Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEABES:2020:25

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
04-09-2020
Datum publicatie
29-09-2020
Zaaknummer
BON202000343
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ontslag op staande voet; beledigen collega; belangenafweging; langdurig dienstverband; tewerkstelling; goed werkgeverschap

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer : BON202000343

Datum uitspraak : 4 september 2020

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van

[eiseres],

wonende te Bonaire,

eiseres, verder te noemen [eiseres],

gemachtigde: mr H.G. Figaroa,

tegen

de naamloze vennootschap Bonaire Petroleum Corporation N.V.,

gevestigd te Bonaire,

gedaagde, verder te noemen Bopec,

gemachtigde: mr S.M. Saleh,

De procedure

1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift d.d. 6 augustus 2020, de nadere producties van [eiseres], binnengekomen op 21 augustus 2020 en de mondelinge behandeling op 24 augustus 2020 waarbij zijn verschenen [eiseres], bijgestaan door mr. Figaroa vanuit Aruba via video-conference en mr. Saleh, namens Bopec, vanuit Curacao, eveneens via video-conference. De gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen.

2. De uitspraak is bepaald op heden.

De feiten

3. [ [eiseres] is sinds [datum] in dienst bij Bopec, thans, na een promotie op 1 mei 2019, in de functie van Human Resource Analist. Op 6 februari 2020 heeft ze haar laatste beoordeling gehad waarin onder andere staat geschreven: (…) Your evaluation score for the year 2019 is 3 which is Normal/Good.

4. Vanwege ongerustheid onder een deel van het personeel over de salarisbetalingen bij Bopec, werd er op 20 juli 2020 buiten bij de poort van Bopec een bijeenkomst georganiseerd door de vakbonden Union Sindikal Boneiriano (hierna: USIBO) en Federashon Bonairiana di Trabou (hierna: FEDEBON). [eiseres] was daarbij aanwezig en deelde pamfletten uit waarin het een en ander uiteen werd gezet over de fundamentele rechten van werknemers binnen het Koninkrijk. Tijdens deze bijeenkomst hebben [eiseres] en [collega van eiseres] een woordenwisseling gehad, waarna [collega van eiseres] het terrein van Bopec heeft betreden.

5. Op dezelfde ochtend is de politie na een melding ter plekke verschenen. In het mutatieformulier is voor zover van belang opgenomen: (…) ‘Aldaar aangekomen gesproken met de vrouw [ ] gaf aan dat zij heden op werk kwam en maar binnen wou lopen. [ ] gaf aan dat zij tegengehouden werd door [eiseres]. [eiseres] zou haar gevraagd om mee te protesteren te Bopec. [ ] gaf aan dat zij niet mee wilde doen met het protest en dat zij normaal haar werk wil gaan doen. [ ] gaf aan dat zij dan uitgescholden werd door [eiseres] en dat [eiseres] vervolgens een papier tegen haar gezicht gooide.[ ] was hier niet blij mee. [ ] gaf aan dat [eiseres] tegen haar had gezegd dat zij haar paspoort moest gaan inleveren en terug naar haar moederland moet gaan. (…)

[eiseres] verklaarde dat zij tegen [ ] had gezegd dat zij haar paspoort moest gaan inleveren terug in haar moederland gaan. [eiseres] verklaarde dat zij geen papier in het gezicht van [collega van eiseres] had gegooid.

6. Bij brief van 20 juli 2020 heeft BOPEC aan [eiseres] medegedeeld:

(…) ‘Today we received notice of an incident whereby you followed a colleague, [collega van eiseres], called her a “chupado” (licker) and muhe pendew (dumbass woman). You did this because she did not want to participate in the strike that was going on in Bopec. [collega van eiseres] even gave you a reason why she did not believe in the strike, being that Bopec never failed tot pay her salary. Nevertheless, you continued your very aggressive approach and you told her that she had to return to her own country. Furthermore, you hit her with a paper that you wanted to give her and that she did not want to take from you. [collega van eiseres] had to ran off to a building to protect herself. Even the police had to come to calm you down as others, including the unions, could not calm you down. Your actions are specifically mentioned in article 7a:1615q, section 2, sub 1 of the Civil Code as a reason for immediate dismissal.

You are therefor hereby dismissed with immediate effect as it is unacceptable that you treat any employee within Bopec with this kind of insults, verbal and physical aggression. Your number of years at Bopec are no reason to come to a different conclusion.

Sincerely Carlos Corredor, Managing director’

7. Carlos Corredor (Corredor) staat niet als directeur/bestuurder van Bopec geregistreerd in het handelsregister van de Kamer van Koophandel Bonaire.

8. Bopec heeft [eiseres] niet gehoord.

9. Op 21 juli 2020 heeft [eiseres] de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen en heeft zij zich bereid verklaard om te blijven werken.

Het geschil

10. [ [eiseres] verzoekt het gerecht -samengevat- primair bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

a. a) Bopec te veroordelen om [eiseres] met onmiddellijke ingang tewerk te stellen in haar functie, conform haar gebruikelijke rooster en tegen haar gebruikelijke salaris, zulks op straffe van een dwangsom van Afl. 500,= per dag dat Bopec in gebreke mocht blijven met de uitvoering van de uitspraak;

b) Bopec te veroordelen om tegen kwijting aan [eiseres] haar loon door te betalen vanaf 20 juli 2020, totdat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze zal zijn beëindigd;

c) Bopec te veroordelen om aan [eiseres] te voldoen de wettelijke verhoging ex art. 7A:1614q BW over het onder b toe te wijzen bedrag;

d) Bopec te veroordelen om aan [eiseres] te betalen de wettelijke rente over het onder b toegewezen bedrag, te rekenen vanaf de opeisbaarheid hiervan tot de dag der voldoening.

11. [ [eiseres] voert daartoe -samengevat- aan dat het ontslag op staande voet niet door een bevoegde functionaris is verleend, dat er geen hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden, en dat de gestelde omstandigheden - rekening houdend met de duur en staat van haar dienst - in alle redelijkheid een ontslag op staande voet niet rechtvaardigen.

12. Bopec voert verweer.

De beoordeling

13. Het spoedeisend belang is niet bestreden en volgt ook uit de aard van de vorderingen.

14. Beoordeeld dient te worden of het voldoende aannemelijk is dat het aan [eiseres] gegeven ontslag op staande voet in een bodemprocedure stand zal houden.

15. Aan de stelling van [eiseres] dat Corredor niet bevoegd was om namens Bopec rechtshandelingen te verrichten en dus ook niet om haar op staande voet te ontslaan, zodat het ontslag reeds op die grond nietig is, gaat het gerecht voorbij. Voorop geldt dat Bopec in reactie op die stelling onweersproken heeft gesteld dat Corredor directeur is, maar dat inschrijving in de KvK van Bonaire in verband met de Corona-perikelen op problemen stuit. Bovendien heeft Bopec terecht aangevoerd dat het hier om een interne aangelegenheid gaat, waarop [eiseres] geen beroep toekomt. Bopec zou dat kunnen doen indien Corredor zijn bevoegdheid te buiten was gegaan, maar dat heeft zij niet gedaan.

16. Vervolgens moet de vraag worden beantwoord of een dringende reden aan het ontslag ten grondslag ligt, het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven en de dringende reden gelijktijdig met het ontslag op staande voet aan de werknemer is meegedeeld.

17. Niet in geschil is dat aan de twee laatst genoemde vereisten is voldaan. Kernvraag in dit geding is dus of er sprake is van een dringende reden in de zin van artikel 7A:1615p lid 1 BW BES, waarbij mede rekening moet worden gehouden met de omstandigheden waaronder de gedragingen zijn verricht, de persoonlijke omstandigheden van [eiseres] en de gevolgen die het ontslag voor haar zal hebben.

18. Over wat zich precies heeft afgespeeld op 20 juli 2020 zijn de meningen verdeeld. [eiseres] erkent dat zij tegen haar collega heeft gezegd dat zij het land maar moest verlaten, maar ontkent de overige aantijgingen. Wel heeft zij haar collega ‘chupon’ genoemd, maar dat is volgens haar een minder ernstige uitdrukking dan ‘chupado’. Dat is dan volgens Bopec weer niet zo. Wat hier ook van zij, indien veronderstellenderwijs wordt uitgegaan van de lezing van Bopec (overigens heeft Bopec geen enkele verklaring in het geding gebracht die die lezing volledig ondersteunt), is het naar het oordeel van gerecht niet aannemelijk dat het ontslag op staande voet in een bodemprocedure stand zal houden. Als [eiseres] haar directe collega ‘chupado’ en ‘muhe pendew’ (in de betekenis die Bopec daaraan geeft) heeft genoemd, dan is dat, in combinatie met het slaan of gooien met een flyer, grof en beledigend en dus afkeurenswaardig, zeker ook gelet op haar functie, maar niet zodanig ernstig dat dit een dringende reden oplevert voor ontslag op staande voet. Het gerecht houdt er rekening mee dat het incident bij de poort van Bopec plaatsvond op een moment dat de gemoederen kennelijk hoog waren opgelopen, omdat een deel van het personeel, al dan niet terecht, vreesde dat hun salaris niet tijdig zou worden betaald. In zo’n situatie worden de grenzen van het betamelijke wel eens eerder overschreden. Het gerecht neemt verder in aanmerking dat [eiseres] 58 jaar is en zij al 38 jaar bij Bopec in dienst is. Gelet op haar promotie van 1 mei 2019 en haar laatste beoordeling van 6 februari 2020 functioneert [eiseres] kennelijk naar volle tevredenheid bij Bopec. Onder deze omstandigheden had tenminste van Bopec verwacht mogen worden dat zij met [eiseres] het gesprek was aangegaan, zo nodig gevolgd door een gesprek samen met haar collega. Daarnaast had Bopec minder vergaande disciplinaire maatregelen tegen [eiseres] kunnen treffen. In plaats daarvan heeft Bopec gekozen voor de meest zware sanctie die het arbeidsrecht kent, als gevolg waarvan [eiseres] brodeloos is geworden. Daarmee heeft Bopec naar het oordeel van het gerecht sterk over gereageerd. Dat Bopec bij haar afwegingen bij het ontslag mee heeft genomen dat [eiseres] aanspraak heeft op een spaarfonds van een aanzienlijk bedrag blijkt niet uit de ontslagaanzegging. Het gerecht volgt Bopec ook niet in die afweging, nu [eiseres] onweersproken heeft gesteld dat dit spaarfonds een voorziening is ter overbrugging van een pensioengat.

19. Bopec heeft nog aangevoerd dat [eiseres] heeft berust in het ontslag, omdat zij het bedrag van het spaarfonds heeft geïncasseerd. Ook daarin volgt het gerecht Bopec niet. [eiseres] heeft immers de nietigheid van het ontslag ingeroepen en vordert in dit geding loondoorbetaling en tewerkstelling. Daaruit volgt genoegzaam dat zij het ontslag op 20 juli 2020 niet heeft aanvaard.

20. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat niet voldoende aannemelijk is dat bodemrechter -later oordelend- tot het oordeel zal komen dat het ontslag nietig is. Dat betekent dat [eiseres] recht heeft op doorbetaling van haar loon en in beginsel ook op terugkeer naar de werkvloer. Bopec heeft ten aanzien van de tewerkstellingsvordering nog aangevoerd dat zij alles in het werk zal stellen om te voorkomen dat [eiseres] naar de werkvloer zal terugkeren, dit mede gelet op het feit dat zij al voordat dit geding werd aangespannen, een ontbindingsverzoek heeft ingediend. Een algemene regel die een werkgever verplicht om de werknemer toe te laten tot zijn werk bestaat niet. Goed werkgeverschap kan die verplichting wel met zich meebrengen. [eiseres] heeft niet gemotiveerd wat haar belang bij tewerkstelling is. Bopec heeft anderzijds niet gemotiveerd waarom zij koste wat kost [eiseres] niet wil laten terugkeren tot haar werk, behalve dat [eiseres] daar weer haar collega [collega van eiseres] zal tegen komen. Dat terugkeer, door de situatie die is ontstaan, er niet gemakkelijker op is geworden is, kan zo zijn, maar dat heeft Bopec dan toch vooral aan zichzelf te danken, door in te zetten op de zwaarst mogelijke sanctie. Een redelijke grond om [eiseres] niet tot haar werk toe te laten ontbreekt. Goed werkgeverschap brengt dan mee dat Bopec [eiseres] weer toelaat tot haar werk. Gesteld noch gebleken is dat bij terugkeer van [eiseres] een onwerkbare situatie ontstaat. Een goed gesprek of eventueel mediation zou kunnen helpen bij de normalisering van de betrekkingen.

21. De vordering tot doorbetaling van het loon vanaf 20 juli 2020 en de vordering tot tewerkstelling zullen daarom worden toegewezen, zoals in de beslissing bepaald. De gevorderde dwangsom zal het gerecht beperken en aan een maximum verbinden. De gevorderde wettelijke rente en wettelijke verhoging zullen worden afgewezen, nu die vorderingen zich ook uitstrekken over toekomstig loon.

22. Als de in het ongelijk te stellen partij zal Bopec worden veroordeeld in de proceskosten.

De beslissing

Het gerecht:

veroordeelt Bopec om [eiseres] met onmiddellijke ingang tewerk te stellen in haar functie, conform haar gebruikelijke rooster en tegen haar gebruikelijke salaris, op straffe van een dwangsom van US$ 200,= per dag / dagdeel dat Bopec in gebreke is met de uitvoering van dit vonnis, met een maximum van US$ 10.000,=;

veroordeelt Bopec om tegen kwijting aan [eiseres] haar loon door te betalen vanaf 20 juli 2020, totdat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze zal zijn geëindigd;

veroordeelt Bopec in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] begroot op US$ 946,58, waarvan een bedrag van US$ 559,= aan gemachtigdensalaris;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gegeven op Bonaire door mr J.A. van Voorthuizen, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 september 2020 in tegenwoordigheid van L. van Marrewijk als griffier.