Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEABES:2018:9

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
03-05-2018
Datum publicatie
08-05-2018
Zaaknummer
BBZ nr. BON201700466
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende stelt dat de CO2-uitstoot van zijn scooters niet meer bedraagt dan 110 gram per kilometer, zodat zij op grond van de tekst van artikel 4, lid 1, letter d, Motorrijtuigenbelastingverordening Bonaire 2011 (hierna: MbvB) recht heeft op vrijstelling van de belasting. Volgens de heffingsambtenaar is deze vrijstelling alleen bedoeld voor personenauto’s. Het Gerecht stelt belanghebbende in het gelijk. De wettekst is duidelijk. Als de wetgever iets anders had bedoeld, dan had hij de wettekst zodanig moeten redigeren dat deze wel zou overeenstemmen met de bedoeling ervan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 3 mei 2018

BBZ nr. BON201700466

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Zittingsplaats Bonaire

Uitspraak

Op het beroep in de zin van

hoofdstuk VIII, titel acht, afdeling drie van de Belastingwet BES van:

[ X ] B.V., gevestigd te Bonaire,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE HEFFINGSAMBTENAAR VAN HET OPENBAAR LICHAAM BONAIRE,

de heffingsambtenaar.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Van belanghebbende is in november 2016 over het vierde kwartaal van 2016 motorrijtuigenbelasting geheven ter zake van twintig scooters.

1.2

Belanghebbende heeft op 24 november 2016 daartegen bezwaar gemaakt.

1.3

De heffingsambtenaar heeft bij in één geschrifte vervatte uitspraken op bezwaar van 3 oktober 2017 de bezwaren ongegrond verklaard.

1.4

Belanghebbende heeft op 30 november 2017 beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van USD 30.

1.5

De heffingsambtenaar heeft op 6 april 2018 een verweerschrift ingediend.

1.6

De zitting heeft plaatsgevonden op 24 april 2018. Belanghebbende is vertegenwoordigd door advocaat [ A ], vergezeld van haar directeur [ B ]. Namens de heffingsambtenaar is verschenen advocaat [ C ], bijgestaan door [ D ] en [ E ].

1.7

Beide partijen hebben ter zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd.

2 FEITEN

2.1

Belanghebbende houdt zich bezig met verhuur van scooters aan particulieren. Zij is houder van twintig scooters. Belanghebbende heeft voor deze scooters in november 2016 nummerplaten uitgereikt gekregen, nadat zij de verschuldigde motorrijtuigenbelasting voor het vierde kwartaal van 2016 heeft betaald.

2.De CO2-uitstoot van deze scooters bedraagt niet meer dan 110 gram per kilometer.

3 GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN

3.1

Tussen partijen is in geschil of belanghebbende recht heeft op vrijstelling van motorijtuigenbelasting.

3.2

Belanghebbende betoogt dat de CO2-uitstoot van de scooters niet meer bedraagt dan 110 gram per kilometer, zodat zij op grond van de tekst van artikel 4, lid 1, letter d, Motorrijtuigenbelastingverordening Bonaire 2011 (hierna: MbvB) recht heeft op vrijstelling van de belasting.

3.3

De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat volgens de strekking van de regeling de belastingvrijstelling uitsluitend betrekking heeft op personenauto’s en dus niet op scooters.

3.4

Belanghebbende concludeert tot ongedaanmaking van de heffing. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak op bezwaar.

4 BEOORDELING VAN HET BEROEP

Ontvankelijkheid van het bezwaar

4.1

Ingevolge artikel 67 Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: Wet Fin) geschiedt de heffing van eilandbelastingen, zoals de motorrijtuigenbelasting, met toepassing van de hoofdstukken I en VIII van de Belastingwet BES.

4.2

In artikel 69 Wet Fin is bepaald dat eilandbelastingen worden geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere wijze.

4.3

Ingevolge artikel 7 MbvB wordt de motorrijtuigenbelasting geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een ontvangstbewijs, nota of andere schriftuur. De motorrijtuigenbelasting wordt dus ‘op andere wijze’ in de zin van artikel 69 Wet Fin geheven.

4.4

Blijkens artikel 70, lid 2, Wet Fin worden de ‘op andere wijze’ geheven belastingen voor de toepassing van de Belastingwet BES aangemerkt als bij wege van aanslag geheven belastingen. Als dagtekening van het aanslagbiljet heeft dan te gelden de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving, of bij gebreke van een schriftelijke kennisgeving de datum waarop het bedrag op andere wijze ter kennis van de belastingplichtige is gebracht.

4.5

In het onderhavige geval is belanghebbende in november 2016, voorafgaand aan de uitreiking van de nummerplaten, in kennis gesteld van de verschuldigde motorrijtuigenbelasting. Voor de toepassing van de Belastingwet BES wordt deze inkennisstelling aangemerkt als (de datum van) de aanslag. Belanghebbende heeft binnen twee maanden daartegen bezwaar gemaakt, zodat deze bezwaren tijdig zijn ingediend.

Vrijstelling motorrijtuigenbelasting

4.6

Ingevolge artikel 1, aanhef en letter a, MbvB wordt onder motorrijtuig verstaan ´een voertuig dat is bestemd om te worden voortbewogen uitsluitend of mede door mechanische kracht, op of aan het voertuig aanwezig, met uitzondering van een fiets met trapondersteuning´.

4.7

Voor het onderhavige jaar 2016 luidt artikel 4, lid 1, aanhef en letter d, MbvB voor zover relevant als volgt:

`De belasting wordt niet geheven ter zake van een motorrijtuig met een CO2-uitstoot van niet meer dan 110 gram per kilometer (…)´

4.8

Tijdens de behandeling in de Eilandsraad in 2010 van voornoemd wetsartikel is daarover het volgende opgemerkt:

`In de Belastingwet BES (Stb. 2010, no. 845) is de ABB op zeer zuinige personenauto´s op nihil vastgesteld. Dit om milieuvriendelijke personenauto´s te bevorderen. In dat licht stelt voorsteller voor om de houder (feitelijke bezitter) van een zeer zuinig motorrijtuig vrij te stellen van betaling van motorrijtuigenbelasting.´

(Voorstel tot wijziging van de Motorrijtuigenbelastingverordening Bonaire 2011, van 30 december 2010, nr. 2011008458)

4.9

Vanaf 2017 luidt artikel 4, lid 1, aanhef en letter d, MbvB als volgt:

`De belasting wordt niet geheven ter zake van een motorrijtuig op 3 of meer wielen zonder CO2-uitstoot.´

4.10

Tijdens de behandeling in de Eilandsraad is over de wetswijziging per 1 januari 2017 het volgende opgemerkt:

`Artikel 4

Bij de behandeling van het ontwerp ultimo 2010 werd door de eilandsraad een amendement voorgesteld en aangenomen. Volgens de toelichting op dit amendement werd ter bevordering van het gebruik van zuinige personenauto´s een vrijstelling verleend zoals verwoord in artikel 4, eerste lid, onderdeel d. In de praktijk levert de bepaling veel problemen op. Er bestaat immers geen mogelijkheid om de uitstoot te meten op Bonaire. Fabriekspecificaties leveren niet altijd voldoende duidelijkheid op omtrent de uitstoot. Een bijkomend probleem is dat in het onderdeel geen onderscheid wordt gemaakt tussen motorrijtuigen op 2 wielen of motorrijtuigen op 3 of meer wielen. Als gevolg hiervan menen houders van gemotoriseerde tweewielers eveneens in aanmerking te komen voor de vrijstelling, hoewel deze niet voor hen was bedoeld.

(…) Daarom wordt voorgesteld om motorrijtuigen op 3 of meer wielen die geen CO2-uitstoot hebben, een vrijstelling te verlenen. (…) Op deze wijze wordt enerzijds het gebruik van elektrische personenwagens op 3 of meer wielen mogelijk bevorderd en anderzijds duidelijk dat deze bepaling niet geldt voor motorrijtuigen op twee wielen.´

(Eilandsverordening tot wijziging van de Motorrijtuigenbelastingverordening Bonaire 2011 (AB 2010, no. 8), 2016, MvT no. 3, p. 2)

4.11

Tussen partijen is niet in geschil dat onderhavige scooters kunnen worden aangemerkt als een motorrijtuig in de zin van artikel 1, aanhef en letter a, MbvB en dat deze scooters een CO2-uitstoot hebben van niet meer dan 110 gram per kilometer.

4.12

Een letterlijke toepassing van het bepaalde in artikel 4, lid 1, aanhef en letter d, MbvB (tekst 2016) brengt mee dat de onderhavige scooters zijn vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting. Anders dan de heffingsambtenaar voorstaat, kan het Gerecht uit de behandeling van deze bepaling in de Eilandsraad (zie 4.8) niet duidelijk afleiden dat deze grammaticale uitleg niet strookt met de bedoeling van de wetgever. Het Gerecht vindt reeds daarom geen aanleiding af te wijken van de duidelijke tekst van die bepaling.

4.13

En al zou er wel sprake zijn van een duidelijke discrepantie tussen de letterlijke bewoording en de strekking van artikel 4, lid 1, aanhef en letter d, MbvB (tekst 2016), dan nog is het Gerecht van oordeel dat het niet op zijn weg ligt om een op zich duidelijke wettekst met een beroep op de strekking ten nadele van de belastingplichtige uit te leggen. Het voorgaande klemt temeer nu de wetgever eenvoudigweg de tekst van artikel 4, lid 1, aanhef en letter d, MbvB zodanig had kunnen redigeren dat deze wel zou overeenstemmen met de bedoeling ervan, zoals hij heeft gedaan vanaf 2017.

Slotsom

4.14

Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt dat het beroep van belanghebbende gegrond is. De heffing van motorrijtuigenbelasting dient ongedaan te worden gemaakt door vernietiging van de (veronderstelde) aanslagen.

5 PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT

5.1

Het Gerecht vindt aanleiding de heffingsambtenaar te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroepschrift redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten kunnen worden berekend op USD 782 (1 punt voor beroepschrift, 1 punt voor zitting, waarde per punt USD 391, wegingsfactor 1).

5.2

Verder dient de heffingsambtenaar op grond van artikel 8:104, lid 4, Belastingwet BES het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.

6 DE BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraken op bezwaar;

- vernietigt de aanslagen;

- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van USD 782; en

- draagt de heffingsambtenaar op het door belanghebbende betaalde griffierecht van USD 30 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 mei 2018, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noël - van der Biezen BSc.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………….. aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Wilhelminaplein 4

Willemstad

Curaçao

Partijen hebben ook de mogelijkheid hun beroepschrift in te dienen bij de griffie van het Gerecht dat deze uitspraak heeft gedaan:

Het Gerecht in eerste aanleg

Plasa Reina Wilhelmina (Fort Oranje)

Kralendijk

Bonaire

De datum van binnenkomst bij de griffie van het Gerecht in eerste aanleg is in dat geval bepalend voor de vraag of het beroep tijdig is ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is griffierecht ten bedrage van USD 60 verschuldigd. In het beroepschrift kan aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie worden verzocht om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.