Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEABES:2019:57

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
30-10-2019
Datum publicatie
20-03-2020
Zaaknummer
BON201900557
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Benoeming van werknemer tot statutair directeur & geen herleving arbeidsovereenkomst na ontslag statutair directeur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Burgerlijke zaken over 2019

Registratienummer : BON201900557

Datum uitspraak : 30 oktober 2019

BESCHIKKING

in de zaak van

[verzoeker],

wonend te Bonaire,

verzoeker,

gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,

en

de besloten vennootschap Total Services Bonaire B.V.,

gevestigd te Bonaire,

verweerster, verder te noemen: TSB,

gemachtigde: mr. M.G. van Dijk.

De procedure

1. Het verzoekschrift is ingekomen op 2 september 2019. Op 15 oktober 2019 heeft TSB een verweerschrift ingediend.

2. Bij de mondelinge behandeling, op 24 oktober 2019, zijn verschenen [verzoeker] en zijn gemachtigde en namens TSB J. Balentien, directeur van TSB, en haar gemachtigde. Mr. Van Dijk heeft pleitaantekeningen overgelegd.

3. De beschikking is bepaald op heden.

De vaststaande feiten

4. [ [verzoeker] is op 1 april 2014 in dienst getreden van TSB als Operations Manager tegen een brutoloon van US$ 3.100 per maand.

4. [ Bij besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van TSB van 1 januari 2016 is

[verzoeker] benoemd tot statutair directeur van TSB tegen een brutosalaris van US$ 3.100 per maand, vermeerderd met een onkostenvergoeding van US$ 100 per maand.

6. Het salaris van [verzoeker] is tot en met juni 2018 uitbetaald.

7. Bij besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van TSB van 31 augustus 2018 is

[verzoeker] uit de functie van statutair directeur ontslagen.

Het verzoek

8. [ [verzoeker] verzoekt, samengevat:

  1. TSB te veroordelen om aan hem US$ 6.400 bruto te betalen als achterstallig loon voor de maanden juli en augustus 2018, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% en rente,

  2. voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd,

  3. TSB te veroordelen het loon van [verzoeker] door te betalen totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd,

en voorwaardelijk, voor het geval de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd:

de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen te ontbinden met een aan hem toe te kennen vergoeding van US$ 35.200.

9. [ [verzoeker] betoogt daartoe dat zijn arbeidsovereenkomst met zijn benoeming als statutair directeur niet is beëindigd, omdat TSB geen toestemming van de Minister had gekregen voor opzegging noch een beëindiging bij het gerecht had verkregen. Daardoor is volgens hem de arbeidsovereenkomst weer van kracht geworden op het moment dat [verzoeker] uit de functie van statutair directeur werd ontslagen. TSB is dan ook gehouden [verzoeker] zijn loon door te betalen vanaf het moment van ontslag als statutair bestuurder tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd.

10. TSB voert gemotiveerd verweer.

De beoordeling

11. Op grond van art. 2:8 lid 5 BW BES wordt de rechtsverhouding tussen een bestuurder en een rechtspersoon niet (mede) aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. In tegenstelling tot wat [verzoeker] betoogt, kan een positie als statutair directeur dus niet samengaan met een arbeidsovereenkomst. Door de benoeming van [verzoeker] tot statutair directeur van TSB eindigde de arbeidsovereenkomst tussen [verzoeker] en TSB van rechtswege (en dus ongeacht of een of beide partijen de wil hadden om die arbeidsovereenkomst te laten doorlopen tijdens het bestuurderschap). De beëindiging van rechtswege impliceert dat geen toestemming van de Minister voor opzegging of ontbinding door het gerecht meer nodig was om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Het impliceert tevens dat die arbeidsovereenkomst niet kan herleven, bijvoorbeeld na het ontslag van [verzoeker] als statutair bestuurder.

Nu alle vorderingen zijn gebaseerd op het bestaan van een arbeidsovereenkomst tijdens en na het bestuurderschap, zijn ze niet toewijsbaar.

12. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [verzoeker] worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van TSB begroot op US$ 838,50 (1,5 punt ad tarief 4).

De beslissing

Het gerecht:

  1. wijst de verzoeken af,

  2. veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, aan de zijde van TSB begroot op US$ 838,50,

  3. verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.F. Gerard, rechter, en uitgesproken op 30 oktober 2019 in tegenwoordigheid van mr. S.C.A. ter Borg, als griffier.