Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEABES:2020:11

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
23-03-2020
Datum publicatie
30-03-2020
Zaaknummer
BON201900455 en BON201900458
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Erflater was eigenaar van de onroerende zaak. Zij is in 2014 overleden. Aande erven zijn aanslagen vastgoedbelasting 2016 en 2017 opgelegd. De aanslagen en de uitspraken op bezwaar zijn gezonden naar het adres van de executeur-testamentair in de VS. De erven en de executeur-testamentair hebben geen vaste woonplaats op de BES-eilanden en dit maakt dat zij domicilie moet kiezen op de BES-eilanden. Nu de Inspecteur de indiener van het bezwaar niet in de gelegenheid heeft gesteld dit alsnog te doen, bestaat er grond voor het

oordeel dat ondanks de termijnoverschrijding met één dag, de indiener

van het beroepschrift niet in verzuim is geweest. Voor wat betreft de

ontvankelijkheid van het bezwaar heeft de Inspecteur de bevoegdheid

om naar vrije keuze de aanslagen die aan de erven zijn opgelegd, toe te zenden aan de executeur-testamentair. De onderhavige belastingaanslagen zijn dus op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. De te late indiening van de bezwaarschriften is dus niet verschoonbaar. De Inspecteur heeft de bezwaren dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 23 maart 2020

BBZ nrs. BON201900455 en BON201900458

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Zittingsplaats Bonaire

Uitspraak

Op het beroep in de zin van

hoofdstuk VIII, titel acht, afdeling drie van de Belastingwet BES van:

[Belanghebbende], wonende in de Verenigde Staten,

belanghebbenden,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Bonaire,

de Inspecteur.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbenden zijn ter zake van de onroerende zaak [KB] (hierna: de onroerende zaak) op 4 november 2018 aanslagen vastgoedbelasting inclusief opcenten voor de jaren 2016 en 2017 opgelegd van elk USD 1.161.

1.2

Belanghebbenden hebben op 10 januari 2019 daartegen bezwaar gemaakt.

1.3

De Inspecteur heeft bij uitspraken van 7 mei 2019 de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

1.4

Belanghebbenden hebben op 8 juli 2019 beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar. Belanghebbenden hebben daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van USD 30.

1.5

De Inspecteur heeft op 12 augustus 2019 een verweerschrift ingediend.

1.6

Belanghebbenden hebben op 16 september 2019 een nader stuk ingediend.

1.7

De Inspecteur heeft op 8 januari 2020 een nader stuk ingediend.

1.8

De zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2020 te Kralendijk. Namens belanghebbenden is verschenen [A]. Namens de Inspecteur zijn verschenen [B], [C], [D] en [E]. Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota ingebracht.

2 FEITEN

2.1

Mevrouw [erflater] (hierna ook: erflater) was eigenaar van de onroerende zaak. Zij is op 25 januari 2014 overleden.

2.2

Aan belanghebbenden zijn ter zake van de onroerende zaak aanslagen in de grondbelasting voor de jaren 2015, 2016 en 2017 opgelegd.

2.3

In het kader van de afwikkeling van de nalatenschap is de onroerende zaak op 28 februari 2017 overgedragen aan mevrouw [ME], een voormalige vriendin van erflater en ex-echtgenote van de gemachtigde [A]. Reeds voor overlijden van erflater was het de bedoeling dat de onroerende zaak zou worden overgedragen aan [ME].

2.4

Op 13 augustus 2018 heeft de ontvanger van de Belastingdienst ter zake van de aanslag grondbelasting 2017 een aanmaning verstuurd. Deze aanmaning is aan het adres van mevrouw [ME] geadresseerd:

“[ERVEN SB]

[adres]

Bonaire

Caribisch Nedeland”

2.5

Per ommegaande heeft mevrouw [ME] aan de ontvanger het volgende bericht verstuurd:

“Adres wijziging:

Executioners Estate [SR]/Erven [SR]

[adres]

Senior Executive Officer

Capital Accountants LLC

[adres]

[adres]”

2.6

Aan belanghebbenden zijn ter zake van de onroerende zaak met dagtekening 4 november 2018 aanslagen in de vastgoedbelasting voor de jaren 2016 en 2017 opgelegd. Deze aanslagen zijn als volgt geadresseerd:

“ERVEN [SR]

[adres]*

[adres]

U.S.A.”

2.7

De executeur-testamentair heeft de aanslagen vastgoedbelasting 2016 en 2017 op 26 oktober 2018 doorgestuurd aan mevrouw [ME]. Zij heeft bij brief van 19 januari 2019 namens belanghebbenden bezwaar gemaakt tegen de aanslagen. In deze brief is onder meer het volgende opgemerkt:

“De heer [H], executeur-testamentair is de wettelijke vertegenwoordiger van de erven [SR], dat is schriftelijk aan BCN [Belastingdienst Caribisch Nederland] doorgegeven, derhalve dient eventuele correspondentie aan hem te worden gericht.”

2.8

Bij uitspraken van 7 mei 2019 heeft de Inspecteur de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Deze uitspraken zijn als volgt geadresseerd:

“ERVEN [SR]

[adres]*

[adres]

U.S.A.”

2.9

De heffingsambtenaar van het Openbaar Lichaam Bonaire heeft bij uitspraken op bezwaar van 30 januari 2020 de aan belanghebbenden opgelegde aanslagen grondbelasting 2015 tot en met 2017 vernietigd.

3 GESCHIL

3.1

In geschil is of de Inspecteur de aanslagen vastgoedbelasting voor de jaren 2016 en 2017 terecht heeft opgelegd. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de Inspecteur bevestigend.

3.2

Belanghebbende betoogt dat het beroep en bezwaar ontvankelijk zijn, dat de aanslagen zijn opgelegd buiten de voorgeschreven driejaarstermijn, dat de tenaamstelling van de aanslagen onjuist is, dat de aanslagen ten onrechte in de Nederlandse taal zijn gesteld, en dat de erven niet als belastingplichtigen kunnen worden aangemerkt.

4 OVERWEGINGEN

Ontvankelijkheid beroep

4.1

In artikel 8.101 Belastingwet BES is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een door de Inspecteur gedane uitspraak, binnen twee maanden na de dagtekening van de uitspraak een beroepschrift kan indienen bij het Gerecht.

4.2

De onderhavige uitspraken op bezwaar zijn gedagtekend op 7 mei 2019. Het beroepschrift is op 8 juli 2019 ingediend. Dit beroepschrift is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend.

4.3

Een niet-ontvankelijkverklaring van een beroep op grond van termijnoverschrijding blijft op grond van artikel 8.103, lid 5 Belastingwet BES echter achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

4.4

Belanghebbenden en de executeur-testamentair hebben geen vaste woonplaats op de BES eilanden. In dat geval moeten zij op grond van artikel 8.17 Belastingwet BES domicilie kiezen op de BES eilanden.

4.5

De zorgvuldigheid brengt mee dat de indiener die geen domicilie heeft gekozen, door de Inspecteur of het Gerecht in de gelegenheid wordt gesteld dit alsnog te doen (vgl. HR 1 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7078). Nu de Inspecteur dat in het onderhavige geval niet heeft gedaan en hij de uitspraken op bezwaar vervolgens heeft gezonden naar het adres van de executeur-testamentair in de Verenigde Staten, bestaat er grond voor het oordeel dat ondanks de termijnoverschrijding met één dag, de indiener van het beroepschrift niet in verzuim is geweest.

Ontvankelijkheid bezwaar

4.6

In artikel 8.92 Belastingwet BES is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde aanslag, binnen twee maanden na de dagtekening van de aanslag een beroepschrift kan indienen bij de Inspecteur.

4.7

De onderhavige aanslagen zijn gedagtekend op 4 november 2018. Het bezwaarschrift is op 10 januari 2019 ingediend. Dit bezwaarschrift is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend.

4.8

Een niet-ontvankelijkverklaring van een bezwaar op grond van termijnoverschrijding blijft echter achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaar in verzuim is geweest.

4.9

Op grond van artikel 8.14, lid 4 Belastingwet BES kunnen alle stukken in verband met de belastingheffing van een overledene worden gericht en toegezonden aan één van de erfgenamen, de executeur-testamentair de bewindvoerder of de curator.

4.10

Gelet op voornoemde bepaling heeft de Inspecteur de bevoegdheid om naar vrije keuze de aanslagen vastgoedbelasting 2016 en 2017 die op 4 november 2018 zijn opgelegd aan belanghebbenden, toe te zenden aan de executeur-testamentair. In dat verband acht het Gerecht van belang dat namens belanghebbenden in augustus 2018 aan de Belastingdienst de naam en het adres van de executeur-testamentair zijn doorgegeven, zodat de Inspecteur zonder andersluidend bericht van belanghebbenden, ten tijde van het opleggen van de aanslagen vastgoedbelasting twee maanden later, ervan mocht uitgaan dat de executeur-testamentair zijn taken nog niet had beëindigd. Bovendien is ook in het bezwaarschrift van 19 januari 2019 opgemerkt dat alle correspondentie aan de executeur-testamentair dient te worden gericht, zodat de Inspecteur zelfs begin 2019 nog ervan mocht uitgaan dat de executeur-testamentair zijn taken nog niet had beëindigd.

4.11

Gelet op het vorenstaande zijn de onderhavige belastingaanslagen op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt door toezending aan het adres van de executeur-testamentair. Daarbij komt dat de belastingaanslagen reeds voor de dagtekening ervan zijn ontvangen door de executeur-testamentair en zijn doorgezonden aan mevrouw Engel die namens belanghebbenden buiten de tweemaandstermijn bezwaar tegen de belastingaanslagen heeft gemaakt. Dit brengt mee dat de indiener van de bezwaarschriften in verzuim is geweest. De Inspecteur heeft de bezwaren dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Slotsom

4.12

Gelet op het vorenstaande wordt het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.

5 PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.

6 DE BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 23 maart 2020, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………….. aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Plasa Reina Wilhelmina (Fort Oranje)

Kralendijk

Bonaire

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: belastinggriffieBES@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van USD 60 verschuldigd.