Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2011:BU8413

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
28-11-2011
Datum publicatie
16-12-2011
Zaaknummer
AR 46661
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Door het gebruik van visitekaartjes waarin de functie van directeur wordt gebruikt door [H] is de schijn van bevoegdheid tot vertegenwoordiging gewekt door gedaagde. Echter verweerder noch [K] hebben getekend voor akkoord aan de algemene voorwaarden als onderdeel van de overeenkomst. Deze zijn in Nederlands terwijl de overeenkomst in het Engels is opgesteld. [K] hoefde niet bedacht te zijn op inhoud van deze aanvullende voorwaarden en de vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

AR 46661

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Vonnis van 28 november 2011

in de zaak van

[eiser],

wonende en gevestigd te Curaçao,

eiser,

procederend in persoon,

tegen

de naamloze vennootschap RIDEAU CENTRE N.V.,

gevestigd in Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde mr. Q.D.A. Carrega.

Partijen zullen hierna [eiser] en Rideau Centre genoemd worden

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van 23 maart 2011

- de conclusie van antwoord tevens van eis in reconventie van 6 juni 2011

- de comparitie van partijen van 25 augustus 2011

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Rideau Centre heeft of had een vordering van USD 621.197,41 op Lambreter Trading Ltd., een vennootschap gevestigd in Jamaica. Op enig moment in september 2010 – de overeenkomst is niet gedateerd – heeft de heer [K] (hierna [K]) namens Rideau Centre een incasso-overeenkomst getekend met [eiser]. Partijen zijn het erover eens dat deze incasso-overeenkomst (hierna de overeenkomst) betrekking heeft op de incasso van voormelde vordering van USD 621.197,41.

2.2. In de overeenkomst is een verwijzing opgenomen naar <i>General Conditions</i> in de zin dat deze op de overeenkomst toepasselijk zouden zijn. Voor deze voorwaarden verwijst [eiser] naar een document “Voorwaarden/Procedures” (hierna: de voorwaarden) dat in de procedure is overgelegd.

2.3. Partijen discussiëren of de voorwaarden bij of voorafgaand aan de overeenkomst aan [K], althans Rideau Centre ter hand zijn gesteld en/of Rideau Centre aan de voorwaarden is gebonden.

2.4. De onder 2.3. vermelde vraag is van belang omdat in de overeenkomst geen bepalingen zijn opgenomen over de vergoeding waarvoor [eiser] de incasso van voornoemde vordering op zich zou nemen, in tegenstelling tot de voorwaarden, waarin wel een aantal bepalingen over een vergoeding is opgenomen.

2.5. In de voorwaarden is, voor zover hier van belang, over de vergoeding het volgende opgenomen:

<i>1. Op het moment dat wij de opdracht tot invordering ontvangen, worden aan de schuldenaar 3 brieven verstuurd waarin hij ingebreke wordt gesteld. Aan de schuldenaar wordt alsdan voor de incassowerkzaamheden 15% van de hoofdsom, nader te noemen honorarium, in rekening gebracht en in het buitenland wordt alsdan incassowerkzaamheden 18% van de hoofdsom in rekening gebracht aan schuldenaar.

4. Het honorarium wordt in ieder bedrag dat geïncasseerd wordt ingehouden. De afrekening met de crediteur geschiedt, op het moment dat deze kosten zijn voldaan.

5. In alle gevallen waarin de incassocrediteur een reeds aan ons verstrekte incasso-opdracht intrekt, dan wel, buiten ons om, een betalingsregeling treft met de betreffende debiteur, althans met de betreffende debiteur een schikking aangaat, zijn wij desondanks gerechtigd over de ter incasso aan ons afgegeven vordering de overeengekomen incassokosten in rekening van de crediteur te brengen, tenzij ten genoegen van ons, blijkt dat sprake is van een ten onrechte aan ons afgegeven incasso-opdracht, in welk geval wij, ter bestrijding van onze kosten, op basis van de daadwerkelijk aan de opdracht door ons besteedde tijd , een uurtarief van Nafls 100,00 in rekening zullen brengen. </i>

(...)

2.6. De voorwaarden sluiten af met de volgende alinea

<i>Gaarne verneem ik van u of u zich met gemeld voorstel kunt verenigen. Eventuele tegenvoorstellen uwerzijds zie ik gaarne tegemoet en stel ik mij beschikbaar om gemeld voorstel met u nader te bespreken c.q. toe te lichten.

Hoogachtend

(handtekening)

[eiser]</i>

2.7. [K] is werkzaam bij Rideau Centre maar hij is daar geen bestuurder. Hij gebruikt voor zijn zakelijke contacten echter visitekaartjes waarop de functie van “director” is vermeld. Tijdens de comparitie van partijen heeft [K] toegelicht dat deze visitekaartjes door Rideau Centre aan hem ter beschikking zijn gesteld opdat hij aldus kan aantonen dat hij bevoegd zou zijn Rideau Centre bij diverse transacties te vertegenwoordigen.

2.8. Op 16 september 2011 zijn twee personen van [eiser], waaronder [eiser], afgereisd naar Jamaica teneinde uitvoering te geven aan de overeenkomst. Direct daaraan voorafgaand is [eiser] bij [K] langsgegaan om een eerder met hem afgesproken bedrag van USD 2.000,00 voor reis- en verblijfkosten op te halen.

2.9. Eenmaal aangekomen in Jamaica, werd [eiser] na een eerste contact met de debiteur (Lambreter Trading Ltd.) gebeld door de vader van [K] die als bestuurder bevoegd was Rideau Centre te vertegenwoordigen. De opdracht van de vader van [K] was om de incasso te staken omdat Rideau Centre inmiddels tot een betalingsregeling met de debiteur zou zijn gekomen, inhoudende dat de debiteur wat later zou betalen.

2.10. Uiteindelijk heeft Rideau Centre van de debiteur geen enkele betaling ontvangen.

2.11. Na de reis naar Jamaica heeft [K] aan [eiser] een bedrag van USD 20.000,00 betaald bij wijze van vergoeding voor door [eiser] gemaakte kosten. [K] heeft, naar hij stelt, deze vergoeding uit eigen zak betaald, zulks tegen finale kwijting en vrijwaring van al hetgeen [eiser] nog van hem of Rideau Centre te vorderen zou hebben in verband met de onderhavige opdracht.

2.12. Bij brief van 4 januari 2011 heeft [eiser] Rideau Centre gesommeerd om tot betaling van NAF 201.267,97 over te gaan, zijnde 18% van de te incasseren hoofdsom van USD 621.197,41.

2.13. [eiser] heeft voor de door haar gestelde vordering bij exploit van 11 januari 2011 ten laste van Rideau Centre beslag gelegd onder Banco di Caribe.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert Rideau Centre te veroordelen om aan haar NAF 211.331,61 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 januari 2011, alsmede Rideau Centre te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2. Aan de vordering legt [eiser] ten grondslag dat zij ingevolge de overeenkomst met Rideau Centre aanspraak heeft op 18% van de te incasseren hoofdsom, ook indien, zoals hier, de incasso-opdracht voortijdig is ingetrokken. Ter zake wijst zij op de hiervoor onder 2.5 vermelde bepaling in de voorwaarden onder 5.

3.3. Rideau Centre voert het verweer dat zij niet aan de overeenkomst is gebonden. Daartoe stelt zij dat de overeenkomst is getekend door [K] die geen bestuurder is van Rideau Centre en geen bevoegdheid heeft om Rideau Centre te vertegenwoordigen, de voorwaarden niet aan [K] en/of Rideau Centre ter hand zijn gesteld en er geen redelijke mogelijkheid geweest is om daarvan kennis te nemen – in welk kader de vernietiging van de voorwaarden wordt ingeroepen –, [K] en/of Rideau Centre met de voorwaarden niet akkoord zijn gegaan, de betalingsregeling een kernbeding is en als zodanig niet in algemene voorwaarden thuishoort, ingevolge artikel 6 van de voorwaarden geen aanspraak bestaat op enig overeengekomen percentage maar uitsluitend een afrekening van gemaakte uren en deze uren reeds zijn afgerekend met de aan [eiser] betaalde USD 20.000,00, een aanspraak pas bestaat na incasso van de vordering en de vordering niet is geïncasseerd, artikel 6 van de voorwaarden buiten toepassing moet worden gelaten op grond van het bepaalde in artikel 6:248 lid 2 BW en tot slot, voor zover nodig, de vordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet worden gematigd tot nihil.

3.4. In reconventie vordert Rideau Centre de opheffing van het ten laste van haar gelegde beslag.

3.5. Partijen voeren verweer tegen elkanders vorderingen. Op de stellingen van partijen wordt, voor zover nodig, hierna (verder) ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het eerste verweer van Rideau Centre is dat de overeenkomst is getekend door [K] en deze niet bevoegd was Rideau Centre te vertegenwoordigen. [K] was geen bestuurder en hij had geen procuratie.

4.2. Tijdens de comparitie is echter een visitekaartje van [K] overgelegd waarin aan [K] de functie van “director” wordt toegedicht. De bedoeling daarvan is, zoals door [K] tijdens de comparitie is toegelicht, dat hij aldus zou kunnen aantonen dat hij Rideau Centre bij transacties met derden zou kunnen vertegenwoordigen.

4.3. Rideau Centre heeft niet bestreden dat zij [K] de hiervoor beschreven visitekaartjes laat gebruiken. Hiermee moet worden aangenomen dat Rideau Centre de schijn wekt van een bevoegdheid tot vertegenwoordiging van [K]. Aldus kan [eiser] die van die bevoegdheid is uitgegaan, het ontbreken daarvan niet met succes worden tegengeworpen. Het verweer dat [K] geen bevoegdheid toekomt leidt dan ook niet tot het door Rideau Centre daarmee beoogde resultaat dat zij niet is gebonden aan de overeenkomst.

4.4. De overige weren van Rideau Centre hebben betrekking op de vraag of de voorwaarden onderdeel zijn van de overeenkomst en/of Rideau Centre in redelijkheid aan die voorwaarden is gebonden. Het belang van de vraag is daarin gelegen dat de prijsafspraak die aan de vordering ten grondslag ligt wel in de voorwaarden is opgenomen maar niet in de overeenkomst zelf.

4.5. Van belang is daarbij dat de voorwaarden niet door [K] en/of een andere functionaris van Rideau Centre voor akkoord zijn ondertekend, terwijl [eiser] gelet op de hiervoor onder 2.6. aangehaalde slotalinea de vraag stelt om te laten weten of hiermee wordt ingestemd. Dat de voorwaarden vervolgens niet zijn getekend, is dan ook een contra-indicatie voor een gebondenheid van Rideau Centre daaraan.

4.6. Rideau Centre gaat er in haar verweer vanuit dat de toepasselijkheid van de voorwaarden mede verband houdt met de vraag of er sprake is van algemene voorwaarden als bedoeld in artikel 6:231 BW e.v. Op deze regeling heeft [eiser] zich echter niet beroepen, waardoor dit strikt genomen niet ter beoordeling staat.

4.7. De afsluitende alinea in de voorwaarden <i>“gaarne verneem ik van u of u zich met gemeld voorstel kunt verenigen (...)”</i> en de daaronder geplaatste handtekening van [eiser] duiden erop dat het hier niet gaat om algemene voorwaarden, dat wil zeggen voorwaarden, zoals in artikel 6:231 BW omschreven, die bedoeld zijn in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen. Daarmee vallen de voorwaarden buiten het bereik van de in dezelfde afdeling gegeven regeling.

4.8. De vraag is dan nog uitsluitend of Rideau Centre de voorwaarden als onderdeel van de overeenkomst heeft aanvaard, indien al wordt aangenomen dat deze aan Rideau Centre zijn aangeboden.

4.9. [eiser] stelt dat de voorwaarden aan [K] zijn afgegeven maar hieruit volgt nog niet de aanvaarding daarvan. Niet duidelijk is geworden op grond waarvan [eiser] in redelijkheid de aanvaarding door Rideau Centre van deze voorwaarden heeft mogen afleiden. In de slotalinea van de voorwaarden wordt gevraagd om een akkoord met de voorwaarden, maar van een dergelijk akkoord is niet gebleken. Voorst moet het [eiser] duidelijk zijn geweest dat [K] het Nederlands niet beheerst en kon zij er reeds daarom niet vanuit gaan dat [K] en/of Rideau Centre met de voorwaarden, die in het Nederlands zijn gesteld, heeft begrepen en daarmee akkoord was.

4.10. De overeenkomst is in het Engels gesteld. Aangenomen kan daarom worden dat [K], die Engelstalig is, deze anders dan de voorwaarden die in het Nederlands zijn gesteld, wel heeft begrepen. Niet voor niets heeft [K] deze dan ook getekend.

4.11. Weliswaar wordt in de in Engels gestelde overeenkomst naar de toepasselijkheid van algemene voorwaarden verwezen, echter hoefde [K] niet bedacht te zijn op aanvullende voorwaarden die erop neerkomen dat [eiser] in bepaalde omstandigheden een vergoeding moet betalen. In de overeenkomst is namelijk bij het daarin geimprimeerde “<i>job fee</i>” geen bedrag ingevuld. Terecht heeft [K] c.q. Rideau Centre hieruit mogen afleiden dat Rideau Centre, zoals zij stelt, voor de incasso geen vergoeding was verschuldigd, althans deze rechtstreeks door [eiser] bij de debiteur in rekening zou worden gebracht.

4.12. Dan is mogelijk nog een vraag of [eiser] geen aanspraak kan maken op een redelijke vergoeding voor de door Rideau Centre voortijdig ingetrokken opdracht. De vraag is niet opgeworpen maar indien anders zou deze mogelijk bevestigend worden beantwoord en zou de redelijke vergoeding voor [eiser] kunnen liggen in de reeds door [K] uit eigen zak betaalde USD 20.000,00.

4.13. Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen in conventie moeten worden afgewezen. De overige weren van Rideau Centre behoeven daarmee geen bespreking meer. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van Rideau Centre begroot op NAF 3.400,00 (2 punten x tarief).

4.14. De vordering in reconventie wordt toegewezen. Gelet op de geringe eigenheid van de vordering in reconventie – het betreft uitsluitend de opheffing van het voor de conventionele vordering gelegde beslag – wordt daarin geen kostenveroordeling opgelegd.

5. De beslissing

Het Gerecht:

<u>In conventie:</u>

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Rideau Centre begroot op NAF 3.400,00.

<u>In reconventie:</u>

5.3. bepaalt dat het ten laste van Rideau Centre gelegde conservatoir beslag onder Banco di Caribe hiermee is opgeheven,

5.4. verklaart het vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2011.