Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEABES:2018:40

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
12-09-2018
Datum publicatie
11-07-2019
Zaaknummer
400.00051/18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

diefstal met geweld, dodelijk verkeersongeval

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 400.00051/18

Uitspraak: 12 september 2018 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats],

wonende op [woonplaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring op Bonaire.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw,

mr. S.N.E. Inderson, advocaat op Bonaire.

De benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3], hebben zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.

De officier van justitie, mr. M. Boheur, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht de onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren, met aftrek van voorarrest.

Haar vordering behelst voorts de volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] en de oplegging van een daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] behelst haar vordering toewijzing van de vordering tot een bedrag van $ 401,05 aan materiële kosten en $ 12.000,00 aan immateriële kosten.

De raadsvrouw heeft verweer gevoerd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

Feit 1

dat hij op of omstreeks 31 december 2017,

op het eiland Bonaire,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in de omgeving van duikplaats [naam duikplaats] heeft weggenomen,

een tas met inhoud, een of meerdere goederen geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zich hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat verdachte met die [benadeelde partij 1], heeft gevochten/geworsteld ten gevolge waarvan die [benadeelde partij 1] in de bosschage is terechtgekomen;

Feit 2

dat hij op of omstreeks 1 februari 2018,

op het eiland Bonaire,

tezamen en in verenging met een ander of anderen, althans alleen,

- met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen, een of meerdere goederen geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waaronder een auto (Ford Taurus, kenteken [KENTEKENNUMMER 1]), een videocamera(beveiligings)systeem inclusief harddrive, twee mobiele telefooons van het merk Blu, twee laptops/tablets (merk Lavano en Samsom), twee e-readers (merk Kindell), 300 USD en/of 120 ponden aan contant geld, een cameralens (merk Tamron), een aircooler (van het merk Alberello), meerdere duikbenodigdheden/apparatuur, een Go Pro camera, in elk geval enig geldbedrag en/of

enig(e) goed(eren), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zich of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

- met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 4] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een horloge en/of de inhoud van de kluis, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- het huis van het echtpaar [benadeelde partijen 2 en 4] ‘s nachts zijn binnengedrongen met gezichtsbedekkende kleding; en/of

-(vervolgens) een of meerdere (kap/keuken)mes(sen) heeft/hebben laten zien aan die [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 4]; en/of

-(vervolgens) die [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 4] heeft/hebben bedreigd met voornoemde mes(sen) (door deze op die [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 4] te richten); en/of

-(vervolgens) (op dreigende toon) om geld heeft/hebben gevraagd (“where is the fucking money en/of where is the fucking safe”); en/of

-(vervolgens) met die [benadeelde partij 2] heeft/hebben geworsteld en/of die [benadeelde partij 2] op bed heeft/hebben gedrukt; en/of

-(vervolgens) die [benadeelde partij 2] zijn handen/polsen heeft/hebben vastgebonden met een kussenhoes/laken en/of een kussen in het gezicht van die [benadeelde partij 4] heeft/hebben gehouden/geduwd; en/of

-(vervolgens) (op dreigende toon) heeft/hebben geschreeuwd om sieraden; en/of

-(vervolgens) (meermalen/op meerdere momenten) die [benadeelde partij 2] door het huis heeft/hebben geduwd en/of gesleurd;

Feit 3

Primair

dat hij

op of omstreeks 13 november 2017, althans in of omstreeks de maand november 2017,

op het eiland Bonaire,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto Toyota Vitz, kentekennummer [KENTEKENNUMMER 2]), daarmede rijdende over de weg, de Blvd [naam Blvd], zich zodanig heeft

gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft

plaatsgevonden, door roekeloos, in elk geval in hoge, althans aanzienlijke

mate onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of onnadenkend en/of ondeskundig als

volgt te handelen,

verdachte heeft, terwijl hij niet in het bezit was van een rijbewijs

(categorie B)

  • -

    dit motorrijtuig bestuurd en/of

  • -

    met een (te) hoge snelheid, althans met een hogere snelheid dan ter plaatse toegestaan is, in elk geval gezien de verkeerssituatie aldaar geboden was, gereden en/of

  • -

    niet de nodige voorzichtigheid in acht genomen, en/of onvoldoende aandacht gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse, en/of

- [ [slachtoffer 1] (geb. [geboortedatum] 2004), bestuurder van een fiets, niet opgemerkt en

vervolgens (van achteren) met aanzienlijk snelheidsverschil aangereden met zijn, verdachtes, motorrijtuig,

waardoor die [slachtoffer 1] als gevolg van die botsing en/of aanrijding werd gedood

Althans, indien het hierboven primair telastegelegde niet tot een bewezenverklaring mocht of zou kunnen leiden,

subsidiair:

dat hij

op of omstreeks 13 november 2017, althans in of omstreeks de maand november 2017,

op het eiland Bonaire,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto Toyota Vitz, kentekennummer [KENTEKENNUMMER 2]), daarmede rijdende over de weg, de Blvd [naam Blvd],

met het door hem bestuurde motorrijtuig

terwijl hij niet in het bezit was van een rijbewijs

(categorie B)

  • -

    dit motorrijtuig bestuurd en/of

  • -

    met een (te) hoge snelheid, althans met een hogere snelheid dan ter plaatse toegestaan is, in elk geval gezien de verkeerssituatie aldaar geboden was, gereden en/of

  • -

    niet de nodige voorzichtigheid in acht genomen, en/of onvoldoende aandacht gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse,

door welke gedraging van hem, verdachte, de veiligheid op de weg in gevaar werd gebracht en/of redelijkerwijze was aan te nemen dat de veiligheid op genoemde weg in gevaar kon worden gebracht.

Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna aan dit vonnis toe te voegen aanvulling bevattende de bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande:

Feit 1

dat hij op of omstreeks 31 december 2017,

op het eiland Bonaire,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in de omgeving van duikplaats [naam duikplaats] heeft weggenomen,

een tas met inhoud, een of meerdere goederen geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zich hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat verdachte met die [benadeelde partij 1], heeft gevochten/geworsteld ten gevolge waarvan die [benadeelde partij 1] in de bosschage is terechtgekomen;

Feit 2

dat hij op of omstreeks 1 februari 2018,

op het eiland Bonaire,

tezamen en in verenging met een ander of anderen, althans alleen,

- met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen, een of meerdere goederen geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waaronder een auto (Ford Taurus, kenteken [KENTEKENNUMMER 1]), een videocamera(beveiligings)systeem inclusief harddrive, twee mobiele telefooons telefoons van het merk Blu, twee laptops/tablets (merk Lavano en Samsom), twee e-readers (merk Kindell), 300 USD en/of 120 ponden aan contant geld, een cameralens (merk Tamron), een aircooler (van het merk Alberello), meerdere duikbenodigdheden/apparatuur, en een Go Pro camera, in elk geval enig geldbedrag en/of

enig(e) goed(eren), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zich of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

- met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 4] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een horloge en/of de inhoud van de kluis, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en /of welke bedreiging met geweld hieruit bestond ( en ) dat verdachte en /of zijn mededader (s) :

- het huis van het echtpaar [benadeelde partijen 2 en 4] ‘s nachts zijn binnengedrongen met gezichtsbedekkende kleding; en/of

-(vervolgens) een of meerdere (kap/keuken)mes(sen) heeft/hebben laten zien aan die [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 4]; en/of

-(vervolgens) die [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 4] heeft/hebben bedreigd met voornoemde mes(sen) (door deze op die [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 4] te richten); en/of

-(vervolgens) (op dreigende toon) om geld heeft/hebben gevraagd (“where is the fucking money en/of where is the fucking safe”); en/of

-(vervolgens) met die [benadeelde partij 2] heeft/hebben geworsteld en/of die [benadeelde partij 2] op bed heeft/hebben gedrukt; en/of

-(vervolgens) die [benadeelde partij 2] zijn handen/polsen heeft/hebben vastgebonden met een kussenhoes/laken en/of een kussen in het gezicht van die [benadeelde partij 4] heeft/hebben gehouden/geduwd; en/of

-(vervolgens) (op dreigende toon) heeft/hebben geschreeuwd om sieraden; en/of

-(vervolgens) (meermalen/op meerdere momenten) die [benadeelde partij 2] door het huis heeft/hebben geduwd en/of gesleurd.

Feit 3

Primair

dat hij

op of omstreeks 13 november 2017, althans in of omstreeks de maand november 2017,

op het eiland Bonaire,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

( personenauto Toyota Vitz, kentekennummer [KENTEKENNUMMER 2] ), daarmede rijdende over de weg, de Blvd [naam Blvd], zich zodanig heeft

gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft

plaatsgevonden, door roekeloos, in elk geval in hoge, althans aanzienlijke

mate onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of onnadenkend en/of ondeskundig als

volgt te handelen,

verdachte heeft, terwijl hij niet in het bezit was van een rijbewijs

(categorie B)

  • -

    dit motorrijtuig bestuurd en/of

  • -

    met een (te) hoge snelheid, althans met een hogere snelheid dan ter plaatse toegestaan is, in elk geval gezien de verkeerssituatie aldaar geboden was, gereden en/of

  • -

    niet de nodige voorzichtigheid in acht genomen, en/of onvoldoende aandacht gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse, en/of

- [ [slachtoffer 1] (geb. [geboortedatum] 2004), bestuurder van een fiets, niet opgemerkt en

vervolgens (van achteren) met aanzienlijk snelheidsverschil aangereden met zijn, verdachtes, motorrijtuig,

waardoor die [slachtoffer 1] als gevolg van die botsing en/of aanrijding werd gedood;

Althans, indien het hierboven primair telastegelegde niet tot een bewezenverklaring mocht of zou kunnen leiden,

subsidiair:

dat hij

op of omstreeks 13 november 2017 , althans in of omstreeks de maand november 2017 ,

op het eiland Bonaire,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

( personenauto Toyota Vitz, kentekennummer [KENTEKENNUMMER 2] ), daarmede rijdende over de weg, de Blvd [naam Blvd],

met het door hem bestuurde motorrijtuig

terwijl hij niet in het bezit was van een rijbewijs

(categorie B)

  • -

    dit motorrijtuig bestuurd en/of

  • -

    met een (te) hoge snelheid, althans met een hogere snelheid dan ter plaatse toegestaan is, in elk geval gezien de verkeerssituatie aldaar geboden was, gereden en/of

  • -

    niet de nodige voorzichtigheid in acht genomen, en/of onvoldoende aandacht gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse,

door welke gedraging van hem, verdachte, de veiligheid op de weg in gevaar werd gebracht en/of redelijkerwijze was aan te nemen dat de veiligheid op genoemde weg in gevaar kon worden gebracht.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1

De aangeefster [benadeelde partij 1], toen 18 jaar, zat in de middag van 31 december 2017 aan het strand te [naam duikplaats] toen zij van haar tassen werd beroofd door een voor haar onbekende man. Ze ging achter hem aan, kon hem achterhalen maar kwam vervolgens na een worsteling in de bosjes terecht waarna de man kans zag één van de tassen mee te nemen. Zij had nog gezien dat de dader tijdens de vlucht zijn teenslipper(s) verloor. Vervolgens nam hij de vlucht in een blauwe Toyota Yaris, gekentekend [KENTEKENNUMMER 3]. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij, nadat hij voornoemde auto op 31 december 2017 van [eigenaar auto gekentekend KENTEKENNUMMER 3] had geleend, hij op zijn beurt op diezelfde dag in de middaguren de auto aan ene [naam 1] en [naam 2] had uitgeleend. Hijzelf was die middag thuis bij zijn vriendin gebleven. Zijn vriendin zou dit kunnen bevestigen, omdat zij ook thuis was. Het Gerecht zal de verklaring van de verdachte als zijnde ongeloofwaardig ter zijde stellen op grond van het navolgende. De vriendin van verdachte heeft verklaard dat zij die dag tussen 10:00 uur en 18:00 uur op het werk was. Een begin van een ander (verifieerbaar) alibi heeft de verdachte niet kunnen verschaffen. De verdachte heeft voorts geen concrete en verifieerbare gegevens verschaft betreffende de genoemde [naam 2] en [naam 1]. Dit terwijl hij blijkens zijn eigen verklaring [naam 2] en [naam 1] al langere tijd kent en blijkens de verklaring van zijn vriendin zij goede kennissen van hem zijn. Hierbij komt dat uit onderzoek is gebleken dat het biologisch spoor op de teenslippers, die de dader tijdens de vlucht had verloren, in hoge mate van waarschijnlijkheid aan de verdachte toebehoort. Ook het groene T-shirt dat later in de woning van de vriendin van de verdachte werd aangetroffen, en van welk shirt de vriendin bevestigde dat het shirt van verdachte was, werd door de aangeefster herkend als het T-shirt van de dader. Het Gerecht ziet in het feit dat zij in haar aangifte geen melding maakt van specifieke kenmerken van het T-shirt geen aanleiding om minder waarde te hechten aan die herkenning. Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband bezien, kan de tenlastegelegde diefstal met geweld wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Ten aanzien van feit 2

Het echtpaar [benadeelde partijen 2 en 4] werd in de nacht van 1 februari 2018 op een gewelddadige wijze, door twee mannen van wie de gezichten bedekt waren, in hun woning overvallen. De betrokkenheid van de verdachte bij de overval blijkt uit de volgende feiten en omstandigheden in onderling verband bezien. De medeverdachte, [medeverdachte 1], heeft verklaard dat hij samen met de verdachte de overval te [adres 1] heeft gepleegd. Hij was op die dag samen met de verdachte en een vrouw, getuige [getuige 1], in de auto gestapt. Na een eind te hebben gereden werd de auto ergens bij een bosschage gestopt. Hij stapte samen met de verdachte uit, waarna [getuige 1] met de auto wegreed. Zij begaven zich vervolgens naar de woning om daar geld te stelen. [medeverdachte 1] verklaart, behoudens ten aanzien van het toegepaste geweld, uitvoerig over de gang van zaken tijdens het plegen van de overval. Het Gerecht ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van zijn verklaring, nu deze verklaring op belangrijke punten overeenkomt met hetgeen de aangevers hebben verklaard en hij daarmee niet alleen de verdachte, maar in grote mate ook zichzelf belast. Bovendien vindt de verklaring van [medeverdachte 1] wat betreft het ophalen en wegbrengen voorafgaand en na het plegen van de overval voldoende steun in de verklaring van [getuige 1]. Hierbij komt dat via het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte], toebehorende aan de verdachte om 04:23:40 uur, kort na de overval, een gesprek met het telefoonnummer toebehorende aan [getuige 1] plaatsvindt via de zendmast in de wijk waar de overval plaats heeft gevonden. Blijkens de verklaring van [medeverdachte 1] zijn gedurende dat gesprek zijn stem en die van de verdachte te horen. Zij bevonden zich op dat moment in de (van [benadeelde partijen 2 en 4]) gestolen auto. Tijdens dat gesprek werd [getuige 1] verzocht om “boven te wachten” (bij de woning van [medeverdachte 1]). [getuige 1] heeft de inhoud van het gesprek bevestigd en aangegeven dat ze dit gesprek met verdachte en de medeverdachte heeft gevoerd. De verdachte heeft geen andersluidende, aannemelijke verklaring kunnen geven voor voornoemde feiten en omstandigheden. Derhalve kan het tenlastegelegde medeplegen van diefstal met geweld wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Ten aanzien van feit 3 primair

Schuld

Ter beantwoording staat de vraag of de verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval en zo ja, in welke mate. Daarbij komt het, volgens vaste rechtspraak, aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan niet reeds worden afgeleid dat sprake is van schuld.

Uit het onderzoek van de politie en ter terechtzitting is – kort samengevat – gebleken dat de verdachte zonder in het bezit van een rijbewijs te zijn geweest op de Bulevar [naam Bulevar] te [naam wijk 1] heeft gereden, op het moment dat het al donker was geworden en met een snelheid die ver boven de aldaar toegestane maximumsnelheid (40 kilometer per uur) lag. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij 70/80 kilometer per uur reed. Getuigen spreken over 80-100 kilometer per uur. Uit het proces-verbaal technisch onderzoek (uitlezen airbag control module) volgt dat de snelheid op het moment van botsen 120 kilometer per uur was. De botsing die plaatsvond was tegen een jongen van 12 jaar op de fiets. De jongen overleed ter plekke als gevolg van de bij het ongeluk opgelopen verwondingen.

Naar het oordeel van het Gerecht maakt dat de combinatie van gedragingen: zonder rijbewijs met een veel te hoge snelheid over een weg rijden waarop ook fietsers (moeten) rijden op het moment dat het al donker is en er, volgens verdachte, geen goede verlichting was, een fietser over het hoofd zien en deze aanrijden, aangemerkt moet worden als “in aanzienlijke mate onvoorzichtig”. Daarbij is ook van belang dat als je als automobilist merkt dat het zicht slecht is, dat reden temeer moet zijn om je aan de maximumsnelheid te houden en extra aandacht te hebben voor het overige verkeer. Het Gerecht acht de kans aanwezig dat als verdachte veel langzamer had gereden, hij de fietser wel had kunnen zien, althans dat bij een botsing de gevolgen hiervan niet zo desastreus hadden hoeven zijn. Dat, zoals verdachte heeft verklaard (en overigens niet kan worden uitgesloten), de fietser zonder licht heeft gereden en dat “vrijwel iedereen op die weg te hard rijdt”, is, naar het oordeel van het Gerecht, onvoldoende om de onvoorzichtigheid van verdachte zo gering te maken dat niet meer van schuld in de zin van artikel 320 Wetboek van Strafrecht BES gesproken kan worden.

De aanrijding met als gevolg de dood van het slachtoffer is derhalve aan de schuld van de verdachte te wijten.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1:

diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken.

Feit 2:

medeplegen van diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken en medeplegen van afpersing.

Feit 3 primair:

aan zijn schuld de dood van een ander te wijten zijn, terwijl de dood bij gelegenheid van een aanrijding met een door de schuldige bestuurd motorrijtuig veroorzaakt is door de aanrijding.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Meer in het bijzonder heeft het Gerecht het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een verkeersongeval met dodelijke afloop. Door zijn in aanzienlijke mate onvoorzichtig handelen op de weg is een fietser van zeer jonge leeftijd komen te overlijden. De dood van het slachtoffer heeft ernstig en onherstelbaar leed bij zijn nabestaanden veroorzaakt. Zij zullen hun leven lang met de gevolgen van dit ongeval geconfronteerd worden.

Hoewel het niet in verhouding staat tot het gemis bij de nabestaanden, neemt het Gerecht in aanmerking dat de verdachte de psychische last zal moeten dragen van het feit dat door zijn onvoorzichtig gedrag iemand het leven heeft verloren. Het Gerecht neemt voorts in aanmerking dat het slachtoffer enige mate van eigen schuld of medeschuld heeft gehad door zonder verlichting in de avonduren aan het verkeer deel te nemen.

De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan medeplegen van diefstal met geweld. Hij begaf zich in de nachtelijke uren samen met de medeverdachte naar de woning van de slachtoffers, een echtpaar op leeftijd dat een deel van het jaar op Bonaire verblijft, teneinde geld te stelen. In de woning werd geweld gebruikt tegen de slachtoffers. Eén van de slachtoffers heeft daarbij een snijwond opgelopen. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal met geweld op een toerist bij het strand. Wat voor de slachtoffers een fijn verblijf op Bonaire had moeten zijn, is mede door toedoen van de verdachte uitgelopen op een nachtmerrie.

De verdachte heeft door zijn handelen de slachtoffers niet slechts financiële schade maar ook psychisch leed berokkend, hetgeen blijkt uit wat zij in het kader van hun civiele vorderingen als emotionele gevolgen van de gebeurtenissen hebben beschreven. Overvallen versterken bovendien bestaande gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij, waar vermogenscriminaliteit nog altijd aan de orde van de dag is. De verdachte is aan deze gevolgen van zijn handelen volledig voorbijgegaan en heeft zich louter laten leiden door zijn streven naar financieel gewin. Dit wordt hem zwaar aangerekend.

Bij de bepaling van de duur van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de straf die ten aanzien van dit soort strafbare feiten in vergelijkbare gevallen door de rechter pleegt te worden opgelegd. Voorts laat het Gerecht meewegen dat verdachte in de afgelopen vijf jaren eerder veroordeeld is voor een geweldsdelict. Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde (ten aanzien van de feiten 1 en 2) niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Schadevergoeding

De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt $ 1.247,80.

De verdediging heeft de vordering betwist.

Het Gerecht is met de raadsvrouw van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] onvoldoende is onderbouwd en niet voor vergoeding in aanmerking komt. Ter overweging dient het volgende.

In de vordering wordt slechts de nieuwwaarde vermeld van goederen waarvan de benadeelde partij op 31 december 2017 is beroofd. Een datum van aanschaf ter vastlegging van de huidige waarde van de goederen wordt niet vermeld. Dit strafproces leent zich niet voor nader onderzoek in die kwestie. Reden waarom de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van $ 7.625,83 materiële schade en $ 7.403,25 immateriële schade.

De verdediging heeft de vordering betwist.

Het Gerecht is van oordeel dat de gestelde waarde van de gestolen spullen niet voor vergoeding in aanmerking komt nu slechts de nieuwwaarde van die spullen is vermeld. Een datum van aanschaf ter vastlegging van de huidige waarde wordt niet vermeld zodat het Gerecht de waarde niet kan vaststellen. Dit strafproces leent zich niet voor nader onderzoek naar deze kwestie zodat de benadeelde partij ten aanzien van dit deel van de schade niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Anders dan de raadsvrouw is het Gerecht van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting genoegzaam is gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij 2] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks materiële schade tot een bedrag van $ 3.887,05 ($ 300,00/Ford Taurus X Car Recovered Damaged Not Working $ 1.670.40/Repairs to the Damage to the property $ 1.916,65) heeft geleden. De auto is, zoals uit het dossier blijkt, beschadigd aangetroffen. Verder blijkt nergens uit dat de schade aan de woning een verband heeft met een eerdere overval. Echter, is voor het Gerecht onduidelijk gebleven welk bedrag door de verzekering is of wordt uitgekeerd (het bijgevoegde stuk van de [bedrijfsnaam 1] roept qua datum en bedragen alleen maar vragen op en correspondeert niet met het bedrag zoals door de benadeelde partij vermeld) zodat het daadwerkelijke bedrag aan geleden materiële schade niet kan worden vastgesteld. Dit strafproces leent zich niet voor nader onderzoek. Reden waarom de benadeelde partij eveneens in de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard voor wat betreft dit deel van het gevorderde bedrag aan materiële schade.

Voorts is naar het oordeel van het Gerecht uit het onderzoek ter terechtzitting genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij 2] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks immateriële schade ten bedrage van $ 7.403,25 heeft geleden.

De verdachte is tot vergoeding van voornoemde schade gehouden, zodat de vordering tot het bedrag van $ 7.403,25 toewijsbaar is.

Het Gerecht ziet aanleiding daarbij een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 38f van het Wetboek van Strafrecht BES aan de verdachte op te leggen. Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.

Het Gerecht beslist over de proceskosten als hierna te melden.

De proceskosten van de benadeelde partij zullen ten laste van de verdachte worden gebracht. Tot op heden zijn die proceskosten begroot op nihil.

De benadeelde partij [benadeelde partij 3] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt $ 1.716,80 aan materiële kosten en 17.582,80 aan immateriële kosten.

De raadsvrouw heeft de vordering betwist.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Ten aanzien van materiële schade kunnen nabestaanden op grond van het bepaalde in artikel 6:108 Burgerlijk Wetboek (BW BES) schade bestaande uit redelijke kosten van lijkbezorging van het slachtoffer vorderen.

Anders dan de raadsvrouw is het Gerecht van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting genoegzaam is gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij 3] als gevolg van verdachtes onder 3 primair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks materiële schade tot een bedrag van $ 366,43 ( bijlage 1 $ 17,80 Krant advertentie/ bijlage 6 $ 4,25 Roos/bijlage 7 $ 116,00 Balaflor/bijlage 9 $ 95,00 Transport/bijlage 10 $ 133,38 Kleding) heeft geleden. Voornoemde kosten zijn aan te merken als kosten die redelijkerwijs aan een begrafenis kunnen worden gerelateerd.

Voorts is het Gerecht uit onderzoek ter terechtzitting genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij 3] als gevolg van verdachtes onder 3 primair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks immateriële schade (zogeheten shockschade) heeft geleden. De benadeelde partij werd direct bij aankomst op de plaats delict geconfronteerd met haar overleden zoon die met zijn verwondingen aan de kant van de weg lag. Het overlijden van haar zoon heeft bij de benadeelde partij, zoals gerelateerd door de psychiater, een depressieve stoornis uitgelokt. Na een korte opname in het ziekenhuis, wordt zij verder ambulant behandeld.

De benadeelde partij heeft naar jurisprudentie verwezen. Nu de vergelijking met het arrest van het Hof Amsterdam van 27 april 2000 maar voor een deel opgaat, zal het Gerecht niet het volledig gevorderde bedrag toewijzen maar een deel daarvan, namelijk $ 5.000,00. Daarbij weegt het Gerecht ook mee het gedeelte aan eigen schuld doordat het minderjarige slachtoffer zonder (voldoende) verlichting op de fiets heeft deelgenomen aan het verkeer.

De verdachte is tot vergoeding van voornoemde schade gehouden, zodat de vordering tot het bedrag van $ 5.366,43 ($ 366,43+$ 5.000,00) toewijsbaar is.

Het Gerecht ziet aanleiding daarbij een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 38f van het Wetboek van Strafrecht BES aan de verdachte op te leggen. Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.

Het Gerecht beslist over de proceskosten als hierna te melden.

De proceskosten van de benadeelde partij zullen ten laste van de verdachte worden gebracht. Tot op heden zijn die proceskosten begroot op nihil.

De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan desgewenst haar vordering bij de burgerlijke rechter indienen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 31, 38f, 49, 320 en 325 van het Wetboek van Strafrecht BES, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1,2 en 3 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 2] geleden schade toe tot een bedrag van $ 7.403,25 (zegge: zevenduizend vierhonderdendrie Amerikaanse dollar en vijfentwintig cent);

veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2];

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 2] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van $ 7.403,25 (zegge: zevenduizend vierhonderdendrie Amerikaanse dollar en vijfentwintig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door tweeënzeventig (72) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partij of de Staat, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat;

verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 3] geleden schade toe ten bedrage van $ 5.366,43 (zegge: vijfduizend driehonderdzesenzestig Amerikaanse dollar en drieënveertig cent);

veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij [benadeelde partij 3];

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 3] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van $ 5.366,43 (zegge: vijfduizend driehonderdzesenzestig Amerikaanse dollar en drieënveertig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door eenenzestig (61) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. G. Edelenbos, bijgestaan door mr. M.D.M. Connor, zittingsgriffier, en op 12 september 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op Bonaire.

uitspraakgriffier: