Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2015:24

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
16-11-2015
Datum publicatie
04-12-2015
Zaaknummer
KG 74136/2015
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Perikelen rond olieraffinaderij op Curaçao. Onderhandelen beter dan rechterlijke vonnis. Ontvallen spoedeisend belang door met overleg bereikte resultaten. Geen proceskostenveroordeling verliezende partij. Curaçaose meetlat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

1 de stichting Foundation Clean Air Everywhere Curaçao (FCAE)

2. de stichting Schoon Milieu Op Curaçao (SMOC)

3. [eiser]

4. [eiser]

5. [eiser]

6. [eiser],

alle(n) gevestigd, dan wel wonend, in Curaçao,

eisers,

gemachtigden: mr. S.A. in ’t Veld en mr. P.E.A.L.M. van de Laarschot,

tegen

de openbare rechtspersoon het land Curaçao,

gedaagde,

gemachtigden: mr. E. Kleist en mr. W.R. Flocker.

1 Het verloop van de procedure

Eisers hebben op 11 juni 2015 een verzoekschrift met producties ingediend. Op 18 augustus 2015 hebben eisers een akte wijziging eis genomen. Over en weer hebben partijen diverse nadere stukken overgelegd. Het verzoek is ter zitting behandeld op 19 juni, 8 juli, 21 augustus en 19 oktober 2015, waarbij zowel partijen, als hun gemachtigden, het woord hebben gevoerd. Op 15 september 2015 heeft een descente in de wijken Wishi en Marchena plaatsgevonden, waarbij diverse wijkbewoners de door hen ervaren hinder en hun zorgen daarover hebben geuit. Daarbij is voorts een bezoek gebracht aan de dokterspost te Kas Chikitu, alwaar één van de twee meetstations is geplaatst waarmee door de Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam (GGD Amsterdam) in samenwerking met het ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur (GMN), luchtmetingen worden verricht. Tijdens de laatste behandeling ter zitting hebben eisers het Gerecht uitdrukkelijk verzocht om vonnis te wijzen. De uitspraak daarvan is bepaald op heden.

2 Het geschil, het verzoek en het verweer

2.1.

Het verzoekschrift en de wijziging van eis in aanmerking genomen, verzoeken eisers als volgt:


Primair

( i) Het Land Curaçao, als volgt te bevelen:

( a) het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en/of het kennisinstituut Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) binnen vijf dagen na de datum van het in dezen te wijzen vonnis de opdracht te verlenen de volledige aard en samenstelling van de in het verzoekschrift beschreven groene aanslag benedenwinds van het industriegebied rond het Schottegat te Curaçao te onderzoeken en daarover uiterlijk binnen twee maanden na dagtekening van het vonnis te rapporteren, een en ander geheel op kosten van de Overheid,

( b) het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en/of het kennisinstituut Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) binnen vijf dagen na de datum van het in dezen te wijzen vonnis de opdracht te verlenen luchtmetingen te verrichten benedenwinds van het industriegebied rond het Schottegat te Curaçao betreffende de zware metalen Vanadium(pentoxide) en Nikkel(oxide), de Polycyclische Aromatische Koolwaterstof Benz[a]pyreen en een of meerdere Vluchtige Organische Stoffen (VOS) en daarover uiterlijk binnen twee maanden na dagtekening van het vonnis te rapporteren, een en ander geheel op kosten van de Overheid,

( c) het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) binnen vijf dagen na de datum van het in dezen te wijzen vonnis de opdracht te verlenen de gezondheidsklachten die de inwoners van het gebied benedenwinds van het industriegebied rond het Schottegat te Curaçao ervaren en wat daarvan de oorzaak is of oorzaken zijn, te onderzoeken alsmede te adviseren over wat de inwoners en bezoekers moeten ondernemen om te voorkomen dat zij mogelijk (definitieve) gezondheidsschade oplopen, en daarover uiterlijk binnen twee maanden na dagtekening van het vonnis te rapporteren, een en ander geheel op kosten van de Overheid,

( d) de hierboven onder (a), (b) en (c) bedoelde rapportages en hieronder onder (g), (h) en (i) bedoelde rapportages dienen, indien beschikbaar, onverwijld respectievelijk binnen één dag na ontvangst daarvan, door het Land ongewijzigd aan eisers ter beschikking te worden gesteld;

( e) de inwoners van het gebied benedenwinds van het industriegebied rond het Schottegat te Curaçao binnen een termijn van twee weken na ontvangst van de bedoelde rapportages op basis van deze rapportages volledige en adequate voorlichting te geven over de huidige situatie, waaronder in ieder geval begrepen de betekenis en effecten van de groene aanslag en de gevolgen van de (zwaardere) uitstoot van de Raffinaderij alsmede over wat de inwoners en bezoekers moeten ondernemen om te voorkomen dat zij mogelijk (definitieve) gezondheidsschade oplopen, en hoe de groene aanslag dient te worden verwijderd;

( f) op schriftelijk verzoek daartoe binnen een termijn van twee weken na dit verzoek al datgene te doen wat redelijkerwijs vereist is om de in het lichaam van dit verzoekschrift beschreven groene aanslag in het gebied benedenwinds van het industriegebied rond het Schottegat te Curaçao te (doen) verwijderen, een en ander geheel op kosten van de Overheid, respectievelijk de kosten van verwijdering te vergoeden;

( g) binnen 3 dagen na de datum van het in dezen te wijzen vonnis door de Dienst Maneho di Medio Ambiente i Naturalesa de installaties op het Isla terrein die bijdragen aan de ernstig toegenomen stankoverlast, waaronder de Final Oil Catchers, de Sour Water Stripper en de SRU-installaties te laten inspecteren en alsmede het gebruik van de fakkels te inspecteren en te toetsen aan de Hindervergunning die aan de raffinaderij is verleend en hieromtrent te rapporteren;

( h) voor zover vereist, te bewerkstelligen binnen vijf dagen na de datum van het in dezen te wijzen vonnis dat de raffinaderij Refeneria Isla het fakkelen van “zuur” zwavelwaterstofhoudend gas voor zover niet als kortdurende noodmaatregel toegepast zal staken en gestaakt houden en voorts het fakkelen met onvolledige verbranding (roetvorming) voor zover niet als noodmaatregel toegepast te staken en gestaakt te houden en hieromtrent te rapporteren;

( i) de in 2015 door de Dienst Maneho di Medio Ambiente i Naturalesa (voormalige Milieudienst) reeds ontvangen en nog te ontvangen (kwartaal) rapportages door Refeneria Isla, onder meer betreffende het fakkelen van (zuur gas) die bij vergunning verplicht moeten worden ingeleverd bij de Dienst Maneho di Medio Ambiente i Naturalesa, aan eisers ter beschikking te stellen.

(ii) hetgeen hiervoor onder (a), (b), (c) (d), (e), (f), (g), (h) en (i) staat vermeld dient door het Land Curaçao te zijn voltooid binnen de daarvoor onder (a), (b), (c), (d), (e), (f), (g), (h) en respectievelijk in (i) genoemde termijnen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van ANG. 100.000,-- voor iedere dag of ieder gedeelte van een dag dat zij met de nakoming van elk van deze termijnen geheel of gedeeltelijk- in gebreke blijft respectievelijk blijven, althans een dwangsom in goede justitie vast te stellen;


(iii) Het Land Curacao te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen de kosten van rechtskundige bijstand en de verschuldigde griffierechten, onder bepaling dat, indien de kosten van het geding niet binnen tien dagen na de dag waarop het vonnis aan gedaagden is betekend, zijn voldaan, daarover vanaf de tiende dag de wettelijke rente verschuldigd is.

Subsidiair:

(iv) Een zodanig vonnis te wijzen als uw Gerecht in goede justitie zal vermenen te behoren;

( v) Het Land te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen de kosten van rechtskundige bijstand en de verschuldigde griffierechten, onder bepaling dat, indien de kosten van het geding niet binnen tien dagen na de dag waarop het vonnis aan gedaagden is betekend, zijn voldaan, daarover vanaf de tiende dag de wettelijke rente verschuldigd is.

2.2.

Aan deze verzoeken leggen eisers ten grondslag dat gedaagde, door niet op te treden in de door hen geschetste noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, jegens hen onrechtmatig handelt. Daartoe voeren zij aan dat gedaagde op grond van nationale en internationale normen de plicht heeft haar inwoners te beschermen tegen gezondheidsrisico’s, temeer in het geval deze levensbedreigend zijn.

2.3.

Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3 De beoordeling

3. 1. Deze kortgedingprocedure is ingegeven door een recentelijk ervaren sterke toename van hinder in diverse vormen vanaf het terrein van de Isla. Deze hinder wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de uitstoot van gassen, en bestaat in de eerste plaats uit stankoverlast. Waar de bovenmatige uitstoot van gassen veroorzaakt wordt door het zogenoemde “affakkelen”, bestaat de hinder voorts uit geluidoverlast en bij duisternis ook uit lichtoverlast. In het bijzonder wordt hinder ondervonden door de verspreiding bij deze uitstoot van een groene substantie, die zich hecht aan muren, tuinhekken, airco’s, auto’s, boten en andere objecten.
De vorderingen van eisers zijn tweeledig. In de eerste plaats beogen zij daarmee de meest ernstige vormen van hinder weg te nemen, althans te beperken. Omdat thans niet duidelijk is welke gezondheidsrisico’s de stoffen in de uitgestoten gassen veroorzaken, dient daar volgens eisers voorts onderzoek naar te worden verricht, waarna de bevolking terzake afdoende kan worden geïnformeerd. Aldus beogen eisers met de vorderingen in de tweede plaats ook een betere voorlichting door de overheid over de gezondheidsrisico’s te bewerkstelligen.

3.2.

Gedaagde heeft gemotiveerd betwist dat zij jegens eisers onrechtmatig handelt. Gegeven deze betwisting, vereist de beantwoording van de vraag naar de onrechtmatigheid van het handelen zijdens gedaagde complex nader feitenonderzoek. Daartoe leent de kortgedingprocedure zich evenwel niet, gelet op haar aard en het spoedeisend karakter daarvan. De uitkomst van deze procedure mede in aanmerking genomen, ziet het Gerecht evenwel aanleiding om bij de beoordeling van de onderscheiden vorderingen veronderstellenderwijs van de onrechtmatigheid van gedaagde’s handelen in dezen uit te gaan.

Onderzoek naar aard en samenstelling groene substantie

3.3.

Daags na de eerste behandeling ter zitting heeft een overleg plaats gevonden tussen vertegenwoordigers van het ministerie van GMN, de SMOC, de FCAE en de naamloze vennootschap EcoVision N.V. (EcoVision). Uit een door deze partijen ondertekende verklaring valt af te leiden dat onder meer is overeengekomen dat EcoVision in overleg met TNO een representatief aantal monsters zal nemen op de kortst mogelijke termijn om een versneld voorlopig resultaat te krijgen wat betreft de samenstelling van de groene stof door middel van een elementenanalyse en onderzoek naar de verhouding van de elementen en dat EcoVision uiterlijk binnen twee maanden na ondertekening van de verklaring zal rapporteren over de uitkomsten van dit onderzoek aan gedaagde. Op 17 augustus 2015 heeft TNO op basis van onderzoek van diverse soorten door EcoVision genomen monsters van de groene aanslag afkomstig van vijf verschillende locaties een rapport uitgebracht. Daarin is onder meer vermeld:

“Doel van dit onderzoek was om de elementsamenstelling van de groene aanslag te bepalen. Als zodanig kan dit onderzoek gezien worden als een eerste fase van een groter onderzoek waarin uiteindelijk dient bepaald te worden waar de groene aanslag vandaan komt. Uit het onderzoek kwam naar voren dat de groene aanslag voornamelijk bestond uit de elementen koolstof, zuurstof, vanadium, nikkel, zwavel, natrium, calcium, silicium en aluminium. Met uitzondering van het Blue Bay kleefmonster werden deze elementen in alle onderzochte monsters aangetroffen. Nader detail onderzoek wees uit dat de samenstelling van de groene aanslag erg heterogeen was ondanks de overeenkomsten in de element samenstelling. (…)

Op basis van de aanwezigheid van de elementen vanadium, nikkel en zwavel en de bolvormige morfologie van sommige aangetroffen deeltjes lijkt de groene aanslag mogelijk afkomstig van industriële bronnen (bijvoorbeeld vliegas afkomstig van de verbranding van olie (…)).

Het verdient daarom de aanbeveling bij nabijgelegen industriële bronnen (bijvoorbeeld de BOO centrale en/of de ISLA raffinaderij) stof af te vangen en de samenstelling van dit stof te vergelijken met de resultaten verkregen uit dit onderzoek. Dit stof zou bijvoorbeeld direct bij de bron verzameld kunnen worden of nabij de bron indirect uit de lucht op filters kunnen worden bemonsterd. Verder bleek dat de groene aanslag sterk heterogeen was in samenstelling en mogelijk als gevolg van de tijd en omgevingsfactoren (temperatuur, vochtigheid) onderhevig is aan veranderingen in samenstelling, kleur en/of morfologie. Indien er daarom meer duidelijkheid gewenst is over de exacte identiteit en mogelijke oorsprong van de groene aanslag verdient het de aanbeveling (1) eventuele veranderingen in de samenstelling, kleur en morfologie van de aanslag vast te leggen als functie van de tijd op een of meer locaties op Curaçao door middel van bemonstering op bijvoorbeeld perspex plaatjes of filters; en (2) de verschillende componenten uit de groene aanslag van elkaar proberen te scheiden door middel van oplossen, filtreren en/of centrifugeren en deze vervolgens te analyseren met daarvoor geschikte technieken (bijvoorbeeld Röntgen diffractie (XRD)) of inductief gekoppelde plasma massaspectrometrie (ICP-MS)).”

3.4.

Bij de behandeling ter zitting op 19 oktober 2015 is zijdens gedaagde te kennen gegeven dat zij in de uitkomsten van voormeld rapport aanleiding heeft gezien tot een aanvullend onderzoek naar de verbindingen van de aangetroffen elementen. Het betreft een technisch complex onderzoek, zodat, alvorens de onderzoeksvragen richting TNO konden worden geformuleerd, verschillende stadia dienden te worden doorlopen, zoals het benaderen van diverse laboratoria. Op basis van de uiteindelijk gestelde onderzoeksvragen, heeft TNO een offerte uitgebracht, welke op 12 oktober 2015 door gedaagde is ontvangen. In die offerte is vermeld dat een onderzoek, als verzocht, omstreeks twee maanden in beslag zal nemen en dat de kosten daarvoor € 27.000,- bedragen. Vervolgens is gezocht naar middelen, waarmee deze kosten kunnen worden voldaan. Deze zijn gevonden en het financieringsverzoek is inmiddels voorgelegd aan de daartoe geëigende instantie om te beoordelen of voldaan wordt aan de comptabiliteitseisen. De verwachting is dat die beoordeling binnen twee weken plaats vindt, waarna het verzoek aan de Raad van Ministers zal worden voorgelegd, aldus gedaagde. Het vorenstaande is door eisers niet gemotiveerd betwist. Onder deze omstandigheden wordt binnen afzienbare termijn aan het verzoek van eisers tegemoet gekomen, zodat aan de hierop gerichte vorderingen het spoedeisend belang is komen te ontvallen.

Luchtmetingen

3.5.

Op 7 juli 2015 heeft een Skype-overleg plaatsgevonden tussen mevrouw Constansia-Kook en de heer Ras, beiden werkzaam bij het ministerie van GMN, de heer Van Leeuwen, voorzitter van de SMOC, en een drietal personen, werkzaam bij de GGD Amsterdam, waarbij het uitvoeren van aanvullende luchtmetingen is besproken. Tijdens dat overleg hebben partijen de GGD Amsterdam verzocht terzake haar visie te geven, hetgeen hij bij brief van 8 juli 2015 heeft gedaan. In die brief is onder meer vermeld:


“Het uitvoeren van luchtmetingen is immers een afweging van de praktische mogelijkheden (technisch en financieel) en de potentieel verkregen informatie over de luchtkwaliteit. In andere woorden, overal alles meten is technisch en financieel niet mogelijk. Gezien de klachten, de (visueel) herkenbare problematiek (de rook uit de schoorstenen en de groene aanslag) en de bekende concentraties zwaveldioxide, fijnstof en benzeen, zijn de vragen over aanvullende metingen niet onterecht.”

Voorts is in dat rapport vermeld dat op basis van een aantal gezondheidskundige en technische afwegingen de visie van de GGD is dat de mogelijke emissies van een raffinaderij aanleiding geven om aanvullend onderzoek te verrichten naar (1) vluchtige organische stoffen (VOS), (2) zware metalen gebonden aan fijnstof (PM10) en (3) polycyclische aromaten (PAK) gebonden aan fijnstof (PM10). De onder (2) vermelde metingen vereisen een investering op een locatie met een bestaande meetbehuizing, zoals Kas Chikitu, van omstreeks € 20.000,-. Daarnaast bedragen de kosten voor de analyse in een laboratorium omstreeks € 1.000,- per maand. De doorlooptijden zijn dusdanig, dat er in het meest gunstige scenario in januari 2016 op Kas Chikitu kan worden gestart. Datzelfde geldt voor de metingen, vermeld onder (3). Indien vanuit dezelfde locatie wordt gemeten, is de investering voor een tweede apparaat niet nodig. Overigens is de voorgestelde meetopzet eveneens voorgesteld aan het Nederlandse ministerie van Defensie om de luchtkwaliteit in Julianadorp te meten, aldus deze brief.

3.6.

Bij de behandeling ter zitting op 19 oktober 2015 is zijdens gedaagde te kennen gegeven dat de opdracht om de desbetreffende metingen te verrichten aan GGD Amsterdam is verstrekt. Daarbij is ervoor gekozen om de metingen vanuit de bestaande meetstations te verrichten, zoals ook door GGD Amsterdam is geadviseerd. In de maanden september en oktober 2015 hebben medewerkers van het ministerie van GMN in Nederland cursussen gevolgd op het gebied van de meest recente meetmethoden voor stoffen in de lucht. Op 1 januari 2016 wordt met de metingen aangevangen, aldus gedaagde. Het vorenstaande is door eisers niet gemotiveerd betwist. Onder deze omstandigheden is aan de verzoeken van eisers tegemoet gekomen, zodat zij daarbij thans geen belang meer hebben.

Gezondheidsonderzoek

3.7.

Bij brief van 20 augustus 2015 heeft de GGD Amsterdam een offerte uitgebracht voor een haalbaarheidsstudie van een gezondheidsonderzoek in Curacao. In die brief is vermeld dat indien de haalbaarheidsstudie tot de conclusie leidt dat gezondheidsonderzoek haalbaar is, in overleg een nader onderzoeksplan moet worden uitgewerkt. De haalbaarheidsstudie omvat volgens die brief (1) een inventarisatie van jaargemiddelde concentraties van alle gemeten stoffen, (2) een inventarisatie van de aannemelijke gezondheidseffecten ten gevolge van de luchtverontreiniging door de Isla, (3) bepaling welke gezondheidseffecten hieruit volgend kunnen worden gemeten, op welke wijze, en wat hiervoor de voorwaarden zijn, (4) een beschrijving van een grove opzet voor een gezondheidsonderzoek onder inwoners van Curacao naar de effecten van de luchtverontreiniging ten gevolge van de raffinaderij, eventueel op basis van een door dr. Boersma in 2008 gedaan voorstel voor een gezondheidsonderzoek, in het geval wordt geconcludeerd dat dat voorstel voldoende zeggingskracht heeft en technisch en logistiek uitvoerbaar is, en (5) een toetsing van de haalbaarheid en zeggingskracht van de uitvoering van een gezondheidsonderzoek in de praktijk in Curacao. In die brief is voorts vermeld door welke deskundigen van welke instanties deze werkzaamheden zullen worden gecoördineerd en uitgevoerd, dat de kosten € 9.784,- bedragen en dat de rapporten twee maanden na aanvang van de werkzaamheden wordt opgeleverd.

3.8.

Tijdens de behandeling ter zitting op 19 oktober 2015 is zijdens gedaagde te kennen gegeven dat de werkzaamheden, het literatuuronderzoek, in het kader van de haalbaarheidsstudie reeds zijn aangevangen. Deze werkzaamheden worden gecoördineerd en verricht door een team bestaande uit deskundigen van de GGD Amsterdam, het RIVM en het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS). Op uitdrukkelijk verzoek van het ministerie van GMN komt een delegatie van dat team in november op werkbezoek naar Curacao. De vooruitzichten zijn dat het onderzoek in december gereed is, en de rapporten daarvan in januari 2016, aldus gedaagde. Het vorenstaande is door eisers niet gemotiveerd betwist. Onder deze omstandigheden is aan het verzoek tegemoet gekomen, zodat eisers bij een veroordeling om daaraan te voldoen thans geen belang hebben.

Ter beschikking stellen rapporten

3.9.

Bij de behandeling ter zitting is zijdens gedaagde naar voren gebracht dat zij weliswaar bereid is om rapporten ter beschikking te stellen, maar dat wettelijke belemmeringen bestaan tegen het openbaar maken van rapporten betreffende derden zonder dat daartoe door deze derden toestemming wordt gegeven. Indien die toestemming van betrokkenen, in dit geval één van de op het Isla-terrein gevestigde industrieën, achterwege blijft, is gedaagde in zoverre gebonden. Het vorenstaande is door eisers niet gemotiveerd betwist. Deze omstandigheden staan in zoverre aan toewijzing van de vordering in de weg.

Voorlichting

3.10.

Voorafgaand aan de behandeling ter zitting op 19 oktober 2015 is zijdens gedaagde een concept voor een voorlichtingsbrochure voor het publiek met betrekking tot de groene substantie overgelegd. Daarin wordt een toelichting gegeven omtrent de herkomst, de samenstelling, de gezondheidsrisico’s van en de omgang met die substantie. Tijdens de behandeling ter zitting op 19 oktober 2015 is zijdens gedaagde onbetwist gesteld dat zij voornemens is geweest dat concept aan eisers ter bespreking voor te leggen, zoals eerder was afgesproken, alvorens de brochure onder de desbetreffende bewoners te verspreiden. In aanmerking genomen dat eisers thans te kennen hebben gegeven geen prijs meer te stellen op overleg, staat niets aan de verspreiding van die brochure in de weg. Gelet hierop zal binnen afzienbare termijn aan het verzoek van eisers worden tegemoet gekomen, zodat zij bij toewijzing van hun daarop gerichte vordering geen spoedeisend belang meer hebben.

3.11.

In de folder is geen definitieve conclusie gegeven omtrent de gezondheidsrisico’s van de groene substantie. Dat wordt in die folder aldus toegelicht, dat nader onderzoek naar de verbindingen van nikkel en vanadium in die substantie noodzakelijk is om de gezondheidsrisico’s beter in kaart te brengen en dat dit onderzoek ook zal worden verricht. Zoals hiervoor onder 3.4. is overwogen, zijn thans vergevorderde stappen daartoe genomen. Eerst nadat nader onderzoek naar de samenstelling van de desbetreffende elementen is gedaan, kan daarover informatie aan het publiek worden verstrekt. Deze omstandigheden staan aan toewijzing van het verzoek in de weg. Daarbij neemt het Gerecht mede in aanmerking dat zijdens gedaagde is toegezegd dat deze nadere informatie te zijner tijd aan het publiek zal worden verstrekt. Het Gerecht ziet geen reden om aan te nemen dat gedaagde de aldus gedane toezegging niet zal nakomen.

Schoonmaak

3.12.

Voor de toewijsbaarheid van deze vordering, is het aan eisers om te onderbouwen en nader te motiveren dat en waarom gedaagde aansprakelijk is voor de uitstoot door de desbetreffende bedrijven van gassen die de groene substantie veroorzaken. Hun stelling in dit verband dat gedaagde als aandeelhouder van de naamloze vennootschap Refeneria di Kòrsou N.V. (RdK) en omdat zij, middels RdK, alle aandelen in eigendom heeft van de naamloze vennootschap Curaçao Utilities Company N.V. (CUC), inspraak heeft in de productieprocessen van die bedrijven, is door gedaagde gemotiveerd betwist. Aldus is door eisers niet aannemelijk gemaakt dat gedaagde terzake verantwoordelijk en aansprakelijk is. Reeds om deze reden is de vordering niet toewijsbaar. Daarbij wordt overigens opgemerkt dat de enkele omstandigheid dat gedaagde wellicht niet voortvarend genoeg tegen de veroorzaker(s) van de overlast optreedt, haar nog niet schadeplichtig maakt.


Inspecties Isla-terrein

3.13.

Bij de behandeling ter zitting is zijdens gedaagde te kennen gegeven dat volgens een inspectieschema periodiek inspecties worden gehouden op het Isla-terrein, zowel aangekondigd, als onaangekondigd. Deze inspecties vinden plaats in het kader van de handhaving van de hindervergunningen van de Isla en CUC, dan wel op basis van ontvangen klachten over geluid, stank, fakkelen, roet en uitstoot van andere stoffen. Van deze inspecties worden rapporten opgesteld, welke vervolgens aan de desbetreffende industrieën ter reactie worden voorgelegd. In dit kader worden met de drie bedrijven op het terrein, de Isla, Aqualectra en de naamloze vennootschap Curaçao Refinery Utilities N.V (CRU), tevens gesprekken gevoerd, waarbij de mogelijke oplossingen voor de geconstateerde gebreken worden besproken en binnen welke termijn deze kunnen worden gerealiseerd. Zo bestaan problemen met de ‘sulfur recovery unit’, waar het het verwerken van ‘sour gas’ betreft. Omdat de oorzaak van de problemen met die installatie niet gemakkelijk is te achterhalen, worden daarnaar thans diverse onderzoeken verricht en tests gedaan. Ditzelfde geldt voor de ‘sour water stripper.’ Ook ten behoeve van de verbetering van de werking van die installatie zijn diverse tests gedaan, waarbij telkens omstandigheden worden aangepast, om de oorzaak van de problemen te achterhalen. Deze voorbeelden geven weer, dat zijdens het ministerie van GMN, in samenwerking met de desbetreffende bedrijven, daadwerkelijk wordt gewerkt aan oplossingen voor de aan installaties geconstateerde gebreken, aldus gedaagde. Het vorenstaande is door eisers niet gemotiveerd betwist. Onder deze omstandigheden is aan het verzoek tegemoet gekomen, zodat eisers geen belang bij hun vordering hebben.

Beperken fakkelen

3.14.

Tijdens de behandeling ter zitting op 19 oktober 2015 is zijdens gedaagde toegelicht dat thans een proces van verbetering gaande is, dat als resultaat zal hebben dat de hinder aanzienlijk zal afnemen. Nadat gedurende een periode van drie jaar werkzaamheden hebben plaatsgevonden, is nu de afrondende fase bereikt, om per december a.s. een nieuwe compressor op het Isla-terrein operationeel te hebben. Met deze compressor kan het gas effectiever worden samengeperst, zodat minder overdruk in de pijpen ontstaat, waardoor minder behoeft te worden gefakkeld. Het fakkelen dient immers ter voorkoming van een te hoge overdruk. Indien deze compressor in werking is, zullen op het terrein twee werkzame compressoren aanwezig zijn, waarbij de oude compressor zal worden gereviseerd, aldus gedaagde. Voorts wordt thans ook gewerkt aan gebreken aan andere installaties, zoals hiervoor onder 3.13. is overwogen, waarvan het herstel tevens zal leiden tot een afname van de hinder. Eisers hebben het vorenstaande niet gemotiveerd betwist. Onder deze omstandigheden zal naar redelijke verwachting binnen afzienbare termijn aan het verzoek van eisers worden tegemoet gekomen. Wegens het ontbreken van een spoedeisend belang ligt ook deze vordering voor afwijzing gereed.

3.15.

Voorts is tijdens de behandeling ter zitting op 19 oktober 2015 zijdens gedaagde toegelicht dat het fakkelen in bepaalde gevallen als noodmaatregel dient te worden toegepast, om een overmatige druk en daaruit voortvloeiend ontploffingsgevaar te voorkomen. Onder deze omstandigheden valt de afweging tussen aspecten van veiligheid en de door het fakkelen te ondervinden hinder ten gunste van het eerste uit, aldus gedaagde. Het vorenstaande is door eisers slechts in algemene bewoordingen betwist. Gelet hierop en in aanmerking genomen de discretionaire bevoegdheid die in dezen aan het desbetreffende bestuursorgaan toekomt, is het verzoek in zoverre niet toewijsbaar. Daarbij neemt het Gerecht mede in aanmerking dat sluiting van de raffinaderij uitdrukkelijk niet de insteek van eisers is in deze kortgedingprocedure, hetgeen overigens ook de grenzen van een zodanige procedure te buiten gaat.

Inzage kwartaalrapporten

3.16.

Bij de behandeling ter zitting op 19 oktober 2015 is zijdens gedaagde te kennen gegeven dat aan de heer Van Leeuwen van SMOC inzage is gegeven in de desbetreffende rapporten van het eerste en tweede kwartaal van 2015, hetgeen door hem is bevestigd. Gelet hierop, is aan het verzoek tegemoet gekomen, zodat een veroordeling daartoe niet meer op zijn plaats is.

Slotoverweging

3.17.

Weliswaar leidt het vorenoverwogene tot afwijzing van de verzoeken van eisers, maar dit komt doordat de wensen van eisers in de loop van de procedure grotendeels zijn ingewilligd, terwijl gedaagde voorts goed op koers ligt bij de invoering van maatregelen die uiteindelijk moeten leiden tot het terugbrengen van de overlast tot aanvaardbare proporties. Door gedaagde zijn in de loop van de procedure ook diverse stappen gezet waar het gaat om het geven van voorlichting aan eisers en andere betrokkenen over gezondheidsaspecten, alsmede over de inspanningen die zijdens het ministerie van GMN, al dan niet in samenwerking met de desbetreffende bedrijven, worden betracht ter vermindering van hinder. Daaraan schortte het tot dusver, zo kan aan eisers worden toegegeven.

Met betrekking tot de punten waar aan de wensen van eisers niet, nog niet of niet geheel is tegemoet gekomen, dient bedacht te worden dat aan de overheid in beginsel de vrijheid toekomt om, rekening houdende met alle betrokken belangen, alsmede met haar mogelijkheden, haar eigen koers uit te stippelen. De rechterlijke controle hierop dient marginaal te zijn. Daarbij verdient opmerking dat de mogelijkheden van een overheid in een kleinschalige samenleving beperkter, soms aanmerkelijk beperkter, zijn dan die van overheden in grotere economieën. Dit heeft tot gevolg dat de elders aangelegde meetlat van overheidsverantwoordelijkheid hier niet zonder meer past. Dit laatste geldt onverminderd met betrekking tot het streven naar een optimale gezondheidszorg, hoe hoogwaardig ook.

Geconstateerd mag worden dat de tot nu toe door eisers bereikte resultaten onmiskenbaar het gevolg zijn van goed overleg tussen partijen. Het is daarom betreurenswaardig dat eisers dit pad van overleg niet verder wensen te volgen. Dat eisers hebben afgezien van nader overleg, betekent vanzelfsprekend niet dat het gedaagde nu vrijstaat de ingeslagen koers niet verder te vervolgen.

3.18.

Voor een proceskostenveroordeling van eisers is, ondanks de afwijzende beslissingen, geen plaats omdat dit kort geding heeft bewerkstelligd wat zonder dien niet mogelijk is gebleken.

4 De beslissing

Het Gerecht:


- wijst het gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W. van Schendel en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 16 november 2015.

MdH