Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2015:21

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
09-11-2015
Datum publicatie
26-11-2015
Zaaknummer
75079/2015 (voorheen 74863)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Raffinaderij ‘’Curaçao’’

Voorlopig deskundigenbericht. Onderzoek op verzoek van milieustichtingen naar bijdrage olieraffinaderij aan de concentratie van zwaveldioxide benedenwinds de raffinaderij. Voorschot op de kosten deskundige ten laste van raffinaderij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EeR 2016, afl. 2, p. 71
JA 2016/2 met annotatie van mr. drs. S. Hopstaken
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

BESCHIKKING

op het verzoek van:

1 de stichting STICHTING HUMANITAIRE ZORG CURAÇAO (SHZC),

en

2. de stichting STICHTING SCHOON MILIEU OP CURAÇAO (SMOC),

beide gevestigd te Curaçao,

verzoeksters,

gemachtigden: mrs. P. van de Laarschot en S.A. in ’t Veld,

--tegen--

de vennootschap naar Venezolaans recht

REFINERIA ISLA (CURAZAO) S.A.

kantoorhoudend te Curaçao,

verweerster,

gemachtigden: mrs. L.M. Virginia en T.L. Claassens.

Partijen zullen hierna verzoeksters en Isla worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift ex art. 176 Rv van 29 juli 2015;

- de akte wijziging eis van 12 oktober 2015;

- producties 1 t/m 8 van verzoeksters;

- producties 1 t/m 17 van Isla;

- de bij de mondelinge behandeling op 26 oktober 2015 overgelegde pleitnotities.

1.2.

De beslissing is bepaald op heden.

2 Het verzoek

Verzoeksters verzoeken, zakelijk weergegeven, dat het Gerecht een deskundigenbericht beveelt naar de vraag wat de bijdrage van Isla is geweest in het jaar 2014 aan de concentratie op leefniveau (immissie) van zwaveldioxide (SO2) benedenwinds de raffinaderij.

3 De beoordeling

3.1.

Het verzoek volgt op een vergelijkbaar verzoek dat verzoeksters hebben gedaan met betrekking tot het jaar 2013. Naar aanleiding van dat verzoek heeft het Gerecht bij beschikking van 24 april 2014 een deskundigenbericht gelast door deskundigen Feringa en Weemaes, verbonden aan de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB). Op 16 juni 2015 hebben deze deskundigen hun definitieve rapport uitgebracht.

3.2.

Verzoeksters stellen dat Isla in het jaar 2014 jegens hen onrechtmatig heeft gehandeld door te veel bij te dragen aan de immissie van SO2 en dat Isla het aan Isla bij vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van 12 januari 2010 opgelegde verbod wat betreft 2014 heeft overtreden, en dat zij over dat jaar de dwangsom van Naf. 75 miljoen heeft verbeurd. Verzoeksters wensen dat vastgesteld te zien door middel van een deskundigenbericht.

3.3.

Ter onderbouwing van hun verzoek verwijzen verzoeksters onder meer naar het StAB-rapport van 16 juni 2015 en de aanvulling daarop van TNO van 7 oktober 2015, waaruit volgens verzoeksters blijkt dat Isla in 2013 op de Joodse begraafplaats Beth Chaim ter plaatse van de ontvangstruimte “Casa de Rodeos” gemiddeld 118.6 μg/m3 heeft bijgedragen aan de SO2-immissie. Ook verwijst zij naar de door de GGD Amsterdam gevalideerde meetgegevens over 2014, waaruit volgt dat door het meetstation bij Beth Chaim in dat jaar een totale jaargemiddelde concentratie van SO2 op leefniveau is gemeten van 169,4 μg/m3 en door het meetstation Kas Chikitu 122 μg/m3.

3.4.

Isla bestrijdt dat zij de dwangsom heeft verbeurd.

In dat kader stelt zij onder meer dat haar bijdrage aan de immissie moet worden berekend aan de hand van een “rekengrid” (raster) waarbij de berekeningspunten op 250 meter afstand van elkaar liggen. Op die punten was haar bijdrage volgens Isla in zowel 2013 en 2014 lager dan de grens van 80 μg/m3 waarboven ingevolge het Hofvonnis dwangsommen worden verbeurd. Als die grens bij een rekengrid van 50 meter, zoals verzoeksters en TNO hanteren, op Beth Chaim wél blijkt te worden overschreden, is dat volgens Isla niet relevant voor het al dan niet verbeuren van de dwangsom.

Een vergelijkbaar verschil van inzicht hebben partijen ten aanzien van de door StAB in haar rapport over 2013 gebezigde toetsingslocatie 49500, 53000. Dit betreft een locatie op het terrein van Isla nabij de begraafplaats. Volgens verzoeksters is het gebruik van deze toetsingslocatie op eigen terrein van Isla volstrekt onlogisch en valt daardoor - met een rekengrid van 250 meter - de zware SO2-concentratie op de begraafplaats en ter plaatse van “Casa de Rodeos” buiten beeld. Isla stelt daar tegenover dat de gebruikte toetsingslocatie de juiste is als het gaat om de vraag of de dwangsom is verbeurd.

In haar brieven van 16 juni 2015 en 15 juli 2015 aan het Gerecht hebben verzoeksters voorts een aantal andere bezwaren geuit tegen de aanpak door StAB, waaronder het gebruik van verouderde gegevens. Isla acht die bezwaren ongegrond.

3.5.

Ongeacht het verschil in visie van partijen ten aanzien van de vraag hoe bepaald moet worden of dwangsommen zijn verbeurd, hebben verzoeksters voldoende belang bij een deskundige vaststelling van de SO2-bijdrage van Isla over 2014.

3.6.

In de vraagstelling zal op de in het dictum van deze beschikking omschreven wijze rekening worden gehouden met een aantal van de verschillen in zienswijze van partijen over de juiste berekeningswijze van Isla’s immisiebijdrage en over de hiervoor onder 3.4 genoemde geschilpunten over hoe moet worden beoordeeld of de dwangsom is verbeurd. In hoeverre een en ander doorslaggevend is voor de vraag of sprake is van onrechtmatig handelen, overtreding van het verbod in het Hofvonnis en/of verbeurte van de dwangsom, is in deze procedure niet aan de orde.

3.7.

Over de te benoemen deskundigen zijn partijen het niet eens. Verzoeksters wensen primair benoeming van TNO. Indien dat niet kan verlangen zij benoeming van RIVM of StAB, althans één of meer door het Gerecht in goede justitie te benoemen deskundige(n). Isla verzet zich tegen de benoeming van TNO en spreekt een voorkeur uit voor het wederom benoemen van StAB.

3.8.

Gelet op het grote belang van de zaak - niet alleen financieel maar vooral ook maatschappelijk - acht het Gerecht het geraden om zowel StAB als TNO afzonderlijk met het deskundigenbericht te belasten. Zij zullen ieder vanuit hun eigen expertise kunnen berekenen wat Isla’s immissiebijdrage over 2014 is geweest en daarover kunnen rapporteren. Het betreft derhalve geen aan StAB en TNO gezamenlijk opgedragen deskundigenbericht. Als het StAB en TNO echter (gaandeweg) zinvol en wenselijk voorkomt dat zij, niettegenstaande het voorgaande, een gezamenlijk deskundigenbericht uitbrengen, heeft het Gerecht daartegen geen bezwaar. In dat geval dienen StAB en TNO (en niet: partijen) daartoe onderling de nodige afspraken te maken. Onnodig dubbel werk dient uiteraard zoveel mogelijk te worden voorkomen. Waar mogelijk zal door de deskundigen kunnen worden aangehaakt bij reeds verrichte onderzoeken. Naar de vaststelling van de SO2-emissie door Isla in 2014 zullen zowel StAB als TNO onderzoek dienen te doen. Zij dienen zich ook beide toe te leggen op de verspreidingsberekeningen.

3.9.

Bij de behandeling ter zitting is gesproken over de toepassing van hoor en wederhoor bij het deskundigenonderzoek. Vanzelfsprekend dienen de deskundigen partijen zoveel mogelijk in staat te stellen aanwezig te zijn bij eventuele bezichtigingen en te reageren op elkaars opmerkingen en verzoeken. Dit staat ook in het Informatieblad voor Deskundigen dat de te benoemen deskundigen hebben ontvangen. Namens Isla is opgemerkt dat Isla niet wil dat vertegenwoordigers van verzoeksters haar terrein betreden, omdat de gemoederen onder Isla’s werknemers dan hoog kunnen oplopen en de veiligheid niet kan worden gewaarborgd. Isla wijt dit aan de negatieve uitlatingen door verzoeksters over Isla en de mensen van Isla. Het Gerecht acht dit op voorhand geen valide reden om hoor en wederhoor bij het deskundigenonderzoek te beperken. Het is aan de deskundigen om te beoordelen bij welke gelegenheden zij, met inachtneming van de eisen van hoor en wederhoor, de aanwezigheid van vertegenwoordigers van partijen al dan niet wenselijk of geboden achten. Isla dient de nodige maatregelen te treffen, mocht dat daadwerkelijk nodig zijn, om een deugdelijk onderzoek mogelijk te maken.

3.10.

Ten aanzien van de kosten is het Gerecht ook thans van oordeel dat deze door Isla dienen te worden voorgeschoten. Hetgeen daartoe in de beschikking van 24 april 2014 is overwogen geldt nog steeds, met dien verstande dat het Gerecht in het midden laat of aannemelijk is dat Isla in 2014 méér heeft bijgedragen aan de SO2-concentratie dan 80 μg/m3. Wat ook op basis van de eigen stellingen van Isla zonder meer kan worden vastgesteld, is dat Isla mede verantwoordelijk is voor de overschrijding van het in Attachment F van haar vergunning genoemde maximum voor alle emittenten gezamenlijk van 80 microgram zwaveldioxide per m3. Deze overschrijding was, blijkens de verrichte metingen te Beth Chaim en Kas Chikitu, zowel in 2013 als 2014 aanzienlijk, met alle ongemakken en gezondheidsschade voor met name de benedenwindse bewoners van dien. Dit draagt bij aan het oordeel dat van Isla, gelet op haar belangrijke plaats in de kleinschalige maatschappij van Curaçao, in redelijkheid gevergd kan worden dat zij het voortouw neemt bij het onderzoek en de kosten daarvan voorschiet.

3.11.

De te benoemen deskundigen hebben op basis van de aan hen voorgelegde concept-vraagstellingen hun honorarium en kosten voorlopig begroot op de hierna te noemen bedragen. Het onderzoekschema zal worden vastgesteld als hierna bepaald.

3.12.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht toewijsbaar is als hierna omschreven en dat de voorschotten op de kosten hiervan door Isla dienen te worden voldaan.

4 De beslissing

Het Gerecht:

A. beveelt dat een voorlopig deskundigenbericht zal worden uitgebracht ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Hoeveel μg/m3 heeft Isla in 2014 bijgedragen aan de totale jaargemiddelde concentratie van zwaveldioxide (SO2) op leefniveau benedenwinds van de raffinaderij, welke vraag dient te worden beantwoord met inachtneming van het bepaalde in rechtsoverweging 3.14 van het vonnis van het Hof van 12 januari 2010, luidende:

“In het belang van de handhaafbaarheid van het op te leggen verbod en ter beperking van het risico van executiegeschillen geldt dat de bijdrage van Isla aan de totale immissie moet worden berekend op de wijze waarop StAB die heeft berekend in haar rapport van 16 juni 2008 onder 8.4, aangevuld met de gewijzigde meteorologische uitgangspunten in het rapport van 10 maart 2009 onder 4.1. Bij die berekening zal van het daadwerkelijke zwavelgehalte van de Cat Cracker-cokes dienen te worden uitgegaan. Voorts moet de totale immissie bij de begraafplaats en elders op leefniveau benedenwinds van de raffinaderij gemeten worden op de wijze waarop de metingen zijn verricht die StAB heeft gebruikt. Gerekend zal steeds moeten worden vanaf de eerste dag van het betreffende kalenderjaar, (…)”

2. Kunt u in uw deskundigenbericht tot uitdrukking brengen dat en op welke wijze u in uw beoordeling en conclusies hebt betrokken hetgeen is aangevoerd in de (reeds aan u toegezonden) brieven van mr. Van de Laarschot aan mr. Van Schendel van 15 juli 2015 en 21 juli 2015 en de daarop nog door Isla in een brief aan u te formuleren reactie?

3. Kunt u in uw rapport (afzonderlijk) weergeven wat de berekeningsresultaten voor 2014 zijn op de locaties te Beth Chaim genoemd in de brief van TNO van 7 oktober 2015, bladzijde 4?

4. In hoeverre zou uw antwoord op vraag 1 anders luiden indien de grondslagen van de StAB-methode uit 2008 naar de huidige - door u te bepalen - inzichten zouden zijn geactualiseerd, zowel, voor zover van toepassing, wat betreft 1) de locatie van het toetsingspunt, 2) de wijze waarop de procesemissie wordt gemodelleerd, en 3) de meteorologische gegevens?

5. Heeft u verder nog opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn?

B. Stelt, behoudens wijziging door de deskundigen, het onderzoekschema vast aldus:

januari 2016:

Sturen van een questionnaire naar partijen met het verzoek aan Isla de gevraagde informatie te leveren.

Opdracht geven door StAB aan Meteoconsult Curaçao of een Amerikaans bureau - naar keuze van StAB - om de meteofiles te maken.

februari 2016:

Beoordeling van de ingekomen informatie en de reacties van partijen daarop. Eventueel opvragen van nadere gegevens.

maart 2016:

Verificatie van de aangeleverde informatie bij Isla en het aansluitend eventueel opvragen van nadere gegevens en correcties.

april 2016:

Oplevering meteo-files en het verwerken van alle gegevens tot een concept-deskundigenbericht.

mei 2016:

Reacties van partijen op het concept-deskundigenbericht ontvangen en verwerken.

juni 2016:

Afronding en toezending aan het Gerecht van het definitieve deskundigenbericht.

C. benoemt tot deskundigen om dit onderzoek te verrichten de heer E.P. Feringa en mevrouw C.P.J. Weemaes, beiden verbonden aan StAB;

D. stelt het voorschot op de kosten van de deskundigen Feringa en Weemaes vast op € 50.000, vermeerderd met € 25.000 voor het zich laten verschaffen van geactualiseerde meteorologische gegevens;

E. bepaalt dat Isla dit voorschot binnen twee weken na heden aan de deskundigen Feringa en Weemaes dient te betalen door storting op de rekening NL33 INGB 0005 0080 21, ten name van “STG ADV BESTUURSRECHTSPR V MILIEU RUIMTEL ORDENING” te ’s Gravenhage onder vermelding van “STAB-39490”.

F. benoemt voorts tot deskundigen om dit onderzoek te verrichten de heer J.H. Duyzer en de heer S.W. van Ratingen, beiden verbonden aan TNO;

G. stelt het voorschot op de kosten van de deskundigen Duyzer en Van Ratingen vast op € 50.000;

H. bepaalt dat Isla dit voorschot aan de deskundigen Duyzer en Van Ratingen dient te betalen binnen twee weken na opgave door deze deskundigen van de bankrekening;

I. bepaalt dat de griffier een kopie van de in deze zaak gewezen beschikking aan de deskundigen zal doen toekomen;

J. bepaalt dat de deskundigen niet met de werkzaamheden hoeven te beginnen voordat het voorschot aan hen is betaald;

K. bepaalt dat de plaats en de tijd waar en wanneer de deskundigen tot het onderzoek zullen overgaan, zal worden vastgesteld door de deskundigen in overleg met de raadslieden van de partijen en wijst de deskundigen in dit verband op rechtsoverweging 3.9 van deze beschikking;

L. bepaalt dat de deskundigen bij hun onderzoek partijen in de gelegenheid moeten stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, dat de deskundigen partijen in de gelegenheid dienen te stellen op het concept van hun bericht te reageren en dat de deskundigen in het schriftelijk bericht moeten doen blijken dat hieraan is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken;

M. bepaalt dat de deskundigen hun schriftelijk, gedagtekend en ondertekend bericht in drievoud zullen inleveren ter griffie van dit Gerecht binnen negen maanden na ontvangst van het voorschot en wijst de deskundigen in dit verband op rechtsoverweging 3.8 van de beschikking;

N. bepaalt dat de deskundigen zich met vragen over het onderzoek kunnen wenden tot de rechter, mr. P.E. de Kort (pieter.dekort@caribjustitia.org) en tot de griffier, mr. S.J.C. Anthonio (sabine.anthonio@caribjustitia.org).

Deze beschikking is gegeven door mr. P.E. de Kort en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 november 2015.