Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2015:26

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
13-11-2015
Datum publicatie
04-01-2016
Zaaknummer
AR KG 76483/2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Curaçaose zaak. Opheffing conservatoir scheepsbeslag tegen afgifte van een bankgarantie. Voldoende zekerheid? Beproefde bankgaranties als het Rotterdams Garantieformulier en de NVB-beslaggarantie dienen als uitgangspunt. Niet verlangd kan worden dat reeds onder de garantie kan worden getrokken bij een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak. Rotterdams Garantieformulier is voldoende zekerheid in de zin van art. 705 lid 2 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2016/111
S&S 2016/45
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Vonnis

in het kort geding van:

de rechtspersoon naar het recht van de Cookeilanden

FREEDOM INTERNATIONAL PLC,

gevestigd te Avarua, Rarotonga, Cookeilanden,

eiseres,

gemachtigde: mr. J.A.M. Burgers,

tegen

1. [gedaagde],

wonende te Irvine, Californië, Verenigde Staten

2. [gedaagde],

wonende te Bermagui, New South Wales, Australië,

gedaagden,

gemachtigden: mr. R.B. van Hees en B.L.J. Zending.

1 Het verloop van de procedure

Eiseres heeft op 11 november 2015 een verzoekschrift in kort geding ingediend, gevolgd door een akte van eiswijziging. De zaak is behandeld ter zitting van 12 november 2015, waarbij de gemachtigden pleitnotities hebben overgelegd en hebben verwezen naar hun producties. Vonnis is bepaald op hedenochtend.

2 Het geschil

2.1

Op 23 oktober 2015 en 3 en 6 november 2015 is ten verzoeke van gedaagden ten laste van eiseres conservatoir beslag gelegd op haar zeilschip de “Freedom”, thans gelegen aan de Kleine Werf te Scharloo te Curaçao. De beslagen zijn gelegd ter verzekering van verhaal van de vorderingen die gedaagden als (voormalige) bemanningsleden van de “Freedom” stellen te hebben terzake vergoeding van loon en kosten. De vordering van gedaagde sub 1 is bij het beslagverlof door de beslagrechter begroot op Naf. 15.500, de vordering van gedaagde sub 2 op Naf. 22.037. Volgens eiseres hebben gedaagden niets van haar te vorderen.

2.2

Op 9 november 2015 heeft eiseres gedaagden aangeboden zekerheid te stellen in de vorm van beslaggaranties. Het betreft bankgaranties van Maduro & Curiel’s Bank (MCB) naar model van het Rotterdams Garantieformulier 2008. In het geval van gedaagde sub 1 luidt de aangeboden garantie als volgt (met vetgedrukt de wijzigingen ten opzichte van het model):

The undersigned Maduro and Curiels Bank N.V., with its registered office at Plasa Jojo Correa 2-4, Willemstad, Curacao, registered with the Trade Register of the Chamber of Commerce in Curacao under number 36 (0), waiving and renouncing all rights and defences, conferred on guarantors, and in particular the provisions of the articles 7:852 and 7:855 Curacao Civil Code, hereby irrevocably declares to bind itself as surety to and in favour of [defendant], with address [address], United States of America, (the Creditor) by way of security for the true and proper payment by Freedom International P.L.C., with its registered office at First Floor BCI House, Avarua, Rarotango (the Principal Debtor) of the amount the Principal Debtor may be found to be indebted to the Creditor by virtue of a judgment (which is not or no longer subject to appeal) rendered against the Principal Debtor by a competent court of law having jurisdiction in the matter hereinafter mentioned, or by virtue of a valid arbitration award which is not or no longer subject to appeal or by virtue of an amicable settlement between the parties, in respect of the principal amount, interest and costs of suit relating to a claim at present estimated by the Creditor at USD 8,671 (eight thousand six hundred and seventy one US Dollar) at least the equivalent thereof in Netherlands Antilles Guilders (NAF 15,510,68; in words fifteen thousand five hundred and ten NA Guilders 68/100) with regard to a claim in the amount of USD 6,670 for (1) wages under an alleged Crew Agreement dated 18th July 2015 between the Creditor and the Principal debtor, and (2) costs of repatriation from Curacao to San Diego, United States.

The expression "a judgment (which is not or no longer subject to appeal)" is deemed to include a judgment by default rendered against the Principal Debtor, provided that such judgment has been served upon the undersigned and provided that no appeal has been entered against such judgment within six weeks after that service.

If the Principal Debtor is declared bankrupt or granted a suspension of payment, or if a statutory debt rescheduling scheme has been implemented regarding the Principal Debtor, or the Principal Debtor is in liquidation or liquidated, the Creditor is entitled to bring legal proceedings against the undersigned in order to have the indebtedness of the Principal Debtor ascertained by the Court. In that event, the undersigned undertakes to pay the Creditor the indebtedness of the Principal Debtor as established by a judgment (which is not or no longer subject to appeal) rendered in those proceedings, subject to the maximum amount set forth hereinafter.

This guarantee is hereby given without any prejudice (including any question as to statutory

limitation of liability and the right to demand a release of this guarantee and/or a reduction of the amount thereof), and for a maximum amount of NAF 15.500 (in words fifteen thousand five hundred NA Guilders) for the purpose of the Immediate release of the motor yacht Freedom (IMO 8991358; ‘the Vessel’) from the conservatory arrest which was placed by the Creditor on the vessel on 23 October 2015, and to refrain the Creditor from taking any action resulting in the further arrest or detention or seizure of the Vessel, or any other vessel or property in the ownership, associated ownership, management (which expression shall include legal or beneficial ownership be that entire, partial, direct or indirect), possession or control of the Principal Debtor, for the purpose of founding jurisdiction and/or obtaining security in respect of the above alleged claim.

This guarantee is governed by the law of Curacao. The undersigned and the Creditor submit to the exclusive jurisdiction of the competent court of law in Curacao for disputes and claims in respect of this guarantee.

This guarantee will expire unless before or within 2 months from the date of signing hereof legal proceedings have been instituted with relation to the aforesaid issue against the Principal Debtor in a competent court of law having jurisdiction in the matter, or against the undersigned, as provided in the third paragraph above, or a deed of compromise has been signed or an appointment of one or more arbitrators has been notified or requested or proposed under an arbitration clause, or an amicable settlement has been concluded between the parties.

This guarantee will also expire if the proceedings before the court or the arbitration proceedings, instituted by the Creditor within the time limit mentioned in the previous paragraph, all have led to a decision, which is not or no longer subject to appeal, that the court or arbitrator(s) lack(s) jurisdiction or that the Creditor has no right to claim or that the claim of the Creditor is dismissed or that the proceedings are struck out for want of prosecution, or if the proceedings have been finally withdrawn by the Creditor without an amicable settlement having been concluded.

2.3

Tussen partijen is vervolgens gediscussieerd over de inhoud van de garanties. Zij hebben daarover geen overeenstemming bereikt.

2.4

Eiseres vordert de opheffing van de beslagen, althans een bevel aan gedaagden om onmiddellijk na de betekening van het vonnis de beslagen op te heffen tegen ontvangst van een bankgarantie van MCB primair in de vorm en bewoordingen als op 9 november 2015 aan ieder van hen aangeboden en subsidiair en meer subsidiair in de varianten als door eiseres overgelegd bij haar akte van eiswijziging respectievelijk als laatste productie bij haar verzoekschrift.

2.5

Gedaagden voeren verweer.

3 De beoordeling

3.1

Ingevolge art. 705 lid 2 Rv wordt een conservatoir beslag onder meer opgeheven indien voor de geldvordering waarvoor beslag is gelegd voldoende zekerheid wordt gesteld. Dit kort geding draait om de vraag of de door eiseres op 9 november 2015 aan gedaagden aangeboden beslaggarantie als voldoende zekerheid heeft te gelden.

3.2

Voor het beantwoorden van de vraag of de zekerheid kwalitatief voldoende is kan aansluiting worden gezocht bij de maatstaf neergelegd in art. 6:51 lid 2 BW. De aangeboden zekerheid moet zodanig zijn, dat de vordering, de rente en de kosten behoorlijk gedekt zijn en dat de schuldeiser daarop zonder moeite verhaal zal kunnen nemen.

3.3

Het belangrijkste geschilpunt tussen partijen betreft de vraag of van voldoende zekerheid sprake is als, zoals in de door eiseres op 9 november 2015 aangeboden garanties, eerst onder de bankgarantie kan worden getrokken in geval van een in kracht van gewijsde gegane uitspraak. Eiseres stelt dat dit het geval is. Gedaagden stellen echter de eis dat in de garanties wordt opgenomen dat de bank ook tot uitbetaling overgaat in geval van een toewijzende uitspraak die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Beide partijen hebben hun standpunten onderbouwd met voorbeelden uit de (Nederlandse) jurisprudentie en met verwijzingen naar auteurs en annotatoren.

3.4

Conservatoir beslag is een voor een beslagdebiteur doorgaans ingrijpende maatregel, die veelal - ook in het onderhavige geval - zonder veel plichtplegingen en zonder de beslagdebiteur te horen wordt toegestaan. Zo snel als een beslag kan worden gelegd, behoort het idealiter ook weer te kunnen worden opgeheven. Dat geldt zeker in het geval van een scheepsbeslag als hier aan de orde, dat voor de beslagene zeer bezwarend kan zijn. Beproefde modelgaranties als het Rotterdams garantieformulier kunnen discussies over de te stellen zekerheid en de daarmee gemoeide vertraging beperken. Het Gerecht zal de tekst van die modelgarantie bij de verdere beoordeling tot uitgangspunt nemen.

3.5

Zowel het Rotterdams Garantieformulier 2008 als de Beslaggarantie NVB 1999 voorzien in betaling door de bank na een in kracht van gewijsde gegane uitspraak. Daaruit volgt reeds dat in de praktijk een beslaggarantie die pas uitkeert na een in kracht van gewijsde gegane uitspraak in het gros van de gevallen als voldoende zekerheid wordt gezien. Dat moet ook hier gelden. Weliswaar zouden gedaagden bij handhaving van het beslag in geval van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard toewijzend vonnis direct tot openbare verkoop van de “Freedom” kunnen overgaan, maar het gemis van die mogelijkheid weegt niet op tegen de voordelen voor partijen - ook voor gedaagden - bij vervanging van de beslagen door bankgaranties. In de eerste plaats hoeven gedaagden bij bankgaranties niet te vrezen voor andere schuldeisers/beslagleggers of voor een deconfiture van eiseres, welke vrees bij handhaving van het beslag en daarmee het stilliggen van het schip bepaald gegrond zou zijn. Voorts beperken de garanties voor gedaagden de voor henzelf aan de beslaglegging verbonden risico’s van aansprakelijkheid, mocht ooit geoordeeld worden dat die beslaglegging onrechtmatig was. Ten slotte geldt dat de bankgaranties op zichzelf niet in de weg staan aan de bevoegdheid een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis ten uitvoer te leggen. Ook een afweging van de belangen van partijen, waarbij ook gewicht toekomt aan het feit dat het hier deels loonvorderingen betreft, moet tot de slotsom leiden dat een garantie conform het Rotterdams Garantieformulier op het punt van de voor uitbetaling vereiste uitspraak als voldoende zekerheid is aan te merken.

3.6

Een tweede geschilpunt betreft de zinsnede “a judgment (…) rendered against the Principal Debtor by a competent court of law having jurisdiction (…)”. Gedaagden wensen hiervan te maken: “a judgment (…) rendered against the Principal Debtor by a Curacao court or any other competent court of law having jurisdiction (…)”. Bij gebreke van een forumkeuze en bij gebreke van instemming van eiseres met deze wijziging, kunnen gedaagden in redelijkheid niet eisen dat de garantie in deze zin wordt aangepast.

3.7

Voorts wensen gedaagden de omschrijving van de vordering aan het slot van de eerste alinea (“with regard to …United States”) geschrapt te zien. Ook deze eis kunnen zij in redelijkheid niet stellen, nu het model een aanduiding van de vordering waarvoor zekerheid wordt verstrekt voorschrijft en de zekerheid niet strekt voor iedere vordering, uit welken hoofde ook. Een voldoende concreet alternatief tekstvoorstel voor de omschrijving van hun vordering hebben gedaagden niet gedaan.

3.8

Het maximumbedrag van de garantie willen gedaagden in het geval van gedaagde sub 1 gesteld zien op Naf. 15.510,68 in plaats van op Naf. 15.500. Dit ten onrechte, want op laatstgenoemd bedrag is de vordering in het beslagverlof - juist ten behoeve van het stellen van zekerheid - begroot.

3.9

Wel gegrond is het bezwaar van gedaagden tegen het slot van de laatste zin van de vierde alinea van de aangeboden garantie. De toevoeging vanaf “and to refrain the Creditor from taking any action” tot en met “the above alleged claim” wijkt af van het model, zonder dat daar een goede grond voor is gesteld of gebleken.

3.10

De overige tekstuele wijzigingen die door gedaagden zijn voorgesteld zijn niet inhoudelijk van aard. Gelet op het uitgangspunt als bedoeld in overweging 3.4 geven die geen aanleiding tot wijziging van de tekst.

3.11

Het voorgaande brengt mee dat de door eiseres op 9 november 2015 aangeboden zekerheid voldoende is, met aanpassing zoals hiervoor bedoeld onder 3.9. Het door eiseres gevorderde bevel tot opheffing zal als hierna omschreven worden toegewezen.

3.12

Voor een verbod tot nadere beslaglegging bestaat onvoldoende aanleiding. Bovendien heeft eiseres verdere beslagen door gedaagden zwartgemaakt en zal zij bij een eventueel hernieuwd beslagverzoek kunnen worden gehoord. Dat deel van de vordering van eiseres zal worden afgewezen.

3.13

Gelet op de mate waarin partijen over en weer in het gelijk en het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

4 De beslissing

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding

4.1

beveelt gedaagden de door hen gelegde beslagen op te heffen binnen vijf uur na betekening van het vonnis én de ontvangst door gedaagden van bankgaranties conform het door eiseres aan gedaagden voorgelegde voorstel van 9 november 2015, aangepast als hiervoor bedoeld in rechtsoverweging 3.9, zulks op straffe van een dwangsom van Naf. 500 voor elk uur dat gedaagden in gebreke blijven aan dit bevel te voldoen, met en maximum van Naf. 100.000;

4.2

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.3

wijst af het meer of anders gevorderde;

4.4

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.