Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEABES:2017:6

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
07-06-2017
Datum publicatie
09-06-2017
Zaaknummer
400.00232/16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Drum (1/7). Woningoverval op Bonaire waarna een ter plaatse gekomen politieagent is doodgeschoten. Voorbereiding van een andere woningoverval. Bezit vuurwapens en munitie. Invoer en verkoop van cocaïne. Mensensmokkel.

Bonairiaanse verdachte is veroordeeld tot de gevorderde gevangenisstraf van 20 jaren - een zwaardere straf dan aan de schutter is opgelegd. Hij heeft geregeld dat zijn zes Venezolaanse medeverdachten naar Bonaire zijn gekomen met als doel het plegen van roofovervallen.

Het gerecht heeft o.a. bewijsoverwegingen gewijd aan de betrouwbaarheid van diverse verklaringen en het medeplegen. Dat medeplegen strekte zich ook uit tot het door de medeverdachte uitgeoefende dodelijke geweld. Het schieten stond in een directe relatie tot de vlucht en behoorde tot de risicosfeer van het overvalplan; het opzet van de verdachte was daarop in voorwaardelijke zin gericht.

Het gerecht heeft ook een overweging gewijd aan de strafbaarheid van de voorbereiding van de andere overval. De conclusie is dat er geen sprake was van een vrijwillige terugtred.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
ZITTINGSPLAATS BONAIRE

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte A],

geboren op [datum in het jaar] 1975 te Bonaire,

wonende op Bonaire, [woonadres],

thans gedetineerd in Nederland, in de Penitentiaire Inrichting Almere.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2016,

24 februari 2017 en 15, 16 en 17 mei 2017. Bij de eerste zitting is de verdachte niet verschenen; namens hem verscheen zijn toenmalige raadsman mr. L.M.G. Dundas, advocaat op Bonaire. De tweede zitting heeft de verdachte vanuit Nederland bijgewoond door middel van een directe beeld- en geluidsverbinding; hij werd toen op Bonaire bijgestaan door opvolgend raadsman mr. V. Awadhpersad, advocaat in Curaçao. Bij de inhoudelijke behandeling op de laatste, drie dagen durende, zitting is de verdachte met deze raadsman aanwezig geweest.

De officier van justitie, mr. A.E.M. Doedens, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het gerecht de onder 1, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren. Zij heeft voorts ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen beslissingen gevorderd, variërend van onttrekking aan het verkeer en verbeurdverklaring tot teruggave aan de rechthebbenden. Haar vordering behelst ten slotte dat de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] volledig zullen worden toegewezen (respectievelijk bedragen van USD 1.334,72 zonder wettelijke rente, USD 3.018,-- met wettelijke rente, USD 4.028,90 met wettelijke rente en USD 2.704,02 met wettelijke rente), dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] zal worden toegewezen tot een bedrag van USD 3.463,30 (zonder wettelijke rente), dat zij voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard en dat aan de verdachte ten aanzien van elke toegewezen vordering een schadevergoedingsmaatregel zal worden opgelegd.

De raadsman van de verdachte heeft bepleit dat het gerecht de verdachte integraal zal vrijspreken van de onder 2 primair, 3, en 5 ten laste gelegde feiten en de verdachte ter zake van het onder 4 ten laste gelegde feit zal ontslaan van alle rechtsvervolging. In het verlengde daarvan heeft de raadsman het standpunt ingenomen dat de vorderingen van de benadeelde partijen zouden moeten worden afgewezen. Voor wat betreft het onder 2 subsidiair ten laste gelegde feit heeft hij laten weten zich aan het oordeel van het gerecht te conformeren. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit is geen standpunt ingenomen dat duidelijk, door argumenten is geschraagd en voorzien is van een ondubbelzinnige conclusie. Wel heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd.

Ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen heeft hij de teruggave verzocht van de sieraden van de echtgenote van de verdachte.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na een toegewezen vordering nadere omschrijving van de tenlastelegging – ten laste gelegd dat:

Feit 1. Mensensmokkel

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 augustus 2016 tot en met

30 augustus 2016 te Bonaire en/of Venezuela, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander en/of anderen, te weten een persoon/personen genaamd

- [C]

- [F]

- [E]

- [D]

- [B]

- [G]

al dan niet uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door en/of het verblijf in/op het openbare lichaam Bonaire (in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad) en/of hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s),

- met een of meer personen, waaronder [B] en/of een schipper genaamd [schipper 1] en/of [schipper 2] telefonische en/of whats app contacten onderhouden omtrent de overtocht (per boot) van Venezuela naar Bonaire en/of daarover overleg gevoerd en/of daaromtrent aanwijzingen gegeven en/of ontvangen en/of GPS coordinaten door gegeven en/of ontvangen;

- inlichtingen gevraagd bij een medewerker en/of ambtenaar van de Kustwacht omtrent vlieg- en vaartijden van de Kustwacht;

- zich voorzien van een portofoon (merk Uniden) en/of radio;

- de boot met lichtsignalen (gegeven vanaf de kust van Bonaire) richting de kust van Bonaire geloodst;

- bovengenoemde personen met een witte bus (Toyota Hiace met het kenteken [nummer]) opgehaald, over het eiland vervoerd en onder gebracht in een appartement gelegen aan de [adres 3] te Bonaire;

- bovengenoemde personen voorzien van voedsel;

terwijl het winstbejag daaruit bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s) hebben afgesproken dat hij, verdachte en bovengenoemde personen tezamen en in vereniging een/ of meer strafbare feiten zouden plegen waaronder een of meer diefstallen al dan niet met geweld, of afpersingen en/of invoer van cocaïne en/of vuurwapens, zulks terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was;

(Art. 203a onder 1 en 2 Wetboek van Strafrecht BES)

Feit 2. Opiumwet: invoer en verkoop en/of bezit cocaïne

Primair

hij, in de periode van 3 augustus 2016 tot en met 30 augustus 2016, te Venezuela en/of Bonaire tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgevoerd (vanuit Venezuela) /of ingevoerd (op Bonaire) en/of doorgevoerd en/of verkocht in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumwet 1960 BES en/of artikel 1 lid 3 Opiumwet 1960 BES, althans heeft vervoerd, (ongeveer) 2 kilogram cocaïne althans een hoeveelheid cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in artikel 1 Opiumwet 1960 BES;

althans subsidiair, voor het geval het primair tenlastegelegde niet tot een veroordeling zou mogen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 27 juli 2016 tot en met 30 augustus 2016, op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk in zijn bezit en/of aanwezig heeft gehad (ongeveer) 159,1 gram, althans een hoeveelheid, cocaïne, althans van enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in artikel 1 Opiumwet 1960 BES;

(Artikel 3 jo artikel 11 Opiumwet 1960 BES jo artikel 49 Wetboek van Strafrecht BES)

Feit 3. Vuurwapens

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 augustus 2016 tot en met 22 september 2016 op Bonaire en/of in Venezuela tezamen en in vereniging met een ander of anderen althans alleen, voorhanden heeft gehad:

- een revolver met de opschriften Ruger Speed-six Cavim Venezuela gevuld met 6 scherpe patronen;

- een pistool (met de opschriften en de uiterlijke kenmerken van een (semi-) automatisch werkend pistool) van het merk Glock, model 17 (Austria 19x19), kaliber 9mm Parabellum;

- ( al dan niet in combinatie met) een patroonmagazijn (met de opschriften en de uiterlijke kenmerken van een patroonmagazijn) van het merk Glock, kaliber 9mm Parabellum, geheel gevuld met patronen, althans 9 patronen;

- een pistool (door de politie aangeduid met het SINnummer AAGX1051NL, met de opschriften en de uiterlijke kenmerken van een pistool) van het merk Beretta, kaliber 9mm Parabellum, met daarin een houder gevuld met 17 patronen;

- een pistool (door de politie aangeduid met het SINnummer AAGX1058NL, met de opschriften en de uiterlijke kenmerken van een pistool) van het merk Beretta, kaliber 9mm parabellum , met daarin een houder gevuld met 18 althans 17 patronen (waarvan bij aantreffen 16 in de kamer en 1 in de houder);

- een vuurwapen van het merk Browning Hi-power (zwart met metaal en/of chroomkleurig);

- ( al dan niet in combinatie met) een patroonmagazijn passend bij dat van een pistool van het merk FN model Hi-power of daarvan afgeleid, kaliber 9 mm parabellum, gevuld met 13 patronen, althans 10 patronen;

zijnde een vuurwapen (en/of onderdelen daarvan) en/of munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES;

(artikel 3 jo 11 van de Vuurwapenwet BES)

Feit 4. Voorbereidingshandelingen

hij op of omstreeks de periode van 3 augustus 2016 tot en met 30 augustus 2016 te Venezuela en/of Bonaire tezamen en in vereniging met een ander of ander(en), althans alleen,

ter voorbereiding van (een) met/door anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld,

te weten een diefstal in vereniging voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld en/of een afpersing in vereniging en/of wederrechtelijke vrijheidsberoving, te plegen tegen een of meer leden van de familie [slachtoffer 2], althans de bewoners van [adres 2] te Bonaire

opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen bestemd tot het begaan van dat misdrijf/die misdrijven heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd of voorhanden heeft gehad, te weten;

- een schip en een schipper om verdachte en/of zijn mededaders van Venezuela naar Bonaire te vervoeren;

- een telefoon om contact te onderhouden met een ambtenaar van de kustwacht over vlieg- en vaartijden van de kustwacht;

- GPS coördinaten om verdachte en/of zijn mededaders naar Bonaire te begeleiden;

- een portofoon (merk Uniden) om verdachte en/of zijn mededaders naar Bonaire te begeleiden en/of contact te onderhouden tijdens de voorverkenning van de woning aan [adres 2] te Bonaire en/of contact te onderhouden tijdens de daarna te plegen strafbare feiten;

- vijf vuurwapens (te weten een revolver van het merk Ruger Speed-six Cavim Venezuela, een pistool van het merk Glock, twee pistolen van het merk Beretta, een vuurwapen van het merk Browning Hi-power);

- een digitale foto van het te overvallen perceel en digitale informatie over de bewoners, de wijze waarop het feit moest worden gepleegd en de te verwachten buit via whatsapp;

- een voertuig, te weten een witte bus (van het merk Toyota Hiace met het kenteken B-9586);

- een appartement aan [adres 3] te Bonaire om voor en na de strafbare feiten in te verblijven/te schuilen;

(Art. 48a jo 325, 330, 295, jo 295ao Wetboek van Strafrecht BES)

Feit 5. Diefstal met geweld de dood ten gevolge hebbend

hij op of omstreeks 17 augustus 2016 te Bonaire tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in/uit een woning gelegen aan [adres 1], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- diverse sieraden (waaronder onder meer een goudkleurig horloge met de letters MK op de wijzerplaat, 9 ringen, 2 neuspiercings, twee gouden halskettingen, een hanger, twee armbanden)

- een of meerdere geldbedragen (waaronder onder meer bedragen van 500 euro, 20 euro, 900 dollar, 375 dollar);

- diverse mobiele telefoons (waaronder onder meer een Samsung S6 blauw, een Samsung, een of meer Nokia (‘s), een Samsung Galaxy A3, zwart van kleur, een witte I phone 5 C, Samsung G388 Galaxy X cover);

- autosleutels;

- diverse bankpassen en/of andere passen (waaronder een rabobankpas op naam van [benadeelde partij 3] en twee rabobankpasen op naam van [benadeelde partij 4]);

- diverse rijbewijzen (op naam van [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4]);

- een I-pad en/of tablet merk Samsung en/of een fototoestel;

- diverse portemonnees;

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [vader benadeelde partij 3] en/of [moeder benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd door geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen te weten [vader benadeelde partij 3] en/of [moeder benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 5] en/of [slachtoffer 1] (politieagent KPCN), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heeter daad aan zich zelven of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin heeft/hebben bestaan, dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- voornoemde [vader benadeelde partij 3] tegen de grond heeft/hebben gewerkt en/of vervolgens op [vader benadeelde partij 3] is/zijn gaan zitten en/of zijn hand tegen de mond van voornoemde [vader benadeelde partij 3] heeft gelegd en/of op dreigende toon tegen voornoemde [vader benadeelde partij 3] heeft/hebben gezegd: “Dinero, dinero” (vertaling uit het Spaans: “Geld, geld”), althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking, en/of zich heeft voorzien van een keukenmes;

- al dan niet voorzien van gezichtsbedekkende kleding dreigend een vuurwapen tegen het hoofd van voornoemde [moeder benadeelde partij 3] heeft/hebben gezet en/of dreigend een vuurwapen aan voornoemde [moeder benadeelde partij 3] heeft/hebben getoond, en/of voornoemde [moeder benadeelde partij 3] (meermalen) heeft/hebben geduwd en/of op bed gegooid en/of vastgepakt (waardoor zij twee hematomen opliep) en/of de oorbel van die [moeder benadeelde partij 3] uit haar oor getrokken en/of de ketting van haar hals gerukt en/of op dreigende toon tegen voornoemde [moeder benadeelde partij 3] heeft/hebben gezegd: “Denk aan uw familie” en/of “Geld” en/of “Ik wil meer geld zien”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

- al dan niet voorzien van gezichtsbedekkende kleding dreigend een vuurwapen, op voornoemde [benadeelde partij 3] heeft/hebben gericht, en/of dreigend een vuurwapen aan voornoemde [benadeelde partij 3] heeft/hebben getoond en/of voornoemde [benadeelde partij 3] (meermalen) heeft/hebben geduwd en/of naar de grond gebracht en/of bevolen op de grond te gaan liggen en/of voornoemde [benadeelde partij 3] heeft/hebben vastgebonden;

- al dan niet voorzien van gezichtsbedekkende kleding dreigend een vuurwapen op voornoemde [benadeelde partij 4] heeft/hebben gericht en/of (daarbij) dit vuurwapen heeft/hebben doorgeladen, en/of dreigend een vuurwapen aan voornoemde [benadeelde partij 4] heeft/hebben getoond en/of voornoemde [benadeelde partij 4] heeft/hebben vastgebonden;

- al dan niet voorzien van gezichtsbedekkende kleding dreigend een vuurwapen in de richting en/of het zicht van [benadeelde partij 2] heeft/hebben gehouden, en/of dreigend een vuurwapen heeft/hebben getoond en/of op dreigende toon heeft/hebben gezegd “Cash Cash” of woorden van soortgelijke aard of strekking en/of voornoemde [benadeelde partij 2] heeft/hebben vastgebonden;

- dreigend een vuurwapen, tegen het hoofd van voornoemde [benadeelde partij 5] heeft/hebben gezet en/of dreigend een vuurwapen op voornoemde [benadeelde partij 5] heeft/hebben gericht en/of op dreigende toon tegen voornoemde [benadeelde partij 5] heeft/hebben gezegd (in het Spaans): “Blijf stil staan, blijf stil staan. Zoek het goud. Zoek het geld”, en/of haar hebben betast en/of gefouilleerd;

- ( tweemaal) dreigend een vuurwapen op [slachtoffer 1] te hebben gericht en/of met een vuurwapen meerdere kogels heeft/hebben afgevuurd op en/of in de richting van voornoemde [slachtoffer 1], welke kogels voornoemde [slachtoffer 1] in het hoofd en/of de rug hebben geraakt,

terwijl dat feit de dood van voornoemde [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad.

(artikel 325 Wetboek van Strafrecht BES)

Voorvragen

Het gerecht heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Partiële vrijspraak

In het onder 4 ten laste gelegde feit wordt de verdachte - kort gezegd - verweten dat hij samen met de medeverdachten middelen die bestemd waren voor het plegen van het in de tenlastelegging genoemde misdrijf (een gewapende overval op de woning van de familie [slachtoffer 2]), voorhanden heeft gehad.

Om tot een bewezenverklaring van dit feit te kunnen komen, moet dus vast staan dat de in de tenlastelegging genoemde voorbereidingsmiddelen bestemd zijn tot het begaan van het beoogde misdrijf en niet (slechts) tot de voorbereiding ervan.

Het gerecht is van oordeel dat ten aanzien van de voorbereidingsmiddelen genoemd achter het eerste, tweede en vierde gedachtestreepje (respectievelijk schip/schipper, telefoon en portofoon) niet dan wel niet met voldoende zekerheid vastgesteld kan worden dat die gebruikt zouden worden bij de beoogde diefstal met geweld en/of afpersing. Ten aanzien van de informatie zoals genoemd achter het derde en zesde gedachtestreepje (respectievelijk GPS-coördinaten en digitale foto/digitale informatie) geldt dat zulke informatie niet valt onder de limitatieve vermelding van de voorbereidingsmiddelen in artikel 48a lid 1 Wetboek van Strafrecht BES.

De verdachte zal daarom van deze onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen 1

Het gerecht stelt op grond van de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, waarnaar in de voetnoten bij dit arrest wordt verwezen, de volgende feiten en omstandigheden vast.

PRO MEMORIE2

Bewijsoverwegingen

Het gerecht grondt haar overtuiging dat de verdachte de bewezen verklaarde feiten heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de hiervoor vermelde bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Met betrekking tot de invoer en verkoop van drugs

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het onder 2 primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de iets meer dan anderhalf ons cocaïne die op 29 augustus 2016 achter een plank in de slaapkamer van de verdachte is aangetroffen, niet afkomstig is van de door medeverdachte [B] vanuit Venezuela meegebrachte partij.

Het gerecht overweegt als volgt.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte een belangrijke rol heeft gespeeld bij de invoer van (grofweg) twee kilogram cocaïne. De verdachte heeft [B] aangemoedigd om een partij cocaïne, die door een vriend van [B] aan een strand zou zijn gevonden, mee te nemen naar Bonaire. De partij zou volgens de verdachte snel kunnen worden verkocht. Hij heeft met [B] een verkoopprijs afgesproken (USD 6000,--) en een winstmarge (USD 500,-- voor de verdachte en USD 500,-- voor [B]). Verder heeft hij afgesproken dat zij ‘samen met zijn tweeën gaan bewegen’ om de partij te verkopen. [B] heeft de partij met het oog daarop meegenomen naar Bonaire en de verdachte heeft op Bonaire, zo heeft hij zelf toegegeven, ruim anderhalve kilo daarvan verkocht. Dit alles vormt een serieuze aanwijzing dat de ingevoerde en verkochte stof daadwerkelijk cocaïne betrof. Die overtuiging wordt verder versterkt door de vondst van de anderhalf ons cocaïne in de slaapkamer van de verdachte.

Er bestaat bij het gerecht geen enkele twijfel dat die cocaïne afkomstig is van de hiervoor bedoelde partij. De verdachte heeft eerst ter terechtzitting verklaard dat die cocaïne afkomstig is van een andere partij. Verdere informatie heeft hij niet willen verstrekken, zodat de verklaring niet verifieerbaar is. Daar staat tegenover dat de vondst van de cocaïne qua tijdsspanne en hoeveelheid past bij het restant dat nog niet was verkocht. Het gerecht leidt dit ook af uit de verklaringen die de verdachte tegenover de politie heeft afgelegd en voor het bewijs zijn gebruikt.

Daarmee is bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging met [B] een hoeveelheid cocaïne heeft ingevoerd op Bonaire en heeft verkocht, zoals bewezen verklaard. De verdachte en [B] hebben met hun handelen immers laten blijken dat ten aanzien van de partij cocaïne sprake is geweest van een gezamenlijke machtsuitoefening.

Het verweer wordt verworpen.

Met betrekking tot het verboden vuurwapenbezit, de voorbereiding van de overval op de familie [slachtoffer 2] en de voorbereiding en uitvoering van de overval op de familie [benadeelde partijen 1, 2, 3 en 4, en vader en moeder benadeelde partij 3]

De raadsman heeft voorts bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte niet werkelijk de bedoeling heeft gehad om de zes medeverdachten uit Venezuela (hierna: de Venezolanen) naar Bonaire te laten komen om gewapende overvallen te plegen. De verdachte heeft [B] die indruk wellicht gegeven, maar dat was slechts om hem ertoe te bewegen naar Bonaire te komen met een partij drugs bestemd voor verkoop. Op Bonaire is de verdachte slechts met [B] een intensieve samenwerking aangegaan, en wel gericht op de gezamenlijke verkoop van de door [B] meegebrachte cocaïne. Voor het overige hebben de Venezolanen hun eigen plan getrokken. Naar zijn zeggen zag hij zich geconfronteerd met het feit dat de verkoop van de cocaïne moeizamer verliep dan verwacht en de omstandigheid dat de Venezolanen ongeduldig werden en daarom plannen maakten voor het plegen van een overval. Om tijd te rekken heeft de verdachte voldaan aan het verzoek van de Venezolanen om hen informatie te verschaffen over de woning van de familie [slachtoffer 2], een mogelijke overvallocatie, en heeft de verdachte vier van hen met de door hem gehuurde bus in de buurt van die woning afgezet voor een voorverkenning. Daarna heeft de verdachte de Venezolanen duidelijk laten weten dat van een daadwerkelijke overval op die locatie geen sprake kon zijn. Een dag later is de verdachte opnieuw opgetreden als chauffeur voor, dit keer alle, Venezolanen. Op hun verzoek heeft hij hen in de avonduren ergens afgezet voor wat - naar hij aannam - een voorverkenning zou zijn van een andere mogelijke overvallocatie. De verdachte was zich er niet van bewust dat de overvalplannen van de Venezolanen zich toen al in het uitvoeringstadium bevonden en de verdachte heeft daarmee dus ook niet ingestemd. Ook wist hij niet dat de Venezolanen vuurwapens hadden meegenomen vanuit Venezuela en evenmin dat zij deze wapens die avond bij zich hadden. De andersluidende verklaringen van de Venezolanen moeten als onbetrouwbaar terzijde worden gesteld. De Venezolanen hebben kennelijk als groep besloten hun verklaringen op elkaar af te stemmen met de bedoeling de verdachte te belasten en zo hun eigen rol te minimaliseren, aldus de raadsman.

Het gerecht overweegt als volgt.

Anders dan de raadsman is het gerecht van oordeel dat de voor de verdachte belastende verklaringen van de Venezolanen wel degelijk als betrouwbaar moeten worden aangemerkt. De meesten van hen hebben die verklaringen, waarin zij zichzelf evenzeer als de verdachte belasten, al kort na hun aanhouding afgelegd. Het gaat om uiterst gedetailleerde verklaringen die op cruciale punten met elkaar overeenkomen, op onderdelen zelfs met de verklaring van de verdachte. Belangrijker nog is evenwel dat de verklaringen ook worden bevestigd door objectief bewijs. De WhatsApp-berichten, die de Venezolanen aanvankelijk kennelijk hebben willen vernietigen (de telefoon waarin die berichten werden aangetroffen, was tenslotte flink vernield), laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Uit deze, in de periode van 3 tot en met 16 augustus 2016 gewisselde, berichten blijkt evident dat de verdachte de bedenker en/of aanjager is geweest van een plan om de Venezolanen naar Bonaire te laten komen met als hoofddoel het plegen van een woningoverval met gebruikmaking van vuurwapens en als nevendoel drugs- en/of wapenhandel en bij [B] vond de verdachte een gewillig oor voor die plannen. De andersluidende verklaring van de verdachte wordt door het gerecht als ongeloofwaardig terzijde geschoven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet aannemelijk geworden dat het hoofddoel de drugshandel was en dat [B] zich daarvan op enig moment heeft proberen terug te trekken. Het gerecht ziet nog geen begin van aannemelijkheid voor de bewering van de verdachte dat dit zou blijken uit (kennelijk niet achterhaalde of verwijderde) WhatsApp-berichten in de periode voorafgaand aan 3 augustus 2016. [B] heeft dit stellig ontkend. Volgens hem verliepen al zijn contacten met Saragoza in de periode voor zijn aankomst op Bonaire via de mobiele telefoon waarop de hiervoor bedoelde WhatsApp-berichten zijn aangetroffen en ontbreken daarin geen berichten. De inhoud van het allereerste WhatsApp-bericht, zoals aangetroffen op de mobiele telefoon van [B], lijkt de juistheid daarvan te bevestigen. [B] start dit gesprek met de woorden: “Vriend. Hoe is het allemaal? Het is de vriend van Venezuela voor het werk dat u daar thuis heeft. Vertel me”, waarop de verdachte antwoordt: “Eigenlijk zoals ik het aan de vriend had uitgelegd. Het is makkelijk.” Dit past goed bij een situatie van twee personen die elkaar voor het eerst spreken en minder goed bij het door de verdachte geschetste beeld. Voorts valt in het licht van het scenario van de verdachte nog minder te begrijpen dat de verdachte in die gesprekken bleef vasthouden aan een onderdeel van een aanvankelijk besproken overvalplan (een gijzeling: een secretaresse van de te overvallen persoon zou geld bij de bank moeten ophalen), toen [B] juist over dat onderdeel zijn twijfels uitsprak.

Daar komt bij dat de vraag zich opdringt waarom de verdachte voor de handel in “slechts” een paar kilo cocaïne het risico zou nemen om een flinke groep met vuurwapens bewapende mannen onder valse voorwendselen naar Bonaire te halen. Dat hij, zoals hij ter zitting heeft verklaard, er niet over heeft nagedacht hoe deze groep dan vervolgens op ‘de waarheid’ zou reageren, is op zijn zachtst gezegd weinig overtuigend.

Ook de stelling van de verdediging dat de verdachte uit het WhatsApp-stembericht van 15 augustus 2016 om 17:33:10 waarin door [B] wordt gezegd dat “twee mannen met hun machines zijn weggegaan” heeft kunnen afleiden dat er door de Venezolanen geen vuurwapens mee zouden worden genomen naar Bonaire, snijdt geen hout. Die stelling is ontbloot van de context. Er is voordien meermalen door [de verdachte] aangedrongen op en door [B] toegezegd dat vuurwapens en munitie zouden worden meegebracht. Direct na de door de verdediging aangehaalde passage zegt [B] dat hij met een paar vrienden heeft gesproken om mee te gaan en dat die ongeveer een half uur voor vertrek zullen arriveren. Een klein half uur later laat [B] de verdachte het volgende weten: “er komen drie vrienden, met onze drie die hier zijn, worden wij zes. Er gaan zes klusjesmannen komen”.

Gesteld noch gebleken is op grond waarvan de verdachte onder deze omstandigheden - hij had [B] uitdrukkelijk verzocht om vuurwapens en munitie mee te nemen naar Bonaire en hij wist dat het plegen van een overval met behulp van vuurwapens de hoofdreden was voor [B] en zijn groep om naar Bonaire te komen - in redelijkheid heeft kunnen aannemen dat deze zes “klusjesmannen” allemaal zonder vuurwapen naar Bonaire kwamen. Gezien de voorafgaande en de naderhand uitgewisselde berichten, zou het bij de verdachte juist verbazing hebben moeten wekken als geen vuurwapens en munitie zouden zijn meegebracht. Een dergelijke verbazing blijkt niet uit de aangetroffen berichten. Als de verdachte al werkelijk heeft gedacht dat “deze klusjesmannen” zonder vuurwapens zouden komen, dan had het voor de hand gelegen dat hij daarover tijdens een van de vele politieverhoren had verklaard. Dat heeft hij niet gedaan; eerst op zitting heeft hij verklaard dat hij naar aanleiding van het aangehaalde bericht dacht dat er geen enkel vuurwapen zou meekomen naar Bonaire. Aan deze verklaring van de verdachte kan het gerecht dan ook geen geloof hechten.

De raadsman heeft ten aanzien van de uitvoering van de overval op de woning van de familie [benadeelde partijen 1, 2, 3 en 4, en vader en moeder benadeelde partij 3] nog aangevoerd dat de verdachte is weggereden van de plaats delict en de vlucht voor de Venezolanen dan ook niet mogelijk heeft gemaakt. Volgens de raadsman heeft de verdachte zich daarom van de overval gedistantieerd: zo niet op het moment dat hij de Venezolanen had afgezet, dan in ieder geval wel toen hij de schoten hoorde.

Het gerecht overweegt als volgt.

Onderdeel van het gezamenlijk beraamde overvalsplan was dat de verdachte de Venezolanen ter plaatse zou afzetten en later weer zou ophalen. Het plan was niet dat de verdachte ter plaatse zou wachten op de Venezolanen. Het wegrijden van de plaats delict was met andere woorden een uitvoering van het plan en kan niet worden beschouwd als het zich distantiëren van het delict. Het (verder) wegrijden van de plaats delict na het horen van de schoten, kan evenmin als het distantiëren worden beschouwd. Integendeel, dat moet worden beschouwd als het vluchten van de plaats delict, precies wat zijn medeverdachten ook hebben gedaan.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de verdachte een coördinerende en leidende rol heeft gehad bij de voorbereiding van de overval op de woning van de familie [slachtoffer 2] en de voorbereiding en uitvoering van de gewapende overval op de woning van de familie [benadeelde partijen 1, 2, 3 en 4, en vader en moeder benadeelde partij 3]. Het gerecht concludeert dat de intellectuele en materiële bijdrage die de verdachte aan deze ten laste gelegde delicten heeft geleverd, van voldoende gewicht is geweest om als medeplegen aan te merken. Dat de verdachte niet feitelijk aanwezig was in de woning van de familie [benadeelde partijen 1, 2, 3 en 4, en vader en moeder benadeelde partij 3] toen zij werden overvallen, staat daaraan niet in de weg vanwege verdachtes grote rol in de voorbereiding.

Uit de omstandigheid dat het meebrengen en ter afschrikking tonen van geladen vuurwapens een wezenlijk onderdeel vormde van de gezamenlijk beraamde overvalplannen, kan naar het oordeel van het gerecht worden afgeleid dat de (mede)plegers van die feiten de wapens gezamenlijk voorhanden hebben gehad, ook al is niet vastgesteld dat elk van de mededaders elk wapen feitelijk in handen heeft gehad.

Met betrekking tot het schietincident

Voor zover de raadsman met het aangevoerde ook heeft bedoeld dat de verdachte niet als medepleger van het door medeverdachte [G] uitgeoefende dodelijke geweld kan worden aangemerkt, zoals in de zaken van de medeverdachten nadrukkelijk is aangevoerd, overweegt het gerecht als volgt.

Verband

Het gerecht acht bewezen dat de dodelijke schoten die [G] kort na de overval heeft gelost op agent [slachtoffer 1] in een directe relatie hebben gestaan tot de vlucht. Weliswaar heeft [G] verklaard dat hij heeft geschoten omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat agent [slachtoffer 1] op zijn neef, [F], zou schieten, maar hij heeft ook een tweede reden gegeven: hij moest zelf agent [slachtoffer 1] nog passeren en vreesde dat hij al doende door agent [slachtoffer 1] in de rug zou worden geschoten. Daarmee omvatte het oogmerk van [G] ook het mogelijk maken van de vlucht of het verzekeren van het bezit van het gestolene.

Dit oogmerk is immers aanwezig als het handelen van een verdachte, naar hij moet hebben beseft, als noodzakelijk en dus door hem gewild gevolg met zich bracht dat aan zichzelf en/of zijn mededaders de vlucht werd mogelijk gemaakt of het bezit van het gestolene werd verzekerd.

Medeplegen

Ter terechtzitting ontstond een juridische twist over de stelling van de officier van justitie dat het opzet van de verdachte zich niet tot het door [G] uitgeoefende dodelijke geweld (het schieten) hoefde uit te strekken. Die stelling is onjuist. Ten laste is gelegd – kort gezegd – diefstal met geweld, de dood ten gevolge hebbend. De in dit verband van belang zijnde bestanddelen van de toepasselijke delictsomschrijving zijn het bestanddeel “gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen”, het bijbehorende bestanddeel “oogmerk om de vlucht mogelijk te maken of het bezit van het gestolene te verzekeren” en het bestanddeel dat “het feit den dood ten gevolge heeft”. Anders dan de officier van justitie meent, is alleen het laatste bestanddeel geobjectiveerd. Niet bewezen hoeft dus te worden dat het opzet van de verdachte ook op de dood van agent [slachtoffer 1] was gericht. Bij dat bestanddeel gaat het slechts over de vraag of causaal verband bestaat tussen het geweld en de dood. Niet is betwist en overigens buiten twijfel staat dat twee van de schoten die [G] kort na de overval heeft gelost tot de dood van agent [slachtoffer 1] hebben geleid.

Het opzet van de verdachte moet wel, al dan niet in voorwaardelijke zin, gericht zijn geweest op dit door [G] uitgeoefende geweld. In dit verband overweegt het gerecht als volgt. Het meebrengen en ter afschrikking tonen van geladen vuurwapens vormde een wezenlijk onderdeel van de gezamenlijk beraamde overvalplannen. De verdachte en zijn medeverdachten hebben, conform die plannen, de familie [benadeelde partijen 1, 2, 3 en 4, en vader en moeder benadeelde partij 3] (doen) overvallen. De feitelijke delictshandeling – het schieten – maakte geen deel uit van dit gezamenlijke plan. Voorafgaand aan de overval is juist afgesproken om niet te schieten. Het gerecht acht aannemelijk dat die afspraak zich ook uitstrekte tot de situatie van een vlucht na betrapping op heterdaad door gewapende agenten. Dit leidt het gerecht af uit de omstandigheid dat geen van de andere vijf Venezolanen tijdens de vlucht op de politie heeft geschoten. Medeverdachte [F] heeft tijdens de vlucht zelfs oog in oog gestaan met agent [slachtoffer 1] en toen tot tweemaal toe zijn wapen op hem gericht, maar de trekker telkens niet overgehaald. Vastgesteld wordt dan ook dat [G] door te schieten op agent [slachtoffer 1] is afgeweken van het gezamenlijke plan. De vraag is of dit handelen desondanks aan de verdachte kan worden toegerekend op grond van het bij hem aanwezige opzet.

Het gerecht is van oordeel dat die vraag bevestigend moet worden beantwoord.

Van belang is dat de afwijking van het plan is veroorzaakt doordat de politie snel ter plaatse was (dit was het gevolg van een toevalligheid: de verzorgster van de familie [benadeelde partijen 1, 2, 3 en 4, en vader en moeder benadeelde partij 3] had na de start van de overval haar telefoon opgeborgen en de lijn open laten staan, zodat haar vriendin delen van de overval heeft kunnen meekrijgen en de politie heeft kunnen waarschuwen). Een betrapping op heterdaad door de politie ligt evident als risico besloten in het plan van een overval. Uit de bewijsmiddelen kan voorts worden afgeleid dat de verdachte wist dat [G] tijdens de overval in het bezit was van een geladen automatisch vuurwapen en de verdachte had op grond van het jeugdige uiterlijk van deze medeverdachte in elk geval moeten vermoeden dat het een jongvolwassene betrof (op het moment van de overval was [G] 20 jaar oud). Algemeen bekend is dat jongvolwassenen eerder geneigd zijn tot impulsief gedrag.

Het was voor de verdachte dan ook te voorzien dat [G] bij betrapping op heterdaad door gewapende politieagenten, in de stress van het moment, zou doorschieten in de toepassing van het geweld en schoten zou afvuren, maar desondanks heeft hij besloten om de overval uit te (doen) voeren. Gelet op dit een en ander moet naar het oordeel van het gerecht worden geconcludeerd dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op het schietincident heeft aanvaard. Aldus behoorde het schieten door [G] tot de risicosfeer van het gezamenlijke plan en kan dat schieten worden aangemerkt als een handeling die in bewuste en nauwe samenwerking met onder andere de verdachte is begaan.

Het verweer wordt mitsdien in al zijn onderdelen verworpen.

Bewezenverklaring

Op grond van de hiervoor vermelde redengevende feiten en omstandigheden en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het gerecht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

A. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 augustus 2016 tot en met

16 augustus 2016 te Bonaire en/of Venezuela, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander en/of anderen, te weten een persoon/personen genaamd

- [C]

- [F]

- [E]

- [D]

- [B]

- [G]

al dan niet uit winstbejag

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door het openbare lichaam Bonaire (in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad)

en/of hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s),

- met een of meer personen, onder wie [B] en/of een schipper genaamd [schipper 1] en/of [schipper 2] telefonische en/of WhatsApp contacten onderhouden omtrent de overtocht (per boot) van Venezuela naar Bonaire en/of daarover overleg gevoerd en/of daaromtrent aanwijzingen gegeven en/of ontvangen en/of GPS-coördinaten doorgegeven en/of ontvangen;

-inlichtingen gevraagd bij een medewerker en/of ambtenaar van de Kustwacht omtrent vlieg- en vaartijden van de Kustwacht;

-zich voorzien van een portofoon (merk Uniden) en/of radio;

- de boot met lichtsignalen (gegeven vanaf de kust van Bonaire) richting de kust van Bonaire geloodst;

-bovengenoemde personen met een witte bus (Toyota Hiace met het kenteken B-9586) opgehaald, over het eiland vervoerd en onder gebracht in een appartement gelegen aan [adres 3] te Bonaire;

-bovengenoemde personen voorzien van voedsel;

terwijl het winstbejag daaruit bestond dat hij, verdachte , en/of zijn mededader(s) hebben afgesproken dat hij, verdachte en bovengenoemde personen tezamen en in vereniging een/ of meer strafbare feiten zouden plegen waaronder een of meer diefstallen al dan niet met geweld, of afpersingen en/of invoer van cocaïne en/of vuurwapens,

zulks terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was

en

B. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 augustus 2016 tot en met 28 augustus 2016 te Bonaire en/of Venezuela, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander en/of anderen, te weten een persoon/ personen genaamd

- [C]

- [F]

- [E]

- [D]

- [B]

- [G]

al dan niet uit winstbejag

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in/op het openbare lichaam Bonaire (in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad)

en /of hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

immers heeft /hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s),

-met een of meer personen, waaronder [B] en/of een schipper genaamd [schipper 1] en/of [schipper 2] telefonische en/of whats app contacten onderhouden omtrent de overtocht (per boot) van Venezuela naar Bonaire en/of daarover overleg gevoerd en/of daaromtrent aanwijzingen gegeven en/of ontvangen en/of GPS coordinaten door gegeven en/of ontvangen;

-inlichtingen gevraagd bij een medewerker en/of ambtenaar van de Kustwacht omtrent vlieg- en vaartijden van de Kustwacht;

-zich voorzien van een portofoon (merk Uniden) en/of radio;

-de boot met lichtsignalen (gegeven vanaf de kust van Bonaire) richting de kust van Bonaire geloodst;

- bovengenoemde personen met een witte bus (Toyota HiAce met het kenteken B-9586) opgehaald, over het eiland vervoerd en onder gebracht in een appartement gelegen aan [adres 3] te Bonaire;

- bovengenoemde personen voorzien van voedsel;

terwijl het winstbejag daaruit bestond dat hij, verdachte, heeft afgesproken dat hij, verdachte, en bovengenoemde personen tezamen en in vereniging een/ of meer strafbare feiten zouden plegen waaronder een of meer diefstallen al dan niet met geweld, of afpersingen en/of invoer van cocaïne en/of vuurwapens,

zulks terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist (en) of ernstige redenen had (den) te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was;

(Art. 203a onder 1 en 2 Wetboek van Strafrecht BES)

2.

hij, in de periode van 16 augustus 2016 tot en met 28 augustus 2016, te Venezuela en/of Bonaire tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgevoerd (vanuit Venezuela) /of ingevoerd (op Bonaire) en/of doorgevoerd en/of verkocht in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumwet 1960 BES en/of artikel 1 lid 3 Opiumwet 1960 BES, althans heeft vervoerd, (ongeveer) 2 kilogram cocaïne althans een hoeveelheid cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in artikel 1 Opiumwet 1960 BES.;

althans subsidiair, voor het geval het primair ten laste gelegde niet tot een veroordeling zou mogen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 27 juli 2016 tot en met 30 augustus 2016, op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk in zijn bezit en/of aanwezig heeft gehad (ongeveer) 159,1 gram, althans een hoeveelheid, cocaïne, althans van enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in artikel 1 Opiumwet 1960 BES.

(Artikel 3 jo artikel 11 Opiumwet 1960 BES jo artikel 49 Wetboek van Strafrecht BES)

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 augustus 2016 tot en met 22 september 17 augustus 2016 op Bonaire en/of in Venezuela tezamen en in vereniging met een ander of anderen althans alleen, voorhanden heeft gehad:

- een revolver met de opschriften Ruger Speed-Six Cavim Venezuela gevuld met 6 scherpe patronen;

- een pistool (met de opschriften en de uiterlijke kenmerken van een (semi-)automatisch werkend pistool) van het merk Glock, model 17 (Austria 19x19), kaliber 9mm Parabellum;

- (al dan niet in combinatie met) een patroonmagazijn (met de opschriften en de uiterlijke kenmerken van een patroonmagazijn) van het merk Glock, kaliber 9mm Parabellum, geheel gevuld met patronen, en na 16 augustus 2016 (nog) gevuld met 9 patronen;

- een pistool (door de politie aangeduid met het SINnummer AAGX1051NL, met de opschriften en de uiterlijke kenmerken van een pistool) van het merk Beretta, kaliber 9mm Parabellum, met daarin een houder gevuld met 17 patronen;

- een pistool (door de politie aangeduid met het SINnummer AAGX1058NL, met de opschriften en de uiterlijke kenmerken van een pistool) van het merk Beretta, kaliber 9mm parabellum , met daarin een houder gevuld met 18 althans 16 patronen (waarvan en bij aantreffen 1 in de kamer en 1 in de houder);

- een vuurwapen van het merk Browning Hi-power (zwart met metaal en/of chroomkleurig);

- (al dan niet in combinatie met) een patroonmagazijn passend bij dat van een pistool van het merk FN model Hi-power of daarvan afgeleid, kaliber 9 mm parabellum, gevuld met 11 13 patronen, althans 10 patronen;

zijnde een vuurwapens (en/of onderdelen daarvan) en/of munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES;

4

hij in op of omstreeks de periode van 3 augustus 2016 tot en met 17 30 augustus 2016 te Venezuela en/of Bonaire tezamen en in vereniging met een ander of ander(en), althans alleen,

ter voorbereiding van (een) met/door anderen of een ander te plegen misdrijf

waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld,

te weten een diefstal in vereniging voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld (artikel 325 van het Wetboek van Strafrecht BES) en/of een afpersing in vereniging (artikel 330 van het Wetboek van Strafrecht BES) en/of wederrechtelijke vrijheidsberoving, te plegen tegen een of meer leden van de familie [slachtoffer 2], althans de bewoners van [adres 2] te Bonaire

opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, een ruimten en een of vervoermiddelen bestemd tot het begaan van dat misdrijf/die misdrijven heeft verworven, vervaardigd, en/of ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd of en/of voorhanden heeft gehad, te weten:

-een schip en een schipper om verdachte en/of zijn mededaders van Venezuela naar Bonaire te vervoeren;

-een telefoon om contact te onderhouden met een ambtenaar van de kustwacht over vlieg- en vaartijden van de kustwacht;

-GPS coordinaten om verdachte en/of zijn mededaders naar Bonaire te begeleiden;

-een portofoon (merk Uniden) om verdachte en/of zijn mededaders naar Bonaire te begeleiden en/of contact te onderhouden tijdens de voorverkenning van de woning aan [adres 2] te Bonaire en/of contact te onderhouden tijdens de daarna te plegen strafbare feiten;

- vijf vuurwapens (te weten een revolver van het merk Ruger Speed-six Cavim Venezuela, een pistool van het merk Glock, twee pistolen van het merk Beretta, een vuurwapen van het merk Browning Hi-power);

-een digitale foto van het te overvallen perceel en digitale informatie over de bewoners, de wijze waarop het feit moest worden gepleegd en de te verwachten buit via whatsapp;

- een voertuig, te weten een witte bus (van het merk Toyota Hiace met het kenteken B-9586);

- een appartement aan [adres 3] te Bonaire om voor en na het de strafbare feiten in te verblijven/te schuilen.;

(Art. 48a jo 325, 330, 295, jo 295ao Wetboek van Strafrecht BES)

5

hij op of omstreeks 17 augustus 2016 te Bonaire tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in/uit een woning gelegen aan [adres 1], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- diverse sieraden (waaronder onder meer een goudkleurig horloge met de letters MK op de wijzerplaat, 9 ringen, 2 neuspiercings, twee gouden halskettingen, een hanger, twee armbanden);

- een of meerdere geldbedragen (waaronder onder meer bedragen van 500 euro, 20 euro, 900 dollar, 375 dollar);

- diverse mobiele telefoons (waaronder onder meer een blauwe Samsung S6, een andere Samsung, een of meer Nokia(‘s), een Samsung Galaxy A3, zwart van kleur, een witte iPhone 5c, Samsung SM-G388F Galaxy Xcover 3);

- autosleutels;

- diverse bankpassen (waaronder een Rabobankpas op naam van [benadeelde partij 3] en twee Rabobankpassen op naam van [benadeelde partij 4]) en/of andere passen;

- diverse rijbewijzen (op naam van [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4]);

- een iPad en/of tablet van het merk Samsung en/of een fototoestel;

- diverse portemonnees;

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [vader benadeelde partij 3] en/of [moeder benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen te weten [vader benadeelde partij 3] en/of [moeder benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 5] en/of [slachtoffer 1] (politieagent KPCN), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heeter daad aan zich zelven of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin heeft/hebben bestaan, dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- voornoemde [vader benadeelde partij 3] tegen de grond heeft/hebben gewerkt en/of vervolgens op [vader benadeelde partij 3] is/zijn gaan zitten en/of zijn hand tegen de mond van voornoemde [vader benadeelde partij 3] heeft gelegd en/of op dreigende toon tegen voornoemde [vader benadeelde partij 3] heeft/hebben gezegd: “Dinero, dinero” (vertaling uit het Spaans: “Geld, geld”), althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking, en/of zich heeft voorzien van een keukenmes;

- al dan niet voorzien van gezichtsbedekkende kleding dreigend een vuurwapen tegen het hoofd van voornoemde [moeder benadeelde partij 3] heeft/hebben gezet en/of dreigend een vuurwapen aan voornoemde [moeder benadeelde partij 3] heeft/hebben getoond en/of voornoemde [moeder benadeelde partij 3] (meermalen) heeft/hebben geduwd en/of op bed gegooid en/of vastgepakt (waardoor zij twee hematomen opliep) en/of de oorbel van die [moeder benadeelde partij 3] uit haar oor getrokken en/of de ketting van haar hals gerukt en/of op dreigende toon tegen voornoemde [moeder benadeelde partij 3] heeft/hebben gezegd: “Denk aan uw familie” en/of “Geld” en/of “Ik wil meer geld zien”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

- - al dan niet voorzien van gezichtsbedekkende kleding dreigend een vuurwapen, op

voornoemde [benadeelde partij 3] heeft/hebben gericht, en/of dreigend een vuurwapen

aan voornoemde [benadeelde partij 3] heeft/hebben getoond en/of voornoemde [benadeelde partij 3] (meermalen) heeft/hebben geduwd en/of naar de grond gebracht en/of bevolen op de grond te gaan liggen en/of voornoemde [benadeelde partij 3] heeft/hebben vastgebonden;

- al dan niet voorzien van gezichtsbedekkende kleding dreigend een vuurwapen op

voornoemde [benadeelde partij 4] heeft/hebben gericht en/of (daarbij) dit

vuurwapen heeft/hebben doorgeladen, en/of dreigend een vuurwapen aan voornoemde [benadeelde partij 4] heeft/hebben getoond en/of voornoemde [benadeelde partij 4] heeft/hebben vastgebonden;

- al dan niet voorzien van gezichtsbedekkende kleding dreigend een vuurwapen in de richting en/of het zicht van [benadeelde partij 2] heeft/hebben gehouden, en/of dreigend een vuurwapen heeft/hebben getoond en/of op dreigende toon heeft/hebben gezegd “Cash Cash” of woorden van soortgelijke aard of strekking en/of voornoemde [benadeelde partij 2] heeft/hebben vastgebonden;

- dreigend een vuurwapen, tegen het hoofd van voornoemde [benadeelde partij 5] heeft/hebben gezet en/of dreigend een vuurwapen op voornoemde [benadeelde partij 5] heeft/hebben gericht en/of op dreigende toon tegen voornoemde [benadeelde partij 5] heeft/hebben gezegd (in het Spaans): “Blijf stil staan, blijf stil staan. Zoek het goud. Zoek het geld”, en/of haar heeft/hebben betast en/of gefouilleerd;

- ( tweemaal) dreigend een vuurwapen op [slachtoffer 1] te hebben gericht en/of met een vuurwapen meerdere kogels heeft/hebben afgevuurd op en/of in de richting van voornoemde [slachtoffer 1], welke kogels voornoemde [slachtoffer 1] in het hoofd en/of de rug hebben geraakt,

terwijl dat feit de dood van voornoemde [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad.

(artikel 325 Wetboek van Strafrecht BES)

Het gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten en omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is door de verbeteringen niet geschaad in zijn verdediging.

In het bijzonder verdient opmerking dat in de zinsnede “zulks terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was” de woorden “en/of dat verblijf” ontbraken. Dit moet naar het oordeel van het gerecht als een kennelijke misslag worden beschouwd. De verdere redactie van de tenlastelegging maakt duidelijk dat de verdachte met dit feit twee verwijten wordt gemaakt, namelijk behulpzaamheid bij de toegang tot of doorreis door Bonaire enerzijds en behulpzaamheid bij het verblijf op Bonaire anderzijds. Voor de verdachte was dit, blijkens het verhandelde ter terechtzitting, voldoende duidelijk; hij wist dat hij zich daartegen had moeten verweren.

Kwalificatie en strafbaarheid van de bewezen verklaarde feiten

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte ter zake van het onder 4 ten laste gelegde zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte door middel van een actieve handeling ervoor heeft gezorgd dat de overval op de familie [slachtoffer 2] niet is doorgegaan.

Het gerecht overweegt als volgt.

In weerwil van hetgeen de verdediging heeft bepleit, stelt het gerecht vast dat de overval op de familie [slachtoffer 2] na de feitelijke verkenning van het perceel niet was afgesteld, maar was uitgesteld. Het gerecht acht, zoals eerder overwogen, niet geloofwaardig dat de verdachte niet de bedoeling heeft gehad om de overval te plegen en dat hij slechts tijd wilde rekken, zoals hij heeft verklaard. Het gerecht acht evenmin geloofwaardig dat de medeverdachten na de voorverkenning hadden besloten dat de overval niet meer zou plaatsvinden, zoals voor het eerst ter terechtzitting is verklaard. Het gerecht gaat uit van de juistheid van de verklaringen die de medeverdachten ten overstaan van de politie hebben afgelegd. Zo heeft [F] het volgende verklaard:

“De Boneriaan (het gerecht: de verdachte) wilde ook een gunstige dag prikken voor het uitvoeren van de overval. Hij wilde het een en ander regelen voordat we binnen gingen. Op dat moment hadden we geen geld en de Boneriaan kwam met het idee om een andere overval te gaan plegen om wat geld buit te maken. Dit alles in afwachting van de grote overval (het gerecht: de overval op de familie [slachtoffer 2]).” 3

Deze verklaring vindt onder meer steun in verklaringen die [B] en [D] hebben afgelegd.4

Dit een en ander laat evenwel onverlet dat de verdachte en de medeverdachten na de overval op de familie [benadeelde partijen 1, 2, 3 en 4, en vader en moeder benadeelde partij 3] wel zijn teruggetreden. Zij hebben zich toen immers van hun vuurwapens ontdaan, waarmee zij hebben laten blijken dat hun intentie is veranderd. Dit kan hen evenwel niet ontlasten. Het gerecht acht namelijk niet aannemelijk geworden dat de terugtred het gevolg was van omstandigheden van hun wil afhankelijk. In de kleine gemeenschap van Bonaire waren de gemoederen hoog opgelopen; met man en macht werd gezocht naar de daders van de overval op de familie [benadeelde partijen 1, 2, 3 en 4, en vader en moeder benadeelde partij 3] en het daaropvolgende schietincident. Tegen die achtergrond moet het ervoor worden gehouden dat de terugtred niet onafhankelijk was van externe, van buiten komende, omstandigheden.

Van een vrijwillige terugtred van de verdachte was dan ook geen sprake. Het verweer wordt verworpen.

Het onder 1a bewezen verklaarde feit is telkens voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 203a, eerste lid, juncto artikel 49, aanhef en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van mensensmokkel, meermalen gepleegd.

Het onder 1b bewezen verklaarde feit is telkens voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 203a, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht BES.

Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in het openbaar lichaam Bonaire en hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde feit is voorzien bij artikel 3, eerste lid, onder d en A respectievelijk B van de Opiumwet 1960 BES juncto artikel 49, aanhef en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht BES, en strafbaar gesteld in artikel 11, eerste lid, onder a, van de Opiumwet 1960 BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, van de Opiumwet 1960 BES, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezen verklaarde feit is telkens voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES juncto artikel 49, aanhef en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht BES, en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van overtreding van een bij de Vuurwapenwet BES gesteld verbod, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezen verklaarde feit is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 48a, eerste lid, juncto artikelen 49, 324, aanhef en onder 4°, 325, eerste lid en 330, eerste lid en derde lid van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van voorbereiding van diefstal voorafgaande, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om dien diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heeter daad, aan zich zelven of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer vereenigde personen,

en/of

medeplegen van voorbereiding van afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 5 bewezen verklaarde feit is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 325, eerste lid en tweede lid, aanhef en onder 1°, juncto artikel 324, aanhef en onder 4°, van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van diefstal voorafgaande, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om dien diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heeter daad, aan zich zelven of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer vereenigde personen, terwijl het feit den dood ten gevolge heeft.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van deze bewezen verklaarde feiten uitsluit. De feiten zijn derhalve strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte opheft of uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Ook wordt gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de daarop gestelde wettelijke strafmaxima en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft er actief voor gezorgd dat zes mannen van Venezolaanse afkomst, te weten de medeverdachten [B], [D], [C], de broers [F] en [E] en hun neef [G], in de maand augustus 2016 op illegale wijze Bonaire zijn ingereisd door in de nachtelijke uren met een kleine, snelle boot vanuit Venezuela te arriveren in een verlaten baai, met medeneming van vijf vuurwapens en ongeveer twee kilogram cocaïne. De bedoeling was om hier, op Bonaire, een of meer roofovervallen te plegen met behulp van de meegebrachte vuurwapens. De vuurwapens zouden vervolgens zo mogelijk worden verkocht. Ook was het de bedoeling om de meegebrachte cocaïne hier te verkopen. De verdachte heeft dit alles gearrangeerd. Hij is de initiatiefnemer en grote organisator van deze overvalplannen geweest. Begin augustus 2016 is hij via via in contact gekomen met [B]. De verdachte heeft hem verteld over zijn misdadige voornemen en [B] was meteen enthousiast. [B] is vervolgens betrokken geweest bij de verdere uitwerking van de plannen. Hij heeft intensief met de verdachte meegedacht over de wijze waarop zo’n overval zou moeten worden gepleegd en over de verdeling van de buit, hij heeft personen ingeschakeld die net als hij bereid waren om naar Bonaire te komen voor de feitelijke uitvoering en hij heeft erop toegezien dat zij waren voorzien van de benodigde vuurwapens.

Daarnaast heeft [B] het idee aangedragen om de reis naar Bonaire ook te benutten voor de handel in verdovende middelen; een idee waar de verdachte op zijn beurt enthousiast over was, want hij zou delen in de winst.

Na de aankomst van de zes medeverdachten te Bonaire in de vroege ochtenduren van dinsdag 16 augustus 2016 heeft de verdachte hen opgehaald van het strand en daarna met een speciaal daarvoor gehuurde bus vervoerd naar een appartement in Belnem dat hij al eerder voor hen had gehuurd. De verdachte heeft er vervolgens geen gras over laten groeien. Nog diezelfde middag heeft hij aan [B] en een andere medeverdachte een van de beoogde overvallocaties, de woning van de familie [slachtoffer 2], aangewezen en ’s avonds heeft hij daar vier medeverdachten afgezet om een voorverkenning uit te voeren.

Bij die voorverkenning bleek dat een overval op die locatie naar verwachting lastiger zou zijn dan gedacht; de verdachte heeft toen besloten de overval uit te stellen om meer tijd te hebben voor de voorbereiding.

De verdachte heeft zich door deze tegenslag niet uit het veld laten slaan en kort daarna een alternatieve overvallocatie aangedragen: de woning van de familie [benadeelde partijen 1, 2, 3 en 4, en vader en moeder benadeelde partij 3] aan de [adres 1]. De volgende avond heeft hij de zes medeverdachten, waarvan er vijf waren bewapend met de meegebrachte vuurwapens, met de gehuurde bus opgehaald bij het appartement om hen vervolgens in de buurt van de woning van de familie [benadeelde partijen 1, 2, 3 en 4, en vader en moeder benadeelde partij 3] af te zetten. De medeverdachten zijn met hun geladen vuurwapens deze woning ingegaan en hebben de aanwezige bewoners, onder wie een 12-jarige jongen die samen met zijn ouders vakantie vierde bij zijn grootouders, overvallen. Terwijl de medeverdachten de aanwezige gezinsleden van de familie [benadeelde partijen 1, 2, 3 en 4, en vader en moeder benadeelde partij 3] en hun inwonende verzorgster in bedwang hielden met de vuurwapens, hebben ze de woning doorzocht en verschillende goederen weggenomen. Tegen de bewoners is relatief weinig geweld gebruikt, maar één van hen zag zich wel geconfronteerd met [C] die zijn vuurwapen op haar richtte en daarna doorlaadde terwijl haar minderjarige zoon uit vrees voor de hele situatie dicht tegen haar zat aangedrukt. Dat moment moet voor moeder en zoon buitengewoon angstig zijn geweest.

Dankzij adequaat optreden van de verzorgster – zij was aan het telefoneren toen de overval begon en heeft op dat moment haar telefoon opgeborgen maar de lijn open laten staan, zodat haar gesprekspartner kon horen wat er gaande was en de autoriteiten kon waarschuwen – was de politie snel ter plaatse. Toen de medeverdachten vervolgens allemaal op de vlucht sloegen, is één van hen, [G], op agent [slachtoffer 1] gestuit. [G] heeft vervolgens zijn automatische pistool doorgeladen en daarmee van korte afstand gericht op deze agent geschoten. Agent [slachtoffer 1] heeft dit schietincident niet overleefd.

De overval op de bewoners van de woning [adres 1] en aansluitend het schieten op en het als gevolg daarvan komen te overlijden van een politieman, heeft grote maatschappelijke onrust veroorzaakt en ook binnen het politiekorps diepe indruk gemaakt. Nooit eerder is op Bonaire een politieman tijdens de uitoefening van zijn taak om het leven gekomen. In een recent vonnis heeft het Hof overwogen: “de politie is essentieel voor het voortbestaan van een veilige samenleving. Zij kan haar werk echter onmogelijk doen als zij moet vrezen voor (potentieel) dodelijk geweld van degenen die de wet overtreden.

Dergelijk geweld kan op geen enkele wijze worden getolereerd.” En zo is het.

Het overlijden van agent [slachtoffer 1], een man van 45 jaar oud die zich in de kracht van zijn leven bevond, betekent een onaanvaardbare aantasting van het recht op leven en een groot persoonlijk drama voor zijn nabestaanden. Hen is onherstelbaar leed en verdriet toegebracht. Zij moeten een manier zien te vinden om verder leven zonder hun dierbare.

Gezien de hiervoor beschreven aard en ernst van de bewezen feiten en de initiërende en leidende rol die de verdachte daarbij heeft gehad, is helder dat slechts een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van lange duur met zich brengt, als passende straf in aanmerking komt. Bij de bepaling van de duur daarvan heeft het gerecht nog het volgende in aanmerking genomen.

Behalve het feit dat de verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld, spreekt er weinig in zijn voordeel. Hij is getrouwd en vader van vier kinderen, maar dat heeft hem niet weerhouden van zijn strafbare handelen. Het gerecht heeft kennisgenomen van de rapportages die door de psycholoog en psychiater over de verdachte zijn uitgebracht. Beide deskundigen merken de verdachte aan als volledig toerekeningsvatbaar.

De psycholoog beschrijft de verdachte als zeer georganiseerd en berekenend. Dit is ook de indruk die het gerecht ter zitting van de verdachte heeft gekregen. De verdachte heeft op geen enkel moment zelfs maar de indruk gewekt volledige opening van zaken te willen geven. Hij heeft zich in allerlei bochten gewrongen om de waarheid over zijn rol bij de gebeurtenissen te verhullen, kennelijk in de hoop daarmee zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid te kunnen ontlopen. Ter zitting heeft de verdachte zijn spijt betuigd, maar gezien zijn zojuist beschreven proceshouding komt deze spijtbetuiging weinig oprecht over. Voorts geldt dat de medeverdachten allen afkomstig zijn uit Venezuela. Het gerecht heeft niet voldoende duidelijkheid kunnen krijgen over de situatie waarin zij verkeerden voor hun vertrek naar Bonaire, maar het is algemeen bekend dat Venezuela al geruime tijd in een politieke, economische en – inmiddels – mogelijk ook humanitaire crisis verkeert. Door juist uit dit land personen te benaderen ten behoeve van zijn criminele plannen, heeft de verdachte gebruik gemaakt van de vergrootte kans dat het ging om mensen met een kwetsbare sociaaleconomische positie en een daarmee gepaard gaande verhoogde gevoeligheid voor foute financiële prikkels. Dit wordt hem door het gerecht zwaar aangerekend. De verdachte heeft de medeverdachten bovendien het vuile werk laten opknappen, om zo zelf uit beeld te blijven. Al deze kwalijke feiten en omstandigheden moeten zich naar het oordeel van het gerecht vertalen in een zwaardere straf dan de straffen die aan de medeverdachten zullen worden opgelegd, inclusief de straf die aan de schutter zal worden opgelegd.

De omstandigheid dat de verdachte een groot deel van zijn voorarrest in Nederland heeft doorgebracht en het gegeven dat hij daar mogelijk langdurig gedetineerd zal blijven, zonder reële mogelijkheden tot het onderhouden van sociale- en familiecontacten, zijn aspecten van enige strafmatigende, zij het tegenover de ernst van de feiten marginale, betekenis.

Alles afwegend vindt het gerecht de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

Beslag

De officier van justitie heeft verzocht bijlage 2 van het beslagdossier (pagina 3508-3510 van het einddossier) als beslaglijst op te vatten en heeft gevorderd dat het gerecht zal beslissen over alle op die lijst vermelde voorwerpen, met uitzondering van de voorwerpen waarvan afstand is gedaan. Aan die vordering zal het gerecht niet voldoen. Bijlage 2 van het beslagdossier is een lijst van de in het onderzoek Drum in beslag genomen voorwerpen en uit die lijst volgt niet ten aanzien van alle voorwerpen in welke specifieke zaak het beslag is gelegd. Het gerecht zal daarom alleen beslissen over de onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen.

Onder de verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

- een gsm van het merk Samsung, type N9200, Note 5 (geregistreerd onder WV2-01);

- een gsm van het merk Samsung, type SM-N9200, Note 5 (geregistreerd onder WV2-09);

- een tablet van het merk Samsung, type GT-P5200 (geregistreerd onder WV2-05).

De officier van justitie heeft de verbeurdverklaring gevorderd van de twee gsm’s en de teruggave van het tablet aan de verdachte. De raadsman heeft verzocht te beslissen dat de in beslag genomen sieraden van de echtgenote van de verdachte zullen worden teruggegeven. Voor het overige heeft hij laten weten zich te zullen conformeren aan het oordeel van het gerecht.

Het gerecht volgt de officier van justitie in deze vordering. Het gerecht is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting kan worden afgeleid dat de bewezen verklaarde misdrijven met behulp van de gsm’s zijn begaan of voorbereid. De voorwerpen behoren toe aan de verdachte en zijn daarom vatbaar voor verbeurdverklaring. De voorwerpen zullen daarom verbeurd worden verklaard.

Het gerecht is verder van oordeel dat zich tegen teruggave van het tablet geen strafvorderlijk belang verzet. Daarom zal de teruggave aan de verdachte worden gelast.

Het verzoek van de raadsman kan het gerecht niet inwilligen. Daargelaten dat niet duidelijk is geworden welke sieraden door hem worden bedoeld, deze sieraden zijn niet onder de verdachte in beslag genomen.

Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

Mevrouw [benadeelde partij 1] (de levenspartner van wijlen agent [slachtoffer 1]), de heer [benadeelde partij 3], zijn echtgenote mevrouw [benadeelde partij 4], hun zoon [benadeelde partij 2] en mevrouw [benadeelde partij 5] (de inwonende verzorgster) hebben zich als benadeelde partij in het geding gevoegd.

Mevrouw [benadeelde partij 1] vordert een bedrag van - in totaal - USD 1.334,72 aan materiële schade die zij als gevolg van het onder 5 bewezen verklaarde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit een bedrag van USD 347,68 voor kosten van afgifte verklaring van erfrecht, een bedrag van USD 126,84 voor kosten van het bloemenboeket bij de uitvaart en een bedrag van USD 860,20 voor kosten dankbetuiging uitvaart.

De heer [benadeelde partij 3] vordert een bedrag van - in totaal - USD 4.028,90 wegens schade die hij als gevolg van het onder 5 bewezen verklaarde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De vordering bestaat uit een bedrag van USD 1.367,90 aan materiële schade en een bedrag van USD 2.661,- aan immateriële schade. De vordering ter zake van de gestelde materiële schade ziet tot een bedrag van USD 80,83 op kosten vervanging rijbewijs en voor het overige op kosten van goederen die door de daders van het bewezen verklaarde feit zijn meegenomen.

Mevrouw [benadeelde partij 4] vordert een bedrag van - in totaal - USD 2.704,02 wegens schade die zij als gevolg van het onder 5 bewezen verklaarde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De vordering bestaat uit een bedrag van USD 43,02 aan materiële schade en een bedrag van USD 2.661,- aan immateriële schade. De vordering ter zake van de gestelde materiële schade ziet op kosten vervanging rijbewijs.

Hun zoon [benadeelde partij 2] vordert een bedrag van - in totaal - USD 3.018,- wegens schade die hij als gevolg van het onder 5 bewezen verklaarde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De vordering bestaat uit een bedrag van USD 357,- aan materiële schade en een bedrag van USD 2.661,- aan immateriële schade. De vordering ter zake van de gestelde materiële schade ziet op kosten van goederen die door de daders van het bewezen verklaarde feit zijn meegenomen.

Mevrouw [benadeelde partij 5] vordert een bedrag van - in totaal - USD 4.163,30 wegens schade die zij als gevolg van het onder 5 bewezen verklaarde feit zou hebben geleden. De vordering bestaat uit een bedrag van USD 2.260,- aan materiële schade en een bedrag van USD 1.903,30 aan immateriële schade. De vordering ter zake van de gestelde materiële schade ziet op kosten van goederen die door de daders van het bewezen verklaarde feit zijn meegenomen.

Vast is komen te staan dat aan alle vijf benadeelde partijen door het onder 5 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht. De vorderingen zijn niet door de verdachte betwist en komen het gerecht ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vorderingen zullen daarom worden toegewezen.

De verdachte heeft het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoedingen zullen worden toegekend samen met anderen gepleegd en zij zijn daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover één van de mededaders de benadeelde partijen betaalt, is de verdachte in zoverre van zijn betalingsverplichting bevrijd.

De verdachte zal worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Het gerecht ziet voorts aanleiding om ter zake van alle vorderingen de schadevergoedingsmaatregel van artikel 38f van het Wetboek van Strafrecht BES op te leggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 31, 35, 38f, 59 en 96 van het Wetboek van Strafrecht BES.

Beslissing

Het gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde, zoals hiervoor bewezen verklaard, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dat als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

verklaart verbeurd een gsm van het merk Samsung, type N9200, Note 5 (geregistreerd onder WV2-01) en een gsm van het merk Samsung, type SM-N9200, Note 5 (geregistreerd onder WV2-09);

gelast de teruggave aan de verdachte van een tablet van het merk Samsung, type GT-P5200 (geregistreerd onder WV2-05);

ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 1]:

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] geleden schade toe tot een bedrag van USD 1.334,72 (zegge: duizend driehonderdvierendertig Amerikaanse dollar en tweeënzeventig cent) en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij en bepaalt dat als genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de mededaders is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van USD 1.334,72 (zegge: duizend driehonderdvierendertig Amerikaanse dollar en tweeënzeventig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 23 (drieëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat voor zover voornoemd bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de mededaders aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;

ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 3]:

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 3] geleden schade toe tot een bedrag van USD 4.028,90 (zegge: vierduizend achtentwintig Amerikaanse dollar en negentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 augustus 2016 tot en met de dag der voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij en bepaalt dat als genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de mededaders is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 3] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van USD 4.028,90 (zegge: vierduizend achtentwintig Amerikaanse dollar en negentig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2016 tot en met de dag der voldoening;

bepaalt dat voor zover voornoemd bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de mededaders aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;

ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 4]:

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 4] geleden schade toe tot een bedrag van USD 2.704,02 (zegge: tweeduizend zevenhonderdvier Amerikaanse dollar en twee cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 augustus 2016 tot en met de dag der voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij en bepaalt dat als genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de mededaders is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 4] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van USD 2.704,02 (zegge: tweeduizend zevenhonderdvier Amerikaanse dollar en twee cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 37 (zevenendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2016 tot en met de dag der voldoening;

bepaalt dat voor zover voornoemd bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de mededaders aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;

ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 2]:

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 2] geleden schade toe tot een bedrag van USD 3.018,- (zegge: drieduizend achttien Amerikaanse dollar), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 augustus 2016 tot en met de dag der voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij en bepaalt dat als genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de mededaders is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 2] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij

[benadeelde partij 2] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van USD 3.018,- (zegge: drieduizend achttien Amerikaanse dollar), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2016 tot en met de dag der voldoening;

bepaalt dat voor zover voornoemd bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de mededaders aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;

ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 5]:

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 5] geleden schade toe tot een bedrag van USD 4.163,30 zegge: vierduizend honderddrieënzestig Amerikaanse dollar en dertig cent) en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij en bepaalt dat als genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de mededaders is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 5] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van USD 4.163,30 zegge: vierduizend honderddrieënzestig Amerikaanse dollar en dertig cent) bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 51 (eenenvijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat voor zover voornoemd bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de mededaders aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door de rechter, mr. M.B. van den Enden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het gerecht op 7 juni 2017, in tegenwoordigheid van de griffier, mr. A.P. Verhaegh.

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige – en door de desbetreffende verbalisant(en) in de wettelijke vorm opgemaakte – processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in de verschillende onderdelen (algemeen dossier, verschillende persoonsdossiers, getuigendossier, beslagdossier, dossier rijksrecherche, BOB-dossier en FO-dossier) van het einddossier van het Korps Politie Caribisch Nederland in het onderzoek “DRUM”.

2 Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis zijn de bewijsmiddelen (circa 44 pagina’s) weggelaten.

3 Proces-verbaal d.d. 9 september 2016, pagina 2089.

4 Proces-verbaal d.d. 13 september 2016, pagina 2297; Proces verbaal d.d. 13 september 2016, pagina 2485.