Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2011:BR5513

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
18-07-2011
Datum publicatie
22-08-2011
Zaaknummer
AR 2010/34530
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Curator van Ibas Ede B.V. vordert dat hij tot een bedrag van € 5.502.568 wordt toegelaten als schuldeiser in het faillissement van Westward Insurance. Gerecht oordeelt dat de directeur/enig aandeelhouder van Ebas Ede B.V. en dezelfde persoon als indirect aandeelhouder van Westward Insurance maar raak heeft gedaan en een daaraan niet meer te verifiëren draai heeft laten geven in de boekhouding. Hierop kan geen behoorlijke vordering tussen beide vennootschapen worden gebaseerd. Vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

zaaknummer: AR 2010/34530

vonnisdatum: 18 juli 2011

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Vonnis in de zaak van:

[curator van Ibas Ede],

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Ibas Ede B.V.,

kantoor houdend te Arnhem, Nederland,

eiser,

gemachtigde mr. J.A.L.M. de Wind,

tegen:

1. [curatoren van Westward Insurance],

in hun hoedanigheid van curatoren van Westward Insurance Company N.V.,

kantoor houdend te Curaçao,

procederend in persoon,

2. de naamloze vennootschap

CURAÇAO OVERSEAS MANAGEMENT COMPANY (COMANCO) N.V.,

gevestigd te Curaçao,

gemachtigde mr. M.R.B. Gorsira,

3. [mr. A. G.],

wonende te Amsterdam, Nederland,

gemachtigde mr. M.R.B. Gorsira.

Partijen zullen hierna de curator van Ibas Ede, de curatoren van Westward Insurance, Comanco en [mr. A. G.] worden genoemd.

Verder verloop van de procedure

Het Gerecht is uitgegaan van de navolgende proceshandelingen en processtukken:

- het incidentele vonnis van 23 augustus 2010 met de daarin genoemde proceshandelingen en processtukken,

- de conclusie van repliek met bewijsstukken van 13 december 2010,

- de conclusies van dupliek met bewijsstukken van de curatoren van Westward Insurance en van Comanco en [mr. A. G.] van 21 februari 2011,

- de aktes houdende uitlating producties van de curator van Ibas Ede en van Comenco en [mr. A. G.] van 21 maart 2011.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, alsmede op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van overgelegde producties, staat het volgende vast:

a. Ibas Ede hield zich sinds 1984 in Nederland bezig met de verkoop van fietsverzekeringen. Zij bood het “Ibas Ede 100%-plan” aan, dat door rijwielhandelaren tegelijk met de fiets aan de consument werd verkocht. Het plan bood de garantie dat Ibas Ede de eigenaar bij diefstal schadeloos stelde door middel van de levering van een gelijkwaardige fiets. De duur van de garantie was – naar keuze – twee of drie jaar.

b. Directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede was [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede]. Hij was de commerciële man binnen het bedrijf, dat verder één werknemer in dienst had, die de volledige schadeadministratie deed en over twijfelgevallen overleg voerde met [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede]. Aanvankelijk werd het risico verzekerd bij [xxx], maar op een gegeven moment kreeg [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] het advies om zelf als verzekeringsmaatschappij op te gaan treden. Op aanraden van [belastingadviseur], belastingadvieur bij Derks.Star Busmann te Utrecht, is vervolgens een verzekeringsmaatschappij opgericht op Curaçao. Daartoe heeft [belastingadviseur] de hem bekende [mr. A. G.] benaderd, directeur van trustkantoor Comanco en daarnaast advocaat te Curaçao.

c. In een brief aan [mr. A. G.] van 7 september 1993 zette [belastingadviseur] eerst uiteen hoe Ibas Ede, aangeduid als Nederlandse assurantietussenpersoon, werkte.

Volgens die brief werden de risico’s op dat moment tijdelijk in eigen beheer gedragen, een situatie die in Nederland niet was toegestaan. Gezien de met betaalde premies opgebouwde reserves en de schadehistorie liepen de verzekerden materieel geen risico dat geen uitkering zou volgen, aldus [belastingadviseur] in deze brief.

Vervolgens ging hij in op de gewenste structuur. Het moest gaan om een verzekeringsmaatschappij met de benodigde vergunningen in de Nederlandse Antillen, die via onafhankelijke tussenpersonen verzekeringen zou sluiten onder door de maatschappij vooraf bepaalde richtlijnen. Voor de fiscale positie van de maatschappij in Nederland was van belang dat management and control op de Nederlandse Antillen werden uitgeoefend en dat de maatschappij geen vaste inrichting en/of vaste vertegenwoordiger in Nederland zou hebben. Er zou locaal een kantoor moeten worden aangehouden en administratie moeten worden gevoerd.

De locale directie zou, ook met het oog op de vereiste vergunningen, meer verstand van verzekeren moeten hebben. Verder deelde [belastingadviseur] in deze brief mee dat de achterliggende aandeelhouder(s) van de verzekeringsmaatschappij om hem/hun moverende redenen niet bekend wilden zijn en dat deelname in het kapitaal mogelijk zou plaatsvinden via een speciaal daartoe opgerichte houdstervennootschap naar Antilliaans recht. Ten slotte deelde hij onder het kopje “formaliteiten” mee dat onder meer documenten moesten worden overgelegd waaruit kon blijken dat de verzekeringsmaatschappij over ten minste een solvabiliteitsmarge beschikte als gold voor Nederlandse verzekeraars.

d. Op 24 november 1993 heeft [mr. A. G.] Westward Insurance Company N.V. opgericht. Enig aandeelhouder was de op diezelfde datum opgerichte Westward Holding N.V.. Enig aandeelhouder van Westward Holding N.V. was en is [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede].

[mr. A. G.] werd directeur van Westward Insurance. Mededirecteur werd [yyy], gepensioneerd directeur van een verzekeringsbedrijf. Twee kantoorgenoten van [mr. A. G.] en een medewerkster van Comanco, [zzz], werden commissaris bij Westward Insurance. [mr. A. G.] kreeg voor zijn bestuursfunctie Naf. 15.000,00 per jaar exclusief onkostenvergoeding. [yyy] ontving Naf. 1.500,00 per jaar en de commissarissen waren onbezoldigd.

e. Bij brief van 8 december 1993 aan Ibas Ede t.a.v. [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] heeft [mr. A. G.] als directeur van Westward Insurance de gemaakte afspraken bevestigd.

Die kwamen erop neer dat Ibas Ede in Nederland in het kader van haar normale bedrijfsactiviteiten de polissen van Westward Insurance zou gaan aanbieden tegen door Westward Insurance vooraf aangegeven voorwaarden en condities, waarvan niet mocht worden afgeweken. Ibas Ede zou de incasso van de premies verzorgen en de afhandeling van de schade. Als vergoeding mocht zij 25% van de geïnde premies houden. Ibas Ede zou uit de premies een reserve van ƒ 300.000,00 aanhouden, waaruit zij zelf schadeuitkeringen zou mogen doen. Telkens als meer premie was ontvangen dan ƒ 10.000,00 boven het bedrag van ƒ 300.000,00 zou het meerdere onmiddellijk worden overgemaakt aan Westward Insurance. Ibas Ede zou maandelijks binnen 5 dagen na afloop van de kalendermaand een afrekening opmaken waaruit de financiële verplichtingen over en weer zouden blijken. Over schadeclaims diende maandelijks overleg plaats te vinden onder verwijzing naar de desbetreffende polissen.

In een memorandum van 30 juni 1995 heeft [mr. A. G.] aan Ibas Ede t.a.v. [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] vrijwel dezelfde afspraken bevestigd.

f. Accountantskantoor [P] heeft voor de jaarrekeningen 1994 tot en met 1999 van Ibas Ede een samenstellingsverklaring afgegeven. Die jaarrekeningen werden opgemaakt aan de hand van door [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] aangeleverde gegevens en bescheiden. [G.K.], registeraccountant te Curaçao, heeft voor de jaarrekeningen 1994, 1997 en 1998 van Westward Insurance een samenstellingsverklaring afgegeven en voor de jaarrekeningen 1995 en 1996 een beoordelingsverklaring. Voor 1999 en 2000 zijn alleen conceptjaarrekeningen opgemaakt. [G.K.] ging uit van door Ibas Ede aangeleverde gegevens.

In de jaarrekening van 2000 heeft Ibas Ede een bedrag van € 936.208 opgenomen als vordering op Westward Insurance. Als nog uit te betalen schades over 2000 en 2001 heeft zij bedragen opgenomen van respectievelijk € 193.985 en € 186.996.

Totaal komt dit afgerond op € 1.317.190.

g. Op 14 februari 2001 is de aan Ibas Ede verleende voorlopige surseance van betaling omgezet in faillissement, met aanstelling van mr. [J.K.], advocaat te Arnhem, tot curator. Op 27 april 2001 is Westward Insurance eveneens in staat van faillissement verklaard, met aanstelling van mr. G.C. Daal, advocaat te Curaçao, tot curator. Mrs. V.P. Maria en F.J. van den Bosch zijn opvolgende curatoren.

h. Bij arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 6 juni 2006 is [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] veroordeeld om aan de curatoren van Westward Insurance de tegenwaarde in euro’s te betalen van ƒ 600.000,00.

i. Bij vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 30 januari 2007 is op vordering van de curator van Westward Insurance voor recht verklaard dat [mr. A. G.], [yyy] en [zzz] wegens in dat vonnis vermelde nalatigheden aansprakelijk zijn tot vergoeding van eventuele schade ten behoeve van de boedel en zijn deze drie veroordeeld tot vergoeding van die schade.

j. Op 5 maart 2010 heeft de rechter-commissaris in het faillissement van Ibas Ede vijf getuigen gehoord onder wie [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] en [mr. A. G.]. Het proces-verbaal bevindt zich bij de stukken. Bij de stukken bevindt zich ook het rapport van 1 december 2010 van de hand van [deskundige K.] AA, die door de rechter-commissaris in het faillissement van Westward Insurance als deskundige is benoemd.

k. De curator van Ibas Ede heeft op de verificatievergadering van 12 maart 2010 een vordering van € 4.316.996,63 ter verificatie ingediend. Na betwisting door de curatoren van Westward Insurance en door Comanco en [mr. A. G.] is die vordering verwezen naar deze renvooiprocedure.

Het geschil

2. De curator van Ibas Ede vordert dat hij tot een bedrag van € 5.502.568 als schuldeiser in het faillissement van Westward Insurance wordt toegelaten, met verwijzing van de curatoren van Westward Insurance in de proceskosten.

Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

3. De curator stelt daartoe dat tussen Westward Insurance als verzekeringsmaatschappij en Ibas Ede als (gevolmachtigd) tussenpersoon een verzekeringsrelatie heeft bestaan, waarbij Ibas Ede bevoegd was om namens risicodrager Westward Insurance schade-uitkeringen te doen aan de individuele polishouders en de aldus uitgekeerde bedragen van Westward Insurance vergoed kreeg. De individuele polishouders hadden in het kader van hun schade een vorderingsrecht op Ibas Ede als zelfstandig bevoegde tussenpersoon. Ibas Ede had op haar beurt een vordering op Westward Insurance als risicodrager op grond van de tussen hen bestaande rechtsrelatie. Een en ander blijkt uit het door [mr. A. G.] op 30 juni 1995 verzonden memorandum, alsmede uit de jaarrekeningen en de daarin opgenomen rekening-courant tussen beide vennootschappen.

4. De curatoren van Westward Insurance, alsmede [mr. A. G.] en Comanco hebben verweer gevoerd, waarop, voor zover van belang, hierna zal worden ingegaan.

De beoordeling

5. De hiervoor onder 1c. vermelde brief van 7 september 1993, waarmee [belastingadviseur] zich als adviseur van [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] voor het eerst schriftelijk tot [mr. A. G.] op Curaçao richtte, geeft de feitelijke situatie van dat moment en de beoogde constructie helder weer. Ibas Ede verkocht haar product in Nederland toen in eigen beheer, maar dreigde daarmee last te krijgen met onder meer de Verzekeringskamer, ofschoon de verzekerden gezien de opgebouwde reserves materieel geen risico liepen dat niet werd uitgekeerd. Het was derhalve zaak een verzekeringsmaatschappij op de Nederlandse Antillen op te richten die een zodanige “substance” had dat zij zowel aan de eisen op de Nederlandse Antillen als aan die van de Verzekeringskamer en de belastingdienst in Nederland voldeed. Daarbij was met name van belang dat het zwaartepunt op Curaçao kwam te liggen.

6. [mr. A. G.], advocaat en houder van een trustkantoor, die geen enkel verstand had van verzekeringen, heeft gedaan wat van hem werd gevraagd, en heeft vervolgens als directeur van Westward Insurance de hiervoor onder 1e. vermelde brief van 8 december 1993 en later het memorandum van 30 juni 1995 geschreven, waaruit moest blijken dat de beslissingen op Curaçao werden genomen, terwijl de werkzaamheden vrijwel geheel werden uitbesteed aan Ibas Ede.

Als het de bedoeling was geweest een serieuze verzekeringsmaatschappij op te richten, dan had men niet [mr. A. G.] en zijn kantoorgenoten aangesteld, maar gekwalificeerd personeel in dienst genomen, dat in staat was de risico’s te beoordelen, de premies vast te stellen, voor een afdoende solvabiliteitsmarge te zorgen en in het algemeen een verantwoord beleid te voeren. [yyy], de enige die wel verstand had van verzekeringen, is vrijwel nooit ingeschakeld. Hij kreeg dan ook een zeer bescheiden vergoeding en zat er kennelijk alleen om de toezichthouder zand in de ogen te strooien. Een serieuze verzekeringsmaatschappij had ook een eigen polis uitgegeven en niet ermee volstaan zich te laten vermelden als “risicodrager” achterop de stukken van Ibas Ede.

7. Indien daarbij wordt bedacht dat [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] zowel directeur/enig aandeelhouder was van Ibas Ede, een bedrijf met naast [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] één werknemer, als via Westward Holding N.V. enig aandeelhouder van Westward Insurance, dan is duidelijk dat sprake was van een schijnvertoning, bedoeld om van de Nederlandse toezichthouders af te komen en er tegelijk fiscaal beter van te worden. In feite bleef Ibas Ede haar product in eigen beheer verkopen, maar nu met een [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede]-vennootschap op Curaçao als “risicodrager”. De geldstromen tussen beide vennootschappen bevestigen dit beeld. Alle gelden van Westward Insurance waren afkomstig van Ibas Ede of [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede], afgezien van met die gelden gekweekte rente en behaalde beleggingswinst, en toen die allemaal naar Ibas Ede of [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] waren overgemaakt was het op. Op een gegeven moment heeft [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] nog de schijn van afstand proberen te creëren door zekere [H] als ultimate beneficial owner te laten optreden. Bij de rechter-commissaris heeft [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] over de betaling en de levering van de aandelen Westward Holding een onnavolgbaar verhaal verteld. Volgens verklaringen van [H], die zich als producties 21 en 22 achter het proces-verbaal van getuigenverhoor bevinden, heeft hij wel wat getekend maar is het verder bij een intentie gebleven. Hij heeft de aandelen nooit overgedragen gekregen en heeft ook nooit iets betaald. Met Westward Insurance en de verzekeringen heeft hij zich nooit bemoeid. Hij voelt zich grandioos misleid. Blijkens de correspondentie die zich in het dossier bevindt is het ook al die jaren [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] geweest die aan de touwtjes trok. [H] komt daar nauwelijks in voor.

8. Gezien deze hele schimmige gang van zaken getuigt het van weinig realiteitszin dat de curator van de ene failliete [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede]-vennootschap zich nu met een gigantische vordering meldt bij de curatoren van de andere failliete [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede]-vennootschap en zich daarbij ijzerenheinig baseert op het nagenoeg niet uitgevoerde memorandum, de jaarstukken en een rekening-courant, die allemaal zijn terug te voeren op [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede], de man die deze hele vestzak-broekzakconstructie heeft opgezet.

9. Dat zou anders zijn als bij Westward Insurance gelden waren verdwenen of Ibas Ede anderszins door Westward Insurance zou zijn benadeeld.

Daarvan is echter niet gebleken. Dat kan worden afgeleid uit het verloop van de geldstromen, die door een medewerker van de curator van Ibas Ede en ook door de deskundige [deskundige K.] in beeld zijn gebracht en waarover alle partijen het eens zijn. Alleen een betaling uit 1999 van ƒ 30.000 aan Westward Insurance heeft [deskundige K.] niet kunnen terugvinden en heeft ook de curator van Ibas Ede niet meer boven water weten te krijgen. Afgezien van dat bedrag is per saldo € 47.433 van Ibas Ede naar Westward Insurance gegaan. Aan operationele kosten heeft Westward Insurance € 251.988 uitgegeven, terwijl aan rente en winst uit obligaties in totaal € 305.946 is binnengehaald. Naar Westward Holding is € 10.482 gegaan en naar [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede], die € 181.818 aan kapitaal op de aandelen had gestort, een bedrag van € 272.727.

In het onder 1h. vermelde arrest is [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] veroordeeld tot terugbetaling van dat laatste bedrag. Volgens [deskundige K.] is met hem een regeling getroffen. De medewerker van de curator van Ibas Ede merkt overigens nog op dat in de periode 1994-2000 aan 25% vergoeding over de premies in totaal - omgerekend - € 2.039.318 binnen Ibas Ede is “geconsumeerd”. Aangenomen dat ook het beoogde belastingvoordeel is gerealiseerd heeft de constructie [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] geen windeieren gelegd.

10. Aan [mr. A. G.] en de zijnen kan worden verweten dat zij zich hiervoor hebben laten lenen en een verzekeringsmaatschappij hebben behandeld alsof het een offshore maatschappij was - zie het onder 1i. vermelde vonnis van het Gemeenschappelijk Hof - maar (de curator van) Ibas Ede kan daar moeilijk over klagen, terwijl van enige misdraging in de verhouding met Ibas Ede of [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] niet is gebleken.

Dat op een gegeven moment niet meer kon worden uitgekeerd kwam eenvoudig omdat Ibas Ede dan wel [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] het daarvoor benodigde geld niet meer fourneerde.

Dat laatste was weer een gevolg van het feit dat het slecht ging met de handel van Ibas Ede doordat het aantal schademeldingen enorm toenam en de premies en het beleid onvoldoende werden aangepast. Als daarvan iemand een verwijt kan worden gemaakt – dit is overigens niet de plaats om dat te beoordelen - dan zou dat beleidsbepaler [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] zijn en niet zijn zetbaas [mr. A. G.]. Volgens de getuigenverklaring van mr. De Gelder, advocaat van [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede], ging het mis omdat er op een gegeven moment massaal werd gefraudeerd. Voor zover dat juist zou zijn kan moeilijk worden gesproken van procederen ten behoeve van “gedupeerde” verzekerden.

11. Maar ook om andere redenen is er geen aanleiding om de vordering te erkennen. Enerzijds verwijst de curator van Ibas Ede naar een passage uit de hiervoor onder 1i. vermelde uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof, waarin wordt aangenomen dat Westward Insurance aanzienlijke aantallen door Ibas Ede verkochte fietsgarantiebewijzen als verzekeringsovereenkomsten heeft geaccepteerd en gedupeerde polishouders hun vorderingen in het faillissement van Westward Insurance kunnen indienen.

Dat zou wijzen op een directe relatie tussen Westward Insurance als verzekeringsmaatschappij en de polishouders als haar verzekerden. Gedaagden hebben terecht aangevoerd dat vanuit die invalshoek niet valt in te zien waarom Westward Insurance aan (de curator van) Ibas Ede zou moeten betalen. Als Ibas Ede gevolmachtigd tussenpersoon was dan was zij dat immers van Westward Insurance en niet van de polishouders. Aan de curator van Ibas Ede zou dan ook niet bevrijdend kunnen worden betaald.

12. Anderzijds stelt de curator van Ibas Ede dat de individuele polishouders helemaal niet bekend waren met de positie van Westward Insurance, laat staan met haar interne positie als risicodrager, en dat die polishouders een vordering hebben op Ibas Ede als zelfstandig bevoegde tussenpersoon. Op haar beurt heeft Ibas Ede vervolgens een vordering op Westward Insurance en wel op grond van de tussen hen bestaande rechtsrelatie.

Daargelaten het hiervoor besproken schimmige karakter van die relatie, valt aan het memorandum en de daaraan voorafgaande brief van [mr. A. G.] van 8 december 1993 in ieder geval geen vorderingsrecht van Ibas Ede te ontlenen voor schades die zij zelf niet heeft uitbetaald, waaronder de Euretco vordering.

Het leeuwendeel van die niet uitbetaalde schades zal zij bovendien nooit hoeven uit te betalen. Het gaat immers om schattingen van claims over de jaren 2001 tot en met 2003, waarom anno 2011 kennelijk nog steeds niemand is gekomen.

13. Ook in het bedrag van € 1.130.194 aan schade claims over 2000 zit blijkens het rapport van [deskundige K.] een bedrag aan niet uitbetaalde schade (van € 193.985), waarvoor hetzelfde geldt. Uit dat rapport blijkt verder dat in het resterende bedrag van € 936.208, ofwel ƒ 2.063.131, een saldo zit van ƒ 751.342 “volgens telefonische opgave d.d. 5 januari 2001 [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede]” van nog te incasseren premies en nog uit te betalen schades per 20 december 2000. Ook die schade is dus niet door Ibas Ede betaald en kan niet met succes van Westward Insurance worden gevorderd.

14. Resteert een bedrag van ƒ 1.311.789 als saldo van de rekening-courant volgens de administratie van Ibas Ede. Volgens de administratie van Westward Insurance was dat ƒ 403.220 minder, een verschil waarvoor volgens [deskundige K.] geen verklaring kan worden gegeven, dat daarmee onduidelijk blijft en dus op zichzelf al aan verificatie van het hogere bedrag in de weg staat.

15. Ernstiger is dat het hele rekening-courant verhaal begint met een overmaking van ƒ 1.400.000 door Ibas Ede aan Westward Insurance, over de status waarvan partijen ernstig van mening verschillen. In zijn commentaar op het rapport van [deskundige K.] verklaart [belastingadviseur], die de constructie destijds heeft bedacht en op wiens advies [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] handelde, dat een dergelijk bedrag ongeveer nodig was om aan de Nederlandse kapitaaleisen te voldoen. Het bedrag was bedoeld als kapitaal in Westward Holding om vervolgens als zodanig in Westward Insurance terecht te komen. Het bedrag had uiteraard door [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] als aandeelhouder van Westward Holding moeten worden voldaan. [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] heeft het bedrag niet zelf betaald, maar dat door Ibas Ede laten doen onder de vermelding “premies”. Dat het om premies ging is echter niet aannemelijk. Uiteindelijk is dit bedrag bij Westward Insurance als winst geboekt, omdat er geen lasten tegenover stonden. Als het premies waren geweest had een voorziening moeten worden getroffen. Dat van premies geen sprake was spoort met de verklaring van [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] tegenover de rechter-commissaris dat hij zekerheid moest geven om in Curaçao te kunnen beginnen.

16. Het komt erop neer dat [directeur en enig aandeelhouder van Ibas Ede] als directeur/enig aandeelhouder van Ibas Ede en indirect aandeelhouder van Westward Insurance maar raak heeft gedaan en daaraan achteraf in de boekhouding een niet meer te verifiëren draai heeft laten geven.

Op het aldus ontstane boekhoudkundige drijfzand kan een behoorlijke vordering tussen beide vennootschappen niet worden gebaseerd.

17. De slotsom is dat de curatoren van Westward Insurance de vordering op terechte gronden betwisten en dat deze dus niet voor erkenning in aanmerking komt.

Als de in het ongelijk gestelde partij wordt de curator van Ibas Ede verwezen in de proceskosten, aan de zijde van de curatoren van Westward Insurance begroot op Naf. 1.800,00 (2 punten tarief 5) en aan de zijde van [mr. A. G.] en Comanco eveneens op Naf. 1.800,00.

Beslissing

Het gerecht:

- wijst af het gevorderde;

- verwijst de curator van Ibas Ede in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de curatoren van Westward Insurance begroot op Naf. 1.800,00 en aan de zijde van [mr. A. G.] en Comanco op Naf. 1.800,00;

- verklaart deze proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, lid van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2011, in aanwezigheid van de griffier.