende is gecorrigeerd tot een positief bedrag. Bij berekening van de verschuldigde belasting is rekening gehouden met een bedrag aan ingehouden loonbelasting van Naf. 36.193 in de plaats van Naf. 53.549.

2.5

Het belastbaar/premie inkomen is door de Inspecteur als volgt vastgesteld:

Inkomen B Naf. 56.932

Inkomen C Naf. 141.246

Andere Inkomsten uit arbeid Naf. 12.000

Minus

Vaste aftrek Naf. 500

Persoonlijke inkomen Naf. 209.678

Persoonlijke verminderingen Naf. 4.705

Persoonlijke lasten Naf. 37.331

Belastbaar inkomen Naf. 167.642

Het bedrag van de aanslag inkomstenbelasting is vastgesteld op:

Belastbaar Inkomen Naf. 167. 642

Bedrag der belasting Naf. 59.607

Ingehouden loonbelasting Naf. 36.192

Bedrag van de aanslag Naf. 23.415

2.6

In de bezwaarfase heeft de Inspecteur het bedrag aan persoonlijke lasten in verband met de hypotheekrente ter zake van de eigen woning gecorrigeerd. Belanghebbende heeft als persoonlijke lasten opgevoerd, hypotheekrente die betaald is aan Fortisbank N.V. en SNS bank in Nederland. De Inspecteur heeft enkel de hypotheekrente die betaald is aan Fortisbank N.V. geaccepteerd. De persoonlijke lasten zijn vastgesteld op Naf. 22.807. Derhalve een correctie van Naf. 14.524.

2.7

In de bezwaarfase is het belastbaar/premie inkomen als volgt vastgesteld:

Inkomen B Naf. 56.932

Inkomen C Naf. 141.246

Andere Inkomsten uit arbeid Naf. 12.000

Minus

Vaste aftrek Naf. 500

Persoonlijke inkomen Naf. 209.678

Persoonlijke verminderingen Naf. 4.705

Persoonlijke lasten Naf. 22.807

Belastbaar inkomen Naf. 182.166

De aanslag inkomstenbelasting is met inachtneming van het juiste bedrag aan ingehouden loonbelasting vastgesteld op:

Belastbaar Inkomen Naf. 182.166

Bedrag belasting Naf. 66.782

Ingehouden loonbelasting Naf. 53.549

Reeds opgelegde aanslag Naf. 23.415

Bedrag van de aanslag Naf. -/- 10.182

Jaar 2011

2.8

Belanghebbende heeft voor het jaar 2011 een bedrag van Naf. 36.798 als persoonlijke lasten in de aangifte opgevoerd. De hypotheekrente ter zake van de eigen woning bedraagt Naf. 27.500. Bij de aanslagregeling is het volledige bedrag geaccepteerd. De alleenverdienerstoeslag is toegekend. Het belastbaar inkomen is vastgesteld op Naf. 170.065. Aan belanghebbende is geen belastingvermindering ter voorkoming van dubbele belasting verleend.

2.9

Het bedrag van de aanslag inkomstenbelasting is als volgt vastgesteld:

Belastbaar Inkomen Naf. 170.065

Bedrag der belasting Naf. 56.677

Ingehouden loonbelasting Naf. 52.617

Bedrag van de aanslag Naf. 4.060

2.10

In de bezwaarfase is interne compensatie toegepast. De Inspecteur heeft het bedrag aan persoonlijke lasten gecorrigeerd. Alleen de hypotheekrente ter zake van de lening van Fortisbank N.V. (Naf. 17.243) is als aftrekpost geaccepteerd. Het belastbare inkomen en de aanslag zijn gehandhaafd.

3 GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN

3.1

Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of de aanslagen naar de juiste bedragen zijn vastgesteld.

3.2

Belanghebbende voert – samengevat – het volgende aan:

Voor beide jaren: (i) Nu de Inspecteur de aangiften heeft gevolgd kan de correctie van de aanslagen alleen middels navorderingsaanslagen plaatsvinden. Navordering is niet mogelijk wegens het ontbreken van een nieuw feit. (ii) De bij de SNS bank aangegane verhoging van de hypotheeklening is wel aangewend voor de eigen woning in Curaçao. Derhalve is de rente betaald aan de bank als persoonlijke lasten aftrekbaar.

(ii) Met betrekking tot het jaar 2008 voert belanghebbende voorts aan dat de uitspraak op bezwaar niet is gemotiveerd, dat de overige inkomsten Naf. 4.423 bedragen en dat alleenverdienertoeslag moet worden toegekend.

Met betrekking tot het jaar 2011 voert belanghebbende eveneens aan dat de uitspraak op bezwaar niet is gemotiveerd, en bovendien dat de beroepstermijn is ingekort.

3.3

De Inspecteur voert aan dat de aanslagen naar de juiste bedragen zijn vastgesteld. Zij voert daartoe – samengevat – het volgende aan (i) De correctie van de aanslagen is met toepassing van het leerstuk van interne compensatie terecht gebeurd. (ii) De hypotheeklening bij de SNS bank is in oktober van het jaar 2004 verhoogd (met euro 110.000) terwijl de woning pas een jaar later, in het jaar 2005 is aangeschaft. Gelet op het tijdsverloop van één jaar is het onwaarschijnlijk dat de verhoging voor de koop van de woning is aangewend. Voor het jaar 2008 is geen alleenverdienerstoeslag toegepast omdat belanghebbendes echtgenoot inkomen heeft genoten. Met betrekking tot het jaar 2011 betoogt de Inspecteur dat – evenals in het jaar 2008 - enkel de rente betaald voor de hypotheeklening bij Fortisbank N.V. wordt geaccepteerd.

3.4

Voor de overige standpunten van partijen en de gronden waarop zij deze doen steunen verwijst het Gerecht naar de gedingstukken.

4 BEOORDELING VAN HET GESCHIL

Formeel

4.1

Ingevolge artikel 30, vijfde lid van de Algemene Landsverordening Landsbelastingen (ALL) wordt de uitspraak gemotiveerd indien niet (volledig) aan het bezwaar wordt tegemoetgekomen. Noch in de ALL, noch in de Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940 (Lv BB) worden nadere eisen gesteld aan de motivering van de uitspraak op bezwaar. Naar aanleiding van belanghebbendes bezwaren tegen de aanslagen voor het jaar 2008 en 2011 heeft de Inspecteur de verminderingsaanslagen van 27 februari 2015 opgelegd. Uit de door de Inspecteur in beroepsfase overgelegde stukken, te weten screenprints behorende bij de verminderingsaanslagen en de aan belanghebbende verzonden e-mailberichten volgt dat de gronden om niet (volledig) aan de bezwaren tegemoet te komen wel aan belanghebbende zijn bekendgemaakt. Indien de uitspraken onvoldoende zijn gemotiveerd kan dat niet leiden tot vernietiging van uitspraken. Nu belanghebbende tijdig in beroep is gegaan, bestaat geen belang bij de beoordeling van de grief dat de beroepstermijn is ingekort.

4.2

Ten aanzien van het beroep tegen de uitspraak op bezwaar inzake de premie AVBZ heeft het volgende te gelden. Ingevolge artikel 39, tweede lid van de Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten doet de Inspecteur indien de feiten en omstandigheden die in geding zijn tevens van belang zijn voor de heffing van inkomstenbelasting, op een bezwaarschrift betreffende de premie AVBZ eerst uitspraak nadat de aanslag in de inkomstenbelasting onherroepelijk is komen vast te staan. De Inspecteur heeft vroegtijdig uitspraak gedaan omdat toen zij de uitspraak deed de aanslag in de inkomstenbelasting nog niet onherroepelijk vast stond. Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar inzake de AVBZ is derhalve gegrond.

Inhoudelijk

4.3

Het Gerecht stelt voorop dat indien een belastingplichtige in bezwaar een aanslag op een bepaald punt bestrijdt, de Inspecteur vrijstaat andere elementen van de aanslag aan de orde te stellen en gelet op die andere elementen het standpunt in te nemen dat de aanslag, hoewel op het bestreden punt mogelijk onjuist, toch niet te hoog is vastgesteld. Deze bevoegdheid van de Inspecteur wordt aangeduid als interne compensatie en is niet in de wet opgenomen maar vloeit voort uit jurisprudentie (vergelijk Hoge Raad 17 mei 1961, nr. 14549, BNB 1961/197). De voornaamste beperkingen gesteld aan de interne compensatie zijn dat de oorspronkelijke aanslag niet kan worden verhoogd en dat de interne compensatie geen strijdigheid mag aftrekbare hypotheekrente in de bezwaarfase nadat de aangiften op dit punt bij de aanslagregeling zijn gevolgd levert, naar het oordeel van het Gerecht geen strijdigheid op met enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Het Gerecht zal hierna beoordelen of de hypotheekrente betaald aan SNS bank terecht is gecorrigeerd.

4.4

Ingevolge artikel 16 eerste lid, onderdeel h van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (LIB) ten eerste zijn als persoonlijke lasten aftrekbaar kosten welke verband houden met de eigen woning die de belastingplichtige als hoofdverblijf ter beschikking staat. In deze bepaling is voor zover van belang vermeld dat rente van schulden en kosten van geldlening aangegaan ter verkrijging, onderhoud of verbetering van de eigen woning, tot ten hoogste een bedrag van

Naf. 27.500 aftrekbaar zijn. Op belanghebbende rust de bewijslast om met feiten en omstandigheden aannemelijk te maken dat de verhoging van de hypotheeklening bij de SNS bank in het jaar 2004 is aangewend ten behoeve van de eigen woning. Zij voert daartoe aan dat zij het volledige bedrag van de verhoging van de hypotheek bij SNS bank heeft aangewend voor de eigen bijdrage en meerkosten van de aankoop van de woning (Naf. 110.000), renovatie van de woning (Naf. 99.000) en achterstallig onderhoud (Naf. 35.000). De Inspecteur heeft ter zitting verklaard dat zij niet bestrijdt dat deze kosten zijn gemaakt. Wat zij bestrijdt is dat de lening bij SNS bank hiervoor is aangewend om de reden dat deze lening een jaar eerder is afgesloten. Het Gerecht is van oordeel dat enkel aan het tijdsverloop tussen het aangaan van de lening en de koop van de woning niet de conclusie kan worden verbonden dat de lening niet voor de koop is aangewend. Belanghebbende heeft ter zitting voorts geloofwaardig verklaard dat de lening in oktober van het jaar 2004 is verhoogd, dat zij in januari van het jaar 2005 tevergeefs een bod heeft gedaan op een ander huis, en vervolgens in april van dat jaar een bod heeft gedaan op de eigen woning, waarvan de koop in oktober is geëffectueerd. Het Gerecht acht aannemelijk gemaakt dat de lening is aangewend voor de koop van de eigen woning. Het beroep van belanghebbende is in zoverre gegrond.

4.5

Met betrekking tot het bedrag aan andere inkomsten uit arbeid voor het jaar 2008 oordeelt het Gerecht als volgt. Uit het afschrift van de Verlies en Winstrekening en de Balans van het bedrijf dat ter zitting is overgelegd blijkt dat het “fee inkomen”

Naf. 12.000 bedraagt. De kortlopende vorderingen bedroegen ultimo 2008

Naf. 7.577,17 en in het jaar daarvoor nihil. Door de Inspecteur is Naf. 12.000 als andere inkomsten uit arbeid aangemerkt. Het Gerecht volgt belanghebbende in haar betoog dat van dit bedrag, het deel dat gedurende het jaar niet op kasbasis is ontvangen ( Naf. 7.577,17) afgetrokken moet worden. Het bedrag aan andere inkomsten uit arbeid wordt derhalve vastgesteld op Naf. 4.423.

4.6

De Inspecteur heeft onbetwist gesteld dat aan belanghebbende geen alleenverdienerstoeslag toekomt nu het inkomen van belanghebbendes echtgenoot op een positief bedrag is vastgesteld. Voor het jaar 2008 wordt het belastbaar inkomen vastgesteld op:

Inkomen B Naf. 56.932

Inkomen C Naf. 141.246

Andere Inkomsten uit arbeid Naf. 4.423

Minus

Vaste aftrek Naf. 500

Persoonlijke inkomen Naf. 205.601

Persoonlijke verminderingen Naf. 4.705

Persoonlijke lasten Naf. 37.331

Belastbaar inkomen Naf. 163.565

4.7

Voor het jaar 2011 wordt het belastbaar inkomen gehandhaafd op Naf. 170.065. Partijen zijn het over eens dat de belastingvermindering ter voorkoming van dubbele belasting bij dit inkomen, Naf. 8.311 bedraagt. De aanslag inkomstenbelasting wordt als volgt vastgesteld:

Belastbaar Inkomen Naf. 170.065

Bedrag der belasting Naf. 48.366 (56.677 -/- 8.311)

Ingehouden loonbelasting Naf. 52.617

Bedrag van de aanslag Naf. 4.251 (negatief)

4.8

Het Gerecht gaat voorbij aan de correctie van de alleenverdienerstoeslag met betrekking tot het jaar 2011 omdat deze correctie in een te laat stadium van de procedure is opgeworpen en de Inspecteur daarbij niet uitdrukkelijk en ondubbelzinnig blijk heeft gegeven een beroep te willen doen op interne compensatie (vergelijk Hoge Raad 2 juni 2006; ECLI:NL:HR:2006:AV1227).

5 BESLISSING

Het Gerecht:

  • -

    verklaart de beroepen inzake de aanslagen in de inkomstenbelasting en de premie AVBZ voor het jaar 2008 gegrond;

  • -

    verklaart het beroep inzake de aanslag in de inkomstenbelasting voor het jaar 2011 gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraken op bezwaar;

  • -

    vermindert de aanslag in de inkomstenbelasting voor het jaar 2008 naar een belastbaar inkomen van Naf. 163.565;

  • -

    handhaaft het belastbaar inkomen voor het jaar 2011 op Naf. 170.065 en stelt het bedrag van de aanslag vast op Naf. 4.251 (negatief).

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Jansen, voorzitter, mr. drs. M.M. de Werd, en mr. W.C.E. Winfield, leden en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 oktober 2016, in tegenwoordigheid van de griffier, M.M.M. Faro MSc.

De griffier, De voorzitter,

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 17a, eerste lid Landsverordening op het beroep in belastingzaken).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht overeenkomstig artikel 14, derde lid. De instelling van het hoger beroep geschiedt door persoonlijke indiening bij dan wel toezending aan de griffier van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 17b, tweede lid Landsverordening op het beroep in belastingzaken).