Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2014:4

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
29-08-2014
Datum publicatie
09-09-2014
Zaaknummer
500.00552/13, 500.00950/13 en 500.00468/14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan moord op H. Wiels en daarnaast nog 2 andere moorden en een gewapende overval. OM heeft geen ongeoorloofde druk uitgeoefend of ontoelaatbare deals gesloten. Verdachte wordt beschouwd als meedogenloos en gewetenloos. Hij krijgt levenslang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te Curaçao,

wonende te Curaçao,

thans in Nederland gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 april 2014, 4 augustus 2014, 5 augustus 2014 en 8 augustus 2014. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. O. Saleh-Kostrzewski.

De officier van justitie, mr. G.H. Rip, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte in de zaak met parketnummer 500.00552/13 ter zake van de feiten 1 en 2, in de zaak met parketnummer 500.00950/13 en in de zaak met parketnummer 500.00468/14 te veroordelen tot een levenslange gevangenisstraf. Voorts is onttrekking aan het verkeer gevorderd van het in beslag genomen vuurwapen. De officier van justitie heeft ten slotte aangekondigd een vordering ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in te zullen stellen.

De raadsvrouw heeft primair de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit. Subsidiair heeft zij betrouwbaarheids- en bewijsverweren gevoerd, die volgens haar tot vrijspraak dienen te leiden.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

Parketnummer 500.00950/13

Feit 1

(MEDE)PLEGEN VAN MOORD cq DOODSLAG

dat hij op of omstreeks 5 mei 2013 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, Helmin Magno Wiels van het leven heeft beroofd, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en aldaar, opzettelijk, en/of na kalm beraad en rustig overleg, met gebruikmaking van een vuurwapen, meerdere kogels op (het lichaam van) en/of in de richting van (het lichaam van) voornoemde Wiels afgevuurd, tengevolge waarvan die Wiels meerdere verwondingen en/of letsels heeft bekomen en die Wiels aan die letsels en/of verwondingen is overleden;

(artikel 2:262 en 2:259 jo 1:123 Wetboek van Strafrecht van Curaçao)

Feit 2

(MEDE)PLEGEN VAN MOORD cq DOODSLAG

dat hij op of omstreeks 27 januari 2013 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en aldaar, opzettelijk, en/of na kalm beraad en rustig overleg, met gebruikmaking van een vuurwapen, meerdere kogels op (het lichaam van) en/of in de richting van (het lichaam van) voornoemde [slachtoffer 2] afgevuurd, tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] meerdere verwondingen en/of letsels heeft bekomen en die [slachtoffer 2] aan die letsels en/of verwondingen is overleden;

(artikel 2:262 en 2:259 jo 1:123 Wetboek van Strafrecht van Curaçao)

Parketnummer 500.00552/13

(MEDE)PLEGEN VAN MOORD cq DOODSLAG

dat hij op of omstreeks 08 juni 2012 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, [slachtoffer 3] van het leven heeft beroofd, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en aldaar, opzettelijk, en/of na kalm beraad en rustig overleg, met gebruikmaking van een vuurwapen, meerdere kogels op (het lichaam van) en/of in de richting van (het lichaam van) voornoemde [slachtoffer 3] afgevuurd, tengevolge waarvan die [slachtoffer 3] meerdere verwondingen en/of letsels heeft bekomen en die [slachtoffer 3] aan die letsels en/of verwondingen is overleden;

(artikel 2:262 en 2:259 jo 1:123 Wetboek van Strafrecht van Curaçao)

Parketnummer 500.00468/14

FEIT 1:

DIEFSTAL MET GEWELD IN VERENIGING/AFPERSING gepleegd op of omstreeks 25 januari 2013

dat hij op of omstreeks 25 januari 2013, althans in of omstreeks de maand januari 2013 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,

 een bedrag van NAF 37.643,38, althans een geldbedrag en/of,

 een motorvoertuig (van het merk Toyota Yaris),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of Hector Henriquez B. Inc, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zichzelf en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer 4], heeft gedwongen tot afgifte van,

 een bedrag van NAF 37.643,38, althans een geldbedrag en/of,

 een motorvoertuig (van het merk Toyota Yaris),

in elk geval (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan een [slachtoffer 4], in elk geval aan anderen of een ander dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),

bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het opzettelijk,

  • -

    door verdachte en/of zijn medeverdachte met een motorrijtuig de auto van die [slachtoffer 4] klem te rijden en/of te blokkeren, en/of,

  • -

    (vervolgens) (met hun bedekte gezichten) met (een) vuurwapen(s) op die [slachtoffer 4] af te komen, en/of,

  • -

    dreigend aan de [slachtoffer 4] te zeggen om uit de auto te stappen.

(artikel 2:291 lid 1/2/3 jo 2:294 lid 1/3 Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

3.1

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

3.2

Bevoegdheid van het Gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het Gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

3.3

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsvrouw heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte dient te worden verklaard. Aan dit betoog heeft de raadsvrouw – zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd.

De verdediging is ernstig in haar rechten gefrustreerd doordat de verdachte is verhoord op een moment dat hij geen rechtsbijstand had. Toen hij wel weer een raadsvrouw had, is zij buiten de verhoren gehouden waarin de verdachte bekennende verklaringen is gaan afleggen, is zij voorgelogen dat de verdachte geen contact met haar wilde en kreeg zij geen afschrift van de desbetreffende verklaringen.

Het openbaar ministerie heeft ongeoorloofde druk op de verdachte uitgeoefend door hem voor te houden dat het bewijs rond was en het heeft een verboden deal met hem gesloten, inhoudende dat de verdachte in ruil voor het afleggen van een bekennende verklaring geen levenslang zou krijgen en zijn straf in Nederland zou mogen uitzitten. Daarbij heeft het openbaar ministerie de echtgenote van de verdachte onder druk gezet om de verdachte te belasten en hem over te halen een bekentenis af te leggen, door haar compromitterende foto’s en telefoongesprekken van de verdachte met andere vrouwen voor te houden en haar geld te betalen. Onder deze druk is de verdachte gezwicht en heeft hij valse bekennende verklaringen afgelegd.

Voorts heeft het openbaar ministerie aan andere getuigen betalingen gedaan, in ruil voor belastende verklaringen, dan wel met het oog daarop onder druk gezet. Met de getuige [getuige 1] is kennelijk de afspraak gemaakt dat zij niet vervolgd zou worden voor haar betrokkenheid bij de overval op de geldloper van Hector Henriquez B. Inc. in ruil voor belastende verklaringen jegens de verdachte.

Het openbaar ministerie heeft zich aldus bezondigd aan evidente vormfouten en schending van fundamentele rechtsbeginselen. Zelfs los van de vraag of de verdachte in zijn belangen is geschaad, dient het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging wegens schending van fundamentele rechtsbeginselen, aldus nog steeds de verdediging.

Beoordelingsmaatstaf

Het Gerecht stelt voorop dat niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging als in artikel 413 van het Wetboek van Strafvordering voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking komt. Daarvoor is alleen plaats ingeval de normschending daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

Aan de hand van deze maatstaf beoordeelt het Gerecht hieronder de van belang zijnde kwesties in deze zaak.

Studioverhoor van 14 november 2013

Op 14 november 2013 heeft een studioverhoor met de verdachte plaatsgevonden, waarbij hij door middel van een bewijspresentatie is geconfronteerd met de onderzoeksresultaten tot dat moment. Voorafgaand aan de bewijspresentatie en na afloop heeft de officier van justitie met de verdachte gesproken. De officier van justitie heeft hem – zakelijk weergegeven – het volgende voorgehouden. De officier van justitie heeft geconcludeerd dat er voldoende bewijs is om te komen tot bewezenverklaring van drie moorden, ook zonder een bekennende verklaring van de verdachte. De officier van justitie heeft meegedeeld dat de strafeis die daarbij hoort, met het strafblad van de verdachte, levenslange gevangenisstraf is. Voorts heeft de officier van justitie voorgehouden dat hij zijn strafeis zou kunnen veranderen, als de verdachte zou gaan verklaren in wiens opdracht hij het gedaan heeft. Als hij zou blijven zwijgen zou de officier van justitie zijn strafeis niet aanpassen, en zou de verdachte volgens de officier van justitie hoogstwaarschijnlijk levenslang krijgen.

Van het studioverhoor is op verschillende momenten verslag gedaan in het dossier. Op 15 november 2013 hebben de aanwezige rechercheurs een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt met een samenvatting (einddossier “Marie Pampun" pagina’s 1571-1582). Een van deze rechercheurs heeft bij proces-verbaal van 19 juni 2014 het gesprek met de officier van justitie letterlijk uitgewerkt (vervolg proces-verbaal (3) deelonderzoek “Marie Pampun” pagina’s 1743-1750). Voorts heeft de officier van justitie zijn bevindingen over onder andere het studioverhoor in een proces-verbaal van 17 juli 2014 neergelegd (vervolg proces-verbaal (3) deelonderzoek “Marie Pampun” pagina’s 1754 en 1755). Tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 4 augustus 2014 is op verzoek van de raadsvrouw een gedeelte van het op DVD opgenomen studioverhoor afgespeeld, beluisterd en bekeken.

Het Gerecht kan zich niet verenigen met de conclusie van de raadsvrouw, dat de officier van justitie in het studioverhoor duidelijk zou hebben gemaakt dat de verdachte geen levenslang zou krijgen als hij zou gaan bekennen. In dat verband overweegt het Gerecht het volgende. De officier van justitie heeft bij herhaling meegedeeld dat hij eist en dat de rechter beslist. De verdachte mag met zijn strafblad ervaringsdeskundige genoemd worden. De officier van justitie heeft uitdrukkelijk gezegd dat voor bewezenverklaring de bekentenis van de verdachte niet nodig was.

Van ongeoorloofde druk door (of namens) de officier van justitie is niet gebleken. Vanzelfsprekend levert het vooruitzicht op een strafeis – en mogelijke oplegging door de rechter – van een levenslange gevangenisstraf druk op. Het Gerecht is echter van oordeel dat de officier van justitie met de aankondiging van deze strafeis niet een irreële prognose of een valse voorstelling van zaken heeft gegeven. Evenmin kan gezegd worden dat de officier van justitie in het studioverhoor ontoelaatbare toezeggingen heeft gedaan die zijn niet-ontvankelijkheid zouden moeten meebrengen. De omstandigheid dat een verdachte opening van zaken geeft en daarmee een bijdrage levert aan het oplossen van een zaak, mag en zal veelal ook worden betrokken bij het formuleren van de eis door de officier van justitie en door de rechter bij de straftoemeting.

Brief van de officier van justitie van 10 maart 2014

In het dossier bevindt zich een brief van de officier van justitie aan de verdachte, gedateerd 10 maart 2014 (vervolg proces-verbaal (3) deelonderzoek “Marie Pampun” pagina’s 1757 en 1758). Deze brief is door de officier van justitie ter terechtzitting van 16 april 2014 overgelegd ter voeging in het procesdossier en was al eerder als bijlage van een email aan de raadsvrouw toegestuurd. De inhoud van deze brief luidt als volgt:

“Geachte heer [verdachte],

Op uw verzoek vond er op 6 maart 2014 een gesprek plaats tussen u en mij in het brigadegebouw van de KMAR te Suffisant. Bij dit gesprek waren tevens aanwezig uw echtgenote [getuige 2] en de heer I. Meulens, opsporingsambtenaar van het KPC.

Nadat ik u had verteld dat u het recht had om te zwijgen, deelde u mij het volgende mede.

U zei bereid te zijn om volledige openheid van zaken te willen geven over de moord op Helmin Wiels en de moord op [betrokkene 1]. U zou volgens u onder meer kunnen verklaren over degenen die voor de moord op de heer Wiels hebben betaald en over de opdrachtgever(s) van die moord.

In verband met uw veiligheid stelde u dat u pas zou willen verklaren over deze feiten als u de schriftelijke garantie kreeg dat u de voorlopige hechtenis waarin u zich nu bevindt en de eventuele op te leggen gevangenisstraf zou kunnen ondergaan in een voor u veilige P.I. in Nederland. Uw verklaringen zouden volgens u pas gebruikt mogen worden nadat u naar Nederland bent overgebracht naar één van de P.I.’s van uw keuze.

Ik heb u vervolgens verteld dat ik over uw verzoek overleg diende te plegen met de Hoofdofficier van Justitie, de Procureur-Generaal en de autoriteiten in Nederland. Voorts heb ik u verteld dat wat mij betreft een overplaatsing naar Nederland pas aan de orde zou zijn nadat voldoende is gebleken dat uw verklaringen op waarheid berusten.

We spraken verder af dat we beiden de kring van de personen die op de hoogte zijn van het feit dat u opening van zaken wilt gaan geven, zo klein mogelijk houden. U gaf daarbij aan dat uw advocaat nog niet op de hoogte mag worden gebracht van één en ander.

Inmiddels is er overleg geweest met de Hoofdofficier van Justitie, de Procureur-Generaal en de autoriteiten in Nederland. Dit heeft geleid tot het volgende.

[einde van pagina 1, voortzetting op pagina 2]

De Nederlandse Staatssecretaris van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, mr F. Teeven, die in Nederland verantwoordelijk is voor het gevangeniswezen, heeft schriftelijk toegezegd dat u in Nederland kunt worden opgenomen in een P.I. in het oosten van Nederland op het moment dat de Procureur-Generaal daarom verzoekt. Mondeling heeft hij de Procureur-Generaal toegezegd dat u geplaatst zult worden in één van de P.I.’s die u heeft aangegeven.

Hiermee is naar mijn mening voldaan aan de voorwaarden waaronder u bereid bent opening van zaken te geven. Hierbij zeg ik u toe dat de door u af te leggen verklaringen niet zullen worden gebruikt in uw strafzaak of die van uw medeverdachten voordat u in Nederland bent aangekomen.”

Deze brief is ondertekend door de officier van justitie, tevens voor gezien en akkoord getekend door de hoofdofficier van justitie en de verdachte heeft voor gezien en akkoord getekend. De officier van justitie heeft over de inhoud van de brief en over het aandachtig doorlezen en ondertekenen daarvan door de verdachte gerelateerd in zijn proces-verbaal van bevindingen (vervolg proces-verbaal (3) deelonderzoek “Marie Pampun” pagina’s 1754 en 1755).

Gelet op de brief en het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van de officier van justitie acht het Gerecht niet aannemelijk de stelling van de verdediging, dat de verdachte een toezegging heeft ondertekend, inhoudende dat het openbaar ministerie van levenslang als strafeis had afgezien.

Het Gerecht is van oordeel dat de brief van 10 maart 2014 geen ontoelaatbare toezeggingen bevat, die de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie zouden moeten meebrengen. Daartoe overweegt het Gerecht dat de verdachte een mogelijk zeer belangrijke bron van informatie was, terwijl andere betrokkenen – [betrokkene 1] en [betrokkene 2] – overleden waren. Mede in aanmerking genomen dat [betrokkene 2] in een Curaçaose politiecel is overleden, kan de toezegging tot overplaatsing naar Nederland niet als disproportioneel gezien worden, maar juist eerder als noodzakelijke veiligheidsmaatregel. Zakelijk weergegeven bevat de brief de schriftelijke garantie dat de verdachte wordt overgeplaatst naar Nederland, nadat voldoende is gebleken dat door hem af te leggen verklaringen over de moord op Helmin Wiels en over de moord op [betrokkene 1] op waarheid berusten. Niet gezegd kan worden dat hiermee de aan de verdachte op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) gewaarborgde fundamentele rechten of daaruit afgeleide beginselen van een behoorlijke procesorde zijn geschonden.

Contact van de verdachte met de advocaat

Het is niet aannemelijk geworden dat van de zijde van de opsporing en van het openbaar ministerie geprobeerd is de raadsvrouw van de verdachte buiten spel te zetten. In de periode dat de verdachte geen rechtsbijstand had, heeft hij geen verklaringen omtrent zijn betrokkenheid bij enig strafbaar feit afgelegd. Op het moment dat de verdachte bekennende verklaringen ging afleggen, wilde hij zelf niet dat zijn raadsvrouw daarvan op de hoogte werd gesteld, gelet op de brief van 10 maart 2014. Deze gang van zaken vindt bevestiging in de omstandigheid dat de verdachte, zoals onweersproken naar voren gebracht is door de officier van justitie, in de periode dat hij bekennende verklaringen aflegde wel door zijn raadsvrouw is bezocht, maar haar kennelijk niet op de hoogte heeft gesteld van de verklaringen die hij aan het afleggen was.

Wel staat vast dat de verdachte zijn bekennende verklaringen eerst heeft afgelegd nadat hij de toezegging had gekregen dat hij de voorlopige hechtenis en een eventuele gevangenisstraf in een penitentiaire inrichting in Nederland zou kunnen ondergaan, terwijl hij geen overleg met zijn raadsvrouw heeft gevoerd over het afleggen van een bekentenis. Deze vaststellingen brengen mee dat het Gerecht de bekennende verklaringen van de verdachte, waarop hij later is teruggekomen, met behoedzaamheid zal hanteren en de betrouwbaarheid daarvan nadrukkelijk onder ogen zal zien.

Getuigen

In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van 17 juli 2014 (vervolg zaaksdossier (3) Marie Pampun, pagina’s 1820-1821), waarin onder meer het volgende staat vermeld. Aan de getuigen [getuige 1], [getuige 3] en [getuige 2] zijn geldbedragen van respectievelijk NAf 3.672,50, NAf 6.752,30 en NAf 18.678,79 betaald. Door de verklaringen die deze personen hebben afgelegd, kwam hun veiligheid ernstig in het geding en waren de opsporingsautoriteiten genoodzaakt hen elders onder te brengen. De gemaakte kosten hadden onder andere betrekking op het betalen van een paspoort voor de kinderen van de getuigen, het betalen van vliegtickets, kosten voor de huur van een woning/appartement en kosten voor het voorzien in de basisbehoeften.

Het Gerecht overweegt als volgt. Het vergoeden van reis- en verblijfskosten aan getuigen vindt een wettelijke basis in artikel 59 van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie, nader uitgewerkt in het Landsbesluit Tarief justitiekosten strafzaken. Niet is gebleken dat de betaalde vergoedingen op meer zien dan alleen het vergoeden van de reis- en verblijfskosten in verband met de veiligheid van de getuigen. Evenmin is de conclusie gerechtvaardigd dat deze kostenvergoedingen disproportioneel zijn, gelet op het overlijden van de twee eerdergenoemde betrokkenen. De betaalde vergoedingen zijn dan ook niet ongeoorloofd.

Het Gerecht overweegt dat enig concreet aanknopingspunt voor het bestaan van een afspraak met de getuige [getuige 1], dat zij belastende verklaringen zou afleggen in ruil voor het ontlopen van strafvervolging, ontbreekt. Van een normschending is derhalve niet gebleken.

Voorts is het Gerecht niet gebleken dat de getuigen [getuige 4] en [getuige 2] onder ongeoorloofde druk zijn gezet om een verklaring af te leggen. Meer of andere druk op de getuige [getuige 4] dan die voortvloeide uit haar aanhouding wegens een drugstransport, acht het Gerecht niet aannemelijk, mede gelet op het nagekomen ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van 1 augustus 2014 dat zulks weerspreekt.

Ook de getuige [getuige 2], echtgenote van de verdachte, is aangehouden. In verschillende processen-verbaal is gerelateerd, dat haar tijdens de verhoren gesprekken van de verdachte met andere vrouwen en verklaringen van een van die vrouwen, de getuige [getuige 1], zijn voorgehouden. Dat daaruit onder meer naar voren gekomen is dat de verdachte relaties met andere vrouwen onderhield, levert naar het oordeel van het Gerecht geen ongeoorloofde druk op jegens de getuige [getuige 2].

Het Gerecht acht niet aannemelijk dat aan haar ook een seks-foto van de verdachte en de getuige [getuige 1] is getoond. Dat wordt immers weersproken in het nagekomen op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van 5 augustus 2014, nog daargelaten of het tonen van een seks-foto ongeoorloofde druk zou opleveren. Het is te minder aannemelijk dat het is gebeurd, omdat de verdachte zelf op 25 februari 2014 heeft verklaard dat zijn vrouw hem alleen verteld had, dat de rechercheurs haar gesprekken hebben laten beluisteren waarbij te horen valt dat hij met [getuige 3] en [getuige 1] in gesprek is (vervolg proces-verbaal (3) deelonderzoek “Marie Pampun” pagina’s 1751-1753). In diezelfde verklaring komt naar voren dat de verdachte “als het kan, graag naar Nederland zou willen, maar geen “deal” maakt met niemand”. Het Gerecht hecht in het licht van het voorgaande geen geloof aan het betoog van de verdachte ter terechtzitting van 4 augustus 2014, dat de grote druk die op hem is uitgeoefend eruit bestond dat de politie zijn vrouw had opgepakt en hij het voor haar heeft opgenomen. Het Gerecht verwerpt dit betoog.

Wel heeft te gelden dat het Gerecht ook de verklaringen van de getuigen met behoedzaamheid zal hanteren en de betrouwbaarheid daarvan nadrukkelijk onder ogen zal zien.

Conclusie

Ook overigens is niet aannemelijk geworden dat van de zijde van de opsporing en van het openbaar ministerie op enigerlei wijze is geprobeerd om de verdediging te benadelen. De verdediging heeft alle kans gekregen en genomen om de (betrouwbaarheid van de) verklaringen van de verdachte en de getuigen met redenen te betwisten. Derhalve is voldaan aan de voorschriften van artikel 6 van het EVRM omtrent een eerlijk proces en is het openbaar ministerie ontvankelijk in de vervolging. Van enige grond voor niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie of voor bewijsuitsluiting is niet gebleken.

3.4

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewezenverklaring

Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

parketnummer 500.00950/13

Feit 1

dat hij op of omstreeks 5 mei 2013 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, Helmin Magno Wiels van het leven heeft beroofd, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en aldaar, opzettelijk, en/of na kalm beraad en rustig overleg, met gebruikmaking van een vuurwapen, meerdere kogels op (het lichaam van) en/of in de richting van (het lichaam van) voornoemde Wiels afgevuurd, tengevolge waarvan die Wiels meerdere verwondingen en/of letsels heeft bekomen en die Wiels aan die letsels en/of verwondingen is overleden.

Feit 2

dat hij op of omstreeks 27 januari 2013 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en aldaar, opzettelijk, en/of na kalm beraad en rustig overleg, met gebruikmaking van een vuurwapen, meerdere kogels op (het lichaam van) en/of in de richting van (het lichaam van) voornoemde [slachtoffer 2] afgevuurd, tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] meerdere verwondingen en/of letsels heeft bekomen en die [slachtoffer 2] aan die letsels en/of verwondingen is overleden.

parketnummer 500.00552/13

dat hij op of omstreeks 08 juni 2012 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, [slachtoffer 3] van het leven heeft beroofd, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en aldaar, opzettelijk, en/of na kalm beraad en rustig overleg, met gebruikmaking van een vuurwapen, meerdere kogels op (het lichaam van) en/of in de richting van (het lichaam van) voornoemde [slachtoffer 3] afgevuurd, tengevolge waarvan die [slachtoffer 3] meerdere verwondingen en/of letsels heeft bekomen en die [slachtoffer 3] aan die letsels en/of verwondingen is overleden.

parketnummer 500.00468/14

dat hij op of omstreeks 25 januari 2013, althans in of omstreeks de maand januari 2013 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,

 een bedrag van NAF 37.643,38, althans een geldbedrag en/of,

 een motorvoertuig (van het merk Toyota Yaris),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of Hector Henriquez B. Inc, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zichzelf en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer 4], heeft gedwongen tot afgifte van,

een bedrag van NAF 37.643,38, althans een geldbedrag en/of,

een motorvoertuig (van het merk Toyota Yaris),

in elk geval (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan een [slachtoffer 4], in elk geval aan anderen of een ander dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),

bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het opzettelijk,

  • -

    door verdachte en/of zijn medeverdachte met een motorrijtuig de auto van die [slachtoffer 4] klem te rijden en/of te blokkeren, en/of,

  • -

    (vervolgens) (met hun bedekte gezichten) met (een) vuurwapen(s) op die [slachtoffer 4] af te komen, en/of,

  • -

    dreigend aan die [slachtoffer 4] te zeggen om uit de auto te stappen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten, zijn in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5.A Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

In onderstaande bewijsmiddelen wordt verwezen naar paginanummers van de bijlagen gevoegd bij het proces-verbaal genaamd deelonderzoek “Marie Pampun”, opgemaakt op 29 november 2013 door A.J. Plaate en R. van Tellingen, respectievelijk hoofdagent van politie bij het Korps Politie Curaçao en inspecteur van politie te Nederland, tijdelijk gedetacheerd als buitengewoon ambtenaar van politie bij het Korps Politie Curaçao.

1. pagina 1349

Proces-verbaal van doodsconstatering, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 6 mei 2013 door L.M. Adoptie, brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 5 mei 2013 vond ter hoogte van de Pier te Marie Pampoen te Curaçao een schietpartij met dodelijke afloop plaats. De dood van het slachtoffer werd door dr. A.H.E. Maduro en dr. M.C. Moses geconstateerd.

2. pagina’s 867-868

Proces-verbaal van lijkherkenning, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 6 mei 2013 door E.P. Jansen, inspecteur van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 5 mei 2013 vond ter hoogte van de Pier te Marie Pampoen een schietpartij met dodelijke afloop plaats. [nabestaande 1] en [nabestaande 2] herkenden het aan hun getoonde lijk als dat van hun partner respectievelijk broer, in leven genaamd Helmin Magno Wiels.

3. pagina 933-964

Proces-verbaal analyse historische printgegevens, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 29 juli 2013 door J.A.C.W. de Bekker, buitengewoon agent van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op basis van plaatsbepaling van verkregen historische verkeersgegevens van de mobiele telefoon met nummer 59995144804, in gebruik bij [verdachte], kan worden vastgesteld dat deze telefoon zich op 5 mei 2013 rond het tijdstip van de moord op Helmin Wiels vanuit de wijk Koraalspecht heeft verplaatst naar de omgeving Marie Pampoen en vervolgens via de wijk Koraalspecht naar Seinpost en ten noordoosten daarvan, in de omgeving van de Kaya Sagrado te Montanja. Gezien de tijdspanne en de afgelegde afstand moet de mobiele telefoon in een auto of motor zijn verplaatst.

4. pagina’s 1327-1339

Proces-verbaal van forensisch technisch onderzoek, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 10 juli 2013 door W.S. Schoop, E.A. Jansen, M.M. Meulens, M.L. Kalmez, R.F. Willems en S.G. Maduro, allen brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 5 mei 2013 is een forensisch onderzoek ingesteld naar aanleiding van een schietpartij bij de pier te Marie Pampoen. Het slachtoffer H.M. Wiels overleed ter plaatse. Het lichaam lag op de buik. Het gezicht was tegen de grond. Hij was gekleed in een lichtblauw T-shirt, met daarop een zwart vest, zwarte pantalon en zwarte schoenen. Bij het onderzoek zijn onder meer acht hulzen van het kaliber 9 mm Luger, twee kogels van het kaliber 9 mm Luger en een kogelfragment aangetroffen en in beslag genomen. Geconcludeerd kan worden dat het slachtoffer Wiels is beschoten en ten val is gekomen op zijn buik. Hierna werd het slachtoffer in zijn liggende positie meermalen beschoten. De resterende trajecten of schotkanalen waren van achteren (inschoten rug onder) naar boven (borst boven) toe.

5. pagina’s 1859-1866

Een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, met bijlagen, opgemaakt op 16 mei [het Gerecht begrijpt:] 2013 door ing. P.J.M. Pauw-Vugts, NFI-deskundige wapens en munitie, voor zover inhoudende als verklaring van de deskundige, zakelijk weergegeven:

Naar aanleiding van het schietincident op 5 mei 2013, slachtoffer H.M. Wiels, zijn de aangetroffen kogels en hulzen onderzocht. De afvuursporen in de kogels passen bij pistolen van het merk Smith & Wesson. De afvuursporen in de hulzen passen bij semi-automatische pistolen van het kaliber 9mm Parabellum, merk Smith & Wesson.

6. pagina’s 1880-1899

Een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, met bijlagen, opgemaakt op 23 mei 2013 door P.M.I. van Driessche, arts en patholoog, voor zover inhoudende als verklaring van de deskundige, zakelijk weergegeven:

Bij sectie op het lichaam van H.M. Wiels, geboren op 9 december 1958, zijn de volgende bevindingen gedaan. Verspreid over de romp, de rechterarm en het rechterbeen waren in totaal tien bij leven opgelopen schotkanalen, waarbij het schotkanaal aan de arm aansluitend kon worden gemaakt aan de schotkanalen aan de voorzijde van het lichaam. Er waren twee schotkanalen in de rug, van onder naar boven verlopend.

Het betroffen mogelijk negen dan wel tien schoten. Het intreden van de dood wordt zondermeer verklaard door uitgebreide orgaanschade (aan onder meer het hart en het ruggenmerg) ten gevolge van de schotkanalen.

In onderstaande bewijsmiddelen wordt verwezen naar paginanummers van de bijlagen gevoegd bij het vervolg proces-verbaal (2) genaamd deelonderzoek “Marie Pampun” opgemaakt op 7 april 2014 door A.J. Plaate, hoofdagent van politie bij het Korps Politie Curaçao.

7. pagina’s 180-190

Proces-verbaal van verhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 11 februari 2014 door H.J. Leito en R.B. Lovert, respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de getuige [getuige 2], zakelijk weergegeven:

Op 5 mei 2013 heb ik mijn man [verdachte] afgezet in Koraalspecht. De volgende dag werden [verdachte] en ik rond negen of tien uur wakker. [verdachte] haalde toen een hoeveelheid bankbiljetten uit de broekzak van de spijkerbroek die hij de avond daarvoor aanhad. Hij verzocht mij het geld te tellen en dat heb ik gedaan. Het was in totaal NAf 35.000.

8. pagina’s 191-197

Proces-verbaal van verhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 11 februari 2014 door H.J. Leito en R.B. Lovert, respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de getuige [getuige 2], zakelijk weergegeven:

Op de dag dat de politie de goudkleurige Kia Picanto die bij de moord op Wiels is gebruikt aantrof bij Oost West Car Rental, kwam ik de man die ik kende als [betrokkene 1], [betrokkene 1], tegen. Hij verzocht mij met hem naar Punda te gaan om zich van het vuurwapen te ontdoen, dat werd gebruikt om Wiels dood te schieten. Ik heb het vuurwapen gezien. Het was een zilverkleurig pistool. Ik ben met [betrokkene 1] naar Punda gereden. [betrokkene 1] stapte uit en stopte het vuurwapen in een plastic zak. Hij liep richting het monument en gooide de plastic zak in het water van het Waaigat.

9. pagina’s 398-412

Proces-verbaal van verhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 11 maart 2014 door L.J. Itanare Fernandez-Overman Huerta en I.J.C. Meulens, beiden brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte, zakelijk weergegeven:

Op 5 mei 2013 werd ik door mijn vrouw [getuige 2] in de wijk Koraalspecht afgezet. [betrokkene 2] [het Gerecht begrijpt: de bijnaam van [betrokkene 2]] zei tegen mij dat een man die zich op dat moment te Marie Pampoen bevond geliquideerd moest worden. Hij zei mij dat het om Helmin Wiels ging en dat er NAf 100.000 voor betaald zou worden. [betrokkene 2] zei dat de man bij Rudy bier stond te drinken te Marie Pampoen. [betrokkene 2] vertelde mij hoe Helmin Wiels gekleed was, dat hij een zwart vest aanhad. Ik vroeg aan [betrokkene 2] weet je zeker dat het zwarte ding dat hij aanheeft geen kogelwerend vest is. Ik heb dit verschillende keren aan [betrokkene 2] gevraagd, hij bleef antwoorden van niet. Ik ben met [betrokkene 1] naar Marie Pampoen gereden in een goudkleurige Kia Picanto. [betrokkene 1] trad op als chauffeur en ik was inzittende. Bij Marie Pampoen stopte [betrokkene 1] de auto en ben ik uitgestapt. Ik bevond mij op ongeveer drie meter van Helmin Wiels. Ik richtte het pistool op hem en begon te schieten. Bij het derde of vierde schot zag ik dat hij een paar stappen in mijn richting deed. Ik zag dat hij mij aankeek. Ik deed vervolgens twee stappen naar links. Toen ik zag dat Helmin Wiels neerviel ging ik door met schieten. Hij viel met zijn gezicht op de grond. De schoten raakten hem ergens boven bij zijn rug. Als ik mij niet vergis heb ik negen á elf kogels gelost. Ik heb het vuurwapen helemaal leeg geschoten op hem. Ik ben in de auto gestapt en wij zijn met spinnende wielen weggereden. Wij reden naar Koraal Specht, waar ik uit de auto stapte. Ik zei vervolgens tegen [betrokkene 1] om naar het huis van [getuige 3] te Montanja te gaan. Ik ben met een andere auto ook naar [getuige 3] gereden.

In onderstaande bewijsmiddelen wordt verwezen naar paginanummers van de bijlagen gevoegd bij het vervolg proces-verbaal (3) genaamd deelonderzoek “Marie Pampun” opgemaakt op 18 juli 2014 door A.J. Plaate, hoofdagent van politie bij het Korps Politie Curaçao.

10. pagina’s 1428-1431

Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 19 juni 2014 door R.B. Lovert en J.G.M. Groot, respectievelijk brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao en buitengewoon agent van politie, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Naar aanleiding van een verklaring van [getuige 2] is op 14 juni 2014 door leden van het Landelijk Team Onderwaterzoekingen uit Nederland, in het water van het Waaigat met een magnetische dreg gezocht en werd een vuurwapen Smith & Wesson in een plastic zak aangetroffen. Het vuurwapen zal door het NFI nader worden onderzocht.

11. pagina’s 1432-1435

Proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 1 juli 2014 door I.J.C. Meulens, brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Bij een huiszoeking op 23 september 2013 op het woonadres van [getuige 2], de echtgenote van de verdachte [verdachte], zijn onder andere mobiele telefoons, laptops en digitale gegevensdragers in beslag genomen, waarop onder meer foto’s werden aangetroffen. Op een foto aangetroffen in een mobiele telefoon is de verdachte [verdachte] gedeeltelijk te zien met zijn dochter op schoot. De verdachte houdt een zilverkleurig pistool met zwartkleurig handvat vast. Uit de eigenschappen van deze foto is te zien dat deze op dinsdag 15 januari 2013 werd gemaakt. Het betreft zeer waarschijnlijk een pistool van het merk Smith & Wesson model 6906 kaliber 9 mm. Te zien is dat een pal van het vuurwapen ontbreekt en dat er een beschadiging is aan de kolf, want een zwart stukje kunststof ontbreekt.
Bij vergelijking van het vuurwapen op de foto met het vuurwapen dat in het Waaigat is opgedoken op 14 juni 2014, blijkt dat de wapens visueel overeenkomsten vertonen. Dit gezien de pal van het opgedoken vuurwapen ook ontbreekt en ook een beschadiging aan de kolf is te zien, want een zwart stukje kunststof ontbreekt. Geconcludeerd kan worden dat het opgedoken vuurwapen en het vuurwapen waarmee [verdachte] op de foto staat afgebeeld, één en hetzelfde vuurwapen betreft.

12. pagina’s 1629-1632

Proces-verbaal van verhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 7 april 2014 door R.B. Lovert en H.J. Leito, respectievelijk brigadier en hoofdagent van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1], zakelijk weergegeven:

Op 5 mei 2013 was ik domino aan het spelen bij de woning van [medeverdachte 2]. Ik heb de vorm van een vuurwapen gezien in de schoudertas van [verdachte] [het Gerecht begrijpt: de bijnaam van de verdachte [verdachte]] en ik hoorde een hard geluid toen zijn tas tegen de tafel sloeg. Ook zag ik de kolf van het wapen toen hij zijn tas opendeed. Het betrof een nikkelkleurig vuurwapen met zwart handvat.

Op een gegeven moment zei [verdachte] dat hij even bij [betrokkene 2] langs zou gaan. Toen hij terug kwam hoorde ik hem [getuige 5] [het Gerecht begrijpt: de bijnaam van [getuige 5]] roepen en hij vroeg hem om zijn ‘koi man’. Ik zag dat [getuige 5] toen het vuurwapen voor [verdachte] ging halen en aan hem overhandigde. Het ging om hetzelfde vuurwapen dat [verdachte] eerder in zijn schoudertas had bij het domino spelen.

13. pagina’s 1664-1671

Een geschrift, te weten een aanvullend rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt op 4 juli 2014 door ing. P.J.M. Pauw-Vugts, NFI-deskundige wapens en munitie, voor zover inhoudende als verklaring van de deskundige, zakelijk weergegeven:

Het pistool heeft de opschriften en de uiterlijke kenmerken van een semi-automatisch werkend pistool van het merk Smith & Wesson, model 669, kaliber 9mm Parbellum. De bevindingen van het vergelijkend huls- en kogelonderzoek in de zaak Marie Pampun zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer de hulzen en kogels zijn verschoten met het Smith & Wesson pistool dat in het Waaigat is aangetroffen, dan wanneer de hulzen en kogels zijn verschoten met één of meerdere ander(e) vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken.

14. pagina’s 1812-1816

Proces-verbaal van verhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 9 april 2014 door R.E. Dorand en M.A. van der Blom, respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van [getuige 5], zakelijk weergegeven:

Op 5 mei 2013 was ik bij mijn woning in Koraalspecht. [verdachte] kwam naar mij toe en overhandigde mij een zwarte tas. Hij vroeg mij of ik deze voor hem kon bewaren en hij vertelde mij dat zijn ‘koi man’, zijn vuurwapen, erin zat. Ik heb de tas aangenomen en in een oude wasmachine achter het huis geplaatst. Omstreeks 16.15 uur kwam [verdachte] terug en vroeg hij mij om zijn ‘koi man’. Ik heb hem de tas weer overhandigd. [verdachte] maakte de tas open en haalde een grijskleurig vuurwapen uit de tas. Vervolgens liep [verdachte] weg met [betrokkene 1].

In onderstaande bewijsmiddelen wordt verwezen naar paginanummers van de bijlagen gevoegd bij het proces-verbaal genaamd eindonderzoek “No Limit”, opgemaakt en gesloten op 8 december 2013 door L.J.E. Reenis, hoofdagent van politie werkzaam bij de Recherche en Informatiedienst, afdeling Tactische recherche.

15. pagina’s 125-142

Proces-verbaal van de Technische Recherche Curaçao, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 2 september 2013 door M.L. Kalmez en W.S Schoop, beiden brigadier bij het Korps Politie Curaçao en technisch rechercheur bij het Bureau Technische Recherche, voor zover inhoudende als de verklaring van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 27 januari 2013 werden wij gedirigeerd naar de Caracasbaai te Curaçao waar een schietpartij zou hebben plaatsgevonden. Daar aangekomen troffen wij het levenloze lichaam van een man aan. De man vertoonde schotverwondingen. Door dr. A.H.E. Maduro werd de dood geconstateerd. Het slachtoffer bleek in leven te zijn genaamd [slachtoffer 2]. Op 29 januari 2013 werd door patholoog-anatoom Van Raalte gerechtelijke sectie verricht op het lichaam van het slachtoffer. Uit het lichaam werden vijf koperen projectielen van het kaliber 9 mm verwijderd en in beslag genomen.

16. pagina’s 109-117

Proces-verbaal van bevinding, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 28 oktober 2013 door H.I. Mathew en E.J. Riedel, beiden brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, inhoudende als verklaring van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

[getuige 1] heeft op 13 september 2013 een geheugenkaart aan leden van het onderzoeksteam in het onderzoek Magnus [het Gerecht begrijpt: het onderzoek naar de moord op Helmin Wiels] overhandigd. Zij verklaarde dat er op de geheugenkaart een aantal voice notes waren opgeslagen die [verdachte] voor haar had gestuurd. De geheugenkaart werd in beslag genomen en de voice notes werden beluisterd.

Inhoud van voice note nummer f0005829:

“Ik heb eerst zestig gehoord. Nu zegt [betrokkene 3] tegen mij dat er vijfenzeventig staat op het hoofd van die ding. [betrokkene 2] heeft mij ook gezegd om rustig te blijven, want ik word sowieso uitbetaald, want [betrokkene 3] en ik moeten het geld delen. Dit omdat [betrokkene 3] mijn chauffeur was en ik degene was die uitstapte en het werk verrichtte.”

17. pagina’s 56-60

Proces-verbaal van getuigenverhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 6 september 2013 door H.J. Leito en R.B. Lovert, respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de getuige [getuige 1], zakelijk weergegeven:

[verdachte] heeft mij verteld dat [betrokkene 2] hem de opdracht had gegeven om [slachtoffer 2] te vermoorden. [betrokkene 2] beloofde hem NAf 60.000 voor die moord te betalen, maar hij heeft alleen NAf 10.000 gegeven. [getuige 2], de echtgenote van [verdachte], moest toen naar Nederland om de rest van het geld bij een vriendin van [betrokkene 2] te halen. [verdachte] vertelde mij dat hij [slachtoffer 2] heeft beslopen en ‘hey’ tegen hem riep. [slachtoffer 2] was met een andere man. [verdachte] begon toen gerichte schoten op [slachtoffer 2] af te lossen. Hij zag dat [slachtoffer 2] in elkaar zakte. [verdachte] bleef op [slachtoffer 2] schieten tot de houder leeg was. De man die met [slachtoffer 2] was ging plat liggen. Drie a vier dagen na de moord ben ik met [verdachte] naar de Caracasbaai gegaan en ging hij mij aanwijzen hoe alles was gegaan.

18. pagina’s 64-66

Proces-verbaal van getuigenverhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 16 september 2013 door H.J. Leito en R.B. Lovert, respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de getuige [getuige 1], zakelijk weergegeven:

U speelt voice note nummer f0005829 voor mij af, welke is aangetroffen op de geheugenkaart die ik heb afgegeven. Ik herken de stem van de man als de stem van [verdachte]. Met [verdachte] bedoel ik [verdachte]. De voicenote werd door hem naar mij verstuurd na de liquidatie van [slachtoffer 2] bij Caracasbaai. Hij vertelde mij dat [betrokkene 3] als chauffeur had opgetreden, terwijl hij uit de auto stapte om de liquidatie te verrichten.

19. pagina’s 36-39

Proces-verbaal van getuigenverhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 31 januari 2013 door G.P. Isei, brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de getuige [getuige 6], zakelijk weergegeven:

Op zondag 27 januari 2013 vroeg [slachtoffer 2] mij om hem op de boot te vergezellen. Ter hoogte van Caracasbaai aangekomen kregen wij pech en voeren naar de kust. Ik maakte de boot vast en sprong terug in de boot. Op een gegeven moment zag ik een man op de kade staan. Hij droeg een shirt met lange mouwen en had iets op het hoofd dat zijn gezicht gedeeltelijk afdekte. Hij begon met een vuurwapen te schieten. Ik nam meteen dekking achter de bestuurderszitbank.

In onderstaande bewijsmiddelen wordt verwezen naar paginanummers van de bijlagen gevoegd bij het aanvullend proces-verbaal op het einddossier genaamd onderzoek “No Limit” opgemaakt en gesloten op 13 april 2014 door L.J.E. Reenis, hoofdagent van politie werkzaam bij de Recherche en Informatiedienst, afdeling Tactische recherche.

20. pagina’s 10-25

Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 11 februari 2014 door T.A. Mattheeuw, brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, inhoudende als verklaring van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Bij een huiszoeking op 23 september 2013 op het woonadres van [getuige 2], de echtgenote van de verdachte [verdachte], zijn onder andere mobiele telefoons, laptops en digitale gegevensdragers in beslag genomen, waarop onder meer foto’s werden aangetroffen. Op een mobiele telefoon Blackberry 9320 is een aantal foto’s aangetroffen, waaronder foto 1 waarop [getuige 2] met haar dochter vermoedelijk in Nederland te zien is. Uit de eigenschappen van deze foto is te zien dat deze op 17 februari 2013 gemaakt is. Foto 2 toont een groot aantal bankbiljetten van 50 euro. Deze foto is eveneens op 17 februari 2013 gemaakt. Op foto 3 is een transparant zakje inhoudende een aantal bankbiljetten van 50 euro te zien, dat wordt vastgehouden door vermoedelijk vrouwenvingers. Tevens zijn de blauwe schoenen met witte veters die [getuige 2] op foto 1 aanheeft te zien. Ook deze foto is op 17 februari 2013 gemaakt.

21. pagina’s 34-35

Proces-verbaal van bevinding, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 11 februari 2014 door O.D. Phelipa, brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, inhoudende als verklaring van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit onderzoek in de politiebestanden bekend als Boarder Management System (BMS) werd geconstateerd dat [getuige 2] op 16 februari 2013 naar Nederland vertrokken was en dat zij op 19 februari 2013 vanuit Nederland teruggekomen was.

22. pagina’s 66-71

Proces-verbaal van verhoor, met bijlage, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 10 februari 2014 door H.J. Leito en R.B. Lovert, respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van [getuige 2], zakelijk weergegeven:

[verdachte] heeft diezelfde dag nog tegen mij gezegd dat hij degene is geweest die [slachtoffer 2] bij de Caracasbaai had doodgeschoten. Hij heeft voor de moord geld van [betrokkene 2] gekregen. Hij moest dat geld met [betrokkene 3] delen, want [betrokkene 3] was als chauffeur opgetreden.

23. pagina’s 72-78

Proces-verbaal van verhoor, met bijlage, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 10 februari 2014 door H.J. Leito en R.B. Lovert, respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van [getuige 2], zakelijk weergegeven:

Ik ben op 17 februari 2013 naar Nederland gegaan, samen met mijn dochter. [betrokkene 2] had mijn reiskosten betaald. Een vriendin van [betrokkene 2] gaf mij 9.000 Euro. Ik heb 1.000 Euro via Western Union voor [verdachte] verzonden en de rest meegenomen naar Curaçao. Ik ben op 19 februari 2013 teruggegaan naar Curaçao.

24. separaat opgenomen in het einddossier “No Limit”

Een geschrift, te weten een door patholoog J.A. van Raalte opgemaakt en op 21 maart 2013 digitaal geautoriseerd verslag van het obductieonderzoek d.d. 29 januari 2013 van [slachtoffer 2], voor zover inhoudende als verklaring van de deskundige, zakelijk weergegeven:

[slachtoffer 2] is overleden aan de verwondingen van 8 schotwonden en 1 schampschot. De dood is ingetreden door verbloeding.

25. separaat opgenomen in het einddossier “No Limit”

Een geschrift, te weten een rapport met begeleidende brief van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt op 27 september 2013 door ing. P.J.M. Pauw-Vugts, NFI-deskundige wapens en munitie, voor zover inhoudende als verklaring van de deskundige, zakelijk weergegeven:

Naar aanleiding van een schietincident te Caracasbaai op 27 januari 2013, slachtoffer [slachtoffer 2], zijn munitiedelen onderzocht. De systeemsporen van de munitiedelen passen het best bij pistolen van het merk Smith & Wesson. Het is zeer veel waarschijnlijker dat de munitiedelen zijn afgevuurd uit één en dezelfde loop dan dat ze zijn afgevuurd uit meerdere lopen van hetzelfde kaliber en dezelfde systeemkenmerken.

Het is tevens zeer veel waarschijnlijker dat de munitiedelen aangetroffen bij dit schietincident en de munitiedelen aangetroffen bij een ander (TGO MAGNUS) schietincident [het Gerecht begrijpt: het schietincident op 5 mei 2013 te Marie Pampun waarbij Helmin Magno Wiels is doodgeschoten] zijn afgevuurd uit één loop, dan dat de kogels zijn afgevuurd uit twee lopen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken.

In onderstaande bewijsmiddelen wordt verwezen naar paginanummers van de bijlagen gevoegd bij het algemeen proces-verbaal in het einddossier genaamd onderzoek “Sangura”, opgemaakt op 3 december 2013 door L.J.E. Reenis, hoofdagent van politie bij het Korps Politie Curaçao.

26. pagina 21

Proces-verbaal van bevinding vermist persoon, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 14 juni 2012 door C.A. Mercera, brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 9 juni verschenen [nabestaande 3] en [nabestaande 4] op het bureau en verklaarden dat hun zoon en vriend [slachtoffer 3] vanaf vrijdag 8 juni 2012 niet meer was thuisgekomen. [nabestaande 4] had omstreeks 5.00 uur voor het laatst telefonisch contact gehad met [slachtoffer 3]. Daarna stond zijn telefoon niet meer aan. De buren die met [slachtoffer 3] domino aan het spelen waren hebben gezegd dat hij telkens door iemand werd gebeld en dat hij degene die belde antwoordde dat hij zo direct zou komen.

27. pagina’s 23-25

Proces-verbaal van bevinding plaats delict, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 11 juni 2012 door S.A. Faneyte en E.L. Rombley, respectievelijk inspecteur en agent van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 9 juni 2012 troffen wij te Noord Zapateer het lichaam van een persoon aan. Door dr. Moses werd de dood geconstateerd.

28. pagina’s 27-28

Proces-verbaal van lijkherkenning, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 11 juni 2012 door S.A. Faneyte en E.L. Rombley, respectievelijk inspecteur en agent van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 9 juni 2012 werd een lijk aangetroffen te Noord Zapateer. [nabestaande 3] en [nabestaande 5] herkenden het aan hun getoonde lijk als dat van hun zoon en broer genaamd [slachtoffer 3].

29. pagina’s 48-50

Proces-verbaal van relatie tussen [verdachte] en [slachtoffer 3], in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 30 mei 2013 door E.J. Martina en H.A. Luckert, respectievelijk brigadier en hoofdagent van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Uit onderzoek is gebleken dat de verdachte [verdachte] gebruik maakt van het mobiele telefoonnummer 6782768. Dit nummer heeft op de avond van 7 juni 2012 en in de nacht van 7 op 8 juni 2012 vier keren contact gehad met het mobiele telefoonnummer 6981762, in gebruik bij [slachtoffer 3].

30. pagina’s 51-64

Proces-verbaal van relatie tussen Phelipa en [verdachte], met bijlagen, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 28 mei 2013 door M.A. Rienhart, brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 6 mei 2013 omstreeks 11.04 uur belt [betrokkene 4] met [verdachte]. Dit gesprek wordt getapt. Middels stemherkenning wordt vastgesteld dat [betrokkene 4] [betrokkene 4] is en dat [verdachte] [verdachte] is.

Het gesprek gaat er onder andere over dat [verdachte] een vrouw rond kwart over drie moet halen bij Brievengat en haar over een uur moet ophalen en terugbrengen.

Op 6 mei 2013 omstreeks 11.53 uur belt [verdachte] met een onbekende vrouw. Dit gesprek wordt getapt. Middels stemherkenning wordt vastgesteld dat [verdachte] [verdachte] is. Hij zegt onder meer dat hij een vriendin van zijn beste vriend moet ophalen om naar de gevangenis te brengen. [verdachte] zegt dat hij (de vriend) voor iets stoms in de gevangenis zit. De vrouw vraagt wanneer. [verdachte] zegt een paar maanden geleden en dat het een schietvoorwerp (‘koi tira’) van hem ([verdachte]) zelf is.

Uit onderzoek is gebleken dat [betrokkene 4] sedert 24 oktober 2012 in de gevangenis opgesloten is.

31. pagina’s 138-144

Proces-verbaal van getuigenverhoor, met bijlage, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 7 september 2013 door H.J. Leito en R.B. Lovert, respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de getuige [getuige 1], zakelijk weergegeven:

[verdachte] heeft mij verteld dat hij in de maand juni 2012 de man genaamd [slachtoffer 3] [het Gerecht begrijpt: de bijnaam van [slachtoffer 3]] had doodgeschoten. Hij was met [slachtoffer 3] bevriend. Hij heeft mij verteld dat hij opdracht had gekregen om [slachtoffer 3] te vermoorden. Hij heeft voorts verteld dat hij [slachtoffer 3] had opgebeld en tegen hem had gezegd dat hij een klusje voor hem had, dat [slachtoffer 3] bij hem in de auto was gestapt, dat hij had gezien dat [slachtoffer 3] een kogelvrij vest aanhad, dat ze naar Noord Zapateer waren gereden, dat ze waren uitgestapt en dat hij [slachtoffer 3] had doodgeschoten. [verdachte] heeft mij verteld dat hem NAf 60.000 is betaald voor het werk. Hij is betaald in bankbiljetten van euro’s en dollars. Met [verdachte] bedoel ik [verdachte].

32. pagina’s 166-168

Proces-verbaal van aanhouding, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 24 oktober 2012 door R.J. Wedervoort en T.E.A. Lasten, beiden brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 24 oktober 2012 werd [betrokkene 4] aangehouden en werd onder hem in beslag genomen een zwartkleurig vuistvuurwapen van het merk Glock 40, voorzien van het serienummer ALM225US met bijbehorend patroonmagazijn inhoudende 15 scherpe patroon, elk voorzien van het bodemstempel “Winchester kaliber 40 S&W”.

33. pagina’s 170-172

Een geschrift, te weten een verslag betreffende een vergelijkend munitieonderzoek, opgemaakt op 24 mei 2013 door R.V.G. Sambo, brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 11 juni 2012 ontving ik uit handen van brigadier S.G. Maduro zeven hulzen van het kaliber .40, voorzien van het bodemstempel “WINCHESTER” en “FEDERAL”, afkomstig van een schietpartij met dodelijke afloop te Noord Sapateer.

Op 25 oktober 2012 ontving ik uit handen van brigadier R.J. Wedervoort een pistool van het merk Glock, serienummer ALM225, een patroonhouder en vijftien scherpe patronen van het kaliber .40 S&W, voorzien van het bodemstempel “WINCHESTER” en “ FEDERAL”.

Het vergelijkingsonderzoek tussen de veiliggestelde hulzen heeft uitgewezen dat de afvuursporen, met de hierin voorkomende kraslijnen en onregelmatigheden op de hulsbodems, onderlinge aansluiting vertonen met het in beslag genomen vuurwapen.

34. pagina’s 252-257

Proces-verbaal van getuigenverhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 28 mei 2013 door C.L. Maduro en M.S. Harrigan, beiden brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de getuige [getuige 7], zakelijk weergegeven:

Ik heb veel contact met een vriend die momenteel vast zit. Dat betreft [betrokkene 4], bijgenaamd [betrokkene 4]. Ik bezoek hem in de gevangenis. Ongeveer twee weken geleden werd ik voor het bezoek thuis opgehaald door een vriend van [betrokkene 4]. Hij is bijgenaamd [verdachte] en ik ken hem via zijn echtgenote [getuige 2]. Hij is dezelfde man die vorige week is aangehouden in verband met de moordzaak te Noord Zapateer.

In onderstaand bewijsmiddel wordt verwezen naar paginanummers van de bijlagen gevoegd bij het aanvullend proces-verbaal op het einddossier genaamd onderzoek “Sangura”, opgemaakt op 17 december 2013 door L.J.E. Reenis, hoofdagent van politie bij het Korps Politie Curaçao.

35. pagina’s 4-25

Proces-verbaal van forensisch sporenonderzoek, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 12 december 2013 door S.G. Maduro, M.L. Kalmez, W.S. Schoop en E.A. Jansen, allen brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 9 juni 2012 stelden wij een onderzoek in te Noord Zapateer, alwaar het stoffelijke overschot van een man werd aangetroffen. In de omgeving van de plaats delict werden diverse hulzen van het kaliber .40 en een gedeformeerde volmantel kogel aangetroffen en in beslag genomen.
Het stoffelijk overschot had een kogelvrij vest aan, waarvan de schouderbanden aan de voorzijde kogelperforaties vertoonden.

In onderstaand bewijsmiddel wordt verwezen naar paginanummers van de bijlagen gevoegd bij het aanvullend proces-verbaal op het einddossier genaamd onderzoek “Sangura”, opgemaakt op 16 juli 2014 door A.J. Plaate, hoofdagent van politie bij het Korps Politie Curaçao.

36. pagina’s 32-37

Proces-verbaal van getuigenverhoor, met bijlage, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 10 februari 2014 door H.J. Leito en R.B. Lovert, respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van [getuige 2], zakelijk weergegeven:

U houdt mij voor dat volgens bankgegevens ik op 8 juni 2012 een geldsom van € 7.500 wilde omwisselen in Antilliaanse guldens en [verdachte] een geldsom van € 5.000 wilde omwisselen. U toont mij een overzicht van deze wisseltransactie. Ja, ik ging met [verdachte] op zijn verzoek naar de MCB om het geld te wisselen. Het was zijn geld. Op die dag hebben wij geld gewisseld bij filialen in Brievengat, Punda en Salinja.

37. separaat opgenomen in het einddossier “Sangura”

Een geschrift, te weten een door patholoog dr. G.D. Zielinski opgemaakt en op 6 augustus 2012 digitaal geautoriseerd verslag van het obductieonderzoek d.d. 10 juni 2012 van [slachtoffer 3], voor zover inhoudende als verklaring van de deskundige, zakelijk weergegeven:

Bij de sectie van [slachtoffer 3] is het navolgende gebleken. Het lichaam was van een slanke man, in vergaande staat van ontbinding. Er waren perforaties rechts in het aangezicht, hoog in de linkerhals, in beide schouders en in de rechterhand. [slachtoffer 3] is overleden als gevolg van weefselschade en bloedverlies tengevolge van meerdere in- en doorschoten op het lichaam.

In onderstaande bewijsmiddelen wordt verwezen naar paginanummers van de bijlagen gevoegd bij het algemeen proces-verbaal in het einddossier genaamd deelonderzoek “Hector”, opgemaakt en gesloten op 26 mei 2014 door A.J. Plaate, hoofdagent van politie bij het Korps Politie Curaçao.

38. pagina’s 1-3

Proces-verbaal van aangifte, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 25 januari 2013 door R.C. Brooks, brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4], zakelijk weergegeven:

Ik werk als bode/geldloper voor “Hector Henriquez B. Inc.” te Curaçao. Op 25 januari 2013 moest ik ’s ochtends geld naar Banco di Caribe brengen. Ik legde een kartonnen doos op de voorbank in de auto, een blauwe Toyota Yaris, en ik reed weg. Bij de uitgang van het terrein van Hector Henriquez B. Inc aan de Oude Caracasbaaiweg werd ik door een zwarte auto klem gereden. Uit deze auto stapten twee mannen. Ze waren beiden gewapend met een vuurwapen en hun gezichten waren bedekt met een zwarte stof. De mannen maanden mij om uit de auto te stappen. Ik stapte uit de auto. Eén van de daders stapte in mijn auto als bestuurder en reed weg. Ze hebben weggenomen een kartonnen doos met daarin vijf bruinkleurige etui tassen van “Banco di Caribe”, inhoudende een bedrag van NAf 37.643,38 en de blauwe personenauto van het merk Toyota, model Yaris. Het ontvreemde is eigendom van mijn werkgever Hector Henriquez B. Inc.

39. pagina’s 32-35

Proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 27 februari 2014 door H.J. Leito en R.B. Lovert, respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als verklaring van de getuige [getuige 2], zakelijk weergegeven:

[verdachte] heeft mij verteld over een beroving bij de zaak Hector Henriquez in 2013. Hij heeft mij verteld dat [medeverdachte 1] [het Gerecht begrijpt: de bijnaam van [medeverdachte 1]] en hij die dag met een auto naar Hector Henriquez zijn gegaan, dat [medeverdachte 1] en hij een man hebben beroofd en dat zij geld en een Yaris van die man hebben weggenomen.

40. pagina’s 50-55

Proces-verbaal van bevinding, met bijlagen, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 8 november 2013 door T.A. Mattheeuw, brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Bij een huiszoeking op 23 september 2013 op het woonadres van [getuige 2], de echtgenote van de verdachte [verdachte], zijn onder andere mobiele telefoons, laptops en digitale gegevensdragers in beslag genomen, waarop onder meer foto’s werden aangetroffen. Op een hierbij aangetroffen foto is de verdachte te zien met zijn dochter, met een groot aantal Antilliaanse bankbiljetten in handen. Uit de eigenschappen van de foto is op te maken dat deze op 25 januari 2013 om 12:02:24 gemaakt is.

41. pagina’s 149-153

Proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 18 oktober 2013 door R.B. Lovert en H.J. Leito, respectievelijk brigadier en hoofdagent van politie van het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1], zakelijk weergegeven:

Op de dag van de beroving van de Hector Henriquez op 25 januari 2013 werd ik opgehaald door [verdachte]. Wij reden naar de Hector Henriquez. Wij zagen een man in een blauwe Toyota Yaris aankomen. [verdachte] heeft de blauwe auto klem gereden. Ik ging bij het portier staan waar de bestuurder zat en ik beval hem om uit te stappen. Ik zag toen bruinkleurige doosjes op de passagiersstoel liggen. Ik had een zwartkleurig wapen bij me. [verdachte] stapte in de auto blauwe auto en reed weg. Nadat [verdachte] en [betrokkene 2] het geld hadden geteld gaf [verdachte] mij ongeveer negenduizend gulden.

42. pagina’s 159-161

Proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 21 maart 2014 door L.J. Itanare Fernandez-Overman Huerta, I.J.C. Meulens en R.E. Dorand, respectievelijk brigadiers en hoofdagent van politie van het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de verdachte, zakelijk weergegeven:

Ik heb meegedaan aan de overval die op 25 januari 2013 op de Hector Henriquez werd gepleegd.

5B. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De bekennende verklaring van de verdachte ten aanzien van de moord op Helmin Wiels

Het Gerecht overweegt in het kader van de Salduz-rechtspraak dat aannemelijk is geworden dat de verdachte voorafgaand aan het afleggen van de bekennende verklaringen uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat zijn raadsvrouw niet op de hoogte mocht worden gesteld van het feit dat hij opening van zaken wilde geven. Voorts is gebleken dat aan de verdachte voorafgaand aan zijn verhoren telkens de cautie is medegedeeld. Gelet daarop is naar het oordeel van het Gerecht niet gehandeld in strijd met enig recht van de verdachte op grond waarvan de bekennende verklaringen niet voor het bewijs gebruikt zouden kunnen worden.

Het Gerecht acht de voor het bewijs gebezigde bekennende verklaring van de verdachte over zijn eigen rol betrouwbaar, nu die voldoende steun vindt in de overige bewijsmiddelen. Het andere bewijs betreft veel meer dan verklaringen van horen zeggen, te weten objectieve verifieerbare gegevens. Zo bevestigen de historische verkeersgegevens van de telefoon van de verdachte zijn aanwezigheid te Marie Pampun rond het tijdstip van de moord. Voorts bestaat een direct verband tussen de verdachte en het vuurwapen waarmee Wiels is doodgeschoten, op grond van het forensisch technisch onderzoek naar het wapen dat op aanwijzing van de echtgenote van de verdachte in het Waaigat is teruggevonden en de foto waarop de verdachte met datzelfde vuurwapen staat afgebeeld. Daar komt bij dat de verklaring van de verdachte dat hij negen tot elf kogels op Wiels heeft afgevuurd en dat hij ook kogels op de rug van Wiels heeft afgevuurd, bevestiging vindt in het pathologisch onderzoek, waaruit blijkt dat Helmin Wiels door negen of tien kogels is geraakt en dat hij ook in zijn rug is geschoten.

De verklaring van de getuigen [getuige 2]en [getuige 1]

Het Gerecht acht de voor het bewijs gebezigde verklaringen van de getuigen [getuige 2] en [getuige 1] betrouwbaar, nu deze verklaringen voldoende bevestiging vinden in de overige bewijsmiddelen en objectieve verifieerbare gegevens.

De verklaring van [getuige 2] dat het in het Waaigat gedumpte vuurwapen is gebruikt voor de moord op Wiels, vindt bevestiging in de resultaten van het forensisch technisch onderzoek van het vuurwapen dat op de door haar aangewezen locatie is aangetroffen.

Dat [getuige 2] op 17 februari 2013 in Nederland € 9.000 heeft opgehaald in verband met de moord op [slachtoffer 2], vindt bevestiging in de op haar mobiele telefoon aangetroffen foto van 17 februari 2013 waarop zij in een kennelijk Nederlandse straat staat afgebeeld en de foto van diezelfde dag waarop een grote hoeveelheid vijftig eurobiljetten en een vrouwenhand te zien is.

De verklaring van [getuige 2] dat zij met de verdachte rond het tijdstip van de moord op [slachtoffer 3] aanzienlijke geldbedragen in eurobiljetten heeft getracht om te wisselen, vindt bevestiging in het als bijlage bij het verhoor gevoegde transactieoverzicht betreffende MOT‑meldingen door de MCB Bank op 8 juni 2012.

De verklaring van [getuige 1] over de betrokkenheid van de verdachte bij de moord op [slachtoffer 2] vindt bevestiging in de voice note die de verdachte aan deze getuige heeft gestuurd.

De verklaring van [getuige 1] over de betrokkenheid van de verdachte bij de moord op [slachtoffer 3] vindt bevestiging in de telecomgegevens waaruit volgt dat de verdachte in de nacht van de moord contact met [slachtoffer 3] heeft gehad, in de omstandigheid dat [slachtoffer 3] een kogelvrij vest aanhad en in de omstandigheid dat de verdachte op de dag van de moord over een groot bedrag in euro’s beschikte, een en ander overeenkomstig de verklaring van [getuige 1].

De moord op [slachtoffer 2]

Het Gerecht overweegt ter zake van de betrokkenheid van de verdachte bij de moord op [slachtoffer 2] het volgende. Zowel de echtgenote van de verdachte als de getuige [getuige 1] heeft verklaard dat de verdachte tegen hen heeft gezegd dat hij [slachtoffer 2] in opdracht van [betrokkene 2] heeft vermoord. In samenhang met de op de telefoon van [getuige 1] aangetroffen voice note vormt dit een sterke aanwijzing voor de betrokkenheid van de verdachte bij die moord. Voorts heeft de echtgenote van de verdachte korte tijd na de moord op [slachtoffer 2] in Nederland een fors geldbedrag opgehaald, waarover zowel zij als de vriendin van de verdachte heeft verklaard dat het de betaling voor de moord op [slachtoffer 2] betrof.

Daar komt nog bij dat het vuurwapen waarmee [slachtoffer 2] is doodgeschoten op grond van forensisch onderzoek direct aan de verdachte is te koppelen, nu de verdachte met dit wapen op de foto staat en het wapen op aanwijzing van zijn echtgenote is teruggevonden in het Waaigat.

Deze feiten en omstandigheden zijn, in onderling verband en samenhang met de overige bewijsmiddelen beschouwd, redengevend voor het bewijs dat de verdachte de moord op [slachtoffer 2] heeft gepleegd. De verdachte heeft geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring voor het vorenstaande gegeven.

De moord op [slachtoffer 3]

Het Gerecht overweegt ter zake van de betrokkenheid van de verdachte bij de moord op [slachtoffer 3] het volgende. De verdachte heeft volgens de getuige [getuige 1] aan haar verteld dat hij [slachtoffer 3] heeft vermoord. Telecomgegevens bevestigen dat er in de nacht van 8 juni 2012 meerdere malen telefonisch contact is geweest tussen de verdachte en [slachtoffer 3]. Dit past bij de verklaring van de getuige [getuige 1] dat de verdachte een ‘klusje’ voor [slachtoffer 3] zou hebben en komt ook overeen met het proces-verbaal bevinding vermist persoon, waarin melding wordt gemaakt van een persoon die tijdens het domino spelen telkens naar [slachtoffer 3] belde en waartegen [slachtoffer 3] zei dat hij er zo aan zou komen.

Voorts bestaat er een direct verband tussen de verdachte en het vuurwapen waarmee [slachtoffer 3] is doodgeschoten, nu dit vuurwapen later in beslag is genomen bij een vriend van de verdachte en de verdachte daaromtrent in een telefoongesprek zegt dat het eigenlijk zijn vuurwapen is.

Ten slotte is gebleken dat de verdachte op de dag van de moord over een aanzienlijk geldbedrag in euro’s beschikte, hetgeen overeenkomt met de verklaring van [getuige 1] dat de verdachte onder meer in euro’s betaald is voor de moord op [slachtoffer 3].

Deze feiten en omstandigheden zijn, in onderling verband en samenhang met de overige bewijsmiddelen beschouwd, redengevend voor het bewijs dat de verdachte de moord op [slachtoffer 3] heeft gepleegd. De verdachte heeft geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring voor het vorenstaande gegeven.

Voorbedachte raad

Het Gerecht acht bewezen dat de verdachte met voorbedachten raad Helmin Wiels, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] van het leven heeft beroofd. Vast is komen te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op zijn besluit om deze personen om het leven te brengen, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daden en zich daarvan rekenschap te geven. Uit de bewijsmiddelen volgt immers dat de verdachte telkens van een ander de opdracht heeft gekregen deze personen tegen betaling te vermoorden, dat hij vervolgens voorzien van een wapen deze personen heeft opgezocht en hen daarna heeft doodgeschoten. In dit licht kan niet worden gezegd dat de verdachte in (een van) deze zaken heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Van contra-indicaties die erop wijzen dat de verdachte niet met voorbedachten raad heeft gehandeld en waaraan een zwaarder gewicht toekomt, is naar het oordeel van het Gerecht geen sprake.

6 Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 500.00950/13

1. medeplegen van moord,

strafbaar gesteld bij artikel 2:262 in verbinding met artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht;

2. medeplegen van moord,

strafbaar gesteld bij artikel 2:262 in verbinding met artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht;

Parketnummer 500.00552/13

moord,

strafbaar gesteld bij artikel 2:262 van het Wetboek van Strafrecht;

Parketnummer 500.00468/14

diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijker te maken,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht.

7 Strafbaarheid van de verdachte

7A. Rechtvaardigingsgronden

Het bewezenverklaarde is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7B. Schulduitsluitingsgronden

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

Uitgebreide persoonlijkheidsonderzoeken van deskundigen zijn niet uitgevoerd. Aan de hand van de beschikbare psychiatrische rapportage trekt het Gerecht niet de conclusie, dat de verdachte wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens ontoerekeningsvatbaar is.

8 Oplegging van straf en maatregel

8A. Straf

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het Gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft over de periode van één jaar drie mannen in koelen bloede, tegen betaling van geld, doodgeschoten en hij heeft onder bedreiging met een vuurwapen een geldloper overvallen. Alle drie de moorden hebben het karakter van een liquidatie, waarbij de slachtoffers meedogenloos zijn afgemaakt. De verdachte heeft daarmee in de eerste plaats de slachtoffers hun kostbaarste bezit, het leven, ontnomen. Voorts heeft hij dierbaren op schokkende en beangstigende wijze uit het leven van de nabestaanden weggerukt. De verdachte heeft kennelijk geen respect voor het menselijk leven, maar enkel oog voor eigen financieel gewin.

Bovendien heeft de verdachte met Helmin Wiels een volksvertegenwoordiger vermoord, die gelet op de verkiezingsuitslag een significant deel van de bevolking vertegenwoordigde en die leider was van de politieke partij Pueblo Soberano. Als politieke implicatie van die moord kan in ieder geval worden vastgesteld, dat de partij haar leider kwijt is geraakt en de kiezers hun volksvertegenwoordiger. In het algemeen, binnen Curaçao maar ook daarbuiten, heeft de moord de rechtsorde zeer ernstig geschokt.

Het Gerecht heeft ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden en de persoonlijkheid van de verdachte beperkte informatie van deskundigen. De gewapende overval past in het beeld dat van de verdachte oprijst uit zijn strafblad en uit het Vroeghulprapport van de Reclassering, namelijk dat hij van jongs af aan in het criminele circuit zijn geld heeft verdiend. De verdachte komt op het Gerecht over als iemand met veel eigendunk. Dat komt tot uitdrukking in de ingesproken berichten (voicenotes) van de verdachte1, waarin hij meermalen opschept en vertelt over zijn misdaden. Behalve dat hij volgens de getuige [getuige 1] huilend over de moord op Helmin Wiels zou hebben verteld2, heeft de verdachte er nimmer blijk van gegeven last te hebben van gewetenswroeging. Ook lijkt de verdachte in het ter terechtzitting afgespeelde studioverhoor van 14 november 2014 allerminst onder de indruk van een mogelijke eis van levenslange gevangenisstraf. De verdachte heeft overigens de terechtzitting met name aangegrepen om de politie en de officier van justitie te betichten van vieze spelletjes. Het Gerecht zal de proceshouding van de verdachte niet in zijn voordeel meewegen, ook al is zijn bekennende verklaring bij de politie gebruikt voor het bewijs. Het Gerecht is van oordeel dat de verdachte toen niet volledige opening van zaken heeft gegeven, het Gerecht heeft twijfels aan het waarheidsgehalte op onderdelen en de verdachte heeft ten slotte ter terechtzitting ontkend. Van groot belang acht het Gerecht dat de verdachte geen spijt heeft betuigd en dat hij ervoor gekozen heeft om geen verantwoording af te leggen. Daaruit concludeert het Gerecht, net als uit de bewezenverklaarde daden van de verdachte, dat hij geen mededogen toont voor de slachtoffers.

Vergelding voor de hoeveelheid en de ernst van de feiten kan naar het oordeel van het Gerecht enkel voldoende verwezenlijkt worden door de maximale wettelijke straf op te leggen, levenslange gevangenisstraf.

Bovendien beschouwt het Gerecht de verdachte als meedogenloos, gewetenloos en zonder meer in staat – ook na ommekomst van langdurige gevangenisstraf – tot het wederom plegen van moord. De maatschappij moet worden beschermd tegen het gevaar dat de verdachte recidiveert door hem levenslange gevangenisstraf op te leggen.

Het Gerecht heeft in zijn overwegingen het volgende betrokken. Levenslange gevangenisstraf duurt letterlijk levenslang. Ingevolge artikel 1:30 van het Wetboek van Strafrecht wordt de veroordeelde nadat de vrijheidsbeneming ten minste twintig jaren heeft geduurd echter voorwaardelijk in vrijheid gesteld, indien naar het oordeel van het Hof verdere onvoorwaardelijke tenuitvoerlegging geen redelijk doel meer dient. Daarbij neemt het Hof ten minste in zijn beschouwing de positie van de directe nabestaanden van de slachtoffers en het gevaar dat de veroordeelde alsnog zal recidiveren. Deze toets na twintig jaren en zonodig iedere vijf jaren daarna moet ook uitgevoerd worden indien de verdachte de gevangenisstraf ondergaat in Nederland.

8B. Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van het in beslag genomen vuurwapen zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat de onder 1 en 2 in de zaak met parketnummer 500.00950/13 ten laste gelegde feiten met betrekking tot dat voorwerp zijn begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn mede gegrond op de artikelen 1:74, 1:75 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

Het Gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4 omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat de bewezen verklaarde feiten de in rubriek 6 genoemde strafbare feiten opleveren;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens deze feiten tot een levenslange gevangenisstraf;

onttrekt aan het verkeer het in rubriek 8B genoemde voorwerp.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. J.P.C. van Dam van Isselt en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 29 augustus 2014, in tegenwoordigheid van de griffier.

1 Proces-verbaal van bevinding, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 28 oktober 2013 door H.I. Mathew en E.J. Riedel, beiden brigadier bij het Korps Politie Curaçao, einddossier “Marie Pampun” pagina’s 1083-1091; enProces-verbaal van bevinding, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 12 september 2013 door H.I. Mathew, brigadier bij het Korps Politie Curaçao, einddossier “Marie Pampun” pagina’s 1072-1078.

2 Proces-verbaal van verhoor getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 5 september 2013 door H.J. Leito en R.B. Lovert, respectievelijk hoofdagent en brigadier bij het Korps Politie Curaçao, einddossier “Marie Pampun” pagina’s 675-679.