Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEABES:2017:48

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
16-06-2017
Datum publicatie
22-08-2018
Zaaknummer
EJ 59 van 2017 en KG 17 van 2017
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. In de zaak EJ 59 van 2017: afwijzing van het verzoek van de vader om de moeder uit het ouderlijk gezag te ontheffen. In de zaak KG 17 van 2017: afwijzing van de vordering van de vader om de moeder een uitreisverbod op te leggen, zodat zij niet met de kinderen naar Nederland kan vertrekken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Burgerlijke zaken over 2017

Registratienummers: EJ 59 van 2017 en KG 17 van 2017

Datum uitspraak: 16 juni 2017

BESCHIKKING, tevens VONNIS IN KORT GEDING

inzake

[verzoeker],

wonende te Bonaire,

verzoeker in de zaak EJ 63 van 2017,

eiser in de zaak KG 17 van 2017,

verder ook te noemen: de vader,

gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,

tegen

[verweerster],

wonende te Bonaire,

verweerster in de zaak EJ 63 van 2017,

gedaagde in de zaak KG 17 van 2017,

verder ook te noemen: de moeder,

gemachtigde: mr. E.J. Winkel.

De procedures

In beide zaken heeft verzoeker op 30 mei 2017 een verzoekschrift met producties ingediend.

De mondelinge gecombineerde behandeling van beide zaken heeft plaatsgevonden op 14 juni 2017, waarbij beide partijen met hun gemachtigden zijn verschenen. Bij die gelegenheid heeft de moeder aan de hand van een verweerschrift, dat ter zitting is overgelegd, in beide verweer gevoerd. Op verzoek van het Gerecht hebben partijen op 15 juni 2017 nadere stukken in het geding gebracht. Beschikking en vonnis zijn bepaald op heden.

De vaststaande feiten (in beide zaken)

1. Partijen, die sinds 6 juli 2015 van echt zijn gescheiden, zijn de ouders van

  • -

    [minderjarig kind I], geboren op [geboortedatum] 2011, en

  • -

    [minderjarige kind II], geboren op [geboortedatum] 2012.

De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij de moeder, die bij beschikking van dit Gerecht van 13 oktober 2015 met het eenhoofdig gezag over hen is belast. Tussen de vader en de kinderen is bij diezelfde beschikking een omgangsregeling vastgesteld, die, enigszins verruimd, wordt uitgevoerd.

2. De moeder heeft het plan opgevat met de kinderen naar Nederland te verhuizen. Zij heeft tickets gekocht voor een vlucht op 23 juni 2017. De vader is in april 2017 van dit plan op de hoogte gebracht.

De standpunten van partijen

in de zaak EJ 63 van 2017

De vader stelt, samengevat, dat de vrees, die hij ten tijde van de echtscheiding al heeft geuit, dat de moeder met de kinderen Bonaire wil verlaten, dreigt te worden bewaarheid. Het is niet in het belang van de kinderen hen uit hun normale leefomgeving weg te halen. Het plan van de moeder tot haar vertrek met de kinderen naar Nederland en mogelijk later naar Suriname is slecht voorbereid en slecht doordacht en zal leiden tot een einde, althans een minimalisering van zijn contacten met de kinderen, daar waar hij nu een zeer betrokken vader is die contacten nagenoeg dagelijks plaatsvinden. De moeder weigert hem te betrekken in wat zij werkelijk van plan is.

Het is in het belang van de kinderen dat de vader met het eenhoofdig gezag wordt belast, subsidiair dat hij met de moeder met het gezamenlijk gezag over de kinderen wordt belast.

De moeder heeft verweer gevoerd. Zij wijst erop dat de vader niet is opgekomen tegen de toewijzing van het eenhoofdig gezag aan haar (beschikking 13 oktober 2015). Bij de uitoefening van het eenhoofdig gezag zijn de kinderen niets tekortgekomen in hun verzorging, opvoeding en bevordering van hun geestelijk en lichamelijk welzijn.

Zij verzoekt het verzoek af te wijzen, kosten rechtens.

in de zaak KG 17 van 2017

De vader stelt, samengevat, dat de moeder door de voorgenomen verhuizing naar Nederland de mogelijkheden van contact tussen de kinderen en de vader drastisch zal beperken. Zij draagt weliswaar het gezag, maar heeft rekening te houden met haar wettelijke verplichting om het recht op die omgang te verwezenlijken. Zij dreigt de vader voor een voldongen feit te plaatsen zonder dat zij openheid geeft over haar plannen, haar bereikbaarheid, haar adres, de school en de opvang van de kinderen, haar financiële mogelijkheden etc. Die gang van zaken is niet alleen jegens de vader, maar vooral jegens de kinderen niet toelaatbaar. De kinderen kunnen nog niet overzien wat hun boven het hoofd hangt, maar dat de rol van de vader in hun leven zal worden gemarginaliseerd is een reële vrees.

De vader vordert een uitreisverbod zolang niet onherroepelijk zal zijn beslist op zijn verzoek met betrekking tot het (delen van) het gezag over de kinderen, waarbij hij de hulp van de sterke arm mag inroepen om het verbod te effectueren, althans dat het Gerecht een beslissing zal nemen die het in de gegeven omstandigheden juist oordeelt, kosten rechtens.

De moeder heeft verweer gevoerd. Zij stelt dat zij op Bonaire anders dan in Nederland geen goed vangnet heeft en weinig sociale contacten. Zij voert aan dat de vader zelf heeft te kennen gegeven dat het middelbaar onderwijs op Bonaire van mindere kwaliteit is, zodat hij een vertrek van de kinderen zou moeten toejuichen. De moeder heeft wel informatie gegeven, zoals blijkt uit een rapport van Jeugdzorg d.d. 22 mei 2017, waarin Amstelveen als de nieuwe woonplaats wordt genoemd. Het financiële plaatje van de moeder is helder, haar toekomstplannen ook. Zij zal een betaalde opleiding gaan volgen en betaald werk zoeken. Zij kan bij familie verblijven en heeft zich al laten inschrijven als woningzoekende. Familieleden zijn beschikbaar als oppas. Tussen de huidige school van de kinderen (de Pelikaan) en de nieuwe school in Nederland is al contact gelegd. Met behulp van skype kan contact worden onderhouden en in de zomervakantie komen de kinderen naar Bonaire.

De moeder verzoekt het Gerecht het verzoek van de vader af te wijzen, kosten rechtens.

De beoordeling van de geschillen

in de zaak EJ 63 van 2017

Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking van 13 oktober 2015 heeft het Gerecht, overeenkomstig het advies van de Voogdijraad, bepaald dat het eenhoofdig gezag over de minderjarige kinderen van partijen voortaan alleen aan de moeder zal toekomen. Blijkens de motivering van die beschikking lag daaraan ten grondslag dat het voortduren van het gezamenlijk gezag teveel risico’s op escalatie in zich hield, hetgeen strijdig is met het belang van beide kinderen. De ouders communiceren niet goed met elkaar, tussen hen blijven spanningen bestaan en de communicatie over de kinderen wordt mogelijk “misbruikt” voor andere belangen dan die van de kinderen, aldus de rechtsoverwegingen in die beschikking.

Van deze beschikking is de vader niet in hoger beroep gekomen.

De beslissing om de moeder met het eenhoofdig gezag over de kinderen te belasten is genomen op grond van artikel 1:251 BW BES, deel uitmakende van Titel 14, afdeling 2, paragraaf 1.

Artikel 1:253o lid 1 BW BES bepaalt, voor zover van belang, dat beslissingen, waarbij een ouder alleen met het gezag is belast, gegeven ingevolge onder meer paragraaf 1 op verzoek van de ouders of van een van hen door de rechter in eerste aanleg kunnen worden gewijzigd, op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Een verzoek om alsnog gezamenlijk met het gezag over hun minderjarige kinderen te worden belast, kan (anders dan is bepaald in artikel 1:253o lid 1 BW van Europees Nederland) slechts van beide ouders afkomstig zin.

Op die laatste volzin stuit het subsidiaire verzoek van de vader al af. Voor toewijzing ontbreekt immers de wettelijke grondslag omdat het verzoek alleen van de vader afkomstig is.

Het Gerecht oordeelt dat ook voor toewijzing van het primaire verzoek onvoldoende grond bestaat. Het is duidelijk dat dit verzoek is gedaan vanuit de optiek van de vader om het vertrek van de moeder met de kinderen naar Nederland te blokkeren. Niet is gesteld dat de moeder tekortschiet in de verzorging en opvoeding van de nog jonge kinderen; de vader heeft niet betwist dat de moeder zich in de dagelijkse opvoeding van de kinderen steeds een goede moeder van de kinderen toont. Wat niet is gewijzigd is de sterk gespannen sfeer van beschuldiging en verwijt tussen de ouders, zoals is geïllustreerd aan de hand van de als productie overgelegde mailberichten. Een voorgenomen verhuizing is in deze omstandigheden, ook niet als die zonder twijfel ernstige veranderingen in het leven van de kinderen teweeg brengt, niet een zodanige wijziging dat die “bestraft” moet worden met het verlies van het gezag van de moeder.

Zowel het primaire als het subsidiaire verzoek moeten daarom worden afgewezen.

in de zaak KG 17 van 2017

Voorop dient te staan dat de ouder die met het eenhoofdig gezag over de kinderen is belast bevoegd is om beslissingen te nemen die de kinderen aangaan. Dat geldt dus ook voor de beslissing van de moeder om met de kinderen van Bonaire naar Nederland te verhuizen.

Die bevoegdheid is evenwel aan regels gebonden. Ter zitting is artikel 1:377a lid 1 BW BES aangehaald: het kind en de niet met gezag belaste ouder hebben recht op omgang met elkaar. Die bepaling brengt de verplichting van de moeder mee om zich in te spannen dat het contact tussen de vader en de kinderen kan plaatsvinden. Ook is artikel 1:277b BW BES aangehaald: de ouder die alleen met het gezag is belast, is gehouden de andere ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen.

Het Gerecht stelt vast dat de moeder deze bepalingen heeft veronachtzaamd. Het heeft er alle schijn van dat zij de vader doelbewust heeft willen uitschakelen bij het nemen van majeure beslissingen die de kinderen aangaan, daarmee de consultatieplicht negerend. Aanvankelijk heeft zij de vader geen adres van haar nieuwe woonplaats Amstelveen willen geven noch hem over de woonomstandigheden willen inlichten (Bij wie? Hoe ziet de woning eruit?), geen gegevens willen verschaffen over telefonische bereikbaarheid, en evenmin over de school waar zij de kinderen wil inschrijven. Het nagenoeg enige dat de vader te horen kreeg was dat de moeder met de kinderen op 23 juni 2017 zou vertrekken en dat de tickets klaar lagen.

Een dergelijk gedrag druist in tegen de wettelijke verplichting van de moeder. Het Gerecht heeft in de zaak EJ 63 van 2017 al overwogen dat het (nu) te ver gaat de moeder het gezag te ontnemen en de vader daarmee te belasten. De “sanctie” die de wet stelt op het tekortschieten van de moeder is het op verzoek van de vader vaststellen van een omgangsregeling en regeling met betrekking tot de informatie en consultatie. Een dergelijk verzoek heeft de vader niet gedaan, maar het zal duidelijk zijn dat van de moeder loyale invulling van haar verplichtingen wordt verwacht. De moeder dient de vader periodieke rapportages over het wel en wee van de kinderen verschaffen, inclusief informatie over de inbedding in Nederland, de familierelaties, schoolprestaties, vrijetijdsbesteding, hobbies en sociale contacten. Het contact via skype en door middel van jaarlijkse vakanties moet als een minimum worden gezien. De consultatie mag geen pro forma kwestie zijn en dient uit eigen beweging plaats te vinden.

In haar brief van 15 juni 2017 heeft de moeder een aanzet gegeven om de verlangde informatie over haar plannen te geven. Het Gerecht beschouwt die als een begin van uitvoering van waartoe de moeder in het belang van de kinderen verplicht is. De in diens reactie daarover geuite zorgen van de vader zijn echter begrijpelijk en de moeder dient zich die ter harte te nemen.

De conclusie moet zijn dat de vordering zal worden afgewezen. Het zal de moeder dus niet worden ontzegd haar eigen toekomst en die van de kinderen in Nederland vorm te gaan geven. Haar rol als met het gezag belaste ouder brengt evenwel in het belang van de kinderen verplichtingen mee tegenover de vader.

in beide zaken

Aangezien de geschillen voortkomen uit de verbroken huwelijkse relatie van partijen zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

De beslissing

Het Gerecht:

in de zaak EJ 63 van 2017:

wijst het primaire en het subsidiaire verzoek af

in de zaak KG 17 van 2017:

recht doende in kort geding:

wijst de vordering af;

in beide zaken:

compenseert de kosten van de procedure in die zin dat elk der partijen belast blijft met de aan de eigen zijde gevallen kosten.

Deze beschikking is gegeven, respectievelijk dit vonnis is gewezen door mr. G.P.M. van den Dungen en uitgesproken op de (wat het vonnis betreft:) openbare terechtzitting van 16 juni 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.