Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEABES:2021:4

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
10-05-2021
Datum publicatie
19-05-2021
Zaaknummer
BON202100163
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kort geding

Voorwaardelijk sepot

Reputatie- en integriteitsrisico’s

Beëindiging bancaire relatie

Behoud basisbetaalrekening

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202100163

Datum uitspraak: 10 mei 2021

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[naam eiser],

wonende te Bonaire,

eiser, hierna: [naam eiser],

gemachtigde: mr. E.J. Winkel,

tegen

Maduro & Curiel’s Bank (Bonaire) N.V.,

gevestigd te Bonaire,

gedaagde, hierna: MCB,

gemachtigden: mr. R.F. van den Heuvel en mr. M.F. Willems.

De procedure

1. Het verzoekschrift is ingediend op 14 april 2021.

2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgehad op 26 april 2021. Daarbij is [naam eiser] verschenen met zijn gemachtigde en namens MCB is [naam] verschenen met haar gemachtigden via videoverbinding. Tijdens de mondelinge behandeling zijn namens MCB producties, waarvan de gemachtigde van [naam eiser] al eerder kennis had genomen, en een pleitnota overgelegd.

3. Vonnis is bepaald op vandaag.

Feiten

4. [ naam eiser] is cliënt van MCB. Hij heeft acht bankrekeningen. Dit zijn lopende rekeningen, een spaarrekening en bankrekeningen die zijn gekoppeld aan persoonlijke leningen en creditcards. Een van de lopende rekeningen gebruikt [naam eiser] voor deelname aan ‘CashFx trading’.

5. MCB heeft bij brief van 27 augustus 2020 aan [naam eiser], voor zover van belang, bericht: “It has come to the Bank’s attention that you have been convicted due to charges brought against your for involvement in an illegal lottery case. As you can understand the Bank does not want to be associated with any acts you, rightly or not, are involved in and/or convicted of. The bank does not want to cooperate with or be involved in any issues that could damage the Bank’s reputation or endanger the integrity of the Bank. After careful consideration the Bank concluded that it is no longer in the position to maintain its banking relationship with you and accordingly, pursuant to article 37 of the Bank’s General Conditions, the following accounts held at the bank will be closed by November 27, 2020:

(…)”

6. Bij brief van 9 oktober 2020 heeft de gemachtigde van [naam eiser] de bank onder meer bericht: “Cliënt is nimmer strafrechtelijk veroordeeld voor deelname aan illegale loterijverkoop dan wel overtreding van de loterijwet BES. Terzake de verdenking van voornoemde feiten heeft cliënt op 25 juni 2019 een voorwaardelijk sepot ontvangen (vide bijlage). Dit houdt in dat client niet is gedagvaard, derhalve niet is veroordeeld, en ook geen strafblad heeft. Gelet op het voorgaande is de MCB haar beslissing om de bankrelatie met cliënt te beëindigen gebaseerd op onjuiste gegevens. Er is derhalve geen reden voor de MCB om de bankrelatie met cliënt te beëindigen (…)”.

7. Uit de kennisgeving voorwaardelijke niet vervolging (het voorwaardelijk sepot) van 25 juni 2019 blijkt dat [naam eiser] verdacht wordt van overtreding van de Loterijwet BES en is afgezien van vervolging onder de volgende voorwaarden:

“ [ ] dat verdachte afstand van het in beslaggenomen geldbedrag van 42.500,- USD, te weten het restant van de door hem gewonnen geldprijs;

[ ] dat verdachte gedurende 40 uren zonder vergoeding werkzaamheden ten algemene nutte zal verrichten;

[ ] de werkzaamheden moet zijn verricht binnen 3 maanden na ondertekening van deze kennisgeving.”.

8. Op 24 december 2020 heeft de MCB bank de gemachtigde van [naam eiser] geantwoord: “(…) Uit de door u toegezonden kennisgeving blijkt in elk geval duidelijk dat uw cliënt verdacht werd van het overtreden van de Loterijwet BES. Uw cliënt is inderdaad niet veroordeeld. Het Openbaar Ministerie vond de kwestie echter serieus genoeg om de zaak niet onvoorwaardelijk te seponeren. Zij is dan ook, op gronden aan het algemeen belang ontleend aan een voorwaardelijk sepot gekomen. Uw cliënt is daarmee akkoord gegaan. Op basis van dat voorwaardelijk sepot doet uw cliënt afstand van een aanzienlijk (reeds beslagen) bedrag en moet hij 40 uren zonder vergoeding werkzaamheden verrichten ten algemene nutte verrichten. Dat zo zijnde voldoet uw client niet aan het risico-profiel die de Bank in haar boeken wenst te hebben, omdat hij berust heeft in de verdenking ter zake het strafbaar feit en de consequenties daarvan heeft geaccepteerd. Daardoor volhardt de bank in haar beslissing om de bankrelatie met de heer [naam eiser] te beëindigen.

Daarnaast zijn er nieuwe ontwikkelingen in het transactiegedrag van uw cliënt geconstateerd. Geconcludeerd kan worden dat uw client betrokken is bij een “multi-level-marketing” programma i.c. CashFX, waarbij hij herhaaldelijk en zonder vergunning gelden – ter deelneming en belegging op zijn bankrekening ontvangt. De wet verbiedt om in of vanuit de openbare lichamen gelden en andere goederen ter deelneming in een beleggingsinstelling waaraan geen vergunning is verleend, te vragen of te verkrijgen, dan wel rechten van deelneming in zodanige beleggingsinstelling aan te bieden. Dat zo zijnde wenst de Bank zich niet in te laten met cliënten die zich met dergelijke activiteiten bezig houden. Evenmin wenst de bank daarmee geassocieerd te worden. De bank heeft derhalve geen risicobereidheid ten aanzien van voornoemde activiteiten. De bank is evenwel bereid de beëindiging van de bankrelatie met de heer [naam eiser] tot uiterlijk 31 maart 2021 op te schorten (“Nieuwe beëindigingsdatum”), ten einde de heer [naam eiser] de tijd te gunnen om zijn bankzaken elders onder te brengen. (…)”.

9. MCB heeft besloten de bankrekeningen open te houden in afwachting van de uitspraak in dit kort geding.

De vordering

10. [ naam eiser] vordert, in kort geding, samengevat, MCB te bevelen en veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de bestaande bankrekeningen van [naam eiser] geopend te houden onder de gebruikelijke voorwaarden en tegen de het gebruikelijke tarief en MCB te veroordelen tot betaling van een dwangsom van USD 1.000,- per dag of gedeelte daarvan dat zij niet of niet volledig aan dit bevel en deze veroordeling voldoet.

11. MCB voert gemotiveerd verweer.

De beoordeling

12. Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vordering en is door MCB niet weersproken.

13. De vordering van [naam eiser] in dit kort geding strekt ertoe dat MCB wordt veroordeeld tot nakoming van de tussen partijen bestaande overeenkomst, meer in het bijzonder door de bestaande bankrelatie voort te zetten en alle bankrekeningen open te houden. Voor toewijzing van die vorderingen is vereist dat in dit kort geding voldoende aannemelijk wordt geoordeeld dat de bodemrechter soortgelijke vorderingen van [naam eiser] zal toewijzen.

14. De relatie tussen MCB en [naam eiser] is te beschouwen als een duurovereenkomst. Het gerecht stelt voorop dat een bank in beginsel bevoegd is om de relatie met een client te beëindigen maar dat de uitoefening van die bevoegdheid beheerst wordt door de eisen van redelijkheid en billijkheid, ook indien de mogelijkheid tot opzegging (al dan niet met onmiddellijke ingang) tussen partijen (in algemene voorwaarden) is overeengekomen. Voor een bank geldt bovendien dat zij een bijzondere zorgplicht heeft ten opzichte van haar cliënten die voortkomt uit de maatschappelijke functie van de bank. De reikwijdte van die zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval. Bij het opzeggen en afwikkelen van een bankrelatie dient de bank in ieder geval tevens rekening te houden met de belangen van de wederpartij. Hierbij speelt een rol dat toegang tot het bancaire systeem essentieel is om in het economische verkeer te kunnen functioneren. Dit betekent dat er gegronde redenen moeten zijn om de relatie met een cliënt te beëindigen en dat deze in beginsel in staat moet zijn om elders een bankrelatie aan te gaan.

15. [ naam eiser] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat MCB geen gegronde redenen heeft om de relatie met hem te beëindigen. [naam eiser] is nimmer strafrechtelijk veroordeeld voor overtreding van de Loterijwet BES. [naam eiser] heeft ter zake de feiten waarvan hij verdacht werd alleen een voorwaardelijk sepot ontvangen. Dat betekent dat [naam eiser] niet schuldig is bevonden en bovendien heeft hij geen strafblad. Verder heeft [naam eiser] zich op het standpunt gesteld dat niet gebleken is dat zijn betrokkenheid bij CashFx, waarbij hij niet alleen eigen geld, maar ook geld van derden ter deelneming aan en belegging in CashFx op één van zijn bankrekeningen bij MCB ontvangt, verboden is en/of dat daarvoor een vergunning nodig is. [naam eiser] is als cliënt beoordeeld als ‘medium risk’ en MCB had [naam eiser] dan ook eerst een waarschuwing moeten geven. [naam eiser] heeft een groot belang bij voortzetting van de bankzaken. Het lukt [naam eiser] niet om bij een andere bank een bankrelatie aan te gaan.

16. MCB heeft zich op het standpunt gesteld dat de relatie met [naam eiser] beëindigd moet worden om haar reputatie te beschermen en vanwege het aansprakelijkheidsrisico voor MCB. MCB moet zich houden aan regelgeving waaronder de Wet financiële markten BES (Wfm BES) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES (Wwft BES) en aan internationale regelgeving. Een bankinstelling moet doorlopend onderzoeken of haar klanten een risico vormen voor de integriteit van de bank en als dat zo is moet de bank de relatie beëindigen (Customor Due Dilligence: CDD/KYC: know your customer). Dat vloeit voort uit de poortwachtersfunctie die bank opgelegd heeft gekregen. De ‘KYC’-informatie die [naam eiser] aan de bank heeft verstrekt op basis waarvan de bank het risicoprofiel moet vaststellen is onjuist gebleken. [naam eiser] heeft verklaard dat hij de bankrekeningen alleen voor zichzelf gebruikt, maar in werkelijkheid ontvangt hij daarop gelden van derden. [naam eiser] is vorig jaar betrokken geweest bij een illegale loterij en nu gebruikt hij zijn bankrekeningen bij MCB voor deelname aan een piramidespel van CashFx, waarbij hij als bemiddelaar zonder vergunning gelden van derden ter deelneming in belegging op zijn bankrekening ontvangt. Dat is in strijd met de Wfm BES. Ook de Canadese aandeelhouder van MCB en de ‘correspondent banks’ eisen beëindiging van relaties met cliënten zoals [naam eiser]. Het is algemeen bekend dat correspondent banks relaties opzeggen met banken die wetsovertredingen faciliteren. Zonder correspondent banks kan MCB niet functioneren en staat de gehele onderneming op het spel net als de belangen van alle rekeninghouders. Als de bank de relatie met [naam eiser] zou voortzetten zou het uiterste gevolg daarvan dus zijn dat zij zelf geen bankrelatie zou overhouden.

17. Uit de opzeggingsbrieven van MCB blijkt dat de opzegging in de eerste plaats is ingegeven door een vermeende veroordeling in verband met overtreding van de Loterijwet BES. Naderhand bleek dat [naam eiser] niet strafrechtelijk is veroordeeld, maar dat zijn zaak (voorwaardelijk) werd geseponeerd. Dat staat echter in dit geval niet in de weg aan de beëindiging van de bankrelatie. Daarbij speelt een rol dat er sprake is van een voorwaardelijk sepot. Dat betekent dus niet dat de strafzaak geen kans van slagen had, maar dat er om andere redenen niet tot vervolging is overgegaan, onder de voorwaarden dat [naam eiser] afstand zou doen van een aanzienlijk geldbedrag en werkzaamheden ter algemene nutte zou verrichten. Het gerecht acht voldoende aannemelijk geworden dat [naam eiser] betrokken was bij een illegale loterij. Dat heeft [naam eiser] zelf overigens ook niet heeft weersproken. Verder staat vast dat [naam eiser] inmiddels betrokken is bij Multi-level Marketingprogramma CashFx, waarbij hij niet alleen eigen geld, maar ook geld van derden ter deelneming aan en belegging in CashFx op één van zijn bankrekeningen bij MCB ontvangt.

Of [naam eiser] daarmee in strijd handelt met artikel 2:3 Wfm BES kan in het midden blijven. CashFx richt zich op activiteiten waarvoor nationaal en internationaal door financiële toezichthouders en in Bonaire door het KPCN wordt gewaarschuwd. Het gaat kennelijk om een vorm van beleggen met een twijfelachtig karakter. Dat MCB als bank zich daarmee niet wenst te in te laten en [naam eiser] daarin te faciliteren, is meer dan begrijpelijk. Dat geldt temeer nu die bankrekening door [naam eiser], in strijd met zijn KYC-verklaring, niet alleen voor zichzelf wordt gebruikt, maar ook voor gelden van andere deelnemers aan Cashfx. Het gerecht is van oordeel dat MCB onder die omstandigheden voldoende redenen heeft om ernstig te twijfelen aan de financiële integriteit van [naam eiser]. MCB heeft bovendien voldoende aannemelijk gemaakt dat voortzetting van de bancaire relatie met [naam eiser] voor reputatie- en integriteitsrisico’s met zich meebrengt die nadelig kunnen zijn voor de (internationale) bedrijfsvoering van MCB. Het gerecht overweegt dat MCB op basis hiervan in beginsel gegronde redenen heeft voor beëindiging van de contractuele relatie met [naam eiser]. Bij het beëindigen van de relatie en daarmee dus het sluiten van alle bankrekeningen van [naam eiser], zou [naam eiser] echter geen toegang meer hebben tot het bancaire systeem. Hij zou daardoor niet meer aan het maatschappelijk verkeer kunnen deelnemen. [naam eiser] heeft van een van de andere twee banken in Bonaire het bericht gekregen dat hij daar geen bankrekening kan openen. Verder heeft hij voldoende aannemelijk gemaakt dat niet te verwachten is dat hij bij de andere bank in Bonaire wel een bankrekening zal kunnen openen. In dat licht bezien is het gerecht van oordeel dat met voldoende zekerheid kan worden aangenomen dat de vordering van [naam eiser] in een bodemprocedure voor een deel zal worden toegewezen, zodat [naam eiser] de beschikking blijft behouden over een basisbetaalrekening, waarop zijn inkomsten (uit pensioen) kunnen worden gestort en die hij kan gebruiken voor reguliere betalingen. In zoverre zal de vordering in dit kort geding worden toegewezen. De vordering zal worden toegewezen ten aanzien van bankrekeningnummer [nummer], waarop, dat heeft [naam eiser] onweersproken gesteld, zijn pensioeninkomsten worden overgemaakt.

18. De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen gelet op de toezegging van MCB tijdens de mondelinge behandeling dat zij vrijwillig zal voldoen aan een eventueel bevel om (een) rekening(en) open te houden.

19. Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld ziet het gerecht aanleiding de proceskosten te compenseren zoals in de beslissing bepaald.

De beslissing

Het gerecht, recht doende in kort geding,

beveelt MCB om de bankrekening met nummer [nummer] ten name van [naam eiser] open te houden onder de gebruikelijke voorwaarden en tegen het gebruikelijke tarief,

compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen, rechter en uitgesproken op 10 mei 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.