Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2011:BU8416

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
28-11-2011
Datum publicatie
16-12-2011
Zaaknummer
AR 44880
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Amigoe vordert betaling van Land voor plaatsing van advertenties in periode van juli 200 tot en met september 2010. Een deel van de vordering blijkt reeds betaald en een deel is verjaard. Stelling van het Land dat zij niet voor alle facturen van het land Nederlandse Antillen verantwoordelijk is faalt. Het Gerecht wijst deel van de vordering toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

AR 44880

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Vonnis van 28 november 2011

in de zaak van

de naamloze venootschap UITGEVERIJ AMIGOE N.V.,

gevestigd te Curaçao,

eiseres,

gemachtigde mr. E. Kleist,

tegen

de openbare rechtspersoon LAND CURAÇAO,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde mr. P.M. Noordhoek.

Partijen zullen hierna Amigoe en het Land genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van 16 november 2010

- de conclusie van antwoord van 28 maart 2011

- de comparitie van partijen van 5 mei 2011

- de akte zijdens Amigoe van 8 augustus 2011

- de antwoordakte zijdens het Land van 3 oktober 2011

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Amigoe heeft in de periode van omstreeks juli 2000 tot en met september 2010 een aantal advertenties geplaatst in opdracht van het land Nederlandse Antillen. In deze procedure vordert zij de betaling van (een gedeelte) van de daarvoor aan het land Nederlandse Antillen gezonden facturen. Het Land Nederlandse Antillen is per 10 oktober 2010 opgeheven.

3. Het geschil

3.1. Amigoe vordert na vermindering van eis de betaling van NAF 44.688,01 -/- NAF 17.616,01 = NAF 27.072,00. Aan haar vordering legt zij een aantal facturen van door haar uitgevoerde advertentieopdrachten van het land Nederlandse Antillen ten grondslag. Deze facturen zouden nog niet zijn voldaan. Het Land is voor de betaling verantwoordelijk, waarvoor Amigoe verwijst naar artikel 4 van het Rijksbesluit rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen.

3.2. Het Land voert verweer. Zij stelt dat een gedeelte van de vordering,

NAF 6.431,25, reeds is voldaan, een gedeelte van de facturen nog bij de vereffeningscommissie ligt als bedoeld in voormeld besluit rechtsopvolging en nog niet zeker is of het Land daarvoor verantwoordelijk is, een gedeelte van de facturen niet bekend is, en een ander gedeelte van de facturen zijn verjaard.

4. De beoordeling

4.1. De vordering betreft de facturen die vermeld zijn in een overzicht van 103 facturen die alle aan het Land Nederlandse Antillen zouden zijn gezonden. Het Land heeft onbestreden gesteld dat de facturen 31 tot en met 103 zijn verjaard, zodat van de verjaring van die facturen zal worden uitgegaan.

4.2. Tijdens de comparitie van partijen is, op instigatie van het Land, door Amigoe akte gevraagd van haar erkenning van de betaling van de facturen 1, 3, 5, 6, 7, 8, 10, 11, 12, 13, 14, 18, 19, 20, 42, 45, 47 en 85. Deze akte is haar verleend. Amigoe is daarvan echter teruggekomen bij nadere akte, echter sorteert dit geen effect. Van een gerechtelijke erkentenis als hiervoor bedoeld kan in beginsel niet worden teruggekomen terwijl geen feiten of omstandigheden zijn gesteld op grond waarvan dit thans anders moet worden beoordeeld. Derhalve wordt ervan uitgegaan dat deze facturen zijn betaald.

4.3. Bij akte heeft Amigoe voorts de betaling van een aantal andere facturen erkend. Gelet op het overzicht dat Amigoe van die facturen heeft overgelegd, resteren dan van de niet verjaarde facturen – zie voor de verjaring hetgeen daarover onder 4.1. is overwogen - de facturen 2, 9, 15, 16, 17, 21, 22, 24, 25, 27 en 30.

4.4. Van de onder 4.3. vermelde facturen stelt het Land dat een aantal haar niet bekend zijn, namelijk facturen 9, 15, 16, 17, 21 en 22. Nu Amigoe de daarmee corresponderende facturen vervolgens heeft overgelegd en deze daarop niet inhoudelijk zijn betwist, wordt thans aan dit verweer voorbijgegaan.

4.5. Gelet op de voorgaande overwegingen zijn dus alle onder 4.3. vermelde facturen nog verschuldigd. Het gaat om een bedrag van NAF 5.470,50.

4.6. Het Land maakt van het door haar verschuldigde een rekensom waardoor de vordering van Amigoe op een negatief saldo uit zou komen. De som klopt echter niet omdat het Land van de initiële vordering heeft afgetrokken de facturen die verjaard zijn en vervolgens de facturen waarvan Amigoe heeft erkend als zijnde betaald. Het Land gaat daarbij echter voorbij aan het feit dat van de facturen die door Amigoe zijn erkend als betaald, een groot aantal verjaard zijn en aldus, de rekensom van het Land volgend, tweemaal van de initiële som worden afgetrokken. Het moge duidelijk zijn dat dit niet juist is.

4.7. Het Land stelt tot slot nog dat zij niet voor alle facturen van het land Nederlandse Antillen verantwoordelijk is. Artikel 4 van het Rijksbesluit rechtsopvolging is echter wat dat aangaat wel duidelijk. Ingevolge het vermelde artikel 4 gaan rechten en verplichtingen uit hoofde van met het land Nederlandse Antillen gesloten overeenkomsten over op het overeengekomen of uit de overeenkomst blijkende land waar de kenmerkende prestatie wordt geleverd en, in alle overige gevallen Curaçao. Wat de Nederlandse Antillen betreft heeft Amigoe als Nederlandstalige krant een bereik op de eilanden Curaçao,en Bonaire. Van algemene bekendheid is dat de editie voor Curaçao gelijk is aan die voor Bonaire, althans de advertenties voor de editie voor Curaçao niet afweken van die van de editie voor Bonaire. In zoverre de advertenties gericht waren op Bonaire hadden deze dus mede betrekking op de editie Curaçao. In zoverre bepaalde advertenties niet of uitsluitend aan Curaçao of aan Bonaire kunnen worden toegeschreven, komen deze ingevolge artikel 4 van voornoemd rijksbesluit als “overig geval” voor rekening van Curaçao. De slotsom daarvan is dat de facturen, in zoverre deze zijn verschuldigd, alle voor rekening van het Land (Curaçao) komen

4.8. Van de vordering wordt het onder 4.5. vermelde bedrag dus toegewezen. Nu daarmee een aanzienlijk gedeelte van de vordering is afgewezen, kan geen van de partijen als overwegend in het ongelijk gestelde partij worden aangemerkt, zodat de proceskosten zullen worden gecompenseerd.

5. De beslissing

Het Gerecht:

5.1. veroordeelt het Land tot betaling van NAF 5.470,50 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 september 2010 tot aan de dag van algehele voldoening,

5.2. verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3. wijst het meer of anders gevorderde af,

5.4. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2011.