Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2015:13

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
30-09-2015
Datum publicatie
28-10-2015
Zaaknummer
500.00169/15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft gepoogd een juwelierszaak te overvallen door met touw af te dalen vanaf de boven gelegen parkeergarage tot de toegangsdeur en vervolgens met een moker de deur proberen in te slaan. Doordat de bewaker hem betrapte en een schot loste is verdachte gevlucht. Hij krijgt GS 24 mnd wv 8 vwl en 3 jr pftd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] 1994 te Curaçao,

wonende te Curaçao,

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 september 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. T.F. Smeulders.

De officier van justitie, mr. E.V.A. Bos, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaren, waarvan één (1) jaar voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van drie (3) jaren, onder de bijzondere voorwaarde van reclasseringsbegeleiding.

De raadsvrouw heeft een strafmaatverweer gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

dat hij op of omstreeks 25 mei 2015, althans op een tijdstip in of omstreeks de maand mei 2015 in Curaçao, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit de winkel Freeport Jewelers (gevestigd te Renaissance Mall, Otrabanda) weg te nemen sieraden en/of geld, in elk geval enig(e) goed(eren) van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan Freeport Jewelers, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen èèn of meerdere personen (werkzaam bij Freeport Jewelers), te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld één of meerdere personen (werkzaam bij Freeport Jewelers) te dwingen tot de afgifte van sieraden en/of geld, in elk geval enig(e) goed(eren) van zijn gading,

zich met voornoemd oogmerk met zijn mededader(s), althans alleen, naar de Renaissance Mall heeft begeven en waarbij het geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat hij verdachte en/of zijn mededaders

  • -

    gekleed in zwarte/donkere kleding en/of met bedekt gezicht via een touw vanaf de parkeergarage op de eerste verdieping van de Renaissance Mall is/zijn afgedaald en/of

  • -

    zich vervolgens naar de (toegangs)deur van Freeport Jewelers heeft/hebben begeven en/of

  • -

    met een moker, althans een hard voorwerp, één of meerdere malen (met kracht) tegen de eerdergenoemde (glazen) deur heeft/hebben geslagen en/of

  • -

    één of meerdere malen (met kracht) aan die deur heeft/hebben getrokken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:291 lid 1 c.q. 2:294 jo 1:119 Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Het Gerecht heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Bewijsbeslissingen

4A. Redengevende feiten en omstandigheden1

Het Gerecht komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

1. Proces-verbaal van aangifte d.d. 25 mei 2015, pagina 40 t/m 41, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van de aangeefster [ ]:

Ik werk als assistent manager hier bij Freeport Jewelers te Renaissance Mall. Op maandag 25 mei 2015 zat ik in de winkel en zag een onbekende man voor de deur van de zaak staan. Hij had een moker in zijn hand en begon op de voordeur te slaan. Ik zag dat hij de deur probeerde te vernielen. Er is niets weggenomen.

2. Proces-verbaal van getuigenverklaring, pagina 44 t/m 45, inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [beveiliger]:

Ik werk als beveiligingsbeambte bij de zaak Freeport Jewelers te Renaissance Mall. Op maandag 25 mei 2015 omstreeks 11:45 uur was ik buiten gaan staan met mijn rug gedraaid naar een van de zuilen bij de ingang van de zaak, zodat ik zicht had op de ingang. Ik zag een onbekende man die in de richting kwam van de ingangsdeur van de zaak. Ik zag dat hij een moker in zijn hand had en dat hij met die moker tegen de glazen deur van de ingang begon te slaan. Op dat moment trok ik mijn van dienstwege verstrekt vuurwapen en loste een schot van achter een van de zuilen ter hoogte van de ingang met de bedoeling dat de dader met zijn misdaad zou stoppen. Ik zag de dader wegrennen. Toen de dader wegrende, zag ik dat hij gebruik had gemaakt van een zwart dik touw om vanaf de parkeergarage op de bovenverdieping naar beneden te komen. De dader was helemaal in het zwart gekleed, zijn gezicht was bedekt en hij had zwarte handschoenen aan.

3. Proces-verbaal van 2de verhoor d.d. 8 juli 2015, pagina 376 t/m 382, inhoudende -zakelijk weergegeven - als verklaring van de verdachte:

Ik zou die beroving, waarvoor ik nu aangehouden ben, gaan plegen. Ik had een moker en een ijzeren pijp bij me. Ik had ook een touw. De moker en ijzeren pijp waren bedoeld om in te breken. Ik was helemaal in het zwart gekleed. Ik stapte uit de kofferbak van een Dodge Neon die in de parkeergarage boven de Mall was geparkeerd. Ik bond het touw vast en ging via het touw vanaf de parkeergarage naar beneden. De bedoeling was dat op het moment dat ik daar beneden was, ik de bewaker onder dwang zou houden en zijn vuurwapen van hem weg zou nemen. Vervolgens zou ik de bewaker dwingen de deur van de zaak te openen en binnen zou ik polshorloges en andere dingen wegnemen. Het liep anders, want ik zag de bewaker niet. Hij bleek achter een muur te staan. Beneden aangekomen begon ik met een moker op de glazen deur te slaan. Ik sloeg meermalen, maar de deur brak niet. Ik hoorde dat er geschoten werd en zag dat het de bewaker was. Ik nam de benen.

4B. Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande:

dat hij op 25 mei 2015, in Curaçao, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit de winkel Freeport Jewelers (gevestigd te Renaissance Mall) weg te nemen goederen van zijn gading, toebehorende aan Freeport Jewelers

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en vergezellen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen èèn of meerdere personen (werkzaam bij Freeport Jewelers), te plegen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

zich met voornoemd oogmerk naar de Renaissance Mall heeft begeven en

  • -

    gekleed in zwarte kleding en/of met bedekt gezicht via een touw vanaf de parkeergarage naar de Renaissance Mall is afgedaald en

  • -

    zich vervolgens naar de (toegangs)deur van Freeport Jewelers heeft begeven en

  • -

    met een moker meerdere malen (met kracht) tegen de (glazen) deur heeft geslagen

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5 Kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op:

poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

7 Motivering van sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft het Gerecht zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft het Gerecht het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft gepoogd een juwelierszaak te overvallen op klaarlichte dag in een (ook door toeristen) druk bezocht winkelgebied, welke poging is waargenomen door meerdere getuigen. De verdachte is via een touw afgedaald vanaf de boven de juwelierszaak gelegen parkeergarage tot vlak bij de toegangsdeur van de juwelier. Aldaar aangekomen is hij, terwijl hij de deur van de juwelierszaak probeerde in te slaan met een moker, door de dienstdoende bewaker betrapt. Als gevolg van een door de bewaker gelost schot, heeft de verdachte zijn handelingen beëindigd en is hij gevlucht. De verdachte heeft met dit handelen louter oog gehad voor eigen financieel gewin en heeft zich niet bekommerd om de gevolgen die een dergelijk gewelddadig incident voor direct betrokkenen kan hebben. Een feit als het onderhavige, ook al is het bij een poging gebleven, veroorzaakt bovendien onrust in de samenleving en versterkt gevoelens van onveiligheid. Een vrijheidsbenemende straf is dan ook in beginsel geïndiceerd.

De officier van justitie heeft een strafeis geformuleerd die naar het oordeel van het Gerecht eerder past bij een voltooide overal. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake, nu slechts een poging bewezenverklaard kan worden. Het Gerecht ziet gelet hierop aanleiding om af te wijken van de strafeis en heeft aansluiting gezocht bij haar eigen oriëntatiepunten. Daaruit volgt dat voor een overval waarbij gedreigd wordt met fysiek geweld dan wel met gebruik van een steekwapen een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren uitgangspunt is wanneer er, zoals bij de verdachte het geval is, geen sprake is van recidive. Omdat slechts een poging bewezen kan worden, acht het Gerecht een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren in beginsel passend.

Het Gerecht ziet echter in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan is gebleken uit de over hem opgemaakte rapportages (het vroeghulpbericht van de Uitvoeringsorganisatie Reclassering Curaçao d.d. 2 juni 2015, het rapport van psycholoog drs. W.T. Linkels d.d. 11 augustus 2015, alsmede het psychiatrisch rapport van psychiater F. Heijtel d.d. 19 augustus 2015), zijn jeugdige leeftijd, zijn proceshouding, alsook het feit dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten aanleiding om een deel van de vrijheidsbenemende straf voorwaardelijk op te leggen. Het Gerecht zal hieraan een proeftijd van drie jaren verbinden teneinde de verdachte in te scherpen zich gedurende die proeftijd niet opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Daarnaast acht het Gerecht verplichte begeleiding door de Reclassering noodzakelijk. Een dergelijke verplichting zal dan ook als bijzondere voorwaarde aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

Alles afwegende acht het Gerecht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:22, 1:119 en 2:291 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

Het Gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit, zoals in rubriek 4B omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde feit het in rubriek 5 genoemde strafbare feit oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig (24) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot acht (8) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op drie (3) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende die proeftijd zich op andere wijze heeft misdragen of de hierna gestelde bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich stelt en gedurende de proeftijd blijft onder toezicht en leiding van de Uitvoeringsorganisatie Reclassering Curaçao (thans gevestigd op het adres: Scharlooweg 154/156 (oud Kranshi gebouw), telefoonnummer 461-1832), en zich naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen gedraagt, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig acht.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M.C.B. Hubben en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 30 september 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.

1 De door het Gerecht aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. Bij de bewijsmiddelen wordt, tenzij anders vermeld, verwezen naar het einddossier inzake het onderzoek “Free Port te Renaissance”.