Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2016:104

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
19-08-2016
Datum publicatie
28-10-2016
Zaaknummer
E.J. 75258 van 2015
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rangregeling na veiling schip. Beschikking tot renvooi ex art. 486 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

BESCHIKKING

tot renvooi ex art. 486 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

inzake de rangregeling m.b.t. de opbrengst van de veiling van

de HSS DISCOVERY

ten laste van


Albamar C.A. (hierna: Albamar), gevestigd te Venezuela, geëxecuteerde, gemachtigde mr. A.Ch. van Hoof;

zulks ten verzoeke van

Global Marine Business Solutions Inc. (hierna: Global Marine BVI),

gemachtigde mr. W. Princée,

met als overige belanghebbenden

Curaçao Industrial Diving N.V. (hierna: CID),

gemachtigde mr. D.E. Liqui-Lung;

[belanghebbende 2] h.o.d.n. C4 Engineering (hierna: [belanghebbende 2]),

gemachtigde aanvankelijk mr. A.C.A. Gonzales, thans zonder gemachtigde;

Totalmar Corporation Curaçao N.V. (hierna: Totalmar),

gemachtigde mr. C.A. Peterson;

Marportmad Shipping & Logistics Inc. (hierna: Marportmad),

gemachtigde mr. C.A. Peterson;

Global Marine Business Solutions (USA) LLC (hierna: Global Marine Maryland),

gemachtigde mr. W. Princée.

1 Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

- het proces-verbaal bevattende de staat van verdeling van 7 juni 2016;

- het bericht van mr. Gonzalez van 17 juni 2016 dat hij desisteert als gemachtigde van [belanghebbende 2];

- het e-mailbericht van de griffier aan partijen van 21 juni 2016 waarin wordt bericht dat de geplande zitting geen doorgang vindt en partijen hun eventuele tegenspraak schriftelijk kunnen indienen;

- de “reactie op proces-verbaal” van Global Marine BVI en Global Marine Maryland van 6 juli 2016, houdende tegenspraak van de vordering van Marportmad voor zover het betreft haar vordering hierna bedoeld onder 2.2 a);

- de “akte” van CID van 6 juli 2016, houdende tegenspraak van de vorderingen van Global Marine BVI en Global Marine Maryland;

- de “schriftelijke tegenspraak” van Totalmar en Martportmad van 6 juli 2016, houdende tegenspraak van de vorderingen van Global Marine BVI en Global Marine Maryland;

- het e-mailbericht van de rechter-commissaris aan partijen van 27 juli 2016 met de aankondiging dat, indien een vereniging niet mogelijk blijkt, verwijzing naar de maandagrol zal volgen;

- het e-mailbericht van mr. Princée van 1 augustus 2016, waarin onder meer om verwijzing wordt verzocht.

2 Overwegingen

2.1

Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao heeft op 9 april 2015 vonnis gewezen inzake de executoriale verkoop van het schip “HSS DISCOVERY”, welk schip voor een bedrag van US$ 2.100.000 aan de koper op de veiling is toegewezen.

2.2

Bij proces-verbaal van 7 juni 2016 is de volgende staat van verdeling opgemaakt, gebaseerd op wat door partijen over hun vorderingen en de rangorde is aangevoerd:

a. a) De door Global Marine BVI gestelde uitwinningskosten van US$ 207.609,42 en US$ 4.281,04 zijn op grond van artikel 8:210 lid 1 BW boven alle andere vorderingen gerangschikt en worden geheel uit de opbrengst van USD 2.100.000,- voldaan. Datzelfde geldt voor de door Marportmad gestelde uitwinningskosten van NAf 1.109,65;

b) Vervolgens komen de behoudskosten aan bod. Het gaat om bedragen van US$ 1.463,640,- voor Global Marine BVI en US$ 2.743.696,32 voor Global Marine Maryland. Deze vorderingen zijn tezamen hoger dan het restant van de executieopbrengst na voldoening van de uitwinningskosten. Dit restant dient pro rata onder Global Marine BVI en Global Marine Maryland te worden verdeeld.

c) Hierna komt in rang de vordering van [belanghebbende 2] ad € 99.775. De opbrengst is niet toereikend voor enige uitkering op deze vordering.

d) Ten slotte komen de concurrente vorderingen van Marportmad ad (10.688,10 minus 1.109,65 =) NAf 9.578,45, Totalmar ad US$ 1.696.500,- en CID ad US$ 518.153,11. De opbrengst is niet toereikend voor enige uitkering op deze vorderingen.

2.3

Bij gebreke van een minnelijke regeling en gelet op artikel 486 Rv zal verwijzing naar de gewone procedure plaatsvinden ter vaststelling van de vorderingen, voor zover de tegenspraak zich daartegen richt. Nu ook op het punt van de uitwinningskosten niet is gebleken van een vereniging van partijen, kan geen gevolg worden gegeven aan het verzoek van Global Marine BVI en Global Marine Maryland aan hen uit de opbrengst reeds thans (een deel van) de uitwinningskosten te voldoen.

3. Beslissing

De rechter-commissaris:

3.1

verwijst de zaak tussen Global Marine Business Solutions Inc. (gemachtigde mr. W. Princée) en Global Marine Business Solutions (USA) LLC (gemachtigde mr. W. Princée) als verzoeksters en Curaçao Industrial Diving N.V. (gemachtigde mr. D.E. Liqui-Lung), Totalmar Corporation Curaçao N.V. (gemachtigde mr. C.A. Peterson) en Marportmad Shipping & Logistics Inc. (gemachtigde mr. C.A. Peterson) als verweerders naar de rolzitting van 5 september 2016 voor conclusie van eis zijdens verzoeksters;

3.2

verwijst de zaak tussen Marportmad Shipping & Logistics Inc. (gemachtigde mr. C.A. Peterson) als verzoekster en Global Marine Business Solutions Inc. (gemachtigde mr. W. Princée) en Global Marine Business Solutions (USA) LLC (gemachtigde mr. W. Princée) als verweerders - voor zover het betreft de vordering sub 2.2 a) - naar de rolzitting van 5 september 2016 voor conclusie van eis zijdens verzoekster;

3.3

verstaat dat door de griffier van verzoeksters als in andere zaken griffierecht zal worden geheven.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.E. de Kort, rechter-commissaris, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2016.